Aanwijzingen gevonden voor een gat in het vroege zonnestelsel tussen de binnenste en buitenste regionen

Artistieke impressie van een jonge ster omgeven door een protoplanetaire schijf vol met gaten tussen de ringen. Credits:Credit: National Science Foundation, A. Khan

In het vroege zonnestelsel was de jonge zon omgeven door een roterende protoplanetaire schijf van gas en stof, waarin de planeten ontstonden. Sterrenkundigen hebben aanwijzingen gevonden dat er ergens rond 4,567 miljard jaar geleden in die schijf een gat zat, een soort van grens tussen de binnenste en buitenste regionen. De plek waar die grens lag is bekend: de hoofdgordel van planetoïden tussen Mars en Jupiter. Onderzoeken aan protoplanetaire schijven bij andere sterren laten al jaren zien dat ze scherpbegrensde gaten bevatten, waardoor de sterren omgeven lijken door ringen. De jonge zon lijkt nu ook zo’n gat te hebben gehad, hetgeen ontdekt is door een team van sterrenkundigen onder leiding van Cauê Borlina (MIT). De aanwijzingen daarvoor worden geleverd door meteorieten. Kijk je naar de samenstelling van meteorieten dan blijken er twee soorten te zijn, die qua isotopen van elkaar verschillen – de zogeheten isotopische dichotomie.

ALMA-opname van de protoplanetaire schijf rond V883 Orionis met daarin een gat. Credit: ESO, ALMA (ESO/NAOJ/NRAO); A. Isella; B. Saxton (NRAO/AUI/NSF).

Het onderzoek van Borlina’s groep richtte zich op het achterhalen van het magnetische veld waarin de meteorieten in het vroege zonnestelsel voorkwamen. Met behulp van een superconducting quantum interference device (SQUID) was men in staat te bepalen in welk oer-magnetisch veld de meteorieten zich ooit hadden bevonden en daaruit kwam naar voren dat de twee soorten meteorieten voorkwamen in regionen met een verschillende sterkte van ‘accretie’, het aantrekken door de zon van gas en stof van materie. De accretie in de buitenste regionen was veel sterker dan die in de binnenste regionen van de protoplanetaire schijf. De enige verklaring die het sterke verschil in de mate van accretie kan verklaren is de aanwezigheid van een gat in die protoplanetaire schijf. Mogelijk dat de jonge gasreus Jupiter dat gat heeft veroorzaakt. Het zou echter ook kunnen dat er in de protoplanetaire schijf sterke magnetische velden heersten, die in staat waren om materiaal uit de schijf te werpen en zo een gat te creeëren. In Science publiceerden ze er een vakartikel over. Bron: MIT.

Lanceerdatum DART-ruimtesonde naar asteroïden Didymos/Didymorphos bekend

NASA heeft recent bekend gemaakt dat de DART-ruimtemissie, een missie om een asteroïde in de diepe ruimte af te buigen met behulp van een ruimtevaartuig, op 24 november a.s. gelanceerd gaat worden. De ‘Double Asteroid Redirection Test (DART) ruimtesonde zal door NASA richting het binair asteroïdesysteem Didymos (Gr. ’tweeling’) gestuurd worden en zijn maan ‘Didymorphos ‘ (voorheen Didymoon) gaan afbuigen. De lancering zal uitgevoerd worden door SpaceX, een Falcon 9-raket zal op 24 november a.s. vertrekken, om 07:20 NL’se tijd (LT 10:20 PM) vanaf het Vandenberg Space Force Base in Californië. De lancering is te volgen vis een livestream/NASAapp. DART zal vervolgens op 2 oktober 2022 met ongeveer 22.000 km/h op Didymos’ Didymorphos inslaan. Door deze inslag, zal het de snelheid van Didymorphos een fractie van een procent veranderen, maar het zal genoeg zijn voor NASA om de veranderende baan te kunnen meten. Dit zal waardevolle input opleveren voor toekomstige missies om asteroïden die een mogelijk gevaar opleveren voor de aarde af te kunnen buigen. In 2019 schreef ik reeds een tweetal AB’s over deze missie, zie hier en hier. Didymorphos meet 160 m in diameter en cirkelt om de ??veel grotere ruimterots die bekend staat als Didymos en die ongeveer 780 meter breed is. Didymos kwam in 2003 relatief dicht bij de aarde, binnen een straal van een kleine 6 miljoen km.

NASA’s DART en deLICIACube voor impact op Didymos. Credits; NASA/Johns Hopkins, APL/Steve Gribben

NASA stelde in zijn verklaring: “DART zal de eerste demonstratie zijn van de kinetische impacttechniek, waarbij een of meer grote, snelle ruimtevaartuigen in het pad van een asteroïde in de ruimte worden gestuurd om zijn koers te veranderen.” Op 1 oktober meldde NASA tevens dat de cubesat die DART zal vergezellen geïnstalleerd was op de DART. NASA en het Center for near-Earth Object Studies (CNEOS) verzorgen de registratie van NEO’s of NEA’s (near-Earth Objects/Asteroids). NASA beschouwt elk object in de buurt van de aarde als ‘potentieel gevaarlijk’ (PHA) als het binnen 0,05 AU (astronomische eenheden) van de aarde komt en groter is dan 150 m in diameter.  Momenteel telt het CNEOS iets meer dan 25.000 NEO’s, maar in de toekomst zullen er nog zeker meer ontdekt worden. DART is ontworpen in het kader van NASA’s planetary defense, een programma ontwikkelt in samenwerking met ESA om de aarde te beschermen tegen een mogelijke impact van een gevaarlijke asteroïde. DART is een belangrijke eerste stap voor de bescherming van de aarde tegen een inslag van een asteroïde. Het vinden van de asteroïden die potentiële impactrisico’s voor de aarde vormen, ze op te sporen en te karakteriseren zijn van cruciaal belang voor alle planetaire verdedigingsinspanningen. In augustus j.l. verschenen er artikelen betreffende NASA-onderzoek waarin gesteld werd dat er meerdere missies ‘á la Dart’ nodig zouden zijn om de loop van een flinke asteroïde, zoals Bennu, te veranderen. NASA meldde recent dat Bennu een kans van één op 1750 heeft om de aarde in de komende 300 jaar te raken. Credits: NASA/APL, CNEOS, DailyMail.

Planetoïde Phaethon stoot natrium uit

Impressie van de planetoïde Phaethon. Credit: NASA/JPL-Caltech/IPAC)

De planetoïde 3200 Phaethon zegt wellicht niet zo veel, maar indirect kent iedereen hem wel, want het is de bron van de Geminiden, de jaarlijks terugkerende meteorenzwerm die in december te zien is. Een planetoïde als bron van meteoren is ongewoon, want de meeste zwermen worden veroorzaakt door kometen, die materiaal uitstoten en als de aarde dan door zo’n spoor van uitgestoten materie trekt en de deeltjes in de atmosfeer terecht komen zien we die als meteoren. Van kometen is het logisch als ze materiaal uitstoten, omdat ze uit een mengsel van ijs en steen bestaan, een vuole sneeuwbal die deels smelt als het in de buurt van de zon komt. Maar planetoïden bestaan voornamelijk uit gesteente, dus hoe kan een planetoïde als Phaethon dan ook materiaal uitstoten en welk materiaal is dat?

Radarbeelden van Phaethon. Credit: Arecibo Observatory/NASA/NSF

Een onderzoeksteam onder leiding van Joseph Masiero van IPAC (Infrared Processing & Analysis Center) onderzocht dat en volgens hen is het natrium dat door Phaethon wordt uitgestoten. Phaethon is een 5,8 km grote aardscheerder (Near Earth Object, NEO) van het Apollo-type, eentje die tot zeer dicht bij de zon kan komen. Hij draait in een baan om de zon die 524 dagen duurt en als hij het dichtst bij de zon staat (het perihelium genaamd) dan kan de temperatuur aan z’n oppervlak er 750 °C worden. Als er water, kooldioxide, koolmonoxide of natrium op het oppervlak van Phaethon zou liggen zou dat bij dergelijke temperaturen snel vrijkomen en de ruimte in verwijnen, zoals bij kometen. Alleen zouden die elementen er dan al snel compleet verdwenen moeten zijn. Het moet dus vanuit het binnenste van de planetoïde komen.

De Allende meteoriet, die in Mexico op 8 februari 1969 neerviel.  credits; Wikipedia

En dat is wat Masiero en z’n team nu bekeken hebben. Wat ze deden was een fragment van de bekende Allende meteoriet, die in 1969 in het noorden van Mexico viel en gevonden werd, in een laboratium verhitten tot de omstandigheden zoals die heerst bij een perihelium van Phaethon, dus bij een temperatuur van 750 °C en een rotatieperiode van drie uur. Uit de test kwam naar voren dat natrium er dan inderdaad uit vrijkomt, terwijl andere mineralen bewaard blijven in de meteoriet. Ze denken daarom dat het natrium in het binnenste van Phaethon bij de periheliumpassages verdampt en dan via scheuren en spleten in het gesteente vrijkomt. Daarbij wordt dan tegelijk rotsachtig oppervlaktepuin de ruimte in geslingerd en dat zien we dan terug als de meteoren van de Geminiden. Gebleken is dat die meteoren géén natrium bevatten, want dan hadden de meteoorsporen oranje moeten zijn en dat zijn ze niet. Het natrium verdampt dus bij het perihelium, maar het puin zien we hier terug als de mooie Geminiden, waarvan je er eentje hieronder ziet.

Een Geminide vuurbol. Credit: Wally Pacholka / AstroPics.com / TWAN.

Hier het vakartikel over de Phaethon planetoïde, verschenen in the Planetary Science Journal. Bron: NASA Spaceflight.

NASA stelt wereldkaart samen met meteoorvuurballen van de afgelopen 30 jaar

NASA heeft een nieuwe kaart gepubliceerd waarop iedere vuurbalmeteoor die sinds 1988 tot 2021 de hemel oplichtte gelokaliseerd is. Het is het Center for Near Earth Object Studies (CNEOS) van NASA’s Jet Propulsion Laboratorium die de kaart samengesteld heeft, de data is verkregen via sensoren van Amerikaanse overheidsinstellingen. De wereldkaart, toont stippen in kleuren en maten proportioneel tot de impactenergie van de vuurbal, d.w.z. de totale energie die de meteoroïde door zijn snelheid in de atmosfeer bracht. De honderden gedetecteerde vuurballen zijn meteoren, ruimterotsen groot genoeg om een helder licht te produceren als ze langs de hemel razen. Elke dag wordt de aarde gebombardeerd vanuit de ruimte door stof en deeltjes ter grootte van een zandkorrel. Soms leidt dit tot een heldere ‘vuurbal’, een meteoor met een schijnbare helderheidsmagnitude van ten minste -5. Daarentegen zijn de meteoroïden geassocieerd met een meteorenregen – de stroom puin die vrijkomt uit een komeet of asteroïde – veel kleiner, over het algemeen variërend van de grootte van een zandkorrel tot tientallen centimeters. Vuurballen geassocieerd met meteoorregens zijn mogelijk, maar zeldzaam.

Vuurbalmeteoren 1988 – 2-21 Credits; NASA/JPL

Kaart
De kaart (gebaseerd op de interactieve kaart van Alain B. Chamberlain), toont stippen, in vier maten en kleuren. De grootte van elke stip is evenredig met de impactenergie (kinetische energie) van elke vuurbal; d.w.z. de totale energie die de meteoroïde door zijn snelheid in de atmosfeer bracht. Terwijl een meteoroïde de atmosfeer van de aarde binnendringt, wordt een deel van zijn kinetische energie omgezet in uitgestraalde energie – de heldere optische flits die door de sensoren wordt gedetecteerd. De rest wordt omgezet in geluidsgolven en energie op andere golflengten, soms volgt een schokgolf. Door veel van dergelijke meteoren te observeren, hebben wetenschappers een manier gevonden om de totale energie van zo een object te bepalen op basis van de optische flits. Hieruit kan dan de oorspronkelijke grootte van het object afgeleid worden voordat het object de aardse atmosfeer binnendringt. M.b.v. dergelijke berekeningen heeft men de asteroïde die in februari 2013 de lucht verlichtte boven Tsjeljabinsk, Rusland, op zo een 20 meter geschat. De Tsjeljabinsk vuurbalmeteoor is de grootste vuurbal in de CNEOS-database, die zich richt op grotere vuurbalmeteoren. Alle vuurballen in deze database zijn afkomstig van asteroïden met een diameter van minstens één meter. De Tsjeljabinsk vuurbal bracht een schokgolf te weeg met veel gewonden en schade aan gebouwen.  De op één na grootste groep vuurballen kwam grotendeels in de Stille Oceaan terecht, in het water maar ook op enkele van de eilanden, bijvoorbeeld Fiji.

Credit: Aleksandr Ivanov/Wikipedia.

Meteoren
Zoals gezegd, deze honderden vuurballen zijn meteoren, ruimterotsen groot genoeg om een helder licht te produceren als ze langs de hemel razen. Daarentegen zijn de meteoroïden geassocieerd met een meteorenregen veel kleiner, over het algemeen variërend van de grootte van een zandkorrel tot tientallen centimeters. Tijdens de piek van de Perseïden-meteorenregen, tussen 11 en 13 augustus j.l., raasden onlangs talloze lichtstrepen door de nachtelijke hemel, elk uur schoten er tussen de 40 en 100 vuurballen door de nachtelijke hemel. Terwijl de Perseïden en andere grote meteorenregens als de Geminiden en de Leoniden de meeste aandacht trekken zijn deze buien ieder moment van het jaar zichtbaar, en soms leidt dit tot een heldere vuurbalmeteoor.

Meteoor boven Spruce Mountain, West Virginia Credits; NASA, Bill Ingalls

Fotogeniek
Meteoren hoeven geen vuurballen te zijn om fotogeniek te zijn. NASA-fotograaf Bill Ingalls maakte bovenstaande foto van een meteoor die door de nachtelijke hemel scheerde op 11 augustus 2021, tijdens het hoogtepunt van de Perseïdenregen. Wat sluierbewolking weerkaatst het licht van verre stedelijke gebieden, een deel van de meteoor toont groen. Volgens Bill Cooke, hoofd van NASA’s Meteoroid Environment Office, komt dit door de manier waarop de meteoroïde zuurstofmoleculen exciteerde tijdens zijn impact op de atmosfeer. Cooke merkte ook op dat de Perseïdenbui bijzonder rijk is aan heldere meteoren en wijst op gegevens van NASA’s netwerk van all-sky meteoorcamera’s, die meteoren kunnen detecteren die helderder zijn dan Jupiter. “Het aantal heldere meteoren in de Perseïden is kleiner dan alle andere meteorenregens – 30 procent meer dan de Geminidenregens, die hogere snelheden heeft en ook bekend staat om zijn heldere meteoren.”
Bronnen: NASA/SciTechDaily

Planetair onderzoekers maken nieuwe hoge-resolutie temperatuurkaart voor ‘heavy-metal’ asteroïde 16 Psyche

16 Psyche is een asteroïde die in 1852 werd ontdekt door de Italiaanse astronoom Annibale de Gasparis. Vernoemd naar de Griekse godin van de ziel, Psyche, is 16 Psyche in tegenstelling tot de meeste andere asteroïden die uit gesteente bestaan, grotendeels uit metaal samengesteld (M-categorie). Wetenschappers van Caltech hebben recent een temperatuurkaart gemaakt die mogelijk meer licht kan werpen op de asteroïde 16 Psyche, die op zo een 180 tot 320 miljoen km van de aarde zwerft. Het wetenschappelijk artikel van het onderzoek werd recent geplaatst in het Planetary Science Journal (PSJ). 16 Psyche draait om de zon in de asteroïdengordel, een donutvormig gebied in de ruimte tussen de aarde en Jupiter dat meer dan een miljoen rotsachtige hemelobjecten bevat die in grootte variëren van 10 meter tot 946 km in diameter. Met een diameter van meer dan 200 km is 16 Psyche de grootste van de M-type asteroïden, een bijzondere klasse van asteroïden waarvan wordt gedacht dat ze metaalrijk zijn en daarom mogelijk fragmenten zijn van de kernen van protoplaneten die uiteenvielen toen ons zonnestelsel zich vormde.

Voorstelling van sonde bij 16 Psyche, credits: NASA/Caltech/UvArizona/P.Rubin

16 Psyche bestaat uit zulke grote hoeveelheden edelmetaal dat er astronomisch veel mee verdiend zou kunnen worden als de rots gemijnd werd. Het was NASA-Psyche wetenschapper professor Lindy Elkins-Tanton die ooit berekende dat alle metalen (Global News 2017en Forbes) in dit hemellichaam mogelijk wel zo’n 10.000 biljard USD waard zouden kunnen zijn, (t.v.  in bv 2017 had het GWP  (bruto wereldproduct) een waarde van zo’n 80 biljoen USD). Een groot mysterie rond 16 Psyche is de oorsprong ervan. Sommige wetenschappers geloven dat de asteroïde deel uitmaakt van een protoplaneet die is gevormd tijdens de vroege dagen van het zonnestelsel. Gedurende die tijd vloeiden planetaire lichamen samen en botsten vervolgens met elkaar. “We denken dat fragmenten van de kernen, mantels en korsten van deze objecten vandaag de dag in de vorm van asteroïden overblijven.,” aldus hoofd-auteur en planeetwetenschapper Katherine de Kleer van Caltech, en vervolgt: “We weten al jaren dat objecten in deze klasse in feite geen massief metaal zijn, maar wat ze zijn en hoe ze zijn gevormd, is nog steeds een raadsel.” De bevindingen versterken alternatieve voorstellen voor de samenstelling van het oppervlak van Psyche, waaronder dat Psyche een primitieve asteroïde zou kunnen zijn die zich dichter bij de zon heeft gevormd dan nu het geval is, in plaats van een kern van een gefragmenteerde protoplaneet. De onderzoekers hebben al ontdekt dat het oppervlak van de asteroïde voor ten minste 30 procent uit metaal bestaat en dat de rotsen op het oppervlak bedekt zijn met metalen korrels. Dit, tezamen met ouder onderzoek en nieuwe informatie die met behulp van de temperatuurkaart wordt ontdekt, zal allemaal belangrijk zijn voor NASA’s geplande missie naar 16 Psyche in 2022. De sonde, uitgerust met o.a. een multispectrale imager, een gammastraal- en neutronenspectrometer, en een magnetometer zal naar verwachting in 2026 bij Psyche aankomen.
16 Psyche credits Gif:Caltech/K. de Kleer, S. Cambioni, M. Shepard. Psyche draait om de zon in de asteroïdengordel, een donutvormig gebied in de ruimte tussen de aarde en Jupiter dat meer dan een miljoen rotsachtige lichamen bevat die in grootte variëren van 10 meter tot 946 km in diameter. De Kleer en mede-onderzoekers Michael Shepard en Saverio Cambioni gebruikte data van de Atacama Large Millimeter/submillimeter Array (ALMA) in Chili, De reeks van 66 radiotelescopen stelde het team in staat om de thermische emissies van het hele oppervlak van Psyche in kaart te brengen met een resolutie van 30 km (waarbij elke pixel 30 km bij 30 km is) en een afbeelding van de asteroïde te genereren die uit ongeveer 50 pixels bestaat. Credits; Caltech/NASA

Gunstigste Perseïdenregen in 24 jaar in de nacht van 12 op 13 augustus

Het kaartje toont de sterrenhemel in noordoostelijke richting op 12/13 augustus om 3:45 uur. De (groene) balk onderin is de horizon. De (gele) cirkel geeft de radiant aan, waar de meteoren vandaan lijken te komen; de sporen stellen meteoren voor (schematisch). De blauwe lijntjes geven de sterrenbeelden aan; de naam is in ieder sterrenbeeld vermeld. Linksonder is de (steel)pan in de Grote Beer te herkennen, midden-boven het W-vormige sterrenbeeld Cassiopeia. Op de website zijn de kaartjes in zwart/wit en/of PDF/vectorformaat beschikbaar. Credit: hemel.waarnemen.com.

In de nacht van donderdag 12 op vrijdag 13 augustus vindt het jaarlijkse maximum van meteorenzwerm de Perseïden. Volgens sterrenkundige Marc van der Sluys (hemel.waarnemen.com) zijn tegen het einde van de nacht, tussen 3 en 4 uur, tot 70 meteoren per uur te verwachten. Ook in de nachten voor en na het maximum zijn tot circa 50 ‘vallende sterren’ per uur zichtbaar. De meteoren zijn met het blote oog te zien vanaf een onbewolkte, donkere plek. Op plaatsen met meer lichtvervuiling zijn aanmerkelijk minder meteoren zichtbaar. De waarneemomstandigheden zijn gunstig, onder andere doordat de maan nauwelijks is verlicht.

De foto is een opname van een zeer heldere meteoor tijdens de meteorenzwerm Leoniden in november 2009. Credit: Ed Sweeney, Santa Cruz, USA (gebruiker Navicore op Wikipedia).

Vallende sterren zijn lichtflitsen die af en toe aan de sterrenhemel verschijnen. De flitsen hebben echter niets met sterren te maken. Ze worden veroorzaakt door ruimtepuin, vaak niet groter dan een zandkorrel, dat ongeveer 100 kilometer boven ons hoofd in de aardatmosfeer terechtkomt. Door de hoge snelheden wordt de lucht vóór zo’n gruisdeeltje gecomprimeerd, verhit en aan het gloeien gebracht, wat wij zien als een flitsje. De snelheden van de Perseïden zijn meestal meer dan 200.000 km/uur. De Perseïden kenmerken zich door hun helderheid en snelheid, en incidenteel nalichtende sporen.

De Perseïden zijn vernoemd naar het sterrenbeeld Perseus, waar de vallende sterren vandaan lijken te komen. Dit sterrenbeeld staat bij ons ’s nachts hoog boven de noordoostelijke horizon. De meteorenzwerm bestaat uit achtergelaten puin van de komeet Swift-Tuttle. Doordat de aarde in haar baan om de zon door de puinwolk beweegt, zien wij deze meteorenzwerm ieder jaar rond dezelfde datum.

De Perseïdenzwerm valt dit jaar gunstiger dan gemiddeld. Dit komt volgens Van der Sluys doordat het maximum slechts twee uur vóór het optimale tijdstip in de ochtend plaatsvindt, en doordat de maan nauwelijks verlicht is, waardoor deze niet stoort. Dit gebeurt gemiddeld eens in de tien jaar. De laatste keer dat de astronomische omstandigheden zo gunstig waren, was in 1997; de volgende keer is al over acht jaar. Om de meteoren zelf waar te nemen is geen speciale apparatuur nodig; het blote oog, een heldere hemel en een donkere waarneemplaats volstaan. Bron: Astronomie.nl.

Krachtige meteoor explodeert en licht de hemel boven Oslo op

Gisternacht rond 1:00 NL’se tijd werden er in Noorwegen in de omgeving van de hoofdstad Oslo enkele krachtige lichtflitsen en harde knallen waargenomen ten gevolge van een meteoor. Een meteoor is een ruimterots die bij binnenkomst in onze aardse dampkring opbrand en sterk oplicht. De meteorieten zijn de stukken van de meteoor die niet opbranden en op aarde terechtkomen. Volgens het Noorse Meteoor Netwerk was de vuurbal van de meteoor te zien gedurende vijf seconden na binnenkomst zo rond 1:00 uur ’s nachts lokale tijd. Er waren inmiddels veel opnamen gemaakt, zie hier. Het netwerk schat dat de meteoor bij binnenkomst een snelheid had van 16,3 km/s, rond de 58.680 kilometer per uur. De politie ontving veel meldingen van verontruste burgers maar geen melding van verwondingen of schade. Volgens de eerste aanwijzingen moet de meteoor zijn neergekomen in een bosrijk gebied op zo’n 60 kilometer ten westen van Oslo. Beeldanalyse doet experts vermoeden dat de meteoor tenminste tien kilo zwaar was. Dat is op zich niet groot, maar wat wel uitzonderlijk is, is dat die door zoveel mensen is gezien en gehoord. De grootste meteorietinslag deze eeuw was boven Rusland, Tsjeljabinsk. Er was enorm veel schade aan gebouwen en er vielen honderden gewonden. Er werd destijds onderzocht, of de meteoor mogelijk te maken had met de passage van de asteroïde 2012 DA14 op de desbetreffende dag, maar dit bleek niet zo te zijn. Toeval of niet, afgelopen zaterdag 24 juli, passeerde er wel een asteroïde met een flinke diameter, 220 m, op een afstand van 4,7 miljoen kilometer van de aarde. De 2008 GO20, zoals zijn naam luidt, is door NASA geclassificeerd als Near-Earth Object. De asteroïde ‘2008 GO20’ raasde met een snelheid van ongeveer 28.800 km/uur richting de aarde. Bronnen: BBC, Mike Berg/Twitter, LiveScience, NASA

Project Sky Hub doet een appel op fervente skywatchers om te speuren naar ongewone luchtfenomenen

Het spotten en catalogiseren van ongebruikelijke fenomenen of objecten in het luchtruim, in de volksmond UFO’s genoemd, kan voortaan met project Sky Hub een heuse doe-het-zelf klus worden. Sky Hub is in 2020 opgericht door een enthousiast team ingenieurs, wetenschappers en hobby-hemelspeurders, en omvat de opzet van een globaal netwerk van slimme sensoren die ontworpen zijn om naar digitale kenmerken van UFO’s te speuren. Maar het gaat verder dan slechts de hemel afspeuren. Vrijwilligers van het crowd-sourced network uploaden de datasets van de geobserveerde ongewone fenomenen naar de Sky Hub Cloud, de data wordt geanalyseerd, gecategoriseerd en gedocumenteerd en gedeeld onder alle participanten. Het project is een work-in-progress, het sensornetwerk, de data-analyse op UAP’s, en de systeemsoftware bevindt zich nog in de ontwikkelfase. De voorzitter van de groep is de Amerikaan Christopher Cogswell, hij roept op belangstellenden van over de hele wereld zich aan te melden voor Sky Hub. De motieven achter het initiatief zijn mede ingegeven door snelle evolutie van machine learning technologie voor het stroomlijnen van data-analyse, plus de toenemende betaalbaarheid van hardware voor kunstmatige intelligentie (AI). Het uiteindelijke doel is het bouwen en hosten van een wereldwijde, digitale UFO-database waartoe iedereen toegang heeft onder een Creative Commons-licentie m.b.v. de open-source software van Sky Hub. Lees verder

Belgisch onderzoek bewijst 430.000 jaar oude meteorietinslag boven Antarctica

De gevonden buitenaardse partikels (sferische gecondenseerde deeltjes). Credit: Scott Peterson.

Een internationaal onderzoeksteam van planetaire wetenschappers, onder leiding van dr. Matthias van Ginneken van de School of Physical Sciences aan de universiteit van Kent en voormalig onderzoeker aan de Vrije Universiteit Brussel, de Université libre de Bruxelles en het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen heeft nieuwe bewijzen gevonden voor een meteorietinslag, die 430.000 jaar geleden net boven de Antarctische ijskap uiteenbarstte.
Deze buitenaardse partikels (sferische gecondenseerde deeltjes) werden gevonden tijdens de 2017-2018 BELAM (Belgian Antarctic Meteorites) expeditie die werd gefinancierd door het federaal wetenschapsbeleid (BELSPO) en georganiseerd vanuit het Belgische Antarctische Prinses Elisabethstation. Op de top van Walnumfjellet in het Sør Rondanegebergte, Oost-Antarctica werden deze partikels teruggevonden die wijzen op een ongewone ontploffing van een bijzonder grote meteoriet in de lucht. Na doorgang door de atmosfeer kunnen meteoroïden van meer dan 100 meter een impactkrater vormen in korstgesteente, maar nog vaker zullen meteorieten ontploffen in de lucht en een krachtige en destructieve schokgolf veroorzaken. Het bekendste voorbeeld van zo’n gebeurtenis is de veel kleinere Chelyabinskinslag boven Rusland in 2013, waarbij enorm veel ramen werden vernield.

Credit: Mark A. Garlick.

Tijdens de Tunguska-gebeurtenis, ook in Rusland, in 1908, werd een nog grotere schokgolf veroorzaakt die de bomen over een oppervlakte van 20 km2 heeft omvergeworpen en over meer dan honderd kilometer schade heeft aangericht. ‘Inslagen zoals deze vinden elke 1000 tot 5000 jaar plaats. Het is cruciaal om te begrijpen hoe zulke inslagen voorkomen in de geschiedenis van de aarde en wat de effecten ervan op de omgeving zijn’, verduidelijkt Flore Van Maldeghem, doctoraatstudent aan de Vrije Universiteit Brussel en mede-auteur van de studie. ‘Indien zo’n ontploffing plaats zou vinden boven een regio met een grote bevolking, zou dit absoluut catastrofaal zijn, met enorm veel slachtoffers’, voegt VUB professor Philippe Claeys toe.
Buitenaards
‘De chondritische chemische samenstelling en het hoge nikkelgehalte van de brokstukken wijzen erop dat de teruggevonden deeltjes niet van de aarde afkomstig zijn. Hun unieke zuurstofisotopenverhouding wijst er dan weer op dat ze tijdens hun vorming in de inslagwolk reageerden met zuurstof afkomstig van Antarctisch ijs’, vat professor Steven Goderis samen. Dit kan alleen als de explosie in de lucht dicht genoeg bij het ijsoppervlak gebeurde en door de schokgolf het ijs smolt en verdampte, waarbij het zich vermengde met de meteorietpartikels in de inslagwolk. Een dergelijke gebeurtenis kan enkel het gevolg zijn van het met hoge snelheid binnendringen in de atmosfeer van een asteroïde van ten minste 100 meter groot. Dit soort explosie relatief dicht bij het aardoppervlak is qua vernietigingskracht minder groot dan de vorming van een inslagkrater, maar nog steeds veel groter dan wanneer deze plaatsvindt op grote hoogte (bijvoorbeeld tussen de 30 en 50 km boven het zeeniveau in het geval van Chelyabinsk).
Het onderzoek, gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Science Advances, is een belangrijke ontdekking in het geologische vakgebied, waar bewijsmateriaal voor dergelijke gebeurtenissen schaars is. Dergelijke inslagpartikels zijn namelijk moeilijk te identificeren en te karakteriseren.

Foto van de condensatiedeeltjes. Credit: VUB.

‘Maar in dit geval konden deze door de atypische vorm van de condensatiedeeltjes (zie foto) relatief gemakkelijk onderscheiden worden van andere buitenaardse stofdeeltjes die we op Antarctica terugvinden, zoals micrometeorieten en microtektieten. De resultaten van dit onderzoek kunnen bijgevolg helpen bij de identificatie van gelijkaardige gebeurtenissen in het geologische verleden’, aldus VUB-doctoraatstudent Bastien Soens, co-auteur van de studie.
De studie onderstreept het belang om de dreiging van middelgrote asteroïden zo goed mogelijk in kaart te brengen, aangezien toekomstige vergelijkbare objecten waarschijnlijk in de atmosfeer zullen exploderen en een schokgolf kunnen genereren. Als deze explosie te dicht bij het aardoppervlak plaatsvindt, kan de schade groot zijn, zeker in dichtbevolkte gebieden. Het is daarom belangrijk om te proberen dit soort gebeurtenissen in de loop van de tijd te identificeren in andere geologische contexten, zoals sedimentkernen, om hun frequentie te kunnen beoordelen en potentieel gevaarlijke asteroïden beter te kunnen identificeren in termen van grootte en snelheid. Bron: VUB.

Erg Chech 002-meteoriet bevat het oudste vulkanische gesteente ooit gevonden op aarde

In mei 2020 werd in de Sahara een oeroude andesietmeteoriet gevonden, de Erg Chech 002 genoemd. De EC 002, vernoemd naar de plek van zijn ontdekking, de Erg Chech-regio in Algerije, blijkt maar liefst zo’n 4,566 miljard oud te zijn. De meteoriet is een fragment van de korst van een protoplaneet, en wordt nu verondersteld het oudst bekende vulkanische gesteente op aarde te bevatten. Het was een geochemisch team o.l.v. Jean-Alix Barrat, van de Universiteit van West-Bretagne, Frankrijk, die de bijzondere steen onderzocht. Bij analyse van de EC 002, ontdekte men dat deze een heel andere samenstelling had dan alle andere meteorieten die ze op aarde aantroffen en onderzochten. De Erg Chech 002 bestaat uit een ‘klont’ meteorieten, met een gezamenlijk gewicht van zo’n 35 kg. Het wetenschappelijk artikel van Barrat e.a. is verschenen in de Proceedings of the National Academy of Sciences.* Lees verder