‘Vulkaankomeet’ 29P/Schwassmann-Wachmann toont grootste uitbarsting in 40 jaar

Dat komeet 29P een aparte eend in de kometenbijt is was al langer bekend. De komeet is een soort ijsvulkaaan die rond de zon voorbij Jupiter draait, en, zover bekend, is het een van de meest vulkanisch actieve hemellichamen in ons gehele zonnestelsel. Astronomen hebben ontdekt dat 29P wel zo een twintig keer per jaar uitbarst, en daarbij gemiddeld een tot vijf keer zo helder wordt.  Recentelijk  ontdekte astronomen dat er zich de grootste uitbarsting in 40 jaar heeft voor gedaan. De uitbarsting verhoogde de helderheid van de komeet zo’n 250 keer, en is ook met (amateur)-telescopen nog goed te bekijken, zie tips onder het artikel.

Komeet 29/P Schwassmann-Wachmann Credits; NASA/JPL/Spitzer

De komeet 29P behoort tot de klasse van de ‘Centauren’, een klasse kometen die rond de zon voorbij Jupiter draaien. Inmiddels zijn er 500 van deze Centauren bekend. Zie ook deze recente Astroblog over deze bijzondere groep ‘hybride’ kometen. Eind september j.l. barstte 29P vier keer snel achter elkaar uit, waarbij bellen van cryomagma de ruimte in werden geblazen. De amateur-astronoom Eliot Herman uit Arizona heeft het puin in de gaten gehouden: “Aanvankelijk leek het een helder compact object”, zegt Herman. “Nu is de uitdijende wolk 1,3 boogminuten breed (groter dan Jupiter) en voldoende transparant voor achtergrondsterren om er doorheen te schijnen.” Het object werd in 1927 ontdekt, zijn ongewone bijna cirkelvormige baan tussen Jupiter en Saturnus viel op, alsook de veelvoud aan uitbarstingen die 29P toonde. Waarnemingen van de afgelopen jaren laten zien dat uitbarstingen wel twintig keer per jaar voorkomen. Astronoom Dr. Richard Miles, verbonden aan de British Astronomical Association (BAA), heeft speciaal studie gemaakt van dit object. Miles stelt: “De huidige uitbarsting, die op 25 september begon, lijkt de meest energieke van de afgelopen 40 jaar te zijn,” en vervolgt, “Binnen een tijdsbestek van slechts 56 uur vonden vier uitbarstingen snel achter elkaar plaats, waardoor een ‘superuitbarsting’ ontstond.” Miles heeft een theorie ontwikkeld om uit te leggen wat er gebeurt. De 29P, aldus Miles, is bedekt met ijsvulkanen. Er is geen lava. In plaats daarvan worden de vulkanen aangedreven door een mengsel van vloeibare koolwaterstoffen (bijv. CH4, C2H4, C2H6 en C3H8) vergelijkbaar met die in de meren en stromen van Titan, een maan van Saturnus. In het model van Miles bevat het cryomagma een beetje stof, en is het doordrenkt met opgeloste gassen N2 en CO, allemaal gevangen onder een oppervlak dat op sommige plaatsen de consistentie van was heeft. Deze gevangen, vluchtige stoffen houden ervan om te exploderen wanneer er zich een scheur opent. Een reeks eerdere uitbarstingen, van juni 2020 – april 2021, waren allen relatief klein i.v.m. de recente superuitbarsting, aldus Miles.

Komeet 29P/Schwassmann-Wachmann Credits; NASA/JPL

Miles publiceerde vijf jaar geleden dit wetenschappelijk artikel waarin het resultaat van onderzoek van een decennium aan uitbarstingen werd gepresenteerd, en hij vond enkele patronen. De gegevens suggereren dat 29P elke 57,7 dagen roteert. De meest actieve ventilatieopeningen zijn geconcentreerd aan één kant van de ijsbal in een reeks van lengtes van minder dan 150 graden breed. Er zijn ten minste zes afzonderlijke bronnen geïdentificeerd. Hoewel de meeste uitbarstingen binnen een week of zo verdwijnen, is deze superuitbarsting nog steeds zichtbaar. De reeks uitbarstingen van september j.l. verhoogde de helderheid van de komeet 250-voudig en is sindsdien niet veel afgenomen. Met een magnitude tussen +10 en +11 is de uitdijende wolk ruim binnen het bereik van telescopen in de achtertuin. Herman stelt dat 29P te bekijken is met een 8-inch kijker, en om de wolk op te lossen en individuele sterren te fotograferen die er doorheen schijnen,  gebruikt hij de iTelescope T11 van een halve meter gebruikt.” Komeet 29P bevindt zich in het sterrenbeeld Auriga. Kijk op Sky&Telescope voor observatietips en voor nieuws op de MISSION 29P-website van BAA. Bronnen; SpaceWeather.com/BAA/Sky&Telescope

Planetair onderzoekers simuleren transformatie van asteroïde naar komeet

Een team planetair wetenschappers van NASA/JPL en de Universiteit van Chicago heeft met behulp van computermodellen nauwkeurig het transformatieproces van asteroïde naar komeet kunnen simuleren. Het nieuwe onderzoek legt de dynamiek uit van dit complexe systeem dat wetenschappers meer moet leren over de samenstelling van kometen en de vorming van aardachtige planeten in ons zonnestelsel. Voor het onderzoek heeft dit team het dynamische proces van de Centauren-planetoïden, – dit zijn een soort hybriden, ze delen enkele kenmerken delen met zowel asteroïden als kometen – gemodelleerd en zo getracht te begrijpen hoe de overgang van asteroïde tot komeet tot stand komt. De Centauren is een groep ijzige ruimterotsen die rond de zon draaien bij de gasplaneten Jupiter en Saturnus. Van deze duizenden kleine brokken ijs en gesteente, worden enkele ingevangen in de baan van Jupiter, en richting het binnenste zonnestelsel geslingerd om te transformeren in kometen. Het onderzoek o.l.v. Darryl Segelman wordt gepubliceerd in The Planetary Science Journal, zie hier voor de preprint, arXiv.

Komeet ‘Siding Spring’ Credits; NASA/JPL, Caltech, UCLA

Wetenschappers zijn zeer bekend met de asteroïdengordel bij Mars, en ook met die in de Kuipergordel.
Echter de Centauren is een minder bekende populatie, en zijn zo genoemd daar ze een soort hybriden zijn, die enkele kenmerken delen met zowel asteroïden als kometen. Centauren zijn mogelijk onstaan bij deze voornoemde reuzenplaneten, maar weliswaar het grootste deel van hun bestaan hebben ze doorgebracht in de Kuipergordel, de ring buiten de baan van Neptunus. Gravitatie-interacties hebben de Centauren lang geleden daarheen gewerkt maar ook, relatief recent, weer teruggebracht.
Enkele van de Centauren ondergaan uiteindelijk nog een extra zwaartekrachtstoot die de objecten in de richting van de zon duwt. Deze objecten worden dan kometen, die coma’s en lange, fraaie staarten ontwikkelen als ze de zon naderen en opwarmen. Geschat wordt dat ongeveer de helft van de Centauren, door interactie met de banen van Jupiter en Saturnus naar het centrum van het zonnestelsel geslingerd. Seligman stelt: “Deze objecten zijn erg oud en bevatten ijs uit de vroege dagen van het zonnestelsel dat nooit is gesmolten. En zeer geschikt om de chemische samenstelling van objecten uit het verre zonnestelsel te onderzoeken.

NASA komeet missie EPOXI, flyby Credits; NASA

Mogelijk zouden toekomstige ruimtesondes dit proces over enkele decennia van dichtbij kunnen bestuderen. Een sonde zou naar Jupiter kunnen vliegen, in de baan van Jupiter wachten tot een van deze objecten in de zwaartekracht van de planeet terechtkomt, en ‘meereizen’ met het object om te zien hoe het in realtime een komeet wordt. Dit is een mooi maar destructief proces: de prachtige staart van een komeet wordt geproduceerd als het ijs ervan afbrandt als de temperatuur stijgt. Komeetijs bestaat uit verschillende soorten moleculen en gassen, die elk op verschillende punten op weg naar de zon beginnen op te branden. Seligman: “Je zou kunnen achterhalen waar typische komeetijsvorming plaatsvindt, en ook wat de gedetailleerde interne structuur is, iets dat lastig is te ontdekken met grondtelescopen.” Ook barst het oppervlak van de komeet als het opwarmt, waardoor pokdalingen en kraters ontstaan. Eenmaal in kaart gebracht, kun je aldus Seligman, de dynamiek van het zonnestelsel beter begrijpen, wat belangrijk is voor zaken als het vormen van aardachtige planeten in zonnestelsels, Mede dankzij de ontdekkingen van verschillende grote asteroïdengordels hebben wetenschappers de afgelopen 50 jaar hun theorieën over het ontstaan van ons zonnestelsel herzien. I.p.v. ontwikkeling op hun plaats, stelt men zich nu een veel dynamischer en onstabieler proces van vorming voor; stukken ijs en gesteente die verspreid en tegen elkaar aan botsen, zich opnieuw vormend en rondbewegend binnen het zonnestelsel. Veel van deze objecten vloeiden uiteindelijk samen in de acht grote planeten, maar andere blijven los en verspreid in verschillende gebieden van de ruimte.

Komeet P2019LD2 Hubble, publ. 21 februari 2021 Credits; NASA/HST

Seligman en zijn team identificeerden zelfs een mogelijk doelwit voor een ruimtemissie: een Centaur, de P/ 2019 LD2, die in 2063 dicht bij Jupiter zal cirkelen. Het team heeft berekend dat er een kans van meer dan 98% is, dat deze ontmoeting het object naar de zon zal duwen en het in een komeet zal veranderen. Hun berekeningen tonen verder aan dat een sonde die op de loer ligt in de buurt van Jupiter het object zou kunnen inhalen en een tijd meevliegen, zolang de sonde reeds op weg zou gaan in 2061 naar een van te voren bepaald ontmoetingspunt. En astronomen kunnen uiteraard ook nog andere Centauren identificeren die vóór 2063 zouden kunnen worden bezocht, aldus het team dat hoopt dat dergelijke doelen mogelijk kan worden ontdekt door het Vera C. Rubin Observatorium. Centauren zijn nooit eerder bezocht door een sonde, de missies van NASA’s Discovery-programma, dat relatief goedkope robotische planetaire exploratie verzorgt, koos niet voor Centaur-voorstellen. Bronnen; Universiteit van Chicago/Space.com/NASA/JPL/Astronomy

Het ISS maakt opnieuw ‘slagzij’ door onbedoeld ontbranden van stuwraketten van het Sojoez ruimteschip

Voor de tweede keer in drie maanden tijd heeft het ISS te maken gehad met het ongepland ontbranden van stuwraketten waardoor het ruimtestation als geheel begon te kantelen en van postitie veranderde. Het incident vond plaats, gisteren 15 oktober, om 11:02 NL’se tijd, en het betrokken ruimtevaartuig was de Sojoez MS-18. Deze Sojoez zal Oleg Novitskiy, filmregisseur Klim Shipenko en actrice Julia Peresild zondagochtend, 17 oktober, terug naar de aarde gaan brengen. Een dergelijk incident met stuwraketten gebeurde eerder, op 29 juli j.l.

Sojoez bij het ISS, Credits; NASA

Twee laatstgenoemden, Shipenko en Pereskild, verbleven voor vijf dagen op het ISS voor het maken van een film. Novitskiy is commandant van de Sojoez MS-18. Russische vluchtleiders hadden de stuwraketten van het voertuig om 11:02 NL’se tijd, in een geplande, zogenoemde ‘pre-departure test’ geactiveerd. “Het afvuren van de stuwraketten ging onverwachts door na het einde van het testvenster, wat resulteerde in een positieverandering voor het ISS om 11:13 uur”, aldus NASA. Het ISS kantelde zo een 57 graden, aldus het Russische persbureau Interfax, dat de communicatie tussen Novitskiy en Vladimir Solovyov, de vluchtdirecteur van het Russische segment van het ISS verzorgt. Mission Control tast nog in het duister over de oorzaak. Echter na een half uur was het probleem verholpen, NASA stelt: “Within 30 minutes, flight controllers regained attitude control of the space station, which is now in a stable configuration,” en “The crew was awake at the time of the event and was not in any danger.” “Het is ook onduidelijk waarom de stuwraketten van de MS-18 stopten met vuren. Mogelijk, aldus Timothy Creamer van NASA, heeft het te maken met het bereiken van de brandstoflimiet. Het ruimtestation kantelde ook onbedoeld op 29 juli j.l. De net aangekomen Nauka-module had te kampen met het onbedoeld afvuren van zijn stuwraketten.  Dat incident was veel extremer, het ISS kantelde toen zo een 540 graden, zie o.a. dit artikel in de NYT. Roscosmos stelde dat de oorzaak een softwareprobleem was. Zie ook deze Astroblog. Ondanks dit incident blijft de Sojoez MS-18 op schema om dit weekend terug te keren naar de aarde. Het ruimtevaartuig zal op zaterdag (16 oktober) loskoppelen van het station. Bronnen: NASA/Space.com

Ruimtetoerisme tijdperk leidt tot verhitte discussies over duurzame ruimtevaart en effecten op het klimaat

Het tijdperk van ruimtetoerisme lijkt met de recente vluchten van Virgin Galactic en Blue Origin inmiddels definitief aangebroken te zijn. Velen, ook ikzelf, kijken vol verwachting toe hoe deze ruimteschepen zich, hetzij stoer en soepel, soms wat sputterend of wankel, maar altijd ronduit indrukwekkend het luchtruim kiezen om in rap tempo hoger sferen tegemoet te gaan. Zoals deze week bijvoorbeeld nog gebeurde met de New Shepard met ‘Captain Kirk’ aan boord. Het onbekende betreden en ontdekken is mijns inziens mooi, het pionieren, exploreren en ontdekken zit verankerd in ons DNA. Inmiddels ligt het ruimtetoerisme nogal onder vuur, figuurlijk dan. Milieugroeperingen en individuele burgers begaan met milieu en klimaat doen hun zegje over deze nieuwe vorm van toerisme, die nu nog alleen toegankelijk is voor de ultrarijken, maar mogelijk in de niet al te verre toekomst meer en meer voor de gewone man bereikbaar wordt. Dat is zeker ook de bedoeling, deze bedrijven willen, nee, moeten zeer veel geld verdienen. Ook bekende personen laten zich inmiddels uit over ruimtetoerisme. Op dit moment is het Prins William van Engeland die de media op zich gericht ziet voor wat betreft kritiek op de vluchten van Jeff Bezos met zijn raket New Shepard en de impact op het milieu. De prins stelde dat er voorrang gegeven moet worden aan problemen hier op aarde.  En ook Virgin Galactic lag eerder dit jaar met zijn energie-slurpende SpaceShipTwo onder vuur in publieke milieu/klimaat-discussies, er volgde recent een stroom aan kritiek. Met de bemoeienis van invloedrijke personen wordt de discussie over ruimtetoerisme (en ruimtevaart in zijn algemeen) nog eens flink aangezwengeld. Want hoe verhoudt ruimtetoerisme zich met de huidige problematiek inzake milieuvervuiling, klimaatverandering, en koolstofvoetadrukken?  Een kort overzicht.

Credits: Blue Origin

Dit jaar was de concurrentie tussen Jeff Bezos en Richard Branson en hun ruimtevaartbedrijven en eerste toeristenvluchten dominant. SpaceX stapte dit jaar in met de Crew Dragon ‘Inspiration4’- missie, maar richt zich ook op o.a. het brengen van astronauten naar het ISS en commerciële maanreizen. Deze zullen de komende jaren plaatsvinden. Musk heeft dus grote plannen voor toerisme, zie o.a. hier. Echter, eerstgenoemde twee miljardairs stonden volop in de picture met hun korte, commerciële ruimtevluchten, en hebben ieder reeds ook persoonlijk een toeristische vlucht meegemaakt. Branson had de primeur, en liet vier toeristen (inclusief hemzelf) en twee piloten aan boord van SpaceShipTwo op 11 juli j.l. genieten. Jeff Bezos volgde rap, op 20 juli j.l. en ging mee met deze NS 16-missie. BO voerde inmiddels twee ruimtevluchten uit met ieder vier toeristen aan boord. Zoals we gezien hebben deze week, met de NS-18, was de media-aandacht groot voor de vluchten. De vluchten waren een succes en deze bedrijven hopen, met in hun kielzog nog enkele andere spelers, zie o.a. World View, de ruimte te kunnen ‘democratiseren’, zoals dat zo fraai heet. Los van het feit dat zo een dure vlucht vooralsnog voor slechts een handjevol mensen bereikbaar is – die desalniettemin ook jaren zullen moeten wachten voor een plekje – neemt met name de discussie over de ecologische impact t.g.v. deze activiteiten recent een astronomische vlucht. De bevolking wereldwijd wordt rijp gemaakt aan het idee gewend te raken, middels talloze klimaatregelingen, minder vlees te eten, meer spullen te recyclen, minder stroom te gebruiken, en als klap op de vuurpijl, iets waar velen enorm plezier aan beleven, hun (vakantie)-reizen te beperken, met name auto- en vliegreizen. En dat is dan nog slechts een deel van de veranderingen waarmee vrijwel iedereen wereldwijd te maken zal krijgen bij de energietransitie en alle milieu/klimaatregelingen die zullen volgen.

Credit: SpaceX

Ruimtetoerisme presenteert zich als een activiteit die momenteel nog nauwelijks toegankelijk is voor ‘de gewone man’ en bovendien zeer vervuilend. Het bereiken van de ruimte kost enorme veel energie, stoot veel kooldioxide uit en dit betekent een grote ecologische voetafdruk. Er worden veel soorten brandstof gebruikt en sommige zijn giftig en komen vrij tijdens de vluchten of het productieproces ervan. Het goede nieuws is dat de meeste nieuwe lanceringssystemen vloeibare brandstof gebruiken, wat in die zin minder problematisch is dan vaste stof-brandstoffen. De raketten zelf hebben vaak verschillende bestemmingsbanen rond onze planeet. VA en BO zijn suborbitale vluchten, d.w.z. ze gaan niet in een baan om de aarde, maar ze bereiken resp. een hoogte van 80 en 100 km, ervaren een korte tijd geen zwaartekracht en keren dan terug naar aarde. Zo’n type vlucht kost veel minder energie dan in een baan om de aarde gaan. Om deze reden zijn de kosten lager en is de ecologische voetafdruk kleiner. Momenteel worden er elk jaar ongeveer 100 raketten gelanceerd. Hun gecombineerde ecologische voetafdruk blijft minder dan de 100.000 vliegtuigen die dagelijks wereldwijd vliegen. Maar het ruimtetoerisme maakt een zeer sterke groei door. De impact op het milieu zou dus zeker relevant kunnen worden.

Credit: Virgin Galactic

Virgin Galactic is het eerste beursgenoteerde ruimtetoerismebedrijf. De Virgin VSS Unity vliegt op een combinatie van zeer vervuilende brandstoffen. Het SpaceShipTwo gebruikt een soort synthetisch rubber als brandstof en verbrandt dit in lachgas, een krachtig broeikasgas. De brandstof pompt koolstof in de bovenste stratosfeer, op een hoogte van 30-50 km. Daar kunnen deze deeltjes effecten veroorzaken, zoals het weerkaatsen van zonlicht en het veroorzaken van een nucleair wintereffect, tot het versnellen van chemische reacties die de ozonlaag aantasten, een laag die mensen beschermt tegen schadelijke straling. VG wil 400 vluchten per jaar wil uitvoeren. Naar schatting stoot elke vlucht van VG en BO resp. 60 en 90 ton CO2 uit. D.w.z. zo’n 8 en 15 ton per passagier. T.v. wereldwijd stoot ieder persoon jaarlijks ongeveer 4,8 ton CO2 uit, met de kanttekening dat het verschil tussen rijke en arme landen groot is. (VS 15 ton p.p., Spanje 5,4 ton p.p.). De koolstofvoetafdruk van deze suborbitale vluchten is dan ook niet extreem hoog i.v.m. die van andere activiteiten. Echter daar het slechts voor een minderheid toegankelijk is, stoot elke passagier in slechts een paar minuten tijd dezelfde hoeveelheid CO2 uit als gem. 2 of 3 mensen gedurende een jaar. (Nog t.v. één SpaceX-lancering stoot liefst 336 ton CO2 uit, genoeg om 70 keer met uw auto rond de wereld te rijden.) Vergeleken met Virgin’s SpaceShipTwo zijn Blue Origin’s raketten veel schoner, zie o.a. dit artikel en het artikel van Dr. Martin Ross, geofysicus en gespecialiseerd in commerciële ruimtevaartprojecten. Dat komt omdat de New Shepard vloeibare waterstof en vloeibare zuurstof verbrandt, de raket stoot geen koolstof uit, hoewel de productie hiervan dit weer wel doet. Ross stelt o.a.: “Volgens de margeberekeningen veroorzaakt verticale lancering met een herbruikbare NS-raket 100 keer minder ozonverlies.” Maar dit betekent niet dat de reis ‘schoon’ is. Ross: “Er is elektriciteit nodig om vloeibare zuurstof en vloeibare waterstof te maken. Je zou kunnen berekenen hoeveel elektriciteit werd gebruikt om het drijfgas te maken, en voegt eraan toe “Het hangt ervan af hoe ver terug in de toeleveringsketen je kijkt.”

Toch komen momenteel raketlanceringen als geheel niet vaak genoeg voor om significante vervuiling te veroorzaken. “De uitstoot van kooldioxide is totaal verwaarloosbaar in vergelijking met andere menselijke activiteiten of zelfs commerciële luchtvaart”, aldus NASA’s hoofd klimaatadviseur Gavin Schmidt. Maar sommige wetenschappers zijn bezorgd over het potentieel voor schade op de langere termijn, aangezien de industrie klaar is voor grote groei, met name de gevolgen voor de ozonlaag in de nog steeds slecht begrepen bovenste atmosfeer. Virgin Galactic, recent onder vuur door in de media, werd verweten dat Branson, als oprichter van VG, voor een paar minuten ‘fun’ in zo’n fossiele brandstofverslindend ruimteschip stapt, hoewel Branson pareerde dat zijn CO2-uitstoot ongeveer gelijk is aan een businessclass-ticket van Londen naar New York. Het bedrijf neemt nu stappen voor compensatie van koolstofemissie van de testvluchten en zal trachten de koolstofvoetafdruk van zijn toeleveringsketen te verkleinen. Maar terwijl trans-Atlantische vluchten honderden mensen vervoeren, komt de uitstoot van Virgin uit op ongeveer 4,5 ton per passagier in een vlucht van zes passagiers, volgens een analyse gepubliceerd door de Franse astrofysicus Roland Lehoucq e.a. in The Global Times/The Conversation. Dat is ongeveer gelijk aan autorijden in een middenklasse auto rond de aarde, en meer dan twee keer het individuele jaarlijkse koolstofbudget dat wordt aanbevolen om de doelstellingen van het klimaatakkoord van Parijs te halen.

Is er sprake van ‘space shaming’? De impact van suborbitale lanceringen zoals die van Virgin en Blue Origin verbleken in vergelijking met de impact van raketten die een baan om de aarde bereiken. Wanneer SpaceX met de Crew Dragon vier burgers de ruimte in stuurt, gebruikt het de Falcon 9, waarvan berekeningen aantonen dat het het equivalent van 395 trans-Atlantische vluchten aan CO2-uitstoot oplevert. Deze vlucht ‘Inspiration4’ vond recent plaats in september, zie hier. De wereld is zich nu veel meer bewust van klimaat- en milieueffecten dan toen deze bedrijven begin deze eeuw werden opgericht. De bedrijven zullen beter gaan kijken naar hoe vervuiling tot een minimum te beperken door middel van schonere technologieën om het probleem het hoofd te bieden. De koolstofvoetafdruk van deze suborbitale vluchten is voorlopig dan ook niet extreem hoog in vergelijking met die van andere activiteiten. Omdat het slechts voor een minderheid toegankelijk is, stoot elke passagier in slechts een paar minuten tijd dezelfde hoeveelheid koolstofdioxide uit als gemiddeld 2 of 3 mensen gedurende een heel jaar. Meer lezen over deze materie, zie het boek Sustainable Space Tourism van Annette Toivonen. Bronnen: Eco-business, Tourism-review, Phys.org

Livestream lancering Chinese Shenzhou 13-missie [update]

[update; om 18:23 NL’se tijd was er liftoff voor de Shenzhou 13. Godspeed!] De lancering van de bemande Shenzhou 13-missie staat vandaag 15 oktober gepland om 18:23 NL’se tijd. (12:23 EDT) vanaf het Jiuquan Satellite Center in de Gobi-woestijn. Deze missie gaat  zes maanden duren. De bemanning bestaat uit Zhai Zhigang, Wang Yaping en Ye Guangfu. Het trio is de back-up bemanning van de Shenzhou 12-missie. Zhai, voormalig gevechtspiloot, is commandant van de missie, en was de eerste Chinese astronaut die een ruimtewandeling maakte, dit deed hij tijdens de Shenzhou 7-missie in 2008. Voor de 41-jarige Ye Guangfu, ook voormalig gevechtspiloot, is het zijn eerste vlucht. Wang Yaping is de tweede Chinese vrouw in de ruimte en nu de eerste vrouwelijke astronaut die het Tianhe-ruimtestation gaat bezoeken. Wang was lid van de Shenzhou 10-missie in 2013 en gaf een educatieve lezing vanuit de ruimte. De Shenzhou zal bovenop een Lange Mars 2F-raket gelanceerd worden vanaf Jiuquan Satellite Launch Center in de Gobi-woestijn. De reis gaat naar de kernmodule van het toekomstig Chinese ruimtestation Tiangong (hemels paleis) 2. Lin Xiqiang, adjunct-directeur van het Nationale Chinese ruimteagentschap, het CNSA, deelde op de persconferentie gisteren mee dat de lancering live te kijken is via het China Central Television-netwerk, vanaf 14:25 NL’se tijd, zie ook de stream hieronder. De Shenzhou 13 wordt gelanceerd op het moment dat de in een baan om de aarde draaiende Tianhe-module over de lanceerplaats in Jiuquan gaat, waardoor het ruimteschip ongeveer acht uur later Tianhe kan inhalen en aanmeren. Zie hier meer op AB op de lancering van de Shenzhou 12.

Artistieke impressie van het Chinese modulaire ruimtestation – Foto: CMSEO

Belangrijke missiedoelen voor Shenzhou 13 zijn het testen van technologieën voor de montage en constructie van het ruimtestation, dat in 2022 nog twee modules zal ontvangen. Men test o.a. de overplaatsing van een module van de ene dockingport naar de andere, m.b.v. handmatige bediening van Tianhe’s robotarm. Het onbemande ruimtevaartuig Tianzhou 2, dat voorraden leverde voor Shenzhou 12, zal worden gebruikt als testobject. Twee tot drie extravehicular activiteiten (EVA’s), of ruimtewandelingen, zijn ook gepland tijdens de Shenzhou 13-missie. Het belangrijkste doel is om een ??adapter te installeren waarmee de grote arm van Tianhe kan worden aangesloten op een andere, kleinere arm die op een toekomstige module zal komen. Ook worden medische, woon- en werkondersteuningstechnologieën uitgebreidt geïnspecteerd en zullen er wetenschappelijke experimenten uitgevoerd worden op gebieden als ruimtegeneeskunde en microzwaartekrachtfysica. Shenzhou 13 zal aanmeren in de nadirhaven van Tianhe, die naar de aarde is gericht. Dit betekent dat het ruimteschip een radiale of ‘R-bar’ rendez-vous moet maken om dicht bij de module te komen en Tianhe nadert vanuit een richting loodrecht op de aarde, in plaats van langs de lijn van Tianhe’s vliegroute zoals bij meer routinematige aanlegmanoeuvres. Zhai, 55, keert na 13 jaar terug naar de ruimte. “Namens onze bemanning en mezelf gesproken, heb ik er alle vertrouwen in om de Shenzhou 13-missie te voltooien,” sprak hij op de persconferentie gisteren die plaatsvond op Jiuquan. Op de vraag of Wang Yaping opnieuw een live college zou geven vanuit een baan om de aarde voor studenten in China, bevestigde de vice-Lin Xiqiang, vice-president van het CNSA, dat outreach-activiteiten zouden deel uitmaken van de Shenzhou 13-missie. Space.com/CNSA/CMSA

Video; Blue Origin’s New Shepard bezorgt ‘Captain Kirk’ en zijn drie mede-passagiers de reis van hun leven

Blue Origin heeft vandaag zijn tweede bemande ruimtevlucht, de ‘New Shepard 18’-missie met succes voltooid. De acteur William Shatner, beter bekend als dé ‘Captain James T. Kirk’ uit Star Trek: The Original Series, was één van de vier passagiers op de New Shepard. Shatner meldde over de radio; “That was unlike anything they described.” De andere drie passagiers waren Blue Origin’s Vice President of Mission & Flight Operations Audrey Powers, voormalig NASA-ingenieur Dr. Chris Boshuizen, en auteur en mede-oprichter van klinisch onderzoeksplatform Medidata Solutions Glen de Vries. Powers is manager voor het certificeringsproces voor de New Shepard.  De Vries heeft zelfs een eigen website gemaakt speciaal voor deze gelegenheid, zie hier. Op de twitterlijn van Blue Origin kan men de autorit van Shatner en de andere passaiers van vanochtend naar de lanceerplaats bekijken, zie hier. De herbruikbare New Shepard-raket en -capsule zijn om 9.50 uur lokale tijd (15:50 NL’se tijd) van Blue Origin’s Launch Site One, net ten noorden van de stad Van Horn in West-Texas, opgestegen. Na een vlucht van elf minuten, waarin de bemanning ongeveer vier minuten gewichtloos was in de ruimte, bracht de capsule de bemanning veilig terug naar de aarde met een parachute-geassisteerde landing nabij de faciliteiten van Blue Origin in West-Texas. De raket, die zich van de capsule scheidde nadat hij de bemanning naar de ruimte had gebracht, maakte ook met succes een rechtopstaande landing van ongeveer zeven minuten. De eerste bemande vlucht van Blue Origin, de NS-16 vloog op 20 juli j.l. Aan boord de Nederlandse student Oliver Daemen, de broers Mark en Jeff Bezos, en de 82-jarige Wally Funk. De lanceringsfaciliteit van Van Horn is het eerste volledig privé-ruimtelanceringscomplex dat een bemande vlucht verzorgt. Het Spaceport America bijvoorbeeld, ontving van de staat New Mexico honderden miljoenen dollars aan financiering voor het SpaceShipTwo-vluchten ondersteunde. De New Shepard-16-missie vloog ook de allereerste betalende suborbitale ruimtetoerist, hoewel eerder betalende toeristen aan boord van Sojoez-missies naar het internationale ruimtestation (ISS) gevlogen zijn. Shatner is met zijn 90 jaar de oudste passagier ooit in de ruimte. Bronnen: Blue Origin/Space.com/EverydayAstronaut

Noorwegen wil als eerste Europees land satellieten lanceren van eigen bodem

Noorwegen wil in 2022 een satelliet lanceren vanaf eigen bodem. Het land heeft het Andøya Space Center geselecteerd als lanceerbasis, dat nu omgebouwd wordt tot ‘Andøya Spaceport’. De premier van het land, Erna Solberg liet afgelopen vrijdag 8 oktober  in een verklaring weten het project te steunen. Via de nationale omroep NRK zei Solberg: “We geven nu groen licht voor de oprichting van de lanceerbasis op Andøya. Het Andøya Spaceport zal in totaal 365 miljoen NOK (ong. 36 miljoen Euro) ontvangen”. Het Andøya Space Center is gelegen in de regio Nordland, in, niet verrassend, het noordelijk deel van het land. De CEO van het Norwegian Space Centre, Christian Hauglie-Hanssen, meent dat Noorwegen er klaar voor is om satellietlanceringen te gaan verzorgen. Hanssen stelde:Het levert voor de Noorse ruimtevaart industrie nieuwe banen op en meer omzet. Op internationale schaal is Noorwegen geen grote ruimtenatie. De Noorse ruimtevaartindustrie bestaat uit zo’n 40 grote en kleine bedrijven, die hun diensten over de hele wereld verkopen. De industrie omvat alles, van het lanceren van onderdelen en apparatuur tot satellieten, tot geld verdienen met satellietgegevens. De totale omzet ligt rond de 8 miljard NOK (ong. 800 miljoen Euro) per jaar. Verdere ontwikkeling van Andøya zal naar verwachting de positie van Noorwegen als leverancier van satellietdiensten verbeteren.” Tevens, benadrukte Hauglie-Hanssen aan NRK, dat het belangrijk is dat is dat Europa zijn eigen lanceercapaciteit heeft.

Andøya Spaceport, Nordland, Noorwegen Credits; ESA

De toenemende vraag naar satellieten en dus ook satellietlanceringen wereldwijd genereert op zijn beurt een behoefte aan meer ruimtehavens (Eng. spaceports). De Noorse ruimtevaartdeskundige Knut R. Fossum, hoofd onderzoek bij het Center for Interdisciplinair Research in Space vertelde aan NRK: “Er wordt voorspeld dat dure, grote satellieten concurrentie zullen ondervinden van kleinere en goedkopere. Er is veel te winnen, dit wordt vereenvoudigd met kleinere satellieten, vooral voor degenen die in polaire banen gaan.” Zie bv hier de plannen van OneWeb. Het Andøya Space Center is sinds de jaren zestig in gebruik voor het lanceren van weerballonnen en kleine onderzoeksraketten, en telt momenteel zo’n 80 medewerkers. Verdere ontwikkeling van Andøya zal naar verwachting de positie van Noorwegen als leverancier van ruimtevaartdiensten verbeteren. Volgens Roger Birkeland van de Noorse Universiteit voor Wetenschap en Technologie kan Andøya’s infrastructuur het mogelijk maken om internationaal concurrerend en zeer belangrijk te worden. De soepele coördinatie tussen de autoriteiten, de industrieën en het klantensegment als grote troefkaart alsmede Andøya’s positie in een dunbevolkt gebied met weinig verkeer zijn volgens deskundigen grote voordelen ten opzichte van concurrenten zoals bijvoorbeeld Portugal. De eerste satellietlancering vanuit Andøya zal naar verwachting plaatsvinden in het derde kwartaal van 2022, hetzelfde jaar dat ook Schotland en Zweden ernaar streven hun satellieten te lanceren. Zweden heeft plannen geuit een satelliet te lanceren vanuit het Esrange Space Center. Bronnen: NRK, Norwegian Space Agency

Lanceerdatum DART-ruimtesonde naar asteroïden Didymos/Didymorphos bekend

NASA heeft recent bekend gemaakt dat de DART-ruimtemissie, een missie om een asteroïde in de diepe ruimte af te buigen met behulp van een ruimtevaartuig, op 24 november a.s. gelanceerd gaat worden. De ‘Double Asteroid Redirection Test (DART) ruimtesonde zal door NASA richting het binair asteroïdesysteem Didymos (Gr. ‘tweeling’) gestuurd worden en zijn maan ‘Didymorphos ‘ (voorheen Didymoon) gaan afbuigen. De lancering zal uitgevoerd worden door SpaceX, een Falcon 9-raket zal op 24 november a.s. vertrekken, om 07:20 NL’se tijd (LT 10:20 PM) vanaf het Vandenberg Space Force Base in Californië. De lancering is te volgen vis een livestream/NASAapp. DART zal vervolgens op 2 oktober 2022 met ongeveer 22.000 km/h op Didymos’ Didymorphos inslaan. Door deze inslag, zal het de snelheid van Didymorphos een fractie van een procent veranderen, maar het zal genoeg zijn voor NASA om de veranderende baan te kunnen meten. Dit zal waardevolle input opleveren voor toekomstige missies om asteroïden die een mogelijk gevaar opleveren voor de aarde af te kunnen buigen. In 2019 schreef ik reeds een tweetal AB’s over deze missie, zie hier en hier. Didymorphos meet 160 m in diameter en cirkelt om de ??veel grotere ruimterots die bekend staat als Didymos en die ongeveer 780 meter breed is. Didymos kwam in 2003 relatief dicht bij de aarde, binnen een straal van een kleine 6 miljoen km.

NASA’s DART en deLICIACube voor impact op Didymos. Credits; NASA/Johns Hopkins, APL/Steve Gribben

NASA stelde in zijn verklaring: “DART zal de eerste demonstratie zijn van de kinetische impacttechniek, waarbij een of meer grote, snelle ruimtevaartuigen in het pad van een asteroïde in de ruimte worden gestuurd om zijn koers te veranderen.” Op 1 oktober meldde NASA tevens dat de cubesat die DART zal vergezellen geïnstalleerd was op de DART. NASA en het Center for near-Earth Object Studies (CNEOS) verzorgen de registratie van NEO’s of NEA’s (near-Earth Objects/Asteroids). NASA beschouwt elk object in de buurt van de aarde als ‘potentieel gevaarlijk’ (PHA) als het binnen 0,05 AU (astronomische eenheden) van de aarde komt en groter is dan 150 m in diameter.  Momenteel telt het CNEOS iets meer dan 25.000 NEO’s, maar in de toekomst zullen er nog zeker meer ontdekt worden. DART is ontworpen in het kader van NASA’s planetary defense, een programma ontwikkelt in samenwerking met ESA om de aarde te beschermen tegen een mogelijke impact van een gevaarlijke asteroïde. DART is een belangrijke eerste stap voor de bescherming van de aarde tegen een inslag van een asteroïde. Het vinden van de asteroïden die potentiële impactrisico’s voor de aarde vormen, ze op te sporen en te karakteriseren zijn van cruciaal belang voor alle planetaire verdedigingsinspanningen. In augustus j.l. verschenen er artikelen betreffende NASA-onderzoek waarin gesteld werd dat er meerdere missies ‘á la Dart’ nodig zouden zijn om de loop van een flinke asteroïde, zoals Bennu, te veranderen. NASA meldde recent dat Bennu een kans van één op 1750 heeft om de aarde in de komende 300 jaar te raken. Credits: NASA/APL, CNEOS, DailyMail.

NASA’s Perseverance beelden geven meer direct bewijs voor dynamisch waterwegstelsel bij de Jezero-krater op Mars

Mars was miljarden jaren geleden mogelijk blauwer en herbergde net als de Aarde, oceanen, meren en rivieren. De Jezero-krater op Mars werd voor de Perseverance-rover juist daarom geselecteerd als landingsplaats, satellietbeelden van Mars-orbiters suggereerden namelijk dat de 49 km brede krater ooit een meer is geweest. De landing van de Perseverance vond plaats op 18 februari j.l. Planetair onderzoekers van NASA hebben recent inderdaad meer direct bewijs gevonden van het waterige verleden van de locatie. aangezien foto’s gemaakt door Perseverance tekenen van plotselinge overstromingen of in het Engels ‘flash floodings’, onthullen. De aanwezigheid van water op Mars is tevens een belangrijke indicatie voor het ondersteunen van leven (zoals wij dat kennen) en de zoektocht naar sporen van leven is een van de hoofddoelen van NASA’s Perseverance-missie. De brede Jezero-krater werd gevoed door rivieren uit het noordwesten, als zodanig lijkt de noordwestelijke rand van de krater een rivierdelta te zijn, een waaiervormige sedimentafzetting die zich gedurende vele jaren in lagen heeft opgebouwd. De onderzoeksresultaten van de analyse van beelden van de Perseverance werden in deze nieuwe studie (inclusief beelden van de landing van 18 februari j.l. ) recent  gepubliceerd in Nature, Science.

Deze afbeelding toont de locaties van Perseverance (ro), en de Kodiak-rots (lo) plus verschillende steile oeverhellingen (‘escarpments’) langs de delta van de Jezero-krater. Credits: NASA/JPL-Caltech/Universiteit van Arizona/USGS

Nadat Perseverance was geland, begon het opnamen te maken van zijn omgeving, inclusief een reeks steile hellingen ongeveer 2,2 km naar het noordwesten, en een kleine heuvel bijgenaamd Kodiak naar het zuidwesten, op ongeveer dezelfde afstand. In zijn oude verleden bevond Kodiak zich aan de zuidelijke rand van de delta, wat in die tijd een intacte geologische structuur zou zijn geweest. Vóór de komst van Perseverance was Kodiak alleen vanuit een baan om de aarde gefotografeerd. Met behulp van zijn Mastcam-Z en Remote Micro-Imager (RMI) instrumenten was de rover in staat om voor het eerst de stratigrafie – de volgorde en positie van gesteentelagen, die informatie geeft over de tijdschalen van geologische afzettingen – langs de oostelijke zijde van Kodiak in beeld te brengen. En inderdaad, de rotsen tonen sporen van een waterig verleden. De sedimentlagen in de oostelijke zijde van Kodiak, evenals de lagere delen van de noordwestelijke steile hellingen, komen overeen met wat zou worden verwacht voor een rivierdelta hier op aarde.

De Kodiak-rots, overblijfsel van de waaiervormige afzetting van sedimenten in de Jezero-krater, foto 22-2-2021. Credits: NASA/JPL-Caltech/ASU/MSSS

Nicolas Mangold, hoofd-auteur van de studie stelt: “Nooit eerder was zo’n goed bewaarde stratigrafie zichtbaar op Mars”, en vervolgt: “Dit is de belangrijkste observatie die ons in staat stelt om voor eens en voor altijd de aanwezigheid van een meer en rivierdelta bij Jezero te bevestigen.” Extra aanwijzingen werden gevonden op de bovenste delen van de steile hellingen. Veel grotere stenen en keien lagen daarboven verspreid, sommige tot 1,5 m breed, wat erop wees dat ze door overstromingen van buiten de krater waren getransporteerd. Het team schatte dat deze waterwegen met snelheden tussen 6 en 30 km/u moesten reizen. Al met al suggereert het onderzoek dat het meer dat de Jezero-krater vulde gedurende zijn aanwezigheid behoorlijk dynamisch was met en dit beter inzicht in de hydrologische cyclus zal grote voordelen opleveren voor de toekomstige Mars Sample Return missie, aldus het team. Uiteindelijk is het doel om Mars-monsters terug te brengen naar de aarde, waar betere instrumenten op zoek kunnen gaan in de stenen naar tekenen van oud leven. “Het fijnste materiaal aan de onderkant van de delta bevat waarschijnlijk onze beste gok voor het vinden van bewijs van organische stoffen en biosignaturen”, aldus Sanjeev Gupta, co-auteur van het onderzoek, en vervolgt: “En de keien op de top zullen ons in staat stellen om oude stukken korstgesteente te onderzoeken. Beide onderzoeken zijn hoofddoelen voor de voor de Mars Sample Return missie. Deze staat gepland voor 2026. Bronnen: NASA/MIT

NASA’s Nancy Grace Roman ruimtetelescoop bereikt belangrijke bouwtechnische mijlpalen

NASA heeft recent onthuld dat alle ontwerp- en ontwikkelingstechnische werkzaamheden aan de Roman Space Telescope (RST), voorheen de WFIRST, zijn voltooid.  Deze ruimtetelescoop moet astronomen meer inzicht gaan geven in de aard van donkere energie en ook op zoek gaan naar exoplaneten, en zogenoemde ‘weesplaneten’ Aan de telescoop wordt gewerkt door NASA’s Goddard Space Flight Center in Greenbelt, Maryland, NASA JPL en Caltech. In deze perspublicatie van NASA zegt Julie McEnergy, senior projectwetenschapper bij de Roman Space Telescope het volgende over de vorderingen: “Na het bekijken van onze uitgebreide hardwaretesten en geavanceerde modellering, heeft een onafhankelijk beoordelingspanel bevestigd dat het observatorium dat we hebben ontworpen zal werken.” Nu de basis is gelegd, is het team enthousiast om door te gaan met het bouwen en testen van het observatorium. Jackie Townsend, plaatsvervangend projectmanager voegde toe: “Nu deze beoordeling is voltooid, gaan we de spannende fase in waarin we de vluchthardware die we van plan zijn te gaan gebruiken gaan assembleren en testen.” En vervolgt: “Als al onze vluchthardware klaar is in 2024, houden we het ‘System Integration Review’ en integreren we het gehele observatorium. Ten slotte zullen we de telescoop testen in omgevingen die de lancering en geplande baan simuleren om er zeker van te zijn dat de RST werkt zoals ontworpen.” De missie is gepland om uiterlijk in mei 2027 te lanceren.
Bovenstaande foto toont de  opstelling voor het testen van de ruimteomgeving van de technische ontwikkelingseenheid voor Roman’s Solar Array Sun Shield, die twee doelen zal dienen. Ten eerste zal het elektrische stroom leveren aan het observatorium. Ten tweede zal het de Optical Telescope Assembly, het WFI  en de CGI instrumenten beschermen tegen zonlicht. Credits: NASA/Chris Gunn
De ruimtetelescoop werd in 2010 aanbevolen door het National Research Council van de VS als topprioriteit voor astronomisch onderzoek van het volgende decennium. Werkzaamheden startten in 2011. In 2016 werd de WFIRST goedgekeurd voor ontwikkeling en lancering. De telescoop bezit een 2,4 brede spiegel die stellair licht reflecteert naar beeldsensoren voor verwerking en draagt twee wetenschappelijke instrumenten bij zich. Het Wide-Field Instrument (WFI), dit is een nabij-infraroodcamera, die een beeldscherpte biedt die vergelijkbaar is met die van de Hubble over een gezichtsveld van 0,28 vierkante graden, 100 keer groter dan de beeldcamera’s van de HST. Het Coronagraphic Instrument (CGI) is een camera en spectrometer, met een hoog contrast en een klein gezichtsveld die zichtbare en nabij-infrarode golflengten bestrijkt m.b.v. nieuwe technologie voor het onderdrukken van sterrenlicht. De RST’s primaire missie is gericht op de expansiegeschiedenis van het heelal en de groei van de kosmische structuur met meerdere methoden in overlappende roodverschuivingsbereiken, met als doel het nauwkeurig meten van de effecten van donkere energie. Op 20 mei 2020 kondigde NASA-hoofd Jim Bridenstine aan dat de missie de Nancy Grace Roman Space Telescope zou worden genoemd als erkenning voor de fundamentele rol van Nancy Roman als Chief of Astronomy op het gebied van astronomieonderzoek vanuit de ruimte. De telescoop gaat ook op zoek naar exoplaneten en hun potentieel voor het ondersteunen van leven.

Nancy Roman (1925 – 2018), Goddard Space Flight Center Credits; NASA

Nancy Roman werd geboren in Nashville, Tennessee op 16 mei 1925. Als kind voelde ze zich aangetrokken tot de sterren. Roman vertelde ooit in een korte NASA-documentaire. ‘Ik gaf mijn moeder de schuld omdat ze me altijd mee uit nam en me de sterrenbeelden liet zien en me het noorderlicht liet zien en dat soort dingen.” Roman behaalde een Bachelor of Science in de astronomie aan Swarthmore College en een doctoraat aan de Universiteit van Chicago. In 1955 besloot ze een baan aan te nemen bij het US Naval Research Laboratory, en in 1959 werd ze een van de eerste groep arbeiders die zich bij NASA voegde, als hoofd astronomie en relativiteit bij het Office of Space Science, slechts zes maanden nadat het bureau was opgericht. Bij NASA drong Roman aan op de ontwikkeling van een orbitale telescoop om kosmische straling in de ruimte te meten die anders onmogelijk op aarde te detecteren zou zijn vanwege atmosferische interferentie. Ze heeft bijgedragen aan de ontwikkeling van vier in een baan om de aarde draaiende astronomische observatoria tussen 1966 en 1972, en hielp bij het opzetten van de International Ultraviolet Explorer, een gezamenlijk NASA/ESA project. Roman speelde ook een centrale rol bij het overtuigen van het congres om de ontwikkeling van de Hubble-telescoop ter waarde van $ 36 miljoen te financieren. In 1998 beschreef Hubble’s hoofdwetenschapper Ed Weiler haar als ‘de moeder van de Hubble-ruimtetelescoop’. Ze stierf op 25 december 2018 een natuurlijke dood – op 93-jarige leeftijd.  Bron: NASA