Kunnen astronomen de klimaatverandering beperken?

Credit: Tumisu/Pixabay.

Kunnen astronomen de klimaatverandering beperken? Daarover spraken Leids astronoom Leonard Burtscher en zijn collega’s op de jaarlijkse bijeenkomst van de European Astronomical Society. Voor het tweede jaar op rij was deze online. En volgens Burtscher moet dat vooral zo blijven. Tijdens een speciale sessie zette hij uiteen wat astronomen nog meer kunnen doen om het klimaatprobleem tegen te gaan. Een samenvatting is nu gepubliceerd in Nature Astronomy.

‘We kunnen moeilijk tegen het publiek en de politiek zeggen: “Er is geen Planeet B”, maar vervolgens wel op het vliegtuig springen voor de volgende internationale conferentie,’ aldus de auteurs. Samen met nog een aantal astronomen richtten zij in 2019 Astronomers for Planet Earth (A4E) op. Deze organisatie wil het vakgebied verduurzamen en helpt astronomen over de klimaatcrisis te communiceren. Dat doen ze bijvoorbeeld met behulp van workshops, conferenties en campagnes.

Begin bij jezelf, maar waar?

Om concrete stappen te kunnen zetten, berekende A4E de CO2-voetafdruk van verschillende astronomische entiteiten, zoals observatoria, instituten en conferenties. ‘Zo konden we de grootste boosdoeners eruit pikken,’ vertelt Burtscher. ‘Dat zijn elektriciteit, (intercontinentale) vluchten, nieuwe aankopen zoals computers, het verwarmen en koelen van gebouwen en bouwmaterialen.’ Verder zijn er regionale verschillen – het ene land wekt energie duurzamer op dan het ander – en verschillen per instituut – niet alle instituten zijn bijvoorbeeld goed bereikbaar per trein. Ook interessant: senior astronomen hebben een grotere voetafdruk dan beginnende astronomen. Dat komt omdat zij bijvoorbeeld vaker naar conferenties gaan.

De koolstofvoetafdruk van astronomisch onderzoek zoals bepaald voor het International Centre for Radio Astronomy Research (ICRAR) in Perth, Australië14 (linksboven), voor het Max Planck Institute for Astronomy (MPIA) in Heidelberg, Duitsland15 (rechtsboven), voor de jaarlijkse bijeenkomst van de European Astronomical Society (EAS) 2019 in Lyon, Frankrijk5 (linksonder), en voor de European Southern Observatory (ESO)13 (rechtsonder).

Dit kunnen astronomen zelf doen

Aan de hand van deze inventarisatie komt A4E met twee belangrijke manieren om uitstoot te verminderen:

  1. Overstappen op duurzame energie
  2. Minder vliegen

Burtscher: ‘We moeten af van elektriciteit die draait op fossiele brandstoffen. Zo kunnen instituten en universiteiten bijvoorbeeld hun eigen zonnepanelen aanschaffen. Daarnaast kunnen ze overstappen op een groene energieleverancier, om tekorten aan te vullen met stroom opgewekt uit wind en water.’

En daarnaast dus: minder vaak in het vliegtuig stappen. ‘Vluchten naar bijvoorbeeld conferenties zijn verantwoordelijk voor 25 tot 50 procent van de uitstoot van instituten,’ zegt Burtscher. Maar als je naar de andere kant van de wereld moet, pak je niet zo makkelijk de trein. ‘De laatste anderhalf jaar hebben we echter bewezen dat we elkaar ook kunnen ontmoeten zonder te vliegen,’ zeggen de auteurs. ‘Het is niet alleen beter voor het milieu, maar ook inclusiever, toegankelijker, eerlijker en veiliger.’ Toch begrijpen de auteurs ook dat ontmoetingen met internationale collega’s een groot pluspunt zijn van het vak. ‘We zullen een cultuurshift moeten maken. We moeten over van ‘face-to-face tenzij niet mogelijk’ naar ‘online tenzij echt noodzakelijk’. A4E wil proberen deze beweging te versnellen.

Overtuig ook het brede publiek

‘We moeten ons grote bereik gebruiken om mensen te waarschuwen voor de schade die we onze aarde toebrengen.’

Maar A4E wil nog een stapje verder gaan. ‘Hoe mooi zou het zijn als we de ernst en noodzaak van de klimaatcrisis ook duidelijk konden maken aan het publiek, de politiek en beleidsmakers?’, schrijven ze in Nature Astronomy. ‘Juist omdat het publiek zo geïnteresseerd is in het heelal, hebben we een groter bereik dan welk wetenschappelijk vakgebied dan ook. We zijn daarom verplicht dat bereik voor het goede te gebruiken. We moeten het publiek waarschuwen voor de schade die we onze aarde aandoen. We zijn geen klimaatwetenschappers, maar juist dat maakt ons standpunt neutraal, het publiek vertrouwt ons. Daarom moeten we onze stem gebruiken om op te roepen tot actie en klimaatwetenschappers te steunen.’

Terug naar een beter normaal

Volgens de auteurs moeten we de veranderingen die ons zijn opgedrongen door de corona-pandemie gebruiken om een nieuw en beter normaal te definiëren. ‘Een normaal dat ecologisch duurzaam, inclusief en eerlijk is.’ Daarbij is het belangrijk dat onderzoekers op alle carrièreniveaus en uit alle landen gelijke kansen krijgen en het eens worden op elk niveau: institutioneel, nationaal en internationaal. ‘We moeten de virtuele tools omarmen waarmee we online kunnen samenwerken, pleiten voor een rechtvaardige overgang naar duurzame energie en weigeren terug te keren naar onze verspillende praktijken uit het verleden. Wij zijn de discipline die het scherpst inziet dat er geen Planeet B bestaat: onze daden moeten met deze waarheid stroken.’

Publicatie

Burtscher, L., Dalgleish, H., Barret, D. et al. Forging a sustainable future for astronomy. Nat Astron 5, 857–860 (2021).

Bron: Leiden Observatory.

Radiosterrenkundige en Nobelprijswinnaar Antony Hewish (1924-2021) overleden

Antony Hewish (1924-2021). Credit: Univ. Cambridge.

Op 13 september j.l. is Antony Hewish (1924-2021) op 97-jarige leeftijd overleden, de radiosterrenkundige die in 1974 samen met Martin Ryle de Nobelprijs voor de Natuurwetenschappen ontving. Hewish kreeg die prijs voor zijn ‘beslissende bijdrage bij de ontdekking van pulsars’, al was dat eigenlijk de verdienste van Jocelyn Bell Burnell en had ook zij minstens een deel van de prijs moeten krijgen. Hewish was één van de Britse pioniers in de radiosterrenkunde. In de Tweede Wereldoorlog hield hij zich al bezig met de ontwikkeling van radarapparatuur in vliegtuigen, waar hij voor de eerste keer met Martin Ryle samenwerkte. In 1965 construeerde Hewish een nieuwe radiotelescoop, de Interplanetary Scintillation Array, met de bedoeling om zonnewinden te bestuderen en hiermee te bepalen welke sterren quasars zijn.

De Interplanetary Scintillation Array. Credit: Univ. van Cambridge.

Deze radiotelescoop bestond uit zo’n 2000 in rijen opgestelde, met elkaar verbonden dipoolantennes die aan een duizendtal palen waren bevestigd en een oppervlak besloegen van ruim 18.000 m². Het was met die telescoop dat Hewish’ promovendus Jocelyn Bell in 1967 signalen opving met een erg regelmatige herhaling. Toen de signalen niet van een aardse bron afkomstig bleken te zijn werd nog even gedacht aan Little Green Men: een buitenaardse bron die contact zoekt met de aarde. Maar toen vervolgens andere pulserende radiobronnen werden ontdekt kwamen Hewish en Bell in dit artikel met de hypothese dat de signalen die zij vonden afkomstig waren van de snel roterende neutronenster (PSR B1919+21) die elektromagnetische straling uitzendt in de vorm van snelle pulsen met een frequentie van 1.3373 seconden. Bron: Wikipedia.

Heino Falcke heeft de Amaldi Medal 2021 ontvangen

Heino Falcke. Credit: Radboud Universiteit Nijmegen

Prof. Dr. Heino Falcke heeft op 7 september de Amaldi Medal (European Prize for Gravitation) 2021 van de Italian Society on General Relativity and Gravitation (SIGRAV) ontvangen. Falcke ontvangt de prijs voor zijn uitzonderlijke bijdrage aan het zwaartekrachtonderzoek.

De prijs, bestaande uit een gouden medaille, is vernoemd naar Eduardo Amaldi, een Italiaans natuurkundige en mede-oprichter van CERN. De medaille wordt elke twee jaar uitgereikt aan een natuurkundige die een belangrijke bijdrage levert aan zwaartekrachtonderzoek in Europa. De eerste ontvanger van de medaille was nobelprijswinnaar Roger Penrose in 2004.

Prijzenregen
Heino Falcke combineert in zijn onderzoek theoretische, experimentele en observationele astronomie om Einsteins algemene relativiteitstheorie te testen. In 2000 stelde hij voor de schaduw van een zwart gat af te beelden en werd een van de grondleggers van het Event Horizon Telescope-consortium dat de eerste foto van een zwart gat publiceerde in 2019.

De Amaldi Medal is één van de vele prijzen die Heino Falcke de afgelopen jaren heeft ontvangen voor zijn onderzoek. Eerder dit jaar ontving hij al de Henry Draper Medal(verwijst naar een andere website) van de US National Academy of Sciences, de Robert M. Petrie Prize Lectureship van Canadian Astronomical Society en in 2020 ontving hij, samen met de gehele Event Horizon Telescope collaboration, de Breakthrough Prize(verwijst naar een andere website): ook wel de Oscar van de wetenschap genoemd. Bron: Radboud Universiteit.

Natuurkundige Steven Weinberg (1933-2021) overleden

Steven Weinberg (1933-2021). Credit: Luboš Motl (Lumidek) via Wikipedia.

De Amerikaanse natuurkundige Steven Weinberg is vandaag op 88-jarige leeftijd overleden. in 1979 was hij winnaar van de Nobelprijs voor de Natuurkunde voor zijn bijdragen, samen met Abdus Salam en Sheldon Glashow, aan de unificatie van de zwakke kernkracht en elektromagnetische interactie tussen elementaire deeltjes. Die theorie van de unificatie maakte hem één van de architecten van het Standaard Model van de elementaire deeltjes en de natuurkrachten daartussen. Voor het grote publiek was hij vooral bekend door zijn boek ‘De eerste drie minuten’, waarin hij beschreef wat er in de eerste periode na de oerknal gebeurde, waarmee het heelal 13,8 miljard jaar geleden ontstond. Ik dacht dat boek ook nog ergens te hebben, maar een speurtocht op zolder heeft niets opgeleverd, wel een ander boek van Weinberg dat ik bleek te hebben:

In dat boek uit 1993 beschrijft Weinberg zijn poging om te komen tot een finale theorie van de natuurkrachten, een theorie die helaas nog steeds een droom is en waar wereldwijd nog steeds aan gewerkt wordt (de bekende Theory of Everything, TOE).

Steven Weinberg, Rest in peace! Bron: In the Dark.

Kees de Jager (100) overleden

Kees de Jager bij de Merz-telescoop op Sonnenborgh, 1953. (c) Sonnenborgh.

Prof. Kees de Jager is gisterenmiddag op honderdjarige leeftijd overleden in zijn geboorteplaats Den Burg. Als pionier van het Nederlandse ruimteonderzoek richtte hij de voorloper van SRON op en als vooraanstaand astronoom leidde hij lange tijd sterrenwacht Sonnenborgh. Tot vlak voor zijn dood is De Jager door blijven gaan met publiceren en het populariseren van wetenschap.

Kees de Jager (29 april 1921 Den Burg, Texel – 27 mei 2021 Den Burg, Texel) studeerde natuur-, wis- en sterrenkunde aan de Universiteit Utrecht. In 1952 promoveerde hij bij prof. dr. Marcel Minnaert op onderzoek naar de waterstoflijnen in het zonnespectrum. Zijn wetenschappelijke interesses waren echter breed en verschoven later naar o.a. zonnevlammen en super- en hyperreuzen. Hij richtte in 1961 het Laboratorium voor Ruimteonderzoek (voorloper van SRON) op en was daar tot 1983 de eerste directeur. Het leidde onder meer tot de lancering van de eerste Nederlandse satelliet ANS. In diezelfde tijd (1964-1977) was hij directeur van het sterrenkundig instituut Sonnenborgh, dat wereldwijd naam maakte met het zonneonderzoek van Minnaert en De Jager.

Officiële functies
Als alom gewaardeerd wetenschapper, bestuurder en organisator van wetenschap bekleedde hij functies als secretaris-generaal van de IAU (Internationale Astronomische Unie) en president van COSPAR (Committee on Space Research). Tientallen eerbewijzen vielen hem ten deel, waaronder eredoctoraten, de Russische Gagarinmedaille voor ruimteonderzoek en de Gold Medal van de Royal Astronomical Society London.

Popularisator
Als gedreven popularisator van wetenschap raakte hij bekend en geliefd om zijn grote betrokkenheid en inspanningen voor de amateursterrenkunde. Het leverde hem als waardering verschillende onderscheidingen en erelidmaatschappen op bij de KNVWS en andere verenigingen in Nederland. Hij gaf tijdens zijn leven ontelbare publiekslezingen tot op zeer hoge leeftijd. Als schrijver publiceerde hij tientallen boeken en honderden (populairwetenschappelijke) artikelen, waaronder zijn memoires in Terugblik 1 en 2. Als aimabel mens en leermeester was en blijft hij een grote bron van inspiratie voor generaties (amateur-) sterrenkundigen.

In Memoriam
‘Kees was een markante persoonlijkheid, een eminent sterrenkundige, een uitstekende bestuurder en een begenadigd spreker,’ zegt Frank Verbunt (SRON), astronoom en oud-leerling van Kees de Jager. “Als geboren Texelaar ongevoelig voor autoriteit en wars van nonsens, maar bovenal een zeer aimabel mens. Zijn grote kennis van zaken, gepaard met een sympathiek karakter en diplomatieke gaven zullen daarbij zeker een rol hebben gespeeld, evenals het feit dat hij als Nederlander vloeiend Frans, Duits en Engels sprak. Het stempel dat Kees op de sterrenkunde heeft gedrukt is niet meer uit te wissen.”

Bas Nugteren (oud-directeur Sonnenborgh): “Kees bleef altijd de vriendelijke, bescheiden man, altijd geïnteresseerd in het wel en wee van anderen en die altijd aanspreekbaar was. Hij was een drijvende kracht om in de historische sterrenwacht van Sonnenborgh een publiekssterrenwacht en museum voor weer- en sterrenkunde te maken. Het leven van Kees, wetenschappelijk en als inspirator en popularisator, is diep verbonden geweest met Sonnenborgh; een plaquette op de oude sterrenwacht memoreert voor altijd deze grote man. Kees stond niet alleen op de schouders van reuzen, hij was er zelf ook één.”

De Amsterdamse emeritus hoogleraar Ed van den Heuvel zegt over Kees de Jager: “Wereldvermaard sterrenkundige, pionier van het Nederlandse en Europese ruimteonderzoek, inspirerend docent, groot popularisator van de wetenschap, bestrijder van pseudowetenschap, getalenteerd wetenschapsdiplomaat, marathonloper en schrijver.”

Bekijk hier de viering van Kees de Jagers honderdste verjaardag, op 29 april j.l., op Sonnenborgh:

Bron: Astronomie.nl.

Jacco Vink gaat met grote subsidie op jacht naar de bronnen van gammastraling

De nachtelijke hemel, met de Melkweg, zoals gezien in Namibië, met één van de H.E.S.S. telescopen op de achtergrond. Hierin gemonteerd op de juiste locatie: de gammastraling van de bronnen in de Melkweg. Credit: H.E.S.S., F. Acero.

Jacco Vink (Universiteit van Amsterdam) heeft een ‘NWO-groot’-subsidie van 1,5 miljoen euro gekregen van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO). Met dit geld kan Nederland zeer gespecialiseerde camera’s ontwikkelen en produceren voor de toekomstige zuidelijke Cherenkov Telescope Array (CTA) die wordt gebouwd in het noorden van Chili. Vink gaat het project uitvoeren met astronomen en natuurkundigen van de Universiteit van Amsterdam (Sera Markoff en Christoph Weniger), de Rijksuniversiteit Groningen (Manuela Vecchi en Andrey Baryshev) en het daar gevestigde NOVA-lab.

De array van 50 telescopen gaat indirect de gammastraling meten van fotonen (lichtdeeltjes) die de atmosfeer binnendringen en daar een wolk van voornamelijk elektronen genereren die met bijna de lichtsnelheid bewegen. Deze elektronen stralen daardoor een blauwachtig licht uit: Cherenkov-straling. De telescopen van de CTA registreren deze nanoseconde-flitsen van blauw licht en meten de richting waarin de elektronenwolk beweegt. In feite gebruikt CTA dus de atmosfeer als detector: hoe groter het deel van de atmosfeer dat bekeken wordt, des te gevoeliger CTA. Door dezelfde flits met meerdere telescopen te detecteren kan bovendien veel beter bepaald worden in welke richting de elektronwolk beweegt, waardoor ook de richting van het oorspronkelijke gamma-foton veel beter bepaald kan worden. Vandaar het gebruik van zoveel telescopen.

Door de flits vanuit een aantal hoeken te meten kan gereconstrueerd worden uit welke richting de gammastraling kwam en hoeveel energie het gammastralingsfoton had. De locatie van een gammastralingsbron kan zo bepaald worden met een precisie van 0,1% van de maan-diameter, terwijl afbeeldingen gemaakt kunnen worden met een pixel-grootte van 10% van de maan-diameter. Gammastralingsbronnen zijn onder andere jets, aangedreven door zwarte gaten, supernovaresten en neutronensterren, maar wellicht ook de samensmeltende neutronensterren die zwaartekrachtgolven veroorzaken. Ook zware donkere-materiedeeltjes kunnen gammastraling veroorzaken. Dus CTA hoopt ook nieuw licht te werpen op de samenstelling van deze mysterieuze en donkere component van het heelal.

CTA is een Europees project met internationale partners zoals de VS, Japan en Australië. Nederlandse astronomen zijn al langer bij de wetenschappelijke plannen van CTA betrokken, maar deelnemen aan het waarneemprogramma van CTA vereist dat je als land ook bijdraagt aan de constructie. De NWO-groot-subsidie stelt nu ook Nederland in staat dit doen. Het Nederlandse project wordt geleid vanuit de UvA, in nauwe samenwerking met de Rijksuniversiteit Groningen en het daar gevestigde NOVA-lab, gespecialiseerd in het ontwikkelen en bouwen van astronomische detectoren in serieproductie.

Deze computermontage van CTA in Chili illustreert de verschillende typen telescopen. In het midden staan de grootste telescopen bedoeld om lage energie gammastraling te meten. De straling van de hoogste energie zal gemeten worden door de 50 kleinste telescopen die verspreid zullen staan over een gebied van 2×2 km. De Nederlandse bijdrage betreft de camera’s voor deze kleine telescopen. Hier is alleen het centrum van de collectie telescopen te zien. Credit: Gabriel Pérez Diaz (IAC)/Marc-André Besel (CTAO)/ESO/ N. Risinger (skysurvey.org)/cta-observatory.org)

Dit NOVA-team zal de detectoren bouwen voor de 50 telescopen die CTA in staat moeten stellen om gammastraling van zeer hoge energieën te meten, van 10-100 tera-elektronvolt (TeV). De straling zelf wordt veroorzaakt door elektronen en protonen die zelfs een factor 10 meer energie hebben, 100-1000 TeV. Ter vergelijking: de LHC op CERN produceert protonen met energieën van 6,5 TeV.

Deeltjes met hoge energieën, zoals protonen, worden ook gedetecteerd op aarde en komen uit het heelal, de zogeheten ‘kosmische straling’, een vreemde naam omdat het niet echt om straling gaat. Deze deeltjes worden in het heelal afgebogen door kosmische magneetvelden dus wetenschappers kunnen niet zien waar ze oorspronkelijk vandaan komen. Maar de gammastraling die ze veroorzaken komt wel rechtstreeks uit de bron. Met CTA kunnen astronomen zien waar de deeltjes worden versneld, welke energieën ze kunnen bereiken en wat het energiebudget van de deeltjes in die bronnen is.

Voorlopers van de CTA staan in Namibië (H.E.S.S.) en op la Palma (MAGIC). De noordelijke CTA-array komt op La Palma, Canarische Eilanden.

NWO investeert in totaal 20 miljoen euro in zeven projecten voor vernieuwende wetenschappelijke infrastructuur. Deze ‘investeringen NWO-groot’ worden ingezet voor de aanschaf van hoogwaardige apparatuur, dataverzamelingen en software. Zo versterkt NWO de wetenschappelijke infrastructuur, die Nederlandse kennisinstellingen beschikbaar stellen aan de Nederlandse onderzoeksgemeenschap. Bron: Astronomie.nl.

Ewine van Dishoeck ontvangt ERC Advanced Grant voor onderzoek naar chemie bij nieuwe werelden

Ewine van Dishoeck met enkele teamleden. © NOVA

De Leidse hoogleraar Moleculaire Astrofysica Ewine van Dishoeck heeft een Advanced Grant gekregen van de Europese Onderzoeksraad (ERC). Ze ontvangt een bedrag van 2,3 miljoen euro aan onderzoeksgeld voor het programma MOLDISK. Binnen dit programma wil Van Dishoeck de chemie en de natuurkunde verbinden in de planeetvormende schijven rond andere sterren dan de zon.

Met de later dit jaar te lanceren James Webb Space Telescope wil Van Dishoeck met haar groep de binnenste delen van de schijven bestuderen op infrarood-golflengten. Webb zal de gas- en ijsdeeltjes in deze regio’s met grote nauwkeurigheid kunnen waarnemen en de ingrediënten voor de atmosferen van nieuwe planeten kunnen bepalen.

Van Dishoeck was als Europese co-PI van een van de instrumenten op Webb, MIRI, nauw betrokken bij de ontwikkeling en bouw van de nieuwe ruimtetelescoop en krijgt daarom gegarandeerde waarneemtijd. Zij heeft ook al extra tijd toegekend gekregen op de telescoop tijdens de eerste open waarneemronde die medio 2022 van start gaat. Van Dishoeck: “Na de bouw van MIRI zo’n 15-20 jaar geleden staan we nu te popelen om de eerste gegevens te analyseren. Deze grant had niet op een beter moment kunnen komen.”

Van Dishoeck verricht pionerend werk op het gebied van de astrochemie met waarnemingen, theorie en laboratoriumwerk. Ze heeft belangrijke bijdragen geleverd aan een beter begrip van de chemie van interstellaire wolken en de vorming van sterren en planeten. Van Dishoeck is sinds 2007 wetenschappelijk directeur van de Nederlandse Onderzoekschool voor Astronomie (NOVA).

De astrofysicus heeft vele prijzen gewonnen, waaronder de Spinozapremie in 2000, de Albert Einstein World Award of Science in 2015 en de Kavli-prijs in 2018, die ook wel bekend staat als de Nobelprijs voor de sterrenkunde. Het is de tweede keer dat Van Dishoeck een ERC Advanced Grant krijgt toegekend. In 2011 werd haar onderzoeksproject ‘Astrochemistry and the Origin of Planetary Systems‘ door de ERC gehonoreerd met een bedrag van 2,5 miljoen euro.

De ERC verdeelt een bedrag van in totaal 507 miljoen euro onder 209 vooraanstaande Europese wetenschappers. De competitie binnen het ERC-programma is hoog. Van alle ingediende voorstellen is slechts 8% gehonoreerd. Nederland staan dit jaar op de vierde plek met in totaal 17 toegekende ERC-grants. Het aandeel vrouwelijke onderzoekers in dit programma nam licht toe: 23% van de toegekende onderzoeksbeurzen is dit jaar voor vrouwelijk toptalent. Bron: Astronomie.nl.

Kees de Jager wordt 100 jaar – online eeuwfeest voor wereldberoemd astronoom

Kees de Jager bij de Merz-telescoop op Sonnenborgh, 1953. (c) Sonnenborgh

Prof. dr. Kees de Jager. Wereldberoemd astronoom. Pionier van het Nederlandse ruimteonderzoek. Oud-directeur van sterrenwacht Sonnenborgh en ruimte-onderzoeksinstituut SRON. Groot popularisator van wetenschap. Een greep slechts uit de vele pieken in zijn lange en breed georiënteerde loopbaan. Op 29 april wordt hij 100 jaar. Deze astronomische mijlpaal viert de wetenschappelijke gemeenschap online vanuit Sonnenborgh – de plek waarmee Kees de Jager zijn leven lang innig verbonden is geweest.

Online eeuwfeest

Ter ere de 100e verjaardag van Kees de Jager organiseert Sonnenborgh een online bijeenkomst: Kees de Jager 100 jaar. Op 29 april, in aanwezigheid van Kees de Jager vanaf Texel, indien zijn broze gezondheid dit toestaat. Om hem, zijn werk en zijn grote betekenis voor de wetenschap te vieren, zullen spreken: prof. dr. Ewine van Dishoeck (voorzitter International Astronomical Union) en dr. Michael Wise (directeur SRON Netherlands Institute for Space Research). Dr. Sebastiaan de Vet (voorzitter Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Weer en Sterrenkunde) zal vertellen over het zonneonderzoek van Kees de Jager dat op Sonnenborgh plaatsvond. Daar studeerde hij, dook hij onder, promoveerde hij, gaf hij colleges en woonde hij veertig jaar lang. Tevens zal er een plaquette met een beeltenis van Kees de Jager onthuld worden. Deze plaquette wordt aangeboden door vrienden van Kees de Jager en komt aan de buitengevel van de sterrenwacht te hangen.

Bijwonen

Pers en geïnteresseerden kunnen zich aanmelden voor deze bijeenkomst via deze link.  U ontvangt een zoom-link voor deelname, enkele dagen voor 29 april.

Wetenschappelijke duizendpoot

Prof. dr. Cornelis (Kees) de Jager (29 april 1921 Den Burg, Texel) studeerde natuur-, wis- en sterrenkunde aan de Universiteit Utrecht. In 1952 promoveerde hij bij prof. dr. Marcel Minnaert op onderzoek naar de waterstoflijnen in het zonnespectrum. Zijn wetenschappelijke interesses waren echter breed en verschoven later naar o.a. zonnevlammen en super- en hyperreuzen. Hij richtte in 1961 het Laboratorium voor Ruimteonderzoek (voorloper van SRON) op en was daar tot 1983 de eerste directeur. Het leidde onder meer tot de lancering van de eerste Nederlandse satelliet ANS. In diezelfde tijd (1964-1977) was hij directeur van het sterrenkundig instituut Sonnenborgh, dat wereldwijd naam maakte met het zonneonderzoek van Minnaert en De Jager.

Als alom gewaardeerd wetenschapper, bestuurder en organisator van wetenschap bekleedde hij functies als secretaris-generaal van de IAU (Internationale Astronomische Unie) en president van COSPAR (Committee on Space Research). Tientallen eerbewijzen vielen hem ten deel, waaronder eredoctoraten, de Russische Gagarinmedaille voor ruimteonderzoek en de Gold Medal van de Royal Astronomical Society London. Als gedreven popularisator van wetenschap gaf hij ontelbare lezingen tot op zeer hoge leeftijd. Als schrijver publiceerde hij tientallen boeken en honderden artikelen, waaronder zijn memoires in Terugblik 1 en 2. Als aimabel mens en leermeester is hij een grote bron van inspiratie voor generaties (amateur-) sterrenkundigen.

Sonnenborgh organiseert “Kees de Jager 100 jaar” in samenspraak met de partners KNAW, KNVWS, NIOZ, NOVA, SRON en de Universiteit Utrecht. Bron: Astronomie.nl.

Sterrenkundige Amina Helmi ontvangt Lodewijk Woltjer Lecture award

Portretfoto van sterrenkundige Amina Helmi. (c) Amina Helmi

De Lodewijk Woltjer Lecture award 2021 is toegekend aan de Nederlandse astronoom prof. dr. Amina Helmi (Rijksuniversiteit Groningen). Deze prijs wordt door de European Astronomical Society (EAS) uitgereikt aan wetenschappers die een uitzonderlijke prestatie op hun vakgebied hebben geleverd. De prijs houdt in dat Amina Helmi de Woltjer-lezing tijdens de jaarlijkse EAS-conferentie mag houden, die dit jaar van 28 juni t/m 2 juli opnieuw virtueel in Leiden plaatsvindt. Ook ontvangt zij een medaille.

Sterrenkundige archeologie

Amina Helmi mag de lezing, die vernoemd is naar de befaamde Nederlandse astronoom Lodewijk Woltjer (1930-2019), houden vanwege haar uitzonderlijke carrière in de sterrenkunde, in het bijzonder op het gebied van galactische archeologie: de reconstructie van de geschiedenis van sterrenstelsels aan de hand van de huidige posities, bewegingen en samenstelling van sterren. Als sterrenkundig archeoloog zoekt ze naar overblijfselen van oude sterrenstelsels om aan de hand hiervan de evolutie van onze Melkweg te reconstrueren.

Helmi is hoogleraar Dynamica, structuur en vorming van de Melkweg aan het Kapteyn Instituut van de Rijksuniversiteit Groningen, en adjunct-directeur van NOVA, de Nederlandse Onderzoekschool voor Astronomie. In 2019 ontving ze de NWO-Spinozapremie, de hoogste wetenschappelijke onderscheiding in Nederland.

European Astronomical Society

De EAS, die de Lodewijk Woltjer Lecture in 2010 in het leven riep als eerbetoon aan Lodewijk Woltjer, promoot de astronomie in Europa en bevordert de samenwerking tussen Europese onderzoeksinstituten op dit gebied.

Lodewijk Woltjer

De sterrenkundige Lodewijk Woltjer studeerde aan de Universiteit Leiden onder de beroemde sterrenkundige Jan Oort. Hij was de langstzittende directeur van de Europese Zuidelijke Sterrenwacht (ESO), van 1975-1987. Onder zijn leiderschap brak er een nieuw tijdperk voor de ESO aan waarin grote sprongen werden gemaakt in de ontwikkeling van geavanceerde technologie voor (optische) telescopen, zoals voor ESO’s Very Large Telescope (VLT). In 1994 en 1997 was Woltjer president van de International Astronomical Union (IAU). Bron: Astronomie.nl.

Avi Loeb, ‘Oumuamua, Breakthrough Initiatives ‘Starshot’

Recentelijk ging een Astroblog van Olaf van Kooten over de bekende fysicus en astronoom Avi Loeb, zijn nieuwste boek en Loeb’s standpunt inzake ‘Oumuamua, of laatstgenoemde mogelijk een buitenaards ruimteschip zou zijn. Het artikel eindigt met de vraag hoe ‘wij’, lezers, het publiek, hierover dachten. Was Avi Loeb, professor aan Harvard, met een indrukwekkende staat van dienst op het veld van de natuurkunde en astronomie, acht boeken op zijn naam en betrokken bij gerenommeerde onderzoeksinstituten enigszins van het pad af met te denken dat ‘Oumuamua mogelijk een buitenaards ruimteschip was, i.d. type lichtzeil, of is dit toch niet zo een gek idee? Hoe dan ook, momenteel kunnen we, bij gebrek aan bewijs en tot zich weer een andere ‘Oumuamua aandient, voorlopig stellen dat we niet zoveel verder zijn. Het artikel maakte zeker het een en ander los, gezien de vele reacties. Het is daarom dat ik in dit blogje wil uitleggen waarom ik een verband zie tussen Loeb’s standpunt en Breakthrough Starshot, een voorgestelde interstellaire missie naar het stersysteem Alpha Centauri, en vanmiddag zo zag ik, ook aangestipt door Theo Prinse in zijn reactie. Lees verder