‘Vulkaankomeet’ 29P/Schwassmann-Wachmann toont grootste uitbarsting in 40 jaar

Dat komeet 29P een aparte eend in de kometenbijt is was al langer bekend. De komeet is een soort ijsvulkaaan die rond de zon voorbij Jupiter draait, en, zover bekend, is het een van de meest vulkanisch actieve hemellichamen in ons gehele zonnestelsel. Astronomen hebben ontdekt dat 29P wel zo een twintig keer per jaar uitbarst, en daarbij gemiddeld een tot vijf keer zo helder wordt.  Recentelijk  ontdekte astronomen dat er zich de grootste uitbarsting in 40 jaar heeft voor gedaan. De uitbarsting verhoogde de helderheid van de komeet zo’n 250 keer, en is ook met (amateur)-telescopen nog goed te bekijken, zie tips onder het artikel.

Komeet 29/P Schwassmann-Wachmann Credits; NASA/JPL/Spitzer

De komeet 29P behoort tot de klasse van de ‘Centauren’, een klasse kometen die rond de zon voorbij Jupiter draaien. Inmiddels zijn er 500 van deze Centauren bekend. Zie ook deze recente Astroblog over deze bijzondere groep ‘hybride’ kometen. Eind september j.l. barstte 29P vier keer snel achter elkaar uit, waarbij bellen van cryomagma de ruimte in werden geblazen. De amateur-astronoom Eliot Herman uit Arizona heeft het puin in de gaten gehouden: “Aanvankelijk leek het een helder compact object”, zegt Herman. “Nu is de uitdijende wolk 1,3 boogminuten breed (groter dan Jupiter) en voldoende transparant voor achtergrondsterren om er doorheen te schijnen.” Het object werd in 1927 ontdekt, zijn ongewone bijna cirkelvormige baan tussen Jupiter en Saturnus viel op, alsook de veelvoud aan uitbarstingen die 29P toonde. Waarnemingen van de afgelopen jaren laten zien dat uitbarstingen wel twintig keer per jaar voorkomen. Astronoom Dr. Richard Miles, verbonden aan de British Astronomical Association (BAA), heeft speciaal studie gemaakt van dit object. Miles stelt: “De huidige uitbarsting, die op 25 september begon, lijkt de meest energieke van de afgelopen 40 jaar te zijn,” en vervolgt, “Binnen een tijdsbestek van slechts 56 uur vonden vier uitbarstingen snel achter elkaar plaats, waardoor een ‘superuitbarsting’ ontstond.” Miles heeft een theorie ontwikkeld om uit te leggen wat er gebeurt. De 29P, aldus Miles, is bedekt met ijsvulkanen. Er is geen lava. In plaats daarvan worden de vulkanen aangedreven door een mengsel van vloeibare koolwaterstoffen (bijv. CH4, C2H4, C2H6 en C3H8) vergelijkbaar met die in de meren en stromen van Titan, een maan van Saturnus. In het model van Miles bevat het cryomagma een beetje stof, en is het doordrenkt met opgeloste gassen N2 en CO, allemaal gevangen onder een oppervlak dat op sommige plaatsen de consistentie van was heeft. Deze gevangen, vluchtige stoffen houden ervan om te exploderen wanneer er zich een scheur opent. Een reeks eerdere uitbarstingen, van juni 2020 – april 2021, waren allen relatief klein i.v.m. de recente superuitbarsting, aldus Miles.

Komeet 29P/Schwassmann-Wachmann Credits; NASA/JPL

Miles publiceerde vijf jaar geleden dit wetenschappelijk artikel waarin het resultaat van onderzoek van een decennium aan uitbarstingen werd gepresenteerd, en hij vond enkele patronen. De gegevens suggereren dat 29P elke 57,7 dagen roteert. De meest actieve ventilatieopeningen zijn geconcentreerd aan één kant van de ijsbal in een reeks van lengtes van minder dan 150 graden breed. Er zijn ten minste zes afzonderlijke bronnen geïdentificeerd. Hoewel de meeste uitbarstingen binnen een week of zo verdwijnen, is deze superuitbarsting nog steeds zichtbaar. De reeks uitbarstingen van september j.l. verhoogde de helderheid van de komeet 250-voudig en is sindsdien niet veel afgenomen. Met een magnitude tussen +10 en +11 is de uitdijende wolk ruim binnen het bereik van telescopen in de achtertuin. Herman stelt dat 29P te bekijken is met een 8-inch kijker, en om de wolk op te lossen en individuele sterren te fotograferen die er doorheen schijnen,  gebruikt hij de iTelescope T11 van een halve meter gebruikt.” Komeet 29P bevindt zich in het sterrenbeeld Auriga. Kijk op Sky&Telescope voor observatietips en voor nieuws op de MISSION 29P-website van BAA. Bronnen; SpaceWeather.com/BAA/Sky&Telescope

Planetair onderzoekers simuleren transformatie van asteroïde naar komeet

Een team planetair wetenschappers van NASA/JPL en de Universiteit van Chicago heeft met behulp van computermodellen nauwkeurig het transformatieproces van asteroïde naar komeet kunnen simuleren. Het nieuwe onderzoek legt de dynamiek uit van dit complexe systeem dat wetenschappers meer moet leren over de samenstelling van kometen en de vorming van aardachtige planeten in ons zonnestelsel. Voor het onderzoek heeft dit team het dynamische proces van de Centauren-planetoïden, – dit zijn een soort hybriden, ze delen enkele kenmerken delen met zowel asteroïden als kometen – gemodelleerd en zo getracht te begrijpen hoe de overgang van asteroïde tot komeet tot stand komt. De Centauren is een groep ijzige ruimterotsen die rond de zon draaien bij de gasplaneten Jupiter en Saturnus. Van deze duizenden kleine brokken ijs en gesteente, worden enkele ingevangen in de baan van Jupiter, en richting het binnenste zonnestelsel geslingerd om te transformeren in kometen. Het onderzoek o.l.v. Darryl Segelman wordt gepubliceerd in The Planetary Science Journal, zie hier voor de preprint, arXiv.

Komeet ‘Siding Spring’ Credits; NASA/JPL, Caltech, UCLA

Wetenschappers zijn zeer bekend met de asteroïdengordel bij Mars, en ook met die in de Kuipergordel.
Echter de Centauren is een minder bekende populatie, en zijn zo genoemd daar ze een soort hybriden zijn, die enkele kenmerken delen met zowel asteroïden als kometen. Centauren zijn mogelijk onstaan bij deze voornoemde reuzenplaneten, maar weliswaar het grootste deel van hun bestaan hebben ze doorgebracht in de Kuipergordel, de ring buiten de baan van Neptunus. Gravitatie-interacties hebben de Centauren lang geleden daarheen gewerkt maar ook, relatief recent, weer teruggebracht.
Enkele van de Centauren ondergaan uiteindelijk nog een extra zwaartekrachtstoot die de objecten in de richting van de zon duwt. Deze objecten worden dan kometen, die coma’s en lange, fraaie staarten ontwikkelen als ze de zon naderen en opwarmen. Geschat wordt dat ongeveer de helft van de Centauren, door interactie met de banen van Jupiter en Saturnus naar het centrum van het zonnestelsel geslingerd. Seligman stelt: “Deze objecten zijn erg oud en bevatten ijs uit de vroege dagen van het zonnestelsel dat nooit is gesmolten. En zeer geschikt om de chemische samenstelling van objecten uit het verre zonnestelsel te onderzoeken.

NASA komeet missie EPOXI, flyby Credits; NASA

Mogelijk zouden toekomstige ruimtesondes dit proces over enkele decennia van dichtbij kunnen bestuderen. Een sonde zou naar Jupiter kunnen vliegen, in de baan van Jupiter wachten tot een van deze objecten in de zwaartekracht van de planeet terechtkomt, en ‘meereizen’ met het object om te zien hoe het in realtime een komeet wordt. Dit is een mooi maar destructief proces: de prachtige staart van een komeet wordt geproduceerd als het ijs ervan afbrandt als de temperatuur stijgt. Komeetijs bestaat uit verschillende soorten moleculen en gassen, die elk op verschillende punten op weg naar de zon beginnen op te branden. Seligman: “Je zou kunnen achterhalen waar typische komeetijsvorming plaatsvindt, en ook wat de gedetailleerde interne structuur is, iets dat lastig is te ontdekken met grondtelescopen.” Ook barst het oppervlak van de komeet als het opwarmt, waardoor pokdalingen en kraters ontstaan. Eenmaal in kaart gebracht, kun je aldus Seligman, de dynamiek van het zonnestelsel beter begrijpen, wat belangrijk is voor zaken als het vormen van aardachtige planeten in zonnestelsels, Mede dankzij de ontdekkingen van verschillende grote asteroïdengordels hebben wetenschappers de afgelopen 50 jaar hun theorieën over het ontstaan van ons zonnestelsel herzien. I.p.v. ontwikkeling op hun plaats, stelt men zich nu een veel dynamischer en onstabieler proces van vorming voor; stukken ijs en gesteente die verspreid en tegen elkaar aan botsen, zich opnieuw vormend en rondbewegend binnen het zonnestelsel. Veel van deze objecten vloeiden uiteindelijk samen in de acht grote planeten, maar andere blijven los en verspreid in verschillende gebieden van de ruimte.

Komeet P2019LD2 Hubble, publ. 21 februari 2021 Credits; NASA/HST

Seligman en zijn team identificeerden zelfs een mogelijk doelwit voor een ruimtemissie: een Centaur, de P/ 2019 LD2, die in 2063 dicht bij Jupiter zal cirkelen. Het team heeft berekend dat er een kans van meer dan 98% is, dat deze ontmoeting het object naar de zon zal duwen en het in een komeet zal veranderen. Hun berekeningen tonen verder aan dat een sonde die op de loer ligt in de buurt van Jupiter het object zou kunnen inhalen en een tijd meevliegen, zolang de sonde reeds op weg zou gaan in 2061 naar een van te voren bepaald ontmoetingspunt. En astronomen kunnen uiteraard ook nog andere Centauren identificeren die vóór 2063 zouden kunnen worden bezocht, aldus het team dat hoopt dat dergelijke doelen mogelijk kan worden ontdekt door het Vera C. Rubin Observatorium. Centauren zijn nooit eerder bezocht door een sonde, de missies van NASA’s Discovery-programma, dat relatief goedkope robotische planetaire exploratie verzorgt, koos niet voor Centaur-voorstellen. Bronnen; Universiteit van Chicago/Space.com/NASA/JPL/Astronomy

Nog even over de grootste komeet die we ooit gezien hebben

Credit: Will Gater.

Ik had het er eerder in juni dit jaar al over, de grootste komeet die ooit ontdekt is, toen nog komeet 2014 UN271 geheten. Inmiddels – vier maanden later – heeft de komeet een nieuwe naam, genoemd naar zijn ontdekkers, Bernardinelli-Bernstein (C/2014 UN271). Hij is afkomstig uit de Oortwolk aan de buitenrand van het zonnestelsel en hij is onderweg naar de binnenste regionen. Ergens in 2031 moet dat leiden tot z’n perihelium, die ‘m tot aan de baan van Saturnus brengt. Zelfs als grootste komeet ooit ontdekt zal dat perihelium niet leiden tot spectaculaire beelden, komeet Bernardinelli-Bernstein zal alleen in grote telescopen zichtbaar zijn. Maar waarom begin ik er dan weer over, zal je je wellicht afvragen. Dat is omdat ik bovenstaande infografiek tegenkwam, waarin goed de grootte van de komeet te zien is. De sterrenkundige Will Gater heeft ‘m gemaakt en in de infografiek wordt komeet Bernardinelli-Bernstein vergeleken met andere astronomische objecten, zoals komeet 67P, waar Rosetta jarenlang onderzoek aan heeft gedaan, en Arrokoth, waar de New Horizons vorig jaar langs is gevlogen.

De komeet werd eerder dit jaar ontdekt door Pedro Bernardinelli en Gary Bernstein (University of Pennsylvania), die foto’s bestudeerden die in de periode 2014-2018 waren gemaakt met de 570-megapixel Dark Energy Camera (DECam) op de Víctor M. Blanco 4-meter Telescoop in Chili, de telescoop waarmee ze donkere energie onderzoeken. Bernardinelli en Bernstein denken dat de reis van de naar hen genoemde komeet naar de binnenregionen van het zonnestelsel begon toen de komeet maar liefst 40.000 Astronomische Eenheid van de zon verwidjerd was, da’s 40.000 keer de afstand aarde-zon, 40.000 keer 149 miljoen km, zeg zo’n 3,7 biljoen km, da’s 0,6 lichtjaar, oftewel 1/7e van de afstand tot de meest nabije andere ster, Proxima Centauri. Hieronder zie je een foto van de komeet gemaakt met de DECam in oktober 2017.

Credit: Dark Energy Survey/DOE/FNAL/DECam/CTIO/NOIRLab/NSF/AURA/P. Bernardinelli & G. Bernstein (UPenn)/DESI Legacy Imaging Surveys –

Schattingen wijzen uit dat de kern van de komeet tussen de 100 en 200 km groot is. Momenteel is hij net zo ver van de zon als de planeet Uranus en is hij van een helderheid iets onder de magnitude 20. De baan van komeet Bernardinelli-Bernstein is trouwens wel bijzonder, want die blijkt bijna loodrecht te staan op het baanvlak van het zonnestelsel (zie de illustratie in de vorge blog over de komeet, link bovenaan). Men heeft berekend dat hij welgeteld 612.190 jaar doet over één omloop om de zon, waarbij aangetekend dat er ook berekeningen zijn die dit op 4,5 miljoen jaar houden

Bron: Noirlab.

Het ISS maakt opnieuw ‘slagzij’ door onbedoeld ontbranden van stuwraketten van het Sojoez ruimteschip

Voor de tweede keer in drie maanden tijd heeft het ISS te maken gehad met het ongepland ontbranden van stuwraketten waardoor het ruimtestation als geheel begon te kantelen en van postitie veranderde. Het incident vond plaats, gisteren 15 oktober, om 11:02 NL’se tijd, en het betrokken ruimtevaartuig was de Sojoez MS-18. Deze Sojoez zal Oleg Novitskiy, filmregisseur Klim Shipenko en actrice Julia Peresild zondagochtend, 17 oktober, terug naar de aarde gaan brengen. Een dergelijk incident met stuwraketten gebeurde eerder, op 29 juli j.l.

Sojoez bij het ISS, Credits; NASA

Twee laatstgenoemden, Shipenko en Pereskild, verbleven voor vijf dagen op het ISS voor het maken van een film. Novitskiy is commandant van de Sojoez MS-18. Russische vluchtleiders hadden de stuwraketten van het voertuig om 11:02 NL’se tijd, in een geplande, zogenoemde ‘pre-departure test’ geactiveerd. “Het afvuren van de stuwraketten ging onverwachts door na het einde van het testvenster, wat resulteerde in een positieverandering voor het ISS om 11:13 uur”, aldus NASA. Het ISS kantelde zo een 57 graden, aldus het Russische persbureau Interfax, dat de communicatie tussen Novitskiy en Vladimir Solovyov, de vluchtdirecteur van het Russische segment van het ISS verzorgt. Mission Control tast nog in het duister over de oorzaak. Echter na een half uur was het probleem verholpen, NASA stelt: “Within 30 minutes, flight controllers regained attitude control of the space station, which is now in a stable configuration,” en “The crew was awake at the time of the event and was not in any danger.” “Het is ook onduidelijk waarom de stuwraketten van de MS-18 stopten met vuren. Mogelijk, aldus Timothy Creamer van NASA, heeft het te maken met het bereiken van de brandstoflimiet. Het ruimtestation kantelde ook onbedoeld op 29 juli j.l. De net aangekomen Nauka-module had te kampen met het onbedoeld afvuren van zijn stuwraketten.  Dat incident was veel extremer, het ISS kantelde toen zo een 540 graden, zie o.a. dit artikel in de NYT. Roscosmos stelde dat de oorzaak een softwareprobleem was. Zie ook deze Astroblog. Ondanks dit incident blijft de Sojoez MS-18 op schema om dit weekend terug te keren naar de aarde. Het ruimtevaartuig zal op zaterdag (16 oktober) loskoppelen van het station. Bronnen: NASA/Space.com

Aanwijzingen gevonden voor een gat in het vroege zonnestelsel tussen de binnenste en buitenste regionen

Artistieke impressie van een jonge ster omgeven door een protoplanetaire schijf vol met gaten tussen de ringen. Credits:Credit: National Science Foundation, A. Khan

In het vroege zonnestelsel was de jonge zon omgeven door een roterende protoplanetaire schijf van gas en stof, waarin de planeten ontstonden. Sterrenkundigen hebben aanwijzingen gevonden dat er ergens rond 4,567 miljard jaar geleden in die schijf een gat zat, een soort van grens tussen de binnenste en buitenste regionen. De plek waar die grens lag is bekend: de hoofdgordel van planetoïden tussen Mars en Jupiter. Onderzoeken aan protoplanetaire schijven bij andere sterren laten al jaren zien dat ze scherpbegrensde gaten bevatten, waardoor de sterren omgeven lijken door ringen. De jonge zon lijkt nu ook zo’n gat te hebben gehad, hetgeen ontdekt is door een team van sterrenkundigen onder leiding van Cauê Borlina (MIT). De aanwijzingen daarvoor worden geleverd door meteorieten. Kijk je naar de samenstelling van meteorieten dan blijken er twee soorten te zijn, die qua isotopen van elkaar verschillen – de zogeheten isotopische dichotomie.

ALMA-opname van de protoplanetaire schijf rond V883 Orionis met daarin een gat. Credit: ESO, ALMA (ESO/NAOJ/NRAO); A. Isella; B. Saxton (NRAO/AUI/NSF).

Het onderzoek van Borlina’s groep richtte zich op het achterhalen van het magnetische veld waarin de meteorieten in het vroege zonnestelsel voorkwamen. Met behulp van een superconducting quantum interference device (SQUID) was men in staat te bepalen in welk oer-magnetisch veld de meteorieten zich ooit hadden bevonden en daaruit kwam naar voren dat de twee soorten meteorieten voorkwamen in regionen met een verschillende sterkte van ‘accretie’, het aantrekken door de zon van gas en stof van materie. De accretie in de buitenste regionen was veel sterker dan die in de binnenste regionen van de protoplanetaire schijf. De enige verklaring die het sterke verschil in de mate van accretie kan verklaren is de aanwezigheid van een gat in die protoplanetaire schijf. Mogelijk dat de jonge gasreus Jupiter dat gat heeft veroorzaakt. Het zou echter ook kunnen dat er in de protoplanetaire schijf sterke magnetische velden heersten, die in staat waren om materiaal uit de schijf te werpen en zo een gat te creeëren. In Science publiceerden ze er een vakartikel over. Bron: MIT.

Ruimtetoerisme tijdperk leidt tot verhitte discussies over duurzame ruimtevaart en effecten op het klimaat

Het tijdperk van ruimtetoerisme lijkt met de recente vluchten van Virgin Galactic en Blue Origin inmiddels definitief aangebroken te zijn. Velen, ook ikzelf, kijken vol verwachting toe hoe deze ruimteschepen zich, hetzij stoer en soepel, soms wat sputterend of wankel, maar altijd ronduit indrukwekkend het luchtruim kiezen om in rap tempo hoger sferen tegemoet te gaan. Zoals deze week bijvoorbeeld nog gebeurde met de New Shepard met ‘Captain Kirk’ aan boord. Het onbekende betreden en ontdekken is mijns inziens mooi, het pionieren, exploreren en ontdekken zit verankerd in ons DNA. Inmiddels ligt het ruimtetoerisme nogal onder vuur, figuurlijk dan. Milieugroeperingen en individuele burgers begaan met milieu en klimaat doen hun zegje over deze nieuwe vorm van toerisme, die nu nog alleen toegankelijk is voor de ultrarijken, maar mogelijk in de niet al te verre toekomst meer en meer voor de gewone man bereikbaar wordt. Dat is zeker ook de bedoeling, deze bedrijven willen, nee, moeten zeer veel geld verdienen. Ook bekende personen laten zich inmiddels uit over ruimtetoerisme. Op dit moment is het Prins William van Engeland die de media op zich gericht ziet voor wat betreft kritiek op de vluchten van Jeff Bezos met zijn raket New Shepard en de impact op het milieu. De prins stelde dat er voorrang gegeven moet worden aan problemen hier op aarde.  En ook Virgin Galactic lag eerder dit jaar met zijn energie-slurpende SpaceShipTwo onder vuur in publieke milieu/klimaat-discussies, er volgde recent een stroom aan kritiek. Met de bemoeienis van invloedrijke personen wordt de discussie over ruimtetoerisme (en ruimtevaart in zijn algemeen) nog eens flink aangezwengeld. Want hoe verhoudt ruimtetoerisme zich met de huidige problematiek inzake milieuvervuiling, klimaatverandering, en koolstofvoetadrukken?  Een kort overzicht.

Credits: Blue Origin

Dit jaar was de concurrentie tussen Jeff Bezos en Richard Branson en hun ruimtevaartbedrijven en eerste toeristenvluchten dominant. SpaceX stapte dit jaar in met de Crew Dragon ‘Inspiration4’- missie, maar richt zich ook op o.a. het brengen van astronauten naar het ISS en commerciële maanreizen. Deze zullen de komende jaren plaatsvinden. Musk heeft dus grote plannen voor toerisme, zie o.a. hier. Echter, eerstgenoemde twee miljardairs stonden volop in de picture met hun korte, commerciële ruimtevluchten, en hebben ieder reeds ook persoonlijk een toeristische vlucht meegemaakt. Branson had de primeur, en liet vier toeristen (inclusief hemzelf) en twee piloten aan boord van SpaceShipTwo op 11 juli j.l. genieten. Jeff Bezos volgde rap, op 20 juli j.l. en ging mee met deze NS 16-missie. BO voerde inmiddels twee ruimtevluchten uit met ieder vier toeristen aan boord. Zoals we gezien hebben deze week, met de NS-18, was de media-aandacht groot voor de vluchten. De vluchten waren een succes en deze bedrijven hopen, met in hun kielzog nog enkele andere spelers, zie o.a. World View, de ruimte te kunnen ‘democratiseren’, zoals dat zo fraai heet. Los van het feit dat zo een dure vlucht vooralsnog voor slechts een handjevol mensen bereikbaar is – die desalniettemin ook jaren zullen moeten wachten voor een plekje – neemt met name de discussie over de ecologische impact t.g.v. deze activiteiten recent een astronomische vlucht. De bevolking wereldwijd wordt rijp gemaakt aan het idee gewend te raken, middels talloze klimaatregelingen, minder vlees te eten, meer spullen te recyclen, minder stroom te gebruiken, en als klap op de vuurpijl, iets waar velen enorm plezier aan beleven, hun (vakantie)-reizen te beperken, met name auto- en vliegreizen. En dat is dan nog slechts een deel van de veranderingen waarmee vrijwel iedereen wereldwijd te maken zal krijgen bij de energietransitie en alle milieu/klimaatregelingen die zullen volgen.

Credit: SpaceX

Ruimtetoerisme presenteert zich als een activiteit die momenteel nog nauwelijks toegankelijk is voor ‘de gewone man’ en bovendien zeer vervuilend. Het bereiken van de ruimte kost enorme veel energie, stoot veel kooldioxide uit en dit betekent een grote ecologische voetafdruk. Er worden veel soorten brandstof gebruikt en sommige zijn giftig en komen vrij tijdens de vluchten of het productieproces ervan. Het goede nieuws is dat de meeste nieuwe lanceringssystemen vloeibare brandstof gebruiken, wat in die zin minder problematisch is dan vaste stof-brandstoffen. De raketten zelf hebben vaak verschillende bestemmingsbanen rond onze planeet. VA en BO zijn suborbitale vluchten, d.w.z. ze gaan niet in een baan om de aarde, maar ze bereiken resp. een hoogte van 80 en 100 km, ervaren een korte tijd geen zwaartekracht en keren dan terug naar aarde. Zo’n type vlucht kost veel minder energie dan in een baan om de aarde gaan. Om deze reden zijn de kosten lager en is de ecologische voetafdruk kleiner. Momenteel worden er elk jaar ongeveer 100 raketten gelanceerd. Hun gecombineerde ecologische voetafdruk blijft minder dan de 100.000 vliegtuigen die dagelijks wereldwijd vliegen. Maar het ruimtetoerisme maakt een zeer sterke groei door. De impact op het milieu zou dus zeker relevant kunnen worden.

Credit: Virgin Galactic

Virgin Galactic is het eerste beursgenoteerde ruimtetoerismebedrijf. De Virgin VSS Unity vliegt op een combinatie van zeer vervuilende brandstoffen. Het SpaceShipTwo gebruikt een soort synthetisch rubber als brandstof en verbrandt dit in lachgas, een krachtig broeikasgas. De brandstof pompt koolstof in de bovenste stratosfeer, op een hoogte van 30-50 km. Daar kunnen deze deeltjes effecten veroorzaken, zoals het weerkaatsen van zonlicht en het veroorzaken van een nucleair wintereffect, tot het versnellen van chemische reacties die de ozonlaag aantasten, een laag die mensen beschermt tegen schadelijke straling. VG wil 400 vluchten per jaar wil uitvoeren. Naar schatting stoot elke vlucht van VG en BO resp. 60 en 90 ton CO2 uit. D.w.z. zo’n 8 en 15 ton per passagier. T.v. wereldwijd stoot ieder persoon jaarlijks ongeveer 4,8 ton CO2 uit, met de kanttekening dat het verschil tussen rijke en arme landen groot is. (VS 15 ton p.p., Spanje 5,4 ton p.p.). De koolstofvoetafdruk van deze suborbitale vluchten is dan ook niet extreem hoog i.v.m. die van andere activiteiten. Echter daar het slechts voor een minderheid toegankelijk is, stoot elke passagier in slechts een paar minuten tijd dezelfde hoeveelheid CO2 uit als gem. 2 of 3 mensen gedurende een jaar. (Nog t.v. één SpaceX-lancering stoot liefst 336 ton CO2 uit, genoeg om 70 keer met uw auto rond de wereld te rijden.) Vergeleken met Virgin’s SpaceShipTwo zijn Blue Origin’s raketten veel schoner, zie o.a. dit artikel en het artikel van Dr. Martin Ross, geofysicus en gespecialiseerd in commerciële ruimtevaartprojecten. Dat komt omdat de New Shepard vloeibare waterstof en vloeibare zuurstof verbrandt, de raket stoot geen koolstof uit, hoewel de productie hiervan dit weer wel doet. Ross stelt o.a.: “Volgens de margeberekeningen veroorzaakt verticale lancering met een herbruikbare NS-raket 100 keer minder ozonverlies.” Maar dit betekent niet dat de reis ‘schoon’ is. Ross: “Er is elektriciteit nodig om vloeibare zuurstof en vloeibare waterstof te maken. Je zou kunnen berekenen hoeveel elektriciteit werd gebruikt om het drijfgas te maken, en voegt eraan toe “Het hangt ervan af hoe ver terug in de toeleveringsketen je kijkt.”

Toch komen momenteel raketlanceringen als geheel niet vaak genoeg voor om significante vervuiling te veroorzaken. “De uitstoot van kooldioxide is totaal verwaarloosbaar in vergelijking met andere menselijke activiteiten of zelfs commerciële luchtvaart”, aldus NASA’s hoofd klimaatadviseur Gavin Schmidt. Maar sommige wetenschappers zijn bezorgd over het potentieel voor schade op de langere termijn, aangezien de industrie klaar is voor grote groei, met name de gevolgen voor de ozonlaag in de nog steeds slecht begrepen bovenste atmosfeer. Virgin Galactic, recent onder vuur door in de media, werd verweten dat Branson, als oprichter van VG, voor een paar minuten ‘fun’ in zo’n fossiele brandstofverslindend ruimteschip stapt, hoewel Branson pareerde dat zijn CO2-uitstoot ongeveer gelijk is aan een businessclass-ticket van Londen naar New York. Het bedrijf neemt nu stappen voor compensatie van koolstofemissie van de testvluchten en zal trachten de koolstofvoetafdruk van zijn toeleveringsketen te verkleinen. Maar terwijl trans-Atlantische vluchten honderden mensen vervoeren, komt de uitstoot van Virgin uit op ongeveer 4,5 ton per passagier in een vlucht van zes passagiers, volgens een analyse gepubliceerd door de Franse astrofysicus Roland Lehoucq e.a. in The Global Times/The Conversation. Dat is ongeveer gelijk aan autorijden in een middenklasse auto rond de aarde, en meer dan twee keer het individuele jaarlijkse koolstofbudget dat wordt aanbevolen om de doelstellingen van het klimaatakkoord van Parijs te halen.

Is er sprake van ‘space shaming’? De impact van suborbitale lanceringen zoals die van Virgin en Blue Origin verbleken in vergelijking met de impact van raketten die een baan om de aarde bereiken. Wanneer SpaceX met de Crew Dragon vier burgers de ruimte in stuurt, gebruikt het de Falcon 9, waarvan berekeningen aantonen dat het het equivalent van 395 trans-Atlantische vluchten aan CO2-uitstoot oplevert. Deze vlucht ‘Inspiration4’ vond recent plaats in september, zie hier. De wereld is zich nu veel meer bewust van klimaat- en milieueffecten dan toen deze bedrijven begin deze eeuw werden opgericht. De bedrijven zullen beter gaan kijken naar hoe vervuiling tot een minimum te beperken door middel van schonere technologieën om het probleem het hoofd te bieden. De koolstofvoetafdruk van deze suborbitale vluchten is voorlopig dan ook niet extreem hoog in vergelijking met die van andere activiteiten. Omdat het slechts voor een minderheid toegankelijk is, stoot elke passagier in slechts een paar minuten tijd dezelfde hoeveelheid koolstofdioxide uit als gemiddeld 2 of 3 mensen gedurende een heel jaar. Meer lezen over deze materie, zie het boek Sustainable Space Tourism van Annette Toivonen. Bronnen: Eco-business, Tourism-review, Phys.org

Livestream lancering Chinese Shenzhou 13-missie [update]

[update; om 18:23 NL’se tijd was er liftoff voor de Shenzhou 13. Godspeed!] De lancering van de bemande Shenzhou 13-missie staat vandaag 15 oktober gepland om 18:23 NL’se tijd. (12:23 EDT) vanaf het Jiuquan Satellite Center in de Gobi-woestijn. Deze missie gaat  zes maanden duren. De bemanning bestaat uit Zhai Zhigang, Wang Yaping en Ye Guangfu. Het trio is de back-up bemanning van de Shenzhou 12-missie. Zhai, voormalig gevechtspiloot, is commandant van de missie, en was de eerste Chinese astronaut die een ruimtewandeling maakte, dit deed hij tijdens de Shenzhou 7-missie in 2008. Voor de 41-jarige Ye Guangfu, ook voormalig gevechtspiloot, is het zijn eerste vlucht. Wang Yaping is de tweede Chinese vrouw in de ruimte en nu de eerste vrouwelijke astronaut die het Tianhe-ruimtestation gaat bezoeken. Wang was lid van de Shenzhou 10-missie in 2013 en gaf een educatieve lezing vanuit de ruimte. De Shenzhou zal bovenop een Lange Mars 2F-raket gelanceerd worden vanaf Jiuquan Satellite Launch Center in de Gobi-woestijn. De reis gaat naar de kernmodule van het toekomstig Chinese ruimtestation Tiangong (hemels paleis) 2. Lin Xiqiang, adjunct-directeur van het Nationale Chinese ruimteagentschap, het CNSA, deelde op de persconferentie gisteren mee dat de lancering live te kijken is via het China Central Television-netwerk, vanaf 14:25 NL’se tijd, zie ook de stream hieronder. De Shenzhou 13 wordt gelanceerd op het moment dat de in een baan om de aarde draaiende Tianhe-module over de lanceerplaats in Jiuquan gaat, waardoor het ruimteschip ongeveer acht uur later Tianhe kan inhalen en aanmeren. Zie hier meer op AB op de lancering van de Shenzhou 12.

Artistieke impressie van het Chinese modulaire ruimtestation – Foto: CMSEO

Belangrijke missiedoelen voor Shenzhou 13 zijn het testen van technologieën voor de montage en constructie van het ruimtestation, dat in 2022 nog twee modules zal ontvangen. Men test o.a. de overplaatsing van een module van de ene dockingport naar de andere, m.b.v. handmatige bediening van Tianhe’s robotarm. Het onbemande ruimtevaartuig Tianzhou 2, dat voorraden leverde voor Shenzhou 12, zal worden gebruikt als testobject. Twee tot drie extravehicular activiteiten (EVA’s), of ruimtewandelingen, zijn ook gepland tijdens de Shenzhou 13-missie. Het belangrijkste doel is om een ??adapter te installeren waarmee de grote arm van Tianhe kan worden aangesloten op een andere, kleinere arm die op een toekomstige module zal komen. Ook worden medische, woon- en werkondersteuningstechnologieën uitgebreidt geïnspecteerd en zullen er wetenschappelijke experimenten uitgevoerd worden op gebieden als ruimtegeneeskunde en microzwaartekrachtfysica. Shenzhou 13 zal aanmeren in de nadirhaven van Tianhe, die naar de aarde is gericht. Dit betekent dat het ruimteschip een radiale of ‘R-bar’ rendez-vous moet maken om dicht bij de module te komen en Tianhe nadert vanuit een richting loodrecht op de aarde, in plaats van langs de lijn van Tianhe’s vliegroute zoals bij meer routinematige aanlegmanoeuvres. Zhai, 55, keert na 13 jaar terug naar de ruimte. “Namens onze bemanning en mezelf gesproken, heb ik er alle vertrouwen in om de Shenzhou 13-missie te voltooien,” sprak hij op de persconferentie gisteren die plaatsvond op Jiuquan. Op de vraag of Wang Yaping opnieuw een live college zou geven vanuit een baan om de aarde voor studenten in China, bevestigde de vice-Lin Xiqiang, vice-president van het CNSA, dat outreach-activiteiten zouden deel uitmaken van de Shenzhou 13-missie. Space.com/CNSA/CMSA

AR 2882 door verse 15cm F8 planetaire Dobson

zonnevlek AR 2882 door 15cm F8 planetaire Dobson

Typisch gevalletje van goed voorbeeld doet goed volgen en een plezante samenloop van omstandigheden, want vorige week kreeg opeens weer een heftige aanval van “ATM-kriebels”, iets waarvoor ik trouwens heel zeker nooit een spuit voor in mijn mik wens te krijgen. Die “ATM-kriebels” (ATM=amateur Telescope Making) werden veroorzaakt door het aanzicht op het troosteloos als een gestrande walvis op haar buik liggende nog zo niet lang geleden nieuw aangeschafte en daarna heftig, zowel wat uiterlijk als innerlijk betreft, verbouwde 15cm F8 Skywatcher Newtonnetje.

Deze zogenaamde planetaire Newton, door de optische wijsheid in pacht hebbende opstandige lieden zoals den schrijver dezes steevast aangeduid met de term “APO-killer”, deze verse telescoop zou oorspronkelijk haar werkzame leven gaan slijten op de onlangs ook gepimpte Skywatcher EQ3 GoTo Montering…..MAAR….helaas (voor het kekke apo-killertje)……is deze plek onlangs “ingepikt” door de 10 cm Maksutov (Wim….Frieda!!) welke ik onlangs heb omgebouwd voor spectroscopie, een onderwerp waarover ik in de nabije dan wel verre toekomst, als ik  deze boeiende maar vet-moeilijke tak van sport ooit onder de knietjes weet te kregen,  een blogje over hoop te mogen schrijven.

Op zich is deze “montering-paleisrevolutie” overigens totaal geen ramp, hoor,  want de 15cm F8 (buislengte 120cm) bleek in dagelijkse praktijk eigenlijk toch net effe iets te veel “lange lel” voor de voor de  kleine prima EQ3,  echter…. zoiets compacts als de 10cm Maksutov staat op deze montering natuurlijk zo stevig gelijk de rots van Gibraltar!!

Eigenlijk zou de 15cmF8 op de EQ6 moeten staan….maar ja….die is al vele jaren de thuishaven voor mijn astrofotografische vlaggenschip, de 20cm F6 Orion Optics newton….en dus……had ik opeens een zeer fraaie gloedjenieuwe  opgepimpte maar nu wel zielig”dakloze” 15cm Newton binnen de optische gelederen….oh jee!!!

De reden waarom ik dit 15cm Newtonnetje in de eerste plaats heb aangeschaft is dat ik haar wilde inzetten als pure gespecialiseerde planetenkijker. Een goed gebouwde 15cm F8 Newton is namelijk niet alleen op de optische as perfect, maar ook tot aan de rand van het beeldveld, Dit vanwege het bij deze tamme openingsverhouding nagenoeg afwezig zijn van de primaire Newton-beeldkwaliteit-killer genaamd “coma”!!.

15cm F8 Planetaire Dobson in het vrije veld in Dwingeloo

Dit betekent dat het planeetbeeldje over het gehele beeldveld altijd dezelfde  kwaliteit heeft  daarom laat dit type kijker zich dus ook uitstekend  lenen om ingezet te worden als planetenkijker op een (stevige!!!) Dobsonmontering i.p.v. de gebruikelijke zware parallactische montering.  Nu zijn er bij mijn weten geen losse Dobsonmonteringen te koop en ik ben eerlijk gezegd ook niet echt onder indruk van de mechanische kwaliteiten van de Dobsonmonteringen bij de (goedkopere) commerciële Dobson-telescopen. Dat kan (IK!!) beter!!!!

Het mooie aan zelf bouwen is dat je heerlijk zelf net zolang aan kunt klooien met construeren totdat ie helemaal aan jouw  specifieke wensen voldoet…..enne….ook wat mijn persoonlijke “Dobsonwensen” betreft ben ik zoals als vaker vastgesteld een behoorlijke mierenneuker!!!  In principe zijn (vind ik!!) de standaard huis tuin en keuken Dobsonmonteringen nogal…eh….grofstoffelijk en heel vaak gewoonweg niet boterzacht bewegend goed genoeg. Vaak zie ik ze gemaakt van (wit) gefineerd keukenkastjes pisbakken spaanplaat uitgerust met veels te kleine  verticale en horizontale PVC-lagers op nylon lagerblokjes en soms ook zelfs met van die achterlijke veersystemen om de benodigde wrijving te verzorgen….jakkes. Watervast multiplex, Teflon en Stardust  #1782 formica, that’s the only Dobson-way to go!

Wat ik ook niet echt lekker elegant vind, dat zijn van die zware, toegegeven originele, maar ozo lompe grafkist-achtige Dobson-constructie’s……Ik hou van open lichte, NIET gelijmde, constructie’s  die helemaal uit elkaar te halen dank zij  bout en moer-verbindingen!  Het grote voordeel van het gebruik van bout en moer verbindingen i.p.v. lijmverbindingen is dat je na het grove constructiewerk heel je Dobsonmontering heel precies kunt na/afstellen. Met lijmverbindingen moet je alles in ene keer op orde hebben EN je kunt ook nooit meer heel de boel in kleine componenten uit elkaar halen mocht transportruimte eventjes heel beperkt zijn…. (vliegvakantie/krampeervakantie)!!

Het Dobson bouwproces in zes afbeeldingen

De hoogtelager-zijpanelen (18mm Multiplex) zitten aan de onderkant met bouten, moeren en hoekijzers op het draaiplateau bevestigd en zijn aan de bovenkant middels  twee verstelbare stukken draadeind (de bovenste M10 en die andere M8) aan elkaar verbonden. Door die verstelbare stukken draadeind kan je heel precies de bovenkanten van de hoogtelager-zijpanelen naar elkaar toe forceren om zo een minimale zijdelingse speling te verkrijgen. Op de zijkanten van de hoogtelagers zit ook Stardust #1782 formica geplakt en die wrijft zijdelings tegen twee extra teflonblokjes aan waardoor je een hele soepele en nagenoeg spelingvrije op en neer beweging krijgt.

De hoogtelagers zelf zijn perfect (als je het goed doet!!) rondgezaagde stukken multiplex bekleed met Stardust formica en steunen en draaien op vier kleine Teflonblojes die op de hoogtelager-panelen zijn geschroefd……en dus NIET van die PVC en Nylon bagger….grrrrrr!!!!!

De (zware) hoekijzers waarmee de hoogtelager-zijpanelen op het draaiplateau bevestigd zijn zijn ook verstelbaar gemaakt zodat je beide hoogtelager-panelen heel precies uitgelijnd kunt krijgen met de hoogtelagers!

Voor het verbinding tussen OTA….(Optical Tube Assembly) en hoogtelagers heb ik dankbaar gebruik gemaakt van het luxe feit dat de buisringen van het Skywatchertje aan BEIDE kanten twee solide bevestigingsplekken hebben voor de (Vixen style) zwaluwstaarten en/of camera’s in zogenaamde “piggyback mode” (met de telescoop meelift methode), waarvan je er normaliter eentje nodig hebt om je OTA op je parallactische montering te plaatsen.  Nu was het een simpele kwestie van een tweede zwaluwstaart op die twee kneiterstevige buisringen vastbouten om daarna vervolgens aan beide zijden, al dan niet met twee afstandhoutjes,  je “versgebakken” hoogtelagers te bevestigen.

Het mooie is nu dat je heel makkelijk dat hoogtelager-buisringensetje kunt openklappen en zo in een handomdraai je OTA er in kunt leggen……dichtklappen, twee handbouten aandraaien,  in de Dobsonmontering plaatsen en….hup….waarnemen geblazen!!

Nog een aangenaam en niet te onderschatten voordeel is het feit dat je nu met deze constructie niet meer gebonden bent dat ene vaste evenwichtspunt zoals bij de originele Dobson.  Door de beide buisringbouten even een beetje te lossen kun je heel makkelijk je OTA een klein stukkie op en neer schuiven als je bij voorbeeld een zwaardere zoeker, een lichtgewicht ToU pro webcam of dit keer, voor het fotograferen van die joekel-zonnevlek, een gewichtige digitale spiegelreflexcamera (de onvolprezen Canon 1000D) in de oculairhouder wilt plaatsen.

In het draaiplateau voor de horizontale beweging heb ik de originele centrale bout Dobsonconstructie gebruikt maar deze centrale bout heb ik wel voorzien van een extra teflon lagering voor het verkrijgen van de vereiste soepele schokloze horizontale beweging.  Een planetaire Newton MOET tenslotte heel soepeltjes kunnen bewegen wil je een Jupiter met 250 x plus schokloos in beeld kunnen houden. Dit gaat alleen maar lukken als je met heel veel aandacht en precisie je Dobsonmontering in elkaar sleutelt!!

Wat ik ook nog aangepast heb is de manier waarop deze Dobsonmontering met Moeder Aarde is verbonden. Normaliter gebeurt dat altijd door middel van drie simpele houten blokjes vastgelijmd/geschroefd onder het horizontale draaiplateau…..enne….dat is toch eigenlijk als je er goed over nadenkt een compleet gestoorde manier van “aarding” voor een telescoop die toch eigenlijk juist bedoeld is voor gebruik in het vrije veld.

Ik bedoel…..probeer maar eens je standaard huis, tuin en keuken Dobsonnetje zomaar ergens off road op een hobbelig grasveldje neer te knallen. Dat is altijd net zo wiebelig onstabiel als dat je een parallactische montering op een luxe stalen zuil-statief ergens op een modderige plekje in het open veld probeert  neer te zetten. Ieder weldenkend amateur astronoom-mens weet dat  je daar een veldstatief voor moet gebruiken in de vorm van de overbekende houten danwel lichtmetalen DRIEPOOT!!

Ik heb in het vrije veld met menig Dobsontelescoop zo vaak lopen te kloten met het onder het draaiplateau moeten plaatsen van zware stukken hout of zelfs stoeptegels om het kreng stabiel genoeg overeind te houden op dat prachtige romantische grasveldje. Ofwel…..ga je met je originele lichtgewicht Dobsonnetje het  vrije veld in…..zorg dan wel dat je altijd drie zware stoeptegels in je oculairenkoffertje hebt want anders pleurt ie mooi om…ach…ach…ach….    Alsof je een zeer capabele off roader zoals een Land Rover (zucht…zulke leuke auto’s!!) uitrust met fietswielen i.p.v. terreinbanden.

Toen ik dit vreemde gegeven eens door mijn neuronenzolder liet rollen kwam ik tot de toch wel tamelijk schokkende conclusie dat ik vanwege dit absurde feit eigenlijk altijd mijn vrije veld Dobson waarneemsessies heb proberen te doen met het Dobsonnetje stevig geparkeerd op…..asfalt…hoe maf is dat!!???

Ofwel…..hoe maak je een Dobsonstatief off road waardig??

Welnu……dat bleek achteraf bekeken helemaal niet zo moeilijk te verwezenlijken. Ik heb uit een, nog ergens in een stoffig hoekje op mijn nedrige rijksmonumentale zolder rondzwervend, paar honderd jaar stukkie “oud eiken” drie kleine hockeystick-vormige “pootjes” gefabriekt en die met een paar stevige bouten en moeren onder het draaiplateau bevestigd. Het lange gedeelte vormt de bevestiging aan het draaiplateau en het korte 15cm hoge  gedeelte het surrogaat “off road-pootje” welke een centimetertje of 10 buiten het draaiplateau steekt.

Dit korte surrogaat “veldpootje” moet je trouwens toch maar niet te ver buiten het draaiplateau laten uitsteken. Ook al zou dit zeer zeker de stabiliteit ten goede komen, de kans wordt dan wel erg groot dat je in het pikke-donker je nek erover gaat breken en dan zie je opeens biologische sterren i.p.v. “het echte werk”.

In de vrije veld praktijk blijkt dit surrogaat veld driepoot draaiplateau het wat extra off road stabiliteit betreft boven verwachting goed te voldoen, althans op het lokale grasveldje alhier aan de overkant van de straat. Hoe dat gaat uitpakken op een wat ruiger Drents open bos-veldje tijdens een vakantie-tripje, dat zien we dan wel weer…..maarre….voorlopig ben ik erg tevreden over deze aanpassing.  Uiteraard is de stabiliteit op vlak asfalt nu helemaal fantastisch.

Nog een voordeel van dit soort van “pootjes” is dat je de oculairhoogte, zeg maar de gemiddelde afstand van de grond tot het oculair nog meer naar je eigen hand kunt zetten waardoor je voor jezelf de meest comfortabele waarneemhoogte kunt verkrijgen.

Het verkregen resultaat blijkt nu zowel optisch (zie een eerder blogje betreffende deze OTA) als Dobson-mechanisch zeer aangenaam te voldoen aan het beeld wat ik voor ogen had. Ik had de combinatie al eerder tot grrot genoegen visueel uitgeprobeerd op Jupiter en Saturnus en toen Hopman Arie met de tip op de proppen kwam aangaande die joekel van een Zonnevlek, heb ik dat feit meteen aangegrepen om ook de fotografische vermogens van het “setje” eens goed aan de tand te voelen.

Nu is de (aangepaste en vintage) Philips ToU Pro vastgeknoopt aan mijn eveneens vintage windows 98 lap top  normaliter gesproken HET optische gereedschap van dienst voor Zon, Maan en planeten-klusjes maar daar had ik deze keer  effe geen zin an en heb ik gekozen om de Canon 1000D geplaatst in het primaire brandpunt (120cm) het fotonenvangwerk te laten doen…..eh….veilig voor het veels te intense zonlicht verscholen achter een Baader astro-solar objectief zonnefilter uiteraard!!!!.

ISO 100 en 1/100 seconde belichten et voila….een kekkie vlekkie….en de voldoening dat ook fotografisch het nieuwbakken Dobsongeval prima opgewassen is voor haar toekomstige taken. Missie geslaagd en U allen….tot een volgend keer en van harte gegroet!!!

 

Video; Blue Origin’s New Shepard bezorgt ‘Captain Kirk’ en zijn drie mede-passagiers de reis van hun leven

Blue Origin heeft vandaag zijn tweede bemande ruimtevlucht, de ‘New Shepard 18’-missie met succes voltooid. De acteur William Shatner, beter bekend als dé ‘Captain James T. Kirk’ uit Star Trek: The Original Series, was één van de vier passagiers op de New Shepard. Shatner meldde over de radio; “That was unlike anything they described.” De andere drie passagiers waren Blue Origin’s Vice President of Mission & Flight Operations Audrey Powers, voormalig NASA-ingenieur Dr. Chris Boshuizen, en auteur en mede-oprichter van klinisch onderzoeksplatform Medidata Solutions Glen de Vries. Powers is manager voor het certificeringsproces voor de New Shepard.  De Vries heeft zelfs een eigen website gemaakt speciaal voor deze gelegenheid, zie hier. Op de twitterlijn van Blue Origin kan men de autorit van Shatner en de andere passaiers van vanochtend naar de lanceerplaats bekijken, zie hier. De herbruikbare New Shepard-raket en -capsule zijn om 9.50 uur lokale tijd (15:50 NL’se tijd) van Blue Origin’s Launch Site One, net ten noorden van de stad Van Horn in West-Texas, opgestegen. Na een vlucht van elf minuten, waarin de bemanning ongeveer vier minuten gewichtloos was in de ruimte, bracht de capsule de bemanning veilig terug naar de aarde met een parachute-geassisteerde landing nabij de faciliteiten van Blue Origin in West-Texas. De raket, die zich van de capsule scheidde nadat hij de bemanning naar de ruimte had gebracht, maakte ook met succes een rechtopstaande landing van ongeveer zeven minuten. De eerste bemande vlucht van Blue Origin, de NS-16 vloog op 20 juli j.l. Aan boord de Nederlandse student Oliver Daemen, de broers Mark en Jeff Bezos, en de 82-jarige Wally Funk. De lanceringsfaciliteit van Van Horn is het eerste volledig privé-ruimtelanceringscomplex dat een bemande vlucht verzorgt. Het Spaceport America bijvoorbeeld, ontving van de staat New Mexico honderden miljoenen dollars aan financiering voor het SpaceShipTwo-vluchten ondersteunde. De New Shepard-16-missie vloog ook de allereerste betalende suborbitale ruimtetoerist, hoewel eerder betalende toeristen aan boord van Sojoez-missies naar het internationale ruimtestation (ISS) gevlogen zijn. Shatner is met zijn 90 jaar de oudste passagier ooit in de ruimte. Bronnen: Blue Origin/Space.com/EverydayAstronaut

Noorwegen wil als eerste Europees land satellieten lanceren van eigen bodem

Noorwegen wil in 2022 een satelliet lanceren vanaf eigen bodem. Het land heeft het Andøya Space Center geselecteerd als lanceerbasis, dat nu omgebouwd wordt tot ‘Andøya Spaceport’. De premier van het land, Erna Solberg liet afgelopen vrijdag 8 oktober  in een verklaring weten het project te steunen. Via de nationale omroep NRK zei Solberg: “We geven nu groen licht voor de oprichting van de lanceerbasis op Andøya. Het Andøya Spaceport zal in totaal 365 miljoen NOK (ong. 36 miljoen Euro) ontvangen”. Het Andøya Space Center is gelegen in de regio Nordland, in, niet verrassend, het noordelijk deel van het land. De CEO van het Norwegian Space Centre, Christian Hauglie-Hanssen, meent dat Noorwegen er klaar voor is om satellietlanceringen te gaan verzorgen. Hanssen stelde:Het levert voor de Noorse ruimtevaart industrie nieuwe banen op en meer omzet. Op internationale schaal is Noorwegen geen grote ruimtenatie. De Noorse ruimtevaartindustrie bestaat uit zo’n 40 grote en kleine bedrijven, die hun diensten over de hele wereld verkopen. De industrie omvat alles, van het lanceren van onderdelen en apparatuur tot satellieten, tot geld verdienen met satellietgegevens. De totale omzet ligt rond de 8 miljard NOK (ong. 800 miljoen Euro) per jaar. Verdere ontwikkeling van Andøya zal naar verwachting de positie van Noorwegen als leverancier van satellietdiensten verbeteren.” Tevens, benadrukte Hauglie-Hanssen aan NRK, dat het belangrijk is dat is dat Europa zijn eigen lanceercapaciteit heeft.

Andøya Spaceport, Nordland, Noorwegen Credits; ESA

De toenemende vraag naar satellieten en dus ook satellietlanceringen wereldwijd genereert op zijn beurt een behoefte aan meer ruimtehavens (Eng. spaceports). De Noorse ruimtevaartdeskundige Knut R. Fossum, hoofd onderzoek bij het Center for Interdisciplinair Research in Space vertelde aan NRK: “Er wordt voorspeld dat dure, grote satellieten concurrentie zullen ondervinden van kleinere en goedkopere. Er is veel te winnen, dit wordt vereenvoudigd met kleinere satellieten, vooral voor degenen die in polaire banen gaan.” Zie bv hier de plannen van OneWeb. Het Andøya Space Center is sinds de jaren zestig in gebruik voor het lanceren van weerballonnen en kleine onderzoeksraketten, en telt momenteel zo’n 80 medewerkers. Verdere ontwikkeling van Andøya zal naar verwachting de positie van Noorwegen als leverancier van ruimtevaartdiensten verbeteren. Volgens Roger Birkeland van de Noorse Universiteit voor Wetenschap en Technologie kan Andøya’s infrastructuur het mogelijk maken om internationaal concurrerend en zeer belangrijk te worden. De soepele coördinatie tussen de autoriteiten, de industrieën en het klantensegment als grote troefkaart alsmede Andøya’s positie in een dunbevolkt gebied met weinig verkeer zijn volgens deskundigen grote voordelen ten opzichte van concurrenten zoals bijvoorbeeld Portugal. De eerste satellietlancering vanuit Andøya zal naar verwachting plaatsvinden in het derde kwartaal van 2022, hetzelfde jaar dat ook Schotland en Zweden ernaar streven hun satellieten te lanceren. Zweden heeft plannen geuit een satelliet te lanceren vanuit het Esrange Space Center. Bronnen: NRK, Norwegian Space Agency