AR 2882 door verse 15cm F8 planetaire Dobson

zonnevlek AR 2882 door 15cm F8 planetaire Dobson

Typisch gevalletje van goed voorbeeld doet goed volgen en een plezante samenloop van omstandigheden, want vorige week kreeg opeens weer een heftige aanval van “ATM-kriebels”, iets waarvoor ik trouwens heel zeker nooit een spuit voor in mijn mik wens te krijgen. Die “ATM-kriebels” (ATM=amateur Telescope Making) werden veroorzaakt door het aanzicht op het troosteloos als een gestrande walvis op haar buik liggende nog zo niet lang geleden nieuw aangeschafte en daarna heftig, zowel wat uiterlijk als innerlijk betreft, verbouwde 15cm F8 Skywatcher Newtonnetje.

Deze zogenaamde planetaire Newton, door de optische wijsheid in pacht hebbende opstandige lieden zoals den schrijver dezes steevast aangeduid met de term “APO-killer”, deze verse telescoop zou oorspronkelijk haar werkzame leven gaan slijten op de onlangs ook gepimpte Skywatcher EQ3 GoTo Montering…..MAAR….helaas (voor het kekke apo-killertje)……is deze plek onlangs “ingepikt” door de 10 cm Maksutov (Wim….Frieda!!) welke ik onlangs heb omgebouwd voor spectroscopie, een onderwerp waarover ik in de nabije dan wel verre toekomst, als ik  deze boeiende maar vet-moeilijke tak van sport ooit onder de knietjes weet te kregen,  een blogje over hoop te mogen schrijven.

Op zich is deze “montering-paleisrevolutie” overigens totaal geen ramp, hoor,  want de 15cm F8 (buislengte 120cm) bleek in dagelijkse praktijk eigenlijk toch net effe iets te veel “lange lel” voor de voor de  kleine prima EQ3,  echter…. zoiets compacts als de 10cm Maksutov staat op deze montering natuurlijk zo stevig gelijk de rots van Gibraltar!!

Eigenlijk zou de 15cmF8 op de EQ6 moeten staan….maar ja….die is al vele jaren de thuishaven voor mijn astrofotografische vlaggenschip, de 20cm F6 Orion Optics newton….en dus……had ik opeens een zeer fraaie gloedjenieuwe  opgepimpte maar nu wel zielig”dakloze” 15cm Newton binnen de optische gelederen….oh jee!!!

De reden waarom ik dit 15cm Newtonnetje in de eerste plaats heb aangeschaft is dat ik haar wilde inzetten als pure gespecialiseerde planetenkijker. Een goed gebouwde 15cm F8 Newton is namelijk niet alleen op de optische as perfect, maar ook tot aan de rand van het beeldveld, Dit vanwege het bij deze tamme openingsverhouding nagenoeg afwezig zijn van de primaire Newton-beeldkwaliteit-killer genaamd “coma”!!.

15cm F8 Planetaire Dobson in het vrije veld in Dwingeloo

Dit betekent dat het planeetbeeldje over het gehele beeldveld altijd dezelfde  kwaliteit heeft  daarom laat dit type kijker zich dus ook uitstekend  lenen om ingezet te worden als planetenkijker op een (stevige!!!) Dobsonmontering i.p.v. de gebruikelijke zware parallactische montering.  Nu zijn er bij mijn weten geen losse Dobsonmonteringen te koop en ik ben eerlijk gezegd ook niet echt onder indruk van de mechanische kwaliteiten van de Dobsonmonteringen bij de (goedkopere) commerciële Dobson-telescopen. Dat kan (IK!!) beter!!!!

Het mooie aan zelf bouwen is dat je heerlijk zelf net zolang aan kunt klooien met construeren totdat ie helemaal aan jouw  specifieke wensen voldoet…..enne….ook wat mijn persoonlijke “Dobsonwensen” betreft ben ik zoals als vaker vastgesteld een behoorlijke mierenneuker!!!  In principe zijn (vind ik!!) de standaard huis tuin en keuken Dobsonmonteringen nogal…eh….grofstoffelijk en heel vaak gewoonweg niet boterzacht bewegend goed genoeg. Vaak zie ik ze gemaakt van (wit) gefineerd keukenkastjes pisbakken spaanplaat uitgerust met veels te kleine  verticale en horizontale PVC-lagers op nylon lagerblokjes en soms ook zelfs met van die achterlijke veersystemen om de benodigde wrijving te verzorgen….jakkes. Watervast multiplex, Teflon en Stardust  #1782 formica, that’s the only Dobson-way to go!

Wat ik ook niet echt lekker elegant vind, dat zijn van die zware, toegegeven originele, maar ozo lompe grafkist-achtige Dobson-constructie’s……Ik hou van open lichte, NIET gelijmde, constructie’s  die helemaal uit elkaar te halen dank zij  bout en moer-verbindingen!  Het grote voordeel van het gebruik van bout en moer verbindingen i.p.v. lijmverbindingen is dat je na het grove constructiewerk heel je Dobsonmontering heel precies kunt na/afstellen. Met lijmverbindingen moet je alles in ene keer op orde hebben EN je kunt ook nooit meer heel de boel in kleine componenten uit elkaar halen mocht transportruimte eventjes heel beperkt zijn…. (vliegvakantie/krampeervakantie)!!

Het Dobson bouwproces in zes afbeeldingen

De hoogtelager-zijpanelen (18mm Multiplex) zitten aan de onderkant met bouten, moeren en hoekijzers op het draaiplateau bevestigd en zijn aan de bovenkant middels  twee verstelbare stukken draadeind (de bovenste M10 en die andere M8) aan elkaar verbonden. Door die verstelbare stukken draadeind kan je heel precies de bovenkanten van de hoogtelager-zijpanelen naar elkaar toe forceren om zo een minimale zijdelingse speling te verkrijgen. Op de zijkanten van de hoogtelagers zit ook Stardust #1782 formica geplakt en die wrijft zijdelings tegen twee extra teflonblokjes aan waardoor je een hele soepele en nagenoeg spelingvrije op en neer beweging krijgt.

De hoogtelagers zelf zijn perfect (als je het goed doet!!) rondgezaagde stukken multiplex bekleed met Stardust formica en steunen en draaien op vier kleine Teflonblojes die op de hoogtelager-panelen zijn geschroefd……en dus NIET van die PVC en Nylon bagger….grrrrrr!!!!!

De (zware) hoekijzers waarmee de hoogtelager-zijpanelen op het draaiplateau bevestigd zijn zijn ook verstelbaar gemaakt zodat je beide hoogtelager-panelen heel precies uitgelijnd kunt krijgen met de hoogtelagers!

Voor het verbinding tussen OTA….(Optical Tube Assembly) en hoogtelagers heb ik dankbaar gebruik gemaakt van het luxe feit dat de buisringen van het Skywatchertje aan BEIDE kanten twee solide bevestigingsplekken hebben voor de (Vixen style) zwaluwstaarten en/of camera’s in zogenaamde “piggyback mode” (met de telescoop meelift methode), waarvan je er normaliter eentje nodig hebt om je OTA op je parallactische montering te plaatsen.  Nu was het een simpele kwestie van een tweede zwaluwstaart op die twee kneiterstevige buisringen vastbouten om daarna vervolgens aan beide zijden, al dan niet met twee afstandhoutjes,  je “versgebakken” hoogtelagers te bevestigen.

Het mooie is nu dat je heel makkelijk dat hoogtelager-buisringensetje kunt openklappen en zo in een handomdraai je OTA er in kunt leggen……dichtklappen, twee handbouten aandraaien,  in de Dobsonmontering plaatsen en….hup….waarnemen geblazen!!

Nog een aangenaam en niet te onderschatten voordeel is het feit dat je nu met deze constructie niet meer gebonden bent dat ene vaste evenwichtspunt zoals bij de originele Dobson.  Door de beide buisringbouten even een beetje te lossen kun je heel makkelijk je OTA een klein stukkie op en neer schuiven als je bij voorbeeld een zwaardere zoeker, een lichtgewicht ToU pro webcam of dit keer, voor het fotograferen van die joekel-zonnevlek, een gewichtige digitale spiegelreflexcamera (de onvolprezen Canon 1000D) in de oculairhouder wilt plaatsen.

In het draaiplateau voor de horizontale beweging heb ik de originele centrale bout Dobsonconstructie gebruikt maar deze centrale bout heb ik wel voorzien van een extra teflon lagering voor het verkrijgen van de vereiste soepele schokloze horizontale beweging.  Een planetaire Newton MOET tenslotte heel soepeltjes kunnen bewegen wil je een Jupiter met 250 x plus schokloos in beeld kunnen houden. Dit gaat alleen maar lukken als je met heel veel aandacht en precisie je Dobsonmontering in elkaar sleutelt!!

Wat ik ook nog aangepast heb is de manier waarop deze Dobsonmontering met Moeder Aarde is verbonden. Normaliter gebeurt dat altijd door middel van drie simpele houten blokjes vastgelijmd/geschroefd onder het horizontale draaiplateau…..enne….dat is toch eigenlijk als je er goed over nadenkt een compleet gestoorde manier van “aarding” voor een telescoop die toch eigenlijk juist bedoeld is voor gebruik in het vrije veld.

Ik bedoel…..probeer maar eens je standaard huis, tuin en keuken Dobsonnetje zomaar ergens off road op een hobbelig grasveldje neer te knallen. Dat is altijd net zo wiebelig onstabiel als dat je een parallactische montering op een luxe stalen zuil-statief ergens op een modderige plekje in het open veld probeert  neer te zetten. Ieder weldenkend amateur astronoom-mens weet dat  je daar een veldstatief voor moet gebruiken in de vorm van de overbekende houten danwel lichtmetalen DRIEPOOT!!

Ik heb in het vrije veld met menig Dobsontelescoop zo vaak lopen te kloten met het onder het draaiplateau moeten plaatsen van zware stukken hout of zelfs stoeptegels om het kreng stabiel genoeg overeind te houden op dat prachtige romantische grasveldje. Ofwel…..ga je met je originele lichtgewicht Dobsonnetje het  vrije veld in…..zorg dan wel dat je altijd drie zware stoeptegels in je oculairenkoffertje hebt want anders pleurt ie mooi om…ach…ach…ach….    Alsof je een zeer capabele off roader zoals een Land Rover (zucht…zulke leuke auto’s!!) uitrust met fietswielen i.p.v. terreinbanden.

Toen ik dit vreemde gegeven eens door mijn neuronenzolder liet rollen kwam ik tot de toch wel tamelijk schokkende conclusie dat ik vanwege dit absurde feit eigenlijk altijd mijn vrije veld Dobson waarneemsessies heb proberen te doen met het Dobsonnetje stevig geparkeerd op…..asfalt…hoe maf is dat!!???

Ofwel…..hoe maak je een Dobsonstatief off road waardig??

Welnu……dat bleek achteraf bekeken helemaal niet zo moeilijk te verwezenlijken. Ik heb uit een, nog ergens in een stoffig hoekje op mijn nedrige rijksmonumentale zolder rondzwervend, paar honderd jaar stukkie “oud eiken” drie kleine hockeystick-vormige “pootjes” gefabriekt en die met een paar stevige bouten en moeren onder het draaiplateau bevestigd. Het lange gedeelte vormt de bevestiging aan het draaiplateau en het korte 15cm hoge  gedeelte het surrogaat “off road-pootje” welke een centimetertje of 10 buiten het draaiplateau steekt.

Dit korte surrogaat “veldpootje” moet je trouwens toch maar niet te ver buiten het draaiplateau laten uitsteken. Ook al zou dit zeer zeker de stabiliteit ten goede komen, de kans wordt dan wel erg groot dat je in het pikke-donker je nek erover gaat breken en dan zie je opeens biologische sterren i.p.v. “het echte werk”.

In de vrije veld praktijk blijkt dit surrogaat veld driepoot draaiplateau het wat extra off road stabiliteit betreft boven verwachting goed te voldoen, althans op het lokale grasveldje alhier aan de overkant van de straat. Hoe dat gaat uitpakken op een wat ruiger Drents open bos-veldje tijdens een vakantie-tripje, dat zien we dan wel weer…..maarre….voorlopig ben ik erg tevreden over deze aanpassing.  Uiteraard is de stabiliteit op vlak asfalt nu helemaal fantastisch.

Nog een voordeel van dit soort van “pootjes” is dat je de oculairhoogte, zeg maar de gemiddelde afstand van de grond tot het oculair nog meer naar je eigen hand kunt zetten waardoor je voor jezelf de meest comfortabele waarneemhoogte kunt verkrijgen.

Het verkregen resultaat blijkt nu zowel optisch (zie een eerder blogje betreffende deze OTA) als Dobson-mechanisch zeer aangenaam te voldoen aan het beeld wat ik voor ogen had. Ik had de combinatie al eerder tot grrot genoegen visueel uitgeprobeerd op Jupiter en Saturnus en toen Hopman Arie met de tip op de proppen kwam aangaande die joekel van een Zonnevlek, heb ik dat feit meteen aangegrepen om ook de fotografische vermogens van het “setje” eens goed aan de tand te voelen.

Nu is de (aangepaste en vintage) Philips ToU Pro vastgeknoopt aan mijn eveneens vintage windows 98 lap top  normaliter gesproken HET optische gereedschap van dienst voor Zon, Maan en planeten-klusjes maar daar had ik deze keer  effe geen zin an en heb ik gekozen om de Canon 1000D geplaatst in het primaire brandpunt (120cm) het fotonenvangwerk te laten doen…..eh….veilig voor het veels te intense zonlicht verscholen achter een Baader astro-solar objectief zonnefilter uiteraard!!!!.

ISO 100 en 1/100 seconde belichten et voila….een kekkie vlekkie….en de voldoening dat ook fotografisch het nieuwbakken Dobsongeval prima opgewassen is voor haar toekomstige taken. Missie geslaagd en U allen….tot een volgend keer en van harte gegroet!!!

 

Grote zonnevlek – AR 2882 – begin actief te worden

Foto van AR 2882 gemaakt met SOHO. Rechtsonder ter vergelijking de aarde en Jupiter. Credit: ESA/NASA

Hij begon deze week als een grote, maar rustige zonnevlek: Active Region 2882, kortweg AR 2882. Maar nu begint hij actief te worden, zonnevlammen uit te braken, zoals het exemplaar hieronder, eentje van de C-klasse die op 8 oktober werd gezien met NASA’s Solar Dynamics Observatory, de sterkte was C2.7. Of er ook een coronale massa-ejectie, zoals dat heet, plaatsvond is niet bekend, dus we weten niet of dit uiteindelijk ook zal leiden tot poollicht.

Credit: NASA

AR 2882 heeft een zogeheten ‘beta-gamma’ magnetisch veld en dat betekent dat hij de bron kan zijn van nog sterkere M-klasse zonnevlekken – lees ook deze blog over die indeling van de vlammen. Toen ik las van de grote zonnevlek ben ik even in de tuin gaan staan – het is heerlijk najaarsweer – met m’n 11 cm Newton en smartphone eraan verbonden en toen heb ik onderstaande foto gemaakt, waarop goed het verschil te zien is tussen de donkere kern (umbra) en de lichtere penumbra (rand) van de grote vlek. Je ziet dat mijn kijker omkerend is, de vlek staat omgekeerd t.o.v. de vlek op de SOHO-foto.

Krachtigste zonnevlam in vier jaar tijd geregistreerd met radioblackout rond de Atlantische Oceaan

De grootste zonnevlam in vier jaar tijd heeft zich gemanifesteerd op drie juli j.l. De zonnevlam barstte los vanaf een zonnevlek genaamd AR2838 en is geclassificeerd als een X1-klasse vlam door het US Space Weather Prediction Center (SWPC). Dit betekent dat de zonnevlam het helderste en grootste type in zijn soort was – groot genoeg om een korte radiostoring op aarde te veroorzaken. Deze uitbarsting van röntgenstraling reisde zaterdagmiddag met de snelheid van het licht naar de aarde, botste, na zo een acht minuten, tegen de bovenlaag van de aardse atmosfeer en veroorzaakte een radioblackout boven de Atlantische Oceaan en de kustgebieden. De blackoutkaart hier laat zien waar radio-operators rond 15:30 UTC (17:30 NL’se tijd) de blackout hebben opgemerkt, zie bv hier in het Noorse Lofoten.  Zonnevlammen worden gecategoriseerd in A, B, C, M of X. A’s zijn de kleinste en de X-klasse vertegenwoordigen de grootste en helderste klasse van zonnevlammen.

Zonnevlek met vlam AR2838 Credits; NaSA/SDO

Op NASA’s Spaceweather stelde astronoom Tony Phillips dat de zonnevlam vrij plotseling opkwam: “Yesterday it did not even exist, highlighting the unpredictability of solar activity.” Een zonnevlam is een intense uitbarsting van straling is die voortkomt uit het vrijkomen van magnetische energie geassocieerd met zonnevlekken. Zonnevlekken zijn tijdelijk aanwezig donkere plekken op de zon, die ten opzichte van hun omgeving minder heet zijn, in afmeting variërend van enkele tot duizenden kilometers. De zon kent perioden met veel en weinig zonnevlekken, die elkaar afwisselen, de zogeheten zonnecycli. Gedurende de perioden met de meeste zonnevlekken spreken we van een zonnevlekkenmaximum en de perioden met geen of nauwelijks zonnevlekken staan bekend als zonnevlekkenminima. Zonnevlammen zijn de grootste explosieve gebeurtenissen in het zonnestelsel, ze kunnen enkele minuten tot enkele uren aanhouden. De zonnevlam van 3 juli was de eerste X-klasse vlam die de zon produceerde sinds zich in december 2019 een nieuwe zonnecyclus aanving. Tijdens de zonnecyclus ’24’ produceerde de zon 49 X-flares. En daarom verwachten wetenschappers nog tientallen X-flares als de zon tegen het jaar 2025 het zonnemaximum nadert. In het verleden hebben sterke zonnevlammen en coronale massa-ejecties (CME’s) wijdverbreide stroomstoringen en communicatiestoringen op aarde en de satellieten in de ruimte veroorzaakt. Zijn we voorbereid op komende zonnestormen? Lees hier meer over op Ethan Siegels recente blog over CME’s in ‘Ask Ethan’. Deze zonnevlek ‘AR2838’ verdween ook weer snel, op 3 juli bewoog de zonnevlek zich naar het noordwestelijke deel van de zon en zal zich de komende twee weken naar de andere kant van de ster verplaatsen. Bronnen: NASA/SDO, NOAA, Spaceweather PC, Forbes, Space.com.

Sterrenkundigen in 2.034 stersystemen zitten eersterangs om de aarde te zien

Credit: GooKinSword/Pixabay.

Met ruimtetelescopen zoals voorheen Kepler en nu TESS kunnen we bij andere sterren dan de zon exoplaneten zien, planeten die zich, ‘verraden’ doordat ze gezien vanaf de aarde periodiek voor hun centrale ster langsschuiven en door die transitie een kleine dip in de lichtsterkte van de ster veroorzaken. Maar het omgekeerde kan uiteraard ook: dat vanaf planeten bij andere sterren door hypothetische sterrenkundigen aldaar wordt gezien dat de aarde voor de zon langs schuift, voor sol, zoals het geloof ik in galactisch spraakgebruik heet. En dat is precies wat sterrenkundigen van Cornell University en het American Museum of Natural History duidelijk probeerden te krijgen: vanuit welke stersystemen binnen een afstand van 326 lichtjaar (100 parsec) zijn in de periode van 5000 jaar geleden tot 5000 jaar na nu transities van de aarde voor de zon langs te zien?

Impressie van de aarde en de zon met op de achtergrond de vele stersystemen in de Melkweg waarvandaan men een transitie van de aarde voor de zon langs kan zien. Credit: OpenSpace/American Museum of Natural History

Om dat heel nauwkeurig te kunnen berekenen maakten ze gebruik van de gegevens uit de eDR3 catalogus, die met de Europese Gaia ruimtetelescoop zijn verzameld. Dat leverde welgeteld 2.034 stersystemen op waar dat mogelijk is, 1.715 waar dat afgelopen 5000 jaar al kon en daar komen komende vijf millennia nog 319 stersystemen bij (een eerdere berekening vorig jaar leverde 1.004 sterren op waar dan kon). Dat het niet altijd dezelfde sterren zijn waar vandaan transities van de aarde zichtbaar zijn is eenvoudig te verklaren: sterren in de Melkweg bewegen voortdurend en daardoor verandert hun onderlinge positie en daarmee ook hun blik op elkaar continu. Tot de 2.034 stersystemen zijn er zeven waarvan we weten dat die exoplaneten hebben.

Impressie van Ross 128b met op de achtergrond de rode dwergster. Credit: ESO/M. Kornmesser

Eentje daarvan is het Ross 128 systeem met een rode dwergster in het sterrenbeeld Maagd, waar een planeet omheen draait die op de aarde lijkt, slechts 11 lichtjaar van ons verwijderd (zie impressie hierboven). Op die planeet konden ze transities van de aarde zien startend vanaf 3057 jaar geleden en dat vervolgens 2158 jaar lang, tot pakweg 900 jaar geleden. Het welbekende TRAPPIST-1 systeem, waar maar liefst zeven op de aarde lijkende planeten omheen draaien (waarvan vier in de leesbare zone van de ster), is over 1642 jaar aan de beurt om aarde-transities te zien en dan 2371 jaren achtereen. In Nature verscheen het vakartikel over de berekeningen aan de stersystemen waar vandaan ze transities van de aarde konden/kunnen zien. Bron: Science Daily.

Project Solarcan in Huize Nouwen is vandaag gestart

Dat is ‘m, de solarcan of pinhole-camera onder het raam in Huize Nouwen.

Vanochtend vroeg om 05.32 uur is de zomer begonnen, al zou je dat aan het druilerige weer niet zeggen. Met het zomersolstitium bereikt de zon vandaag z’n grootste noordelijke declinatie (+23°26’11”) en dat betekent dat de zon vandaag z’n hoogste punt aan de hemel bereikt dit jaar. Vandaar dat ik vandaag mijn solarcan in de tuin heb opgehangen en heb geopend om licht te vangen. Zo’n solarcan is een gaatjescamera of pinhole-camera, aangeschaft via volkssterrenwacht Philippus Lansbergen in Middelburg. Benodigdheden voor solargraphy met zo’n camera: een blikje – voorzien van een klein gat, gemaakt met bijvoorbeeld een speld – en een stukje lichtgevoelig fotopapier. Je geeft dat blikje een vaste plek met uitzicht op het zuiden, laat ´m daar een half jaartje (vanaf zomer of winter solstitium) [1]Wellicht vraag je je af waarom je dat blikje alleen op 21 juni of 21 december voor een half jaar op kunt hangen. De reden is eenvoudig: om te voorkomen dat je overlappende lichtbanen van de zon … Continue reading licht vangen en voilá… je hebt de zon gedurende die periode gefotografeerd! Het werkt volgens het simpele principe dat je hieronder afgebeeld ziet en dat we sinds de ontdekking van het fotopapier al toepassen. Zonlicht valt op het fotopapier en door het zilverbromide daarin verkleurt het zwart.

Op 21 december 2021om 15.59 uur hebben we het winter solstitium en bereikt de zon z’n laagste declinatie. Dan haal ik het blikje weer weg en haal ik het fotopapier eruit. Dat heeft dan een negatief beeld van de zon en de omgeving. Ik scan de foto en die bewerk ik in Photoshop, zodat het een positief beeld wordt (zonlicht wordt dan wit i.p.v. zwart) en dan heb ik een half jaar zon gevangen in één foto. Kortom, end december meer nieuws over de solargraphy vanuit Dordrecht. Hieronder tenslotte nog een voorbeeld van solargraphy, in 2011 gemaakt door Ger Dörr.

Credit: Ger Dörr

References[+]

References
1 Wellicht vraag je je af waarom je dat blikje alleen op 21 juni of 21 december voor een half jaar op kunt hangen. De reden is eenvoudig: om te voorkomen dat je overlappende lichtbanen van de zon krijgt. Stel dat je het blikje 1 april ophangt en dan tot 1 oktober. Dan vang je van 1 april tot 21 juni het licht van de zon die een steeds grotere declinatie bereikt, dus steeds hoger aan de hemel staat. Maar na 21 juni neemt de declinatie af en dan zullen de zonnepaden die je vanaf dat moment vastlegt dus overlappen met de zonnepaden die je voor 21 juni had vastgelegd. Je krijgt dan dus dubbele zonnepaden en kan je niet goed meer zien of het op een bepaalde dag zonnig of bewolkt was. Beperk je je tot de periodes tussen de solstitia dan heb je die overlap niet.

Om 05.32 uur is de zomer begonnen!

Credit: Felix Mittermeier/Pixabay.

Om 05.32 uur vanochtend was het zo ver: de zomer begon toen. Op dat tijdstip bereikte het middelpunt van de zonneschijf de lengte 90°00’00” op de ecliptica, het punt dat de zon z’n grootste noordelijke declinatie bereikte (+23°26’11”). Op dat moment staat de zon recht boven de Kreeftkeerkring in het zenit. Het is het moment dat de astronomische zomer begint, de weerkundige zomer begon al op 1 juni. Het tijdstip van 05.32 uur (Nederlandse tijd) wordt het zomersolstitium genoemd, ook wel de zomerzonnewende of zonnestilstand. Op het noordelijk halfrond zijn de dagen dan het langst en de nachten het kortst. Op het zuidelijk halfrond is ‘t andersom, daar zijn de seizoenen precies omgekeerd; daar begint vandaag de winter. Na vandaag gaan de nachten bij ons weer lengen. Vandaag komt de Zon niet het vroegst op, noch gaat ze op het laatste tijdstip onder — dat gebeurt rond 17 respectievelijk 24 juni. Iedereen een gelukkig solstitium toegewenst! Bron: Sterrengids 2021 + Hemel.waarnemen.com.

Astronomen maken eerste 3D-kaart van de heliopauze

De heliosfeer van ons zonnestelsel is het gebied waarin de zonnewind de overheersende stroom van deeltjes is. Het gebied wordt begrensd door de heliopauze, de uiterste grens van het zonnestelsel. waar de kracht van de zonnewind zo sterk is afgenomen dat ze wordt opgeheven door de stroming van deeltjes die het interstellair medium vormen. Een team astronomen van het Amerikaanse Los Alamos National Laboratory (LANL) heeft recent de allereerste 3D-kaart van de heliopauze gemaakt. De kaart is samengesteld met behulp van data afkomstig van NASA’s IBEX-satelliet. IBEX staat voor ‘Interstellar Boundary Explorer’ en draait in een baan om de aarde. De gebruikte data voor de kaart betreft een volledige zonnecyclus tussen 2009 en 2019.

Structuur van het zonnestelsel en omliggende ruimte Credits; NASA/JPL

IBEX werd in 2008 gelanceerd met de bedoeling om de interacties tussen het interstellaire medium en zonnewinden te registreren. Deze krachtige zonnewinden, die enorme snelheden kunnen bereiken en bestaan uit protonen, elektronen en alfa-deeltjes, geven vorm aan de belachtige heliosfeer. De grenslaag rond de heliosfeer staat bekend als de heliosheath, en daarbinnen bevindt zich de heliopauze, de uiterste rand van deze grenslaag. Een van de functies van de IBEX-satelliet is het detecteren van deeltjes die uit de heliosheath komen, en daaronder is een ‘bijproduct’ van botsingen tussen de zonnewind en de interstellaire wind, energetisch neutrale atomen (ENA’s) genoemd. Hoe sterker de zonnewind wanneer deze in de heliosheath botst, hoe hoger het aantal ENA’s dat de IBEX-satelliet zal detecteren.

3D-kaart heliosfeer Credits; Los Alamos National laboratory, DOE

“Het ‘zonnewind-signaal’ dat door de zon wordt uitgezonden, varieert in sterkte en vormt een uniek patroon”, aldus Daniel B. Reisenfeld, hoofdauteur van het wetenschappelijk artikel dat op 10 juni j.l. gepubliceerd is in The Astrophysical Journal, en vervolgt: “IBEX zal datzelfde patroon zien in het terugkerende ENA-signaal, twee tot zes jaar later, afhankelijk van de ENA-energie en de richting waarin IBEX door de heliosfeer ‘kijkt’. M.b.v. dit tijdsverschil vinden we de afstand tot het ENA-brongebied in een bepaalde richting.”

Heliosfeer (bruin), interstellair medium (blauw), waartussen de grens de ‘heliopauze’ligt. Credits; LANL/IBEX

De wetenschappers vergelijken dit met de manier waarop vleermuizen sonar gebruiken om hun omgeving in kaart te brengen. Maar in plaats van sonarpulsen te gebruiken om grotten in kaart te brengen, gebruikte het team de zonnewind om de eerste 3D-kaart van de heliosfeer’s grens te bouwen. Deze nieuwe kaart laat zien dat de kortste afstand tussen de zon en de heliopauze, in de richting van de interstellaire wind, 120 astronomische eenheden (één AU is de afstand van de aarde tot de zon) is. In de tegenovergestelde richting strekt de heliopauze zich uit over minstens 350 AU van de zon. “Natuurkundige modellen hebben deze grens jarenlang getheoretiseerd”, aldus Reisenfeld. “Maar dit is de eerste keer dat we het echt hebben kunnen meten en er een driedimensionale kaart van hebben gemaakt.” Onderstaande video geeft een overzicht van het onderzoek. Bron; LANL

Gedeeltelijke zonsverduistering was goed te zien

De zonsverduistering tijdens het maximum om 12.21 uur.

De gedeeltelijke zonsverduistering die vandaag onder andere boven Nederland plaatsvond was goed te zien. In Dordrecht, waar ik ‘m samen met collega Astroblogger Jan Brandt vanuit de tuin bekeek, was alles onder een strakblauwe hemel goed te volgen. Om 11.17 uur begon het hier in Dordt City met het eerste contact, waarbij de maan rechtsboven in de zon een klein deukje veroorzaakte. In mijn omkerende kijker (11 cm Newton – met nog een originele focuseerinrichting, een collectors item begreep ik van Jan – met in het primaire brandpunt een smartphone) was dat linksonder. Jammer genoeg waren er geen zonnevlekken op de zon te zien, dat geeft de eclipsfoto’s altijd een mooier effect. Hieronder de opstelling van onze apparatuur in de zonovergoten tuin.

In Engeland was het op dat moment nog bewolkt en dacht onze goede vriend Jonathan Hall (ergens in de buurt van Bath) dat het weer de bekende cumulus interruptus zou worden, die eerder ook al zand in het eten gooide, maar toch klaarde de lucht gelukkig ook daar op en kon hij deze foto maken:

Om 13.29 uur was alles afgelopen, toen bij het laatste contact het laatste deukje uit de zon verdween. Dat laatste contact werd mooi door Jan vastgelegd, ‘een close up van bijkans het laatste hapje uit de zon, geschoten door de 15cm F8 Newton en de canon 1000D’, zoals hij het formuleerde. Die foto zie je hieronder.

Door Tennet, de beheerder van het electriciteitsnetwerk in Nederland, was afgelopen dagen al gewaarschuwd dat de zonsverduistering zou zorgen voor een tijdelijke terugval in de productie van stroom door zonnepanelen. De angst voor problemen bleek ongegrond, maar de verduistering was wel degelijk te zien in de productie, onder andere bij mijn eigen panelen op m’n dak:

Woensdag een supermaan, rondom de Stille Oceaan hebben ze zelfs een supermaansverduistering

Credit: Koala0815/Pixabay.

Op woensdag 26 mei om 13.14 uur is het Volle Maan, dan staat de maan recht tegenover de zon aan de hemel. Niets bijzonders, het gebeurt iedere 27 dagen. Wel bijzonder is wat ze aan de andere kant van de wereld meemaken, rondom de Stille Oceaan. Dáár zal namelijk morgen een maansverduistering zichtbaar zijn, als de aarde tussen de zon en de maan inschuift en de maan in de schaduw van de aarde terecht komt. En omdat de maan tien uur eerder in z’n perigeum staat, het punt in zijn elliptische baan dat het dichtst bij de aarde gelegen is, is het ook nog eens een supermaan, nee wat zeg ik een supermaansverduistering. Hij is hier via een livestream te volgen, mocht je niet ergens in de buurt van Hawaï bivakkeren. Niet later inschakelen, want de totale fase duurt slechts 14 minuten (van 11.12 tot 11.26 uur UT, tel er twee uur bij op voor onze tijd). De maan staat woensdag 357.460 km van de aarde vandaan, 155 km dichterbij dan bij de vorige supermaan, die vorige maand was. Niks schokkends allemaal zo’n supermaan, alleen dat het flink in het nieuws komt en daardoor meer kijkers trekt die de maan willen zien. Wetenschappers gaan de eclips gebruiken om de temperatuur op de maan meten en te kijken of die door de verduistering daalt. Dat doen ze onder andere met de Lunar Reconnaissance Orbiter, die iedere twaalf uur een rondje om de maan cirkelt, en met telescopen op de Mauna Kea op Hawaï. Bron: Sterrengids 2021 + Phys.org.

Gedeeltelijke zonsverduistering op donderdag 10 juni

gedeeltelijke-zonsverduistering 10 juni 2021.jpg
Illustratie van de maximale gedeeltelijke zonsverduistering, gezien vanuit Nederland. De gestippelde lijn geeft de grens van de zonnerand weer op het moment dat 29% van de zon is afgedekt door de maan. Zon gefilterd in H-alpha. Credit: KNVWS/Michael Wilkinson, Blaauw Sterrenwacht.

Op donderdag 10 juni is in Nederland een gedeeltelijke zonsverduistering zichtbaar. De maan schuift vanaf 11.18 uur (tijd in Amsterdam – elders in Nederland kunnen de tijdstippen enkele minuten verschillen) langzaam tussen de aarde en de zon en bedekt de noordelijke rand van de zon. Het maximum vindt plaats om 12.22 uur. Op dat moment is 29 procent van de middellijn van de zon door de maan bedekt.

Start: 11.18 uur | maximum: 12.22 uur | einde: 13.31 uur

De gedeeltelijke zonsverduistering van 10 juni is de eerste eclips die zichtbaar is vanuit Nederland sinds maart 2015. In Noord-Canada, Groenland en Rusland is de eclips ringvormig. Een gedeeltelijke zonsverduistering is natuurlijk lang niet zo spectaculair als een volledige zonsverduistering, waarbij de maan de hele zonneschijf bedekt. Maar met een goede eclipsbril kunnen kinderen en volwassen zien hoe de maan een ‘hapje’ uit de zon neemt. Kijk nooit direct naar de zon, maar gebruik een goede eclipsbril. Die zijn te koop bij onder andere www.eclipsbrillen.nl. Meer tips om veilig te kijken onderaan dit persbericht.

Animatie van de verduistering van 10 juni. Credit: Hemel.waarnemen.com.

Maak een filmpje en win een schoolbezoek van het mobiele planetarium

Zowel de universitaire NOVA-sterrenkunde-instituten als de publiekssterrenwachten organiseren kijkevenementen. NOVA/astronomie.nl organiseert een wedstrijd voor basisscholen. Welke klas maakt het beste uitlegfilmpje over wat er gebeurt bij een zonsverduistering? De winnende klas/school wint een bezoek van het NOVA Mobiel Planetarium op 10 juni. Het NOVA-team neemt eclipsbrillen mee om de zonsverduistering te bekijken vanaf het schoolplein. Elke klas (groep 3 t/m 8) krijgt bovendien een korte uitleg in het planetarium over zonsverduisteringen. De spelregels staan vermeld onderaan dit persbericht.

Meer informatie over de scholenwedstrijd, veilig kijken en tips voor lesideeën.

Bron: Astronomie.nl.