Op 24 april 1990, vandaag dus precies 16 jaren geleden, werd de Hubble Space Telescope (HST) van ESA en NASA samen gelanceerd en in de ruimte geactiveerd. Altijd leuk om op zo’n verjaardagsfeestje even wat gegevens op een rijtje te zetten over de HST:
in de 16 jaar van z’n bestaan heeft de HST 750.000 opnames gemaakt en daarbij ongeveer 24.000 objecten aan de hemel nader bestudeerd;
HST heeft in die tijd zo’n 93.500 rondjes om de Aarde gedraaid en daarbij pak ‘m beet een slordige 4 miljard kilometer afgelegd;
Al die waarnemingen van 16 jaar bij elkaar hebben 27 terabyte aan gegevens opgeleverd. Dat is zo’n 400.000 CD’s. Als je die CD’s op elkaar zou stapelen zou je een toren krijgen twee maal zo hoog als de Eiffeltoren;
Dagelijks braakt de HST zo’n 10 gigabyte aan informatie uit.
Er hebben zo’n 4.000 astronomen gewerkt met de HST. Leuk speeltje, h
Vandaag, Goede vrijdag 14 april, is de geboortedag van Christiaan Huygens, de bekende 17e eeuwse wetenschapper. Op 14 april 1629 werd Christiaan, zoon van de dichter en componist Constantijn Huygens, in Den Haag geboren. Tijdens zijn leven heeft hij vele baanbrekende ontdekkingen gedaan, zoals de ringen van Saturnus, de maan Titan van Saturnus, de penduleklok en de golftheorie van licht.
Christiaan Huygens is in de eeuwen na zijn dood vele malen herdacht en werd zijn naam gebruikt om tientallen scholen en instituten mee te tooien. Ook zijn er enkele astronomisch interessante dingen naar Huygens vernoemd:
Gisteren stond er in NRC Handelsblad in de wetenschapsbijlage een interessant artikel van Dirk van Delft over de kosmologische constante (KC). Al sinds Einstein deze term in 1917 in zijn veldvergelijkingen invoerde om een stabiel heelal te verkrijgen is er veel discussie over. Einstein wilde een stabiel heelal, zoals de meeste wetenschappers in die tijd over het heelal dachten. Maar een heelal gevuld met materie zou door de zwaartekracht ineenstorten, exit stabiel heelal. Daarom voerde Einstein de KC in, die op te vatten is als kromming van de lege ruimte. Door die kromming zou tegengas worden gegeven aan de gravitationele werking van de materie en zou er een stabiel heelal zijn. In de jaren twintig werd Einstein’s stabiele heelal echter onderuit gehaald, eerst door theoretici als De Sitter en Friedmann en daarna door de waarnemingen van Edwin Hubble. Het heelal bleek uit te dijen, dus nogmaals exit stabiel heelal. Einstein sprak toen van de grootste blunder uit zijn leven als hij het over de KC had.
In de jaren negentig werd de KC weer nieuw leven ingeblazen, toen uit waarnemingen aan ver weg staande supernovae bleek dat er een versnelling in de uitdijing van het heelal zit. Dit wijst op een licht positieve KC. Maar dan zijn we ook direct bij het zogenaamde KC-probleem aanbeland: deze observationele waarde van de KC is het resultaat van een balans van twee dingen, te weten de kromming van de lege ruimte (links in de veldvergelijking van Einstein) en de vacu
Met behulp van de röntgensatelliet Chandra heeft een internationaal team van astronomen onder leiding van Daniel S.Hudson van de Universiteit van Bonn een paar ontdekt van supermassieve zwarte gaten. In het centrum van Abell 400, een cluster van sterrenstelsels in het sterrenbeeld Walvis, ontdekte het team in het actieve radiostelsel 3C 75 een dubbele kern van supermassieve zwarte gaten. 3C 75 was al bekend als dubbele radiobron, maar de röntgenwaarnemingen van Chandra bevestigen het vermoeden dat de zwarte gaten gravitationeel gebonden zijn aan elkaar. Schijnbaar staan de zwarte gaten 15″ van elkaar verwijderd. Uit de waarnemingen blijkt dat de zwarte gaten met een snelheid van 1.200 km per seconde door de ruimte vliegen. Het interstellaire gas rondom de zwarte gaten wordt daarbij verhit tot temperaturen van wel 38 miljoen graden en daardoor wordt röntgenstraling uitgezonden. Berekeningen doen vermoeden dat de twee zwarte gaten over miljoenen jaren zullen ‘versmelten’. Bij die gebeurtenis zal een reusachtige hoeveelheid gravitationele straling worden uitgezonden, die op aarde detecteerbaar is. Tenminste, als we een paar miljoen jaar geduld hebben dus. Er worden momenteel detectoren gebouwd, zoals LISA, die tot doel hebben om gravitationele straling te ontdekken. Tot nu toe nog zonder resultaat. Op 6 april verscheen in het vaktijdschrift Astronomy & Astrophysics een artikel over de ontdekking van het paar zwarte gaten. De redactie van A&A was zo vriendelijk om voor de liefhebbers ook het gehele artikel kostenloos op het net te zetten en wel hierzo. En dat waarderen wij uiteraard!
Al lang is bekend dat de sterrenstelsels in het heelal in grote lange slierten (filamenten) gravitationeel met elkaar verbonden zijn. Deze ‘muren’ van stelsels zitten aan de buitenkant van grote stukken lege ruimte, de zeepbelachtige gaten. Astronomen van de Universiteit van Nottingham (GB) en het “Instituto de Astrofisica de Canarias” (Spanje) hebben nu ontdekt dat er een verband is tussen deze ‘grote schaal distributie’ structuur van het heelal, en de wijze waarop sterrenstelsels georiënteerd zijn. Met de oriëntatie wordt bedoeld de stand van hun rotatie-as ten opzicht van die grootschalige structuur. De astronomen hebben twee grote onderzoeken van sterrenstelsels geanalyseerd, te weten de Sloan Digital Sky Survey (SDSS) en de ‘Two Degree Field Survey’ (2dFGRS), en kwamen tot de conclusie dat de rotatie-as van de meeste sterrenstelsels evenwijdig is aan het oppervlak van de bellen. De assen wijzen dus niet naar bijvoorbeeld het midden van de bellen (zie figuur hierboven). De oorsprong van de grote schaal-distributie van het heelal ligt volgens de astronomen in de eerste momenten na de Big Band en hangt waarschijnlijk samen met de verdeling van de donkere materie/energie, die 96% van de inhoud van het heelal vormt. Volgens de drie astronomen van het statistische onderzoek, Ignacio Trujillo, Conrado Carretero en Santiago G. Patiri, duidt dit op een verband tussen de verdeling van donkere materie/energie en de wijze waarop sterrenstelsels ontstaan zijn. Op 1 april (nee, geen grap…. geloof ik) is het artikel verschenen in de Astrophysical Journal Letters. Zoals vaak het geval hebben de astronomen een dergelijk onderzoek gevisualiseerd in de vorm van een animatie en die is hier te bekijken. Veel kijkplezier er mee.
Afgelopen zaterdag stond er een interessant artikel in het Opinie & Debat gedeelte van NRC Handelsblad van Robbert Dijkgraaf, hoogleraar mathematische fysica aan de Universiteit van Amsterdam. Ok
In het AD stond vandaag een aardig artikel over een ‘Ufo-invasie in Zuid-Holland’. Waren er in 2004 in deze provincie 7 meldingen van een ongeïdentificeerd vliegend object, een jaar later waren dat er 18. Zo blijkt uit cijfers van de Ufo-werkgroep Nederland (UWN). Heel Nederland gaf overigens ook een stijging te zien van het aantal Ufo-meldingen. In 2004 waren er 78, tegen 119 in 2005. Top-provincie in 2005 was Noord-Holland met 19 meldingen. Het Ufo-topjaar was 2003, toen in totaal 168 Ufo’s werden gemeld. De definitie die UWN voor Ufo’s gebruikt is: “een voorwerp, verschijnsel of licht aan de hemel dat vanwege het uiterlijk, de bewegingen en de eigenschappen niet meteen kan worden geïdentificeerd.” In de praktijk blijken de meldingen meestal lichtverschijnselen te zijn, veroorzaakt door bijvoorbeeld lasershows van plaatselijke disco’s of industriële activiteiten. N- en Z-Holland hebben er daar natuurlijk veel van, dus is het logisch dat daar veel Ufo-meldingen vandaan komen. Een klein gedeelte van de meldingen kan echter niet verklaard worden. Wat hebben Ufo’s te maken met sterrenkunde zullen de lezers van de Astroblogs zich afvragen? Nou heel eenvoudig, er zijn ook sterrenkundige verklaringen voor de Ufo-meldingen. Heel vaak zijn het haloverschijnselen rondom de Zon, heldere planeten als Venus of Jupiter of flares van de Iridiumsatellieten die voor de nodige meldingen zorgen. Meestal is het dus een storm in een glas water. Een ‘close encounter’ van de derde graad heeft geloof ik nog nooit iemand meegemaakt in Nederland. Jammer 🙂