De revolutionibus orbium coelestium in Zutphen

Met mijn vrouw was ik vandaag ter gelegenheid van onze vakantie in Zutphen en daar brachten we onder andere een bezoek aan de grote Walburgiskerk, waarvan het oudste deel uit de 11e eeuw stamt. In die kerk heb je de Librije, een oude ‘kettingbibliotheek’, zoals dat wordt genoemd, een bibliotheek waarin de kostbare boeken vastgeketend zijn om te voorkomen dat ze uit de bibliotheek worden meegenomen. Interessant is dat in de Librije een exemplaar wordt bewaard van de eerste druk van ‘De revolutionibus orbium coelestium‘ (Over de omwenteling van de hemellichamen), het beroemde boek van Nicolaus Copernicus uit 1543 (Copernicus’ sterfjaar), waarin gesteld werd dat de planeten niet om de aarde, maar om de zon draaien. Hierboven zie je een foto van een pagina uit een facsimile van het beroemde boek. In de Librije zelf mogen geen foto’s worden gemaakt, dus heb ik er eentje van de facsimile gemaakt, die buiten de Librije te zien is. Het gekke is dat de Revolutionibus niet geketend is in de Librije. Volgens de Amerikaanse astronoom en wetenschapshistoricus Owen Gingerich was dat ‘omdat De Revolutionibus te technisch was, dat wilde toch niemand stelen.’ Het boek was ook te technisch voor de geestelijken in Rome. Niet-gelezen was het boek gedurende zeventig jaar niet verboden. Pas in 1616, nadat Galilei Galileï het wereldbeeld van Copernicus had bevestigd, kwam De Revolutionibus op de lijst van verboden boeken, waarop het tot 1758 bleef staan.

Video: een terugblik op de lancering van de Sentinel-6 Michael Freilich satelliet

Gisteren is met een SpaceX’ Falcon 9 raket vanaf Vandenberg Air Force Base in Californië de Copernicus Sentinel-6 Michael Freilich gelanceerd, de 1,2 ton zware satelliet die gebouwd is om de verandering van het zeeniveau te monitoren. Hieronder de videobeelden van de lancering, die verder goed is verlopen (ook de zachte landing van de eerste trap van de draagraket).

Bron: ESA.

Deelnemers gezocht voor competities slimme satelliettoepassingen

Credit: ESA.

Heb jij een idee voor een slimme satelliettoepassing? Een toepassing gebaseerd op navigatiesatellieten (Galileo) of aardobservatiesatellieten (Copernicus)? Doe dan mee met de Galileo en Copernicus Masters competities. Winnaars krijgen de kans om hún idee, met hulp van NSO en ESA, uit te bouwen tot een succesvol bedrijf.

Competitie leidt tot innovatie. Denk aan de ruimterace in de jaren zestig, met als apotheose een landing op de maan. Of de Ansari X prize, die in 2004 het eerste commerciële ruimtevaartuig ter wereld voortbracht. Daarom zoekt Europa via twee competities naar innovatieve ideeën. Ideeën om ruimtevaarttechnologie die er nu al is in de toekomst op zoveel mogelijk slimme manieren te gebruiken.

Van A naar B en daarna?

Dat satellieten ons de weg wijzen in de auto, op de motor en wandelend door de stad weten we allemaal. Maar de toepassingen van satellietnavigatie reiken veel verder. Kijk bijvoorbeeld naar het Nederlandse bedrijf Johan, dat een eerdere editie van de Galileo Masters competitie won. Johan analyseert sportprestaties met behulp van satellietnavigatietechnologie en helpt zo sportteams om hun prestatie te verbeteren.

Navigatietechnologie kan in heel veel verschillende sectoren een rol van betekenis spelen. In de zorg, door blinde mensen de weg te wijzen. In de vrijetijdsindustrie, met apps voor festivals en vakantiebestemmingen. En in de infrastructuur, als instrument om de dijken van het laaggelegen Nederland te bewaken. Nieuwe toepassingen op basis van het Galileo satellietnavigatiesysteem, daar draait het om bij de Galileo Masters competitie.

Planeet aan de hartbewaking

De Copernicus Masters competitie gaat uit van satellietgegevens verzameld binnen het Europese Copernicus programma. Dag en nacht ligt onze planeet aarde aan de ‘hartbewaking’. We monitoren hoe het gaat met de vegetatie, de oceanen, de ijskappen en de dampkring. Van luchtkwaliteit tot precisielandbouw en van ontwikkelingshulp tot klimaatoplossingen, Copernicus kent vele toepassingen.

‘De mogelijkheden binnen beide competities zijn eindeloos’, zegt Bert Meijvogel van het NSO. ‘We zoeken creatieve, ondernemende mensen die het leuk vinden om het maximale te halen uit de satellietsystemen die we als samenleving hebben ontwikkeld.’ Juist in Nederland zijn de omstandigheden voor deelname ideaal, denkt Meijvogel: ‘Nederland kent een goed klimaat voor startups. Daarbij groeit het bewustzijn in onze samenleving van de toegevoegde waarde die ruimtevaart kan hebben.’

Nederlandse winnaars krijgen kantoorruimte in het Space Business Innovation Centre (SBIC) in Noordwijk. (beeld: ESA, Jannes Linders Rotterdam).

Meer informatie en meedoen

Beide competities kennen verschillende categorieën. Zo zoekt de vakjury naar een startup of the year en is er een regionale competitie voor de beste Nederlandse inzending (ondersteund door het NSO). Er is een challenge speciaal voor universiteiten en zijn er special prizes, uitgeschreven door bedrijven en organisaties, zoals DLR en Airbus, die op zoek zijn naar een innovatie in een bepaalde sector.

Nederlandse winnaars van de competitie dingen mee naar de Europese hoofdprijs, maar worden ook in eigen land beloond. Zo krijgen ze o.a. een geldprijs, kantoorruimte in en ondersteuning van de ruimtevaartincubator Space Business Innovation Centre (SBIC) Noordwijk, bij het opzetten van een eigen bedrijf. Meer informatie over de competities en de voorwaarden om deel te nemen vind je op de sites van de Galileo Masters competitie en Copernicus Masters competitie. Bron: Spaceoffice.

ESA belicht de hoogtepunten van 2018

Voor de Europese ruimtevaartorganisatie ESA was 2018 een jaar met de nodige hoogtepunten, zoals de lancering van nieuwe Copernicus Sentinel satellieten, van de Aeolus satelliet, van nieuwe Galileo navigatiesatellieten (nu 26 in aantal) en van BepiColombo, de ESA-JAXA missie naar Mercurius. Ook waren er continu ESA astronauten aan boord van het ISS. Hieronder een video over al die gebeurtenissen.

Sentinel-3B, de zevende van de Europese Sentinel-vloot, is gelanceerd

Credit: ESA

Op woensdag 25 april om 19.57 uur Nederlandse tijd is vanaf lanceerbasis Plesetsk Cosmodrome in Rusland de Copernicus Sentinel-3B satelliet gelanceerd, de tweede Sentinel-3 satelliet en de zevende van de Europese vloot van Sentinel-aardobservatiesatellieten, die samen het Copernicus programma uitvoeren. De 1150 kg wegende satelliet werd met een Russische Rockot raket de ruimte in gebracht en in een baan om de aarde gebracht.

Credit: ESA/ATG medialab

Taak van de Sentinel-3A en 3B raketten is om continu met hun innovatieve apparatuur globaal land en zee te monitoren. Komende maanden is men nog bezig om de Sentinel-3B raket te testen en calibreren. Daarna gaat ‘ie echt beginnen aan z’n taak. Hieronder beelden van de lancering.

Bron: ESA.

IJs in Nederland – in beeld gebracht vanuit de ruimte

IJs in Nederland. Credit: Copernicus Sentinel data (2018) / ESA.

De lente is inmiddels begonnen, maar daar was enkele weken geleden nog geen sprake van. Toen lagen het IJsselmeer, Markermeer en IJmeer bijvoorbeeld nog vol met ijs, een resultaat van de koude temperaturen in februari en begin maart. Op 2 maart is Nederland vanuit de ruimte gefotografeerd door de Europese Copernicus Sentinel-2 satelliet en dat heeft geleud tot bovenstaande foto, hier in jpg formaat (4,61 Mb) en hier in tiff formaat (245,15 Mb!) te downloaden. Over die foto heeft de ESA onderstaande video gemaakt, waarin we Kelsea Brennan-Wessels van de ESA Web TV over het ijs in Nederland zien uitleggen.

Bron: ESA.

Sentinel-1 satellieten tonen wegzakken van de Millenium Tower in San Francisco

Credit: Contains modified Copernicus Sentinel data (2015–16) / ESA SEOM INSARAP study / PPO.labs / Norut / NGU, CC BY-SA 3.0 IGO

De 200 meter hoge Millennium Tower in San Francisco blijkt per jaar enkele centimeters weg te zakken. Zo blijkt uit radarbeelden die gemaakt zijn door de twee Europese Sentinel-1 satellieten. De Millenium Tower, die 58 etages telt, is pas in 2009 opgeleverd, maar nu al blijkt hij niet alleen weg te zakken, maar ook iets te hellen. De oorzaak is vermoedelijk dat de heipalen niet goed de grond zijn ingeslagen. Inwoners van San Francisco vergelijken de wolkenkrabber nu al met de beroemde Toren van Pisa.

Credit: ESA

Met de Sentinel-1A en -1B satellieten [1]1A werd op 3 april 2014 gelanceerd, 1B op 25 april 2016., die deel uitmaken van het Copernicus programma om de aarde minutieus te observeren, kan bodemdaling tot millimeters nauwkeurig in beeld worden gebracht. Dat doen ze door vanuit de ruimte radar scans te maken, die niet alleen van natuurgronden kunnen worden gemaakt, maar ook van bebouwde omgevingen – gebouwen reflecteren het radarsignaal uitstekend zelfs. Die scans zijn ook gemaakt voor het gebied van San Francisco Bay, dat vanwege breuklijnen in de korst grote risico’s op aardbevingen heeft. Daaruit kwam de verzakking naar voren. De overheid van San Francisco heeft inmiddels een aanklacht ingediend tegen de projectontwikkelaars. Bron: ESA.

References[+]

References
1 1A werd op 3 april 2014 gelanceerd, 1B op 25 april 2016.

Europese aardobservatiesatelliet Sentinel-1B succesvol gelanceerd

©ARIANESPACE/ESA

De tweede Sentinel-1-satelliet – Sentinel-1B – is maandagavond laat succesvol met een Sojoez-raket (vlucht VS14) naar de ruimte gebracht. De observatiesatelliet gaat een ‘radarblik’ op aarde werpen voor het Europese milieuprogramma Copernicus. Sentinel-1B begon om 23.02 uur Nederlandse tijd aan zijn klim naar de ruimte en werd gelanceerd vanaf de Europese ruimtehaven in het Frans-Guyaanse Kourou. Na 23 minuten en 35 seconden scheidde de satelliet zich van de bovenste trap van zijn raket. Hieronder een video van de lancering – trois…deux…un…top!

De lancering van Sentinel-1B gaf ook kleinere satellieten de kans mee te liften naar de ruimte. In totaal gingen er drie CubeSats mee omhoog. Deze kleine satellieten, ieder 10x10x11 centimeter groot, werden ontwikkeld door universiteitsstudenten die deelnamen aan het ‘Fly Your Satelliet!’-programma dat ESA’s Education & Knowledge Management Office runt samen met Europese universiteiten. De drie meeliftende CubeSats zijn OUFTI-1 van de Universiteit van Luik, e-st@r-II van het Polytechnic in het Italiaanse Turijn en AAUSat-4 van de Aalborg Universiteit in Denemarken. Bron: ESA.

Nog even over die planeten Janssen en Lippershey

Credit: Ricnun uit en.wikipedia.org

Enkele weken geleden werd bekendgemaakt dat de Internationale Astronomische Unie (IAU) 32 exoplaneten en 15 sterren officiële namen heeft gegeven. Dit alles na een wereldwijde oproep van de IAU om suggesties hiervoor te doen. Als je de lijst in Olaf z’n blog leest zie je ook twee Nederlandse namen staan: de planeten Janssen en Lippershey. Jazeker, er is een planeet die Janssen heet en die 40 lichtjaar van ons vandaan ligt en een andere die Lippershey heet, net zo ver verwijderd. Beide planeten zijn genoemd naar de Zeeuwse brillenmakers Zacharias Janssen en Hans Lippershey, degenen die ongeveer tegelijk in 1608 de telescoop hebben uitgevonden. De namen waren voorgesteld door de Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Weer- en Sterrenkunde (KNVWS). De exoplaneet 55 Cancri d in het sterrenbeeld Kreeft heet voortaan planeet Janssen en de exoplaneet 55 Cancri e, in het zelfde planetenstelsel bij dezelfde ster, heet nu planeet Lippershey. Ze draaien om een dubbelster, waarvan de ene, 55 Cancri A, een op de zon lijkende ster is, spectraaltype G, de andere, 55 cancri B, een rode dwerg – hierboven zie je ze in de paarse cirkel.  De hoofdster heeft van de IAU ook een naam gekregen, 55 Cancri A heet voortaan Copernicus. Volgens de huidige waarnemingen draaien daar vijf planeten om heen, 55 Cancri b, c, d, e en f, die nu Galileo, Brahe, Lippershey, Janssen respectievelijk Harriot heten.

Hé kijk nou, Jansen met één ‘s’.

Die uitvinding van de ‘Hollandse Kijker’ is weer een apart verhaal. Op 25 september 1608 vraagt de in Middelburg woonachtige brillenmaker Hans Lipperhey bij het dagelijks bestuur van de Staten van Zeeland een introductiebrief voor de Staten Generaal van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Met deze aanbevelingsbrief op zak demonstreerde hij aan Prins Maurits van Oranje een ‘buyse waarmee men verre kan sien’ en vroeg hij patent aan voor zijn vinding. Met deze eenvoudige ‘Hollandse kijker’, een buis met twee lenzen, kon Prins Maurits vanuit Den Haag op de kerktoren van Delft aflezen hoe laat het was. Prins Maurits en enkele hoge diplomaten, die bij elkaar waren voor onderhandelingen voor het Twaalfjarig bestand in de Tachtigjarige oorlog, zagen meteen het militaire belang van deze uitvinding.

Brillenmaker Hans Lippershey.

Ondanks de grote belangstelling voor zijn uitvinding kreeg Lipperhey geen patent, omdat de vinding te makkelijk na te maken was en het instrument al bij anderen bekend zou zijn. Zo maakte bijvoorbeeld ook Zacharias Jansen, een andere Middelburger en bijna buurman van Lipperhey, aanspraak op de uitvinding. Hoewel het patent werd afgewezen, was het de start van de wereldwijde verspreiding van wat wij later de telescoop zullen noemen. Nou, de rest van het verhaal kennen we inmiddels wel. In 1609 hoorde Galileo Galilei van Lippershey’s uitvinding en hij bouwde zijn eigen telescoop. Galilei richtte voor het eerst een telescoop op de hemel en voila… ging er met de eer vandoor.

Sentinel-1A heeft België in beeld bij First Light

Credit: ESA

Afgelopen zondag 12 april om 19.18 uur Nederlandse tijd nam de negen dagen eerder gelanceerde Europese Sentinel-1A satelliet z’n eerste radarfoto en wel van onze Zuiderburen, van Antwerpen en Brussel en omgeving. Hierboven zie je ‘t resultaat, linksboven Antwerpen – met al z’n havens aan de Schelde – en linksonder het centrum van Brussel, met een uitvergroting. Sentinel-1A is nog niet echt actief, maar is in een soort calibratie-testfase om z’n instrumenten uit te proberen en te verbeteren. Hij vormt de eerste satelliet in het kader van het geavanceerde aardobservatieprogramma Copernicus, waarvan volgend jaar de tweede satelliet zal worden gelanceerd. Bron: ESA.