Dít is de gemiddelde kleur van het heelal

De gemiddelde kleur van het heelal. Credit: Karl Glazebrook & Ivan Baldry (JHU)

Misschien dat je je de hele dag net als ik al afvroeg of er iets mis was met de APOD, de Astrophoto of the Day. Die van vandaag laat slechts één monotone kleur zien. Geen sterren, geen nevels, geen planeten, gewoon één beige kleur [1]Of is ’t nou roze? Help me es.. Wie het naschrift leest komt er echter achter dat deze kleur dé gemiddelde kleur van het heelal blijkt te zijn. Neem de kleur van alle sterren van het heelal, alle nevels en alle planeten, tel dat allemaal bij elkaar op en kijk wat er dan uitkomt als gemiddelde kleur. Net zoals een kleuter verf mengt op een tekenvel, alles door elkaar smeert en kijkt wat eruit komt. Van 200.000 sterrenstelsels uit de 2dF survey werd dat optelsommetje gedaan door Karl Glazebrook en Ivan Baldry en deze beige kleur kwam er als resultaat uit. Zou je ’t tien miljard jaar geleden hebben gedaan, dan zou de uitkomst een stuk blauwer zijn geweest. Dat komt omdat er tegenwoordig meer rode sterren zijn, ouder en koeler, dan blauwe sterren, die jonger en heter zijn. Voor de gemiddelde kleur van het heelal is trouwens ook al een naam bedacht: Cosmic Latte! Wie het in een grafisch programma na wil zoeken: de kleurcode is #FFF8E7. De naam is bedacht door Peter Drum, toen hij bij Starbucks een latte aan het drinken was. Bij ons heet zo’n latte koffie verkeerd. Kosmische koffie verkeerd dus. 😀 Bron: APOD.

References[+]

References
1 Of is ’t nou roze? Help me es.

Bevinden wij ons in het centrum van het heelal?

De uitdijing van het heelal

In 1929 kwam Edwin Hubble met z’n beroemde wet, waarin hij stelde dat sterrenstelsels zich van elkaar verwijderen met een snelheid die evenredig is met hun onderlinge afstand. Hoe verder weg sterrenstelsels staan des te harder bewegen ze zich van ons vandaan. Wie de uitdijing van het heelal in de afbeelding hiernaast bekijkt ziet ogenblikkelijk de consequentie ervan: het lijkt alsof wij, ons Melkwegstelsel, zich in het centrum van het heelal bevindt en alle andere sterrenstelsels zich van ons vandaan bewegen [1]Afgezien van enkele lokale sterrenstelsels zoals het Andromedastelsel, die naderbij komen.. Kan je daaruit de conclusie trekken dat wij écht het centrum van het heelal vormen en dat het zogenaamde Copernicaanse principe – welke stelt dat wij, de mensheid, géén bijzondere positie innemen in het heelal – niet juist is? Nee, die conclusie mag je niet trekken. Aan de orde is namelijk dat van ieder punt van het heelal de expansie van het heelal ervaren wordt alsof dát punt het centrum van die expansie is. Of je nou vanuit de Melkweg kijkt, vanuit het Andromedastelsel of vanuit een quasar tien miljard lichtjaar ver weg, overal wordt de expansie hetzelfde ervaren. Waar het om gaat is namelijk dat Hubble’s beschrijving gaat over de uitdijing van het heelal, niet van de sterrenstelsels in dat heelal. Het is de ruimtetijd van het heelal dat uitdijt en de sterrenstelsels bewegen mee, als de herfstblaadjes drijvend op het oppervlak van een vijver, waar iemand een steen in gooit en er vervolgens uitdijende rimpels ontstaan. In de lezing van Lawrence Krauss over het ontstaan van het heelal kwam ik enkele afbeeldingen tegen die perfect laten zien hoe die expansie de indruk kan doen ontstaan dat wij het centrum van het heelal zijn.

De uitdijing van het heelal

Neem het heelal op twee momenten, t1 en t2. Moment t2 is bijvoorbeeld een miljoen jaar later en in die tijd is het heelal groter geworden, zoals rechts te zien is. Al die kleine cirkels zijn sterrenstelsels.

Stel dat wij het sterrenstelsel op de derde rij zijn, derde van links:

Leg de twee heelalplaatjes van t1 en t2 op elkaar en wat zie je vanuit ‘ons’ sterrenstelsel? Het volgende:

Mmmm, lijkt wij alsof alle sterrenstelsels zich van ons af bewegen en wij het centrum van het heelal zijn. Kennen we dat niet ergens van? 😉 Maar laten we voor de zekerheid eens een ander sterrenstelsel nemen, bijvoorbeeld die op de vierde rij, vierde van links:

Als we dan de twee heelallen van t1 en t2 op elkaar leggen krijgen we het volgende te zien:

Hé, dat lijkt toch verdraaid veel op die andere afbeelding? Ook hier lijkt het gekozen sterrenstelsel het centrum van de expansie en daarmee van het heelal. Kennelijk is er sprake van gezichtsbedrog en lijkt het alsof wij het centrum van de expansie zijn. In sterrenkundeboeken komen we vaak de vergelijking met een krentenbrood tegen dat rijst door de hitte van de oven. De krenten bewegen door dat rijzen uit elkaar, vergelijkbaar met de sterrenstelsels die meedeinen op de uitdijing van het heelal. Vanuit het perspectief van iedere krent zie je de andere krenten van je vandaag bewegen en lijkt ’t alsof  ‘jouw’ krent het centrum van het krentenbrood is. Mmmm, van deze vergelijking zal vast wel ergens een YouTube video te zien zijn. Als ik ‘m heb plaats ik die hier.

References[+]

References
1 Afgezien van enkele lokale sterrenstelsels zoals het Andromedastelsel, die naderbij komen.

Video: hoe ontstond het heelal uit… niets?

Ik kwam vandaag een lezing tegen van Lawrence Krauss over het ontstaan van het heelal. Ruim een uur duurt de presentatie van de man die een kunst heeft gemaakt om moeilijke dingen makkelijk uit te leggen. Krauss, auteur van vele boeken over natuurkunde en kosmologie – o.a. The Physics of Star Trek -legt met de nodige humor uit hoe een compleet heelal uit NIETS kan ontstaan:

Ik kom er trouwens net achter dat dit de 3000e astroblog is! 😀 Feestje! Bron: Daily Galaxy.

Hoe groot is het heelal eigenlijk?

Credit: Public Domain.

Inmiddels is vrij nauwkeurig bekend hoe oud het heelal is: 13,7 miljard jaar. OK, ze mogen er een jaartje naast zitten, maar veel zal de werkelijke waarde er niet van afwijken. Aannemend dat het heelal met de lichtsnelheid c [1]300.000 km per seconde. uitdijt, mogen we dan concluderen dat het heelal een straal van 13,7 miljard lichtjaar heeft? En dus een diameter van 27,4 miljard lichtjaar? Nee, dat mogen we niet. Bij de vraag hoe groot het heelal is moeten we namelijk niet alleen kijken naar de inhoud van het heelal – lees: de sterren, planeten, nevels, die allemaal weer in sterrenstelsels zijn gecombineerd – maar vooral naar het heelal zelf. En met dat laatste bedoel ik dan de ruimte van het heelal. Sinds de waarnemingen van Edwin Hubble uit de jaren twintig weten we dat het heelal uitdijt. De sterrenstelsels verwijderen zich van elkaar met een snelheid die aangegeven wordt door de Hubble constante: H0 = 74,2 ± 3,6 (km/s)/Mpc2. Naast deze zogenaamde Hubble expansie van het heelal, die betrekking heeft op de massa-inhoud van dat heelal, is er ook de uitdijing van de ruimte van het heelal. Van massa weten we sinds Einstein’s Speciale Relativiteitstheorie dat niets sneller kan gaan dan het licht. Elementaire deeltjes met massa gaan altijd langzamer dan c, deeltjes zonder massa (zoals fotonen) gaan mèt de lichtsnelheid. Maar die beperking geldt NIET voor de ruimte zelf. Die kan met de lichtsnelheid of hoger zelfs uitdijen. Berekeningen laten zien dat het waarneembare heelal een straal heeft van 46,5 miljard lichtjaar, dus een diameter van 93 miljard lichtjaar. Oftewel 3 x 10^80 m3. Yep!  En in dat volume bevinden zich naar schatting 10^80 atomen, bijeengepakt in donkere energie, donkere materie en gewone materie. Denk niet dat we er met dat waarneembare heelal zijn, want daarbúiten is nog een gedeelte van het heelal dat we nooit kunnen waarnemen, omdat het buiten onze waarneemhorizon valt.

Het expanderende heelal. Credit: NASA/WMAP

Dat niet waarneembare heelal heeft door de inflatieperiode bij de oerknal een gigantische afmeting gekregen en de schatting is dat het minstens 1023 tot 1026 keer zo groot is als het waarneembare heelal. Ding dong! Gaan we even voor het gemak uit van het werkelijke heelal dat 1024 keer zo groot is als het waarneembare heelal, dan is de volgende vergelijking nuttig: beschouw het waarneembare heelal met z’n diameter van 93 miljard lichtjaar als een sinasappel. Het werkelijke heelal is dan zo groot als de Aarde. Pffff, niet meer te bevatten natuurlijk. Misschien dat deze video van de Canadese sterrenkundige Dokter P kan helpen. Bron: Wikipedia + Starts with a bang

References[+]

References
1 300.000 km per seconde.

Het heelal in een reageerbuisje

Credit: Geralt/Pixabay.

“Message in a bottle” zong ooit The Police. Bij de Universiteit van Lancaster denken ze daar iets anders over en zingen ze over een “Universe in a bottle”. Onder leiding van Richard Haley is de zogenaamde Ultra-Low Temperature (ULT) Groep bezig om in een reageerbuis  het vroege heelal na te bootsen. Dat doen ze door helium te koelen tot 0,0003 Kelvin boven het absolute nulpunt. In dat vroege heelal, op de kalender zo’n 13,7 miljard jaartjes terug in de tijd, kwamen waterstof en helium als meest voorkomende elementen voor. In het weefsel van de ruimtetijd kwamen kort na de oerknal verstoringen voor die uiteindelijk uitgroeiden tot sterrenstelsels, maar de grote vraag is hoe dat precies in z’n werk is gegaan. Er wordt meestal gezegd dat inflatie alles extreem heeft uitvergroot, door een gigantische kortstondige expansie van het heelal, maar dan blijft de vraag waar die inflatie door is veroorzaakt. En da’s nou net wat de ULT-Groep probeert te achterhalen met hun helium-experiment. Hun idee is dat inflatie weer een gevolg is van de botsing van twee zogenaamde 3-branen [1]De term braan wordt gebruikt om aan te duiden in hoeveel ruimten een object zich uitbreidt. Vijfbranen hebben een ruimtelijke uitbreiding in vijf richtingen. Een vlies is dan een 2-braan, een snaar … Continue reading. Twee vormen van supergekoeld helium in een reageerbuis die door elkaar gemengd worden zouden dezelfde verstoringen in de ruimtetijd kunnen creeëren als die botsende 3-branen lang lang geleden. Ze mogen wel oppassen dat ze daar in Lancaster niet per ongeluk een sterrenstelsel tevoorschijn experimenteren. 🙂 Bron: Environmental Graffiti.  Ralf, bedankt voor de tip! 😀

References[+]

References
1 De term braan wordt gebruikt om aan te duiden in hoeveel ruimten een object zich uitbreidt. Vijfbranen hebben een ruimtelijke uitbreiding in vijf richtingen. Een vlies is dan een 2-braan, een snaar is een 1-braan, en 0-branen zijn puntdeeltjes

Leven we in een Phoenix-heelal?

Credit:
B. Saxton (NRAO/AUI/NSF); ALMA (ESO/NAOJ/NRAO); NASA/ESA Hubble

Geïnspireerd door de snaartheorieën wordt al lang gedacht dat ons heelal een driedimensionale ‘braan’ [1]De term braan wordt gebruikt om aan te duiden in hoeveel ruimten een object zich uitbreidt. Vijfbranen hebben een ruimtelijke uitbreiding in vijf richtingen. Een vlies is dan een 2-braan, een snaar … Continue reading is, die ooit na een botsing met andere branen is afgescheiden en vervolgens los van de rest is ontwikkeld. In de toekomst zouden branen weer kunnen botsen en dan is het over en uit met dit heelal. Probleem met die modellen was echter dat de waargenomen temperatuursverschillen in de kosmische microgolf-achtergrondstraling, moeilijk te verenigen zijn met de snaarmodellen. De invoering van meerdere dimensies geeft een oplossing, maar het gevolg is toch weer andere problemen zoals het feit dat naderende branen elkaars hoeveelheid dimensies danig beïnvloeden. De natuurkundigen Paul Steinhardt en Jean-Luc Lehners (Princeton Universiteit) hebben nu een nieuw model uit de hoge hoed getoverd, waarin de dimensieproblemen ook opgelost zijn. In hun zogenaamde Phoenix-heelal [2]In feite werd de term Phoenix-heelal in 1933 gebruikt door de Belgische priester Georges Lemaá®tre, de bedenker van de oerknaltheorie. De term herrijst uit haar as. 😉 speelt donkere energie een belangrijke rol. Berekeningen van het tweetal wijzen uit dat donkere energie, het mysterieuze spulletje dat dankzij z’n afstotende werking ervoor zorgt dat ons heelal versneld uitdijt, de 3D-braan waarop ons heelal zich bevindt stabiel is zolang donkere energie 600 miljard jaar dominant blijft. Eerdere modellen gaven als uitkomst dat donkere energie slechts tien miljard jaar dominant kan zijn, d.w.z. sterker is dan de aantrekking door (donkere) materie. Binnen die 600 miljard jaar komen wel voortdurend botsingen tussen branen voor, zeg parallelle heelallen voor het gemak, maar dankzij de donkere energie kunnen de bewoonbare gebieden (met vier ruimtetijd-dimensies, essentiëel voor leven) de botsingen overleven. De botsingen verkleinen de bewoonbare gebieden behoorlijk aan, maar er blijven ‘zaden’ over, waaruit een nieuwe cyclus van het heelal ontstaat. Telkens weet het heelal te overleven, zoals de Phoenix herrijst uit z’n as. Bron: New Scientists.

References[+]

References
1 De term braan wordt gebruikt om aan te duiden in hoeveel ruimten een object zich uitbreidt. Vijfbranen hebben een ruimtelijke uitbreiding in vijf richtingen. Een vlies is dan een 2-braan, een snaar is een 1-braan, en 0-branen zijn puntdeeltjes.
2 In feite werd de term Phoenix-heelal in 1933 gebruikt door de Belgische priester Georges Lemaá®tre, de bedenker van de oerknaltheorie. De term herrijst uit haar as. 😉

Waarom is het heelal assymmetrisch?

De WMAP kaart van de CMB. Credit: NASA/WMAP.

In 1992 werd met de COBE satelliet van de NASA ontdekt wat men al langer vermoedde: dat er in de kosmische microgolfachtergrondstraling, de CMB [1]Van Cosmic Background Radiation. Toeval wil dat ik vanmorgen eerst in de laatste Zenit iets las over de temperatuursverschillen in de CMB en daarna op internet over de nieuwste ideeën daaromtrent., temperatuursverschillen zijn. Geen grote verschillen, want tussen de warme en koude gebieden zit slechts 0,0002 graad. Met de WMAP satelliet, ook weer van de NASA, werd vervolgens het huiswerk van COBE overgedaan en in grote mate geperfectioneerd. Dat leverde de bekende afbeelding van de CMB op die je hierboven ziet. Wat opvalt is dat er enkele plekken aan de hemel zijn die héél blauw zijn (0,0002 K ónder de gemiddelde temperatuur van 2,725 K) en plekken die heel geel/rood zijn (0,0002 K boven 2,725 K). Die verdeling is nogal asymmetrisch en dat heeft het beeld opgeleverd dat het heelal scheef is. Lopsided zoals ze dat in het Engels noemen. De vraag die theoretici nu bezig houdt is of die scheefheid te verklaren is. In het huidige model van de oerknal heeft het heelal in de eerste fractie van een seconde een versnelde expansie ondergaan, de zogenaamde inflatieperiode. Die werd veroorzaakt door een energieveld dat men het inflaton noemt. Probleem van dat inflaton is dat het volgens berekeningen heel goed in staat in om het heelal versneld te laten expanderen, maar dat het slecht de asymmetrieën kan verklaren. Vandaar dat Marc Kamionkowski, Adrienne Erickcek en Sean Carroll (California Institute of Technology in Pasadena) onlangs met een nieuwe theorie aankwamen: naast het inflaton moet er in het vroegste heelal nóg een ander energieveld hebben bestaan, het curvaton genaamd. In de inflatieperiode zou het curvaton zich afzijdig houden, maar zodra die periode voorbij is zou ’t z’n werk doen en zorgen voor bepaalde fluctuaties in de dichtheid van de materie. Die fluctuaties zouden uiteindelijk zichtbaar worden in de temperatuursvariaties in de CMB én in de materieverdeling van het heelal, in superclusters van sterrenstelsels en de leegten daartussen. Op dit moment is men nog niet in staat in de CMB karakteristieken te ontdekken die door het curvaton veroorzaakt zijn, maar de verwachting is dat met de Europese Planck satelliet, die nog een tandje beter wordt dan de WMAP en die april 2009 wordt gelanceerd, die ‘vingerafdrukken van het curvaton in de CMB’ wel kunnen worden gezien. Interessante ontwikkelingen weer, nietwaar? Bron: Science News.

 

References[+]

References
1 Van Cosmic Background Radiation. Toeval wil dat ik vanmorgen eerst in de laatste Zenit iets las over de temperatuursverschillen in de CMB en daarna op internet over de nieuwste ideeën daaromtrent.

Aarde toch niet het centrum van het heelal

Credit: Signspotting

Een poosje geleden kwamen enkele sterrenkundigen met de stelling dat Nicolaus Copernicus er wellicht naast zat om te denken dat de Aarde geen bevoorrechte plek inneemt in het heelal. Copernicus was de eerste die zei dat de Zon in het centrum van het zonnestelsel staat en dat de Aarde er samen met de andere planeten slechts omheen draait. De waarneming van het bestaan van donkere energie in 1998 aan de hand van waarnemingen aan verwegstaande supernovae deed sommigen twijfelen aan het Copernicaanse Principe. Als de Aarde zich midden in het centrum van een gigantische leegte in het heelal zou bevinden zou donkere energie niet hoeven te bestaan, aldus Robert Caldwell (Dartmouth College) en Albert Stebbins (Fermi National Laboratory, beiden VS). Dergelijke leegtes zijn enkele jaren geleden voor het eerst ontdekt. Een drietal sterrenkundigen van de Universiteit van British Columbia, te weten Jim Zibin, Adam Moss en prof. Douglas Scott, heeft het  Copernicaanse Principe echter weer in ere hersteld. Gebruikmakend van de data van de Wilkinson Microwave Anisotropy Probe (WMAP) satelliet hebben de UBC-sterrenkundigen berekend dat die data niet overeenkomen met een centrale positie van de Aarde in een leegte.  En dus kan het idee van Caldwell en Stebbins op de schroothoop. Daarnaast ontdekten Zibin, Moss en Scott ook nog aanwijzingen in de WMAP-data dat het donkere energiemodel klopt. Maar dat verbaast inmiddels niemand meer. 🙂 Nou moet alleen dat bord hierboven nog even worden verwijderd. Bron: Eurekalert.

Het heelal is aangepast aan ons

Het Multiversum. Credit: Andrei Linde

“Het leven is niet aangepast aan het heelal, maar het heelal is aangepast aan ons.” Aldus een zin uit een zeer interessant artikel over het multiversum dat ik vandaag las op de website van Discover Magazine. Het toeval (of niet?) wil dat ik de afgelopen weken regelmatig gedoken zit in het boek “Cosmic Jackpot” van de natuurkundige en kosmoloog Paul Davies, waar ik eerder ook al over schreef. Artikel en boek gaan beiden over de vraag: waarom lijkt dit heelal zo akelig nauwkeurig geschikt voor leven? Maak de massa van een electron een tikkeltje anders en leven is niet mogelijk. Maak een heelal met twee of vier ruimtedimensies in plaats van drie en de uitkomst is weer een leven-onvriendelijk heelal. De donkere energie in het heelal, 73% van de gehele massa-energie uitmakend, zou in theorie een dichtheid 1093 gram per cm3 moeten hebben. Wat is de werkelijke dichtheid: 10-28 gram per cm3, dus zo’n 10120 keer minder. 😯 Kortom, waar komt deze bizar nauwkeurige fine-tuning vandaan? In 1973 was het Brandon Carter, natuurkundige van Cambridge, die als eerste het antropische principe suggereerde: de aanwezigheid van leven stelt limieten aan de eigenschappen van het heelal. In m’n astroblog over de kosmische jackpot wijd ik verder uit over de varianten van dat principe. Natuurkundigen schijnen vandaag de dag twee mogelijke oplossingen te kunnen bedenken: óf God bestaat óf er is een Multiversum. De eerste is de uitkomst van duizenden jaren van mono- en polytheïsme [1]en die laat ik met jullie welbevinden maar eventjes voor wat het is. 🙂 , de tweede is de uitkomst van de quantum-mechanica (de meerwerelden-interpretatie van Hugh Everett III uit de jaren vijftig) en de snaartheorie. Op basis van die laatste theorie is becijferd dat er niet één heelal is, maar dat er wel zo’n 10500 mogelijke universums zijn! 😯 Ieder heelal heeft z’n eigen set van eigenschappen, natuurwetten en constanten. In de figuur hierboven zie je zo’n multiversum, waarin iedere gekleurde piek een apart heelal is. In het artikel in Discover Magazine wordt de Russische natuurkundige Andrei Linde aangehaald, die in de jaren tachtig een variant van de inflatietheorie bedacht.

Andrei Linde. Credit; Wikipdia

Linde denkt dat ons heelal in feite 11 dimensies kent, de vier bekende ruimtetijd-dimensies en zeven verborgen, gecompactificeerde (opgekrulde) dimensies. Zijn onderbouwde stelling luidt: de eigenschappen van dit levensvriendelijke heelal, variant 72.839.275.026.184 van het alomvattende multiversum, worden bepaald door datgene wat ‘eronder’ zit, dat zijn die zeven verborgen dimensies. We zien ze niet, maar volgens Linde hebben ze sterke invloed op ons zichtbare heelal. Een voorbeeld is de zwaartekracht, die in vergelijking met de drie andere natuurkrachten zo zwak is omdat het de enige natuurkracht is die de zeven verborgen dimensies ‘voelt’. Als ik het boek van Davies uit heb kom ik hier vast nog op terug! Huiver, huiver… 😉 Bron: Discover Magazine.

References[+]

References
1 en die laat ik met jullie welbevinden maar eventjes voor wat het is. 🙂

Toeval dat we juist nu leven?

Kosmische tug of war. Credit: NASA, ESA, and A. Feild (STScI)

In feite wordt de levensloop van het heelal door twee krachten bepaald: aan de ene kant heb je de aantrekkende gravitatiekracht, die wordt veroorzaakt door (een beetje) gewone materie en (héél veel) donkere materie, en de afstotende antigravitatiekracht, die door de donkere energie wordt veroorzaakt [1]Je hebt ook nog andere natuurkrachten (sterke, zwakke en electromagnetische wisselwerking), maar die spelen op kosmische schaal geen rol.. De eerste acht miljard jaar in de geschiedenis van het heelal was de gravitatiekracht de sterkste van de twee, hetgeen merkbaar was aan een afnemende uitdijing van het heelal. Die zogenaamde decelleratie is waargenomen met behulp van zeer ver wegstaande supernovae, zoals SN1997ff en SN2002dd. De laatste vijf miljard jaar is echter de donkere energie met haar afstotende antigravitatie aan de winnende hand in de kosmische Tug of War en dat is merkbaar aan de versnelling in de uitdijing van het heelal, die voor het eerst werd waargenomen in 1998. De overgang decelleratie > accelleratie vond dus op 8/14e van de leeftijd van het heelal plaats (even de leeftijd van het heelal gemakshalve op 14 miljard jaar gesteld). Voor sterrenkundigen is 8/14e praktisch gesproken hetzelfde als 1. Waarom vind de overgang niet plaats over honderdveertig miljard jaar (verhouding 10) of bij een verhouding van 736.748.928? Waarom vind de overgang plaats juist op het moment dat wij, menselijk leven op de planeet Aarde, er zijn? Men spreekt van het kosmische toevalsprobleem. Wetenschappers zijn geneigd niet in toeval te geloven, maar verklaringen te zoeken voor het gelijktijdig samenvallen van het voorkomen van leven en de overgang decelleratie > accelleratie. Twee Australische sterrenkundigen, Chas Egan en Charley Lineweaver, denken de verklaring te hebben gevonden. Hun argumentatie komt er op neer dat juist nu hét geëigende moment in het heelal is dat leven zich kan ontwikkelen. Er zijn aardachtige planeten nodig om leven te laten ontstaan en die waren er niet in het stralingsgedomineerde tijdperk van het heelal. In latere stadia van het heelal, als de dichtheid is afgenomen, is leven ook niet meer mogelijk. Vervolgens keken Egan en Lineweaver naar de verschillende modellen die er zijn voor donkere energie en de uitkomst was dat de huidige verhouding van 1 héél lang hetzelfde blijft. De verhouding tussen de massa-energiedichtheid Ω van donkere energie en van materie was 1, is 1 en zal nog lang 1 blijven. En daarmee zou het kosmische toevalsprobleem zijn opgelost. Bron: Discovery Channel.

References[+]

References
1 Je hebt ook nog andere natuurkrachten (sterke, zwakke en electromagnetische wisselwerking), maar die spelen op kosmische schaal geen rol.