Astronomen maken eerste 3D-kaart van de heliopauze

De heliosfeer van ons zonnestelsel is het gebied waarin de zonnewind de overheersende stroom van deeltjes is. Het gebied wordt begrensd door de heliopauze, de uiterste grens van het zonnestelsel. waar de kracht van de zonnewind zo sterk is afgenomen dat ze wordt opgeheven door de stroming van deeltjes die het interstellair medium vormen. Een team astronomen van het Amerikaanse Los Alamos National Laboratory (LANL) heeft recent de allereerste 3D-kaart van de heliopauze gemaakt. De kaart is samengesteld met behulp van data afkomstig van NASA’s IBEX-satelliet. IBEX staat voor ‘Interstellar Boundary Explorer’ en draait in een baan om de aarde. De gebruikte data voor de kaart betreft een volledige zonnecyclus tussen 2009 en 2019.

Structuur van het zonnestelsel en omliggende ruimte Credits; NASA/JPL

IBEX werd in 2008 gelanceerd met de bedoeling om de interacties tussen het interstellaire medium en zonnewinden te registreren. Deze krachtige zonnewinden, die enorme snelheden kunnen bereiken en bestaan uit protonen, elektronen en alfa-deeltjes, geven vorm aan de belachtige heliosfeer. De grenslaag rond de heliosfeer staat bekend als de heliosheath, en daarbinnen bevindt zich de heliopauze, de uiterste rand van deze grenslaag. Een van de functies van de IBEX-satelliet is het detecteren van deeltjes die uit de heliosheath komen, en daaronder is een ‘bijproduct’ van botsingen tussen de zonnewind en de interstellaire wind, energetisch neutrale atomen (ENA’s) genoemd. Hoe sterker de zonnewind wanneer deze in de heliosheath botst, hoe hoger het aantal ENA’s dat de IBEX-satelliet zal detecteren.

3D-kaart heliosfeer Credits; Los Alamos National laboratory, DOE

“Het ‘zonnewind-signaal’ dat door de zon wordt uitgezonden, varieert in sterkte en vormt een uniek patroon”, aldus Daniel B. Reisenfeld, hoofdauteur van het wetenschappelijk artikel dat op 10 juni j.l. gepubliceerd is in The Astrophysical Journal, en vervolgt: “IBEX zal datzelfde patroon zien in het terugkerende ENA-signaal, twee tot zes jaar later, afhankelijk van de ENA-energie en de richting waarin IBEX door de heliosfeer ‘kijkt’. M.b.v. dit tijdsverschil vinden we de afstand tot het ENA-brongebied in een bepaalde richting.”

Heliosfeer (bruin), interstellair medium (blauw), waartussen de grens de ‘heliopauze’ligt. Credits; LANL/IBEX

De wetenschappers vergelijken dit met de manier waarop vleermuizen sonar gebruiken om hun omgeving in kaart te brengen. Maar in plaats van sonarpulsen te gebruiken om grotten in kaart te brengen, gebruikte het team de zonnewind om de eerste 3D-kaart van de heliosfeer’s grens te bouwen. Deze nieuwe kaart laat zien dat de kortste afstand tussen de zon en de heliopauze, in de richting van de interstellaire wind, 120 astronomische eenheden (één AU is de afstand van de aarde tot de zon) is. In de tegenovergestelde richting strekt de heliopauze zich uit over minstens 350 AU van de zon. “Natuurkundige modellen hebben deze grens jarenlang getheoretiseerd”, aldus Reisenfeld. “Maar dit is de eerste keer dat we het echt hebben kunnen meten en er een driedimensionale kaart van hebben gemaakt.” Onderstaande video geeft een overzicht van het onderzoek. Bron; LANL

Voyager 1 detecteert een continue ‘bromtoon’ van interstellair gas

Gelanceerd in 1977 heeft de Voyager 1 ruimtesonde van NASA al zeer veel prestaties op zijn conto staan, waaronder dat het momenteel het verst verwijderd door mensen gemaakt object is. Voyager 1 bevindt zich momenteel op maar liefst 22,8 miljard km afstand van de aarde, communiceert via het Deep Space Network en sinds augustus 2012 toen het de heliopause doorkruisde bevindt het zich in de interstellaire ruimte. Een onderzoeksteam van de Cornell University, Ithaca (NY) o.l.v. Stella Koch Ocker en James M. Cordes publiceerde op 10 mei j.l. in Nature Astronomy de resultaten van de nieuwste, eveneens indrukwekkende, ontdekking betreffende de Voyager 1. Het wetenschappelijk paper van het team is getiteld ‘Persistent plasma waves in interstellar space detected by Voyager 1’. Het team detecteerde via het Plasma Wave System op de Voyager 1 een zwakke plasma-‘bromtoon’, wat erop kan duiden dat er mogelijk meer activiteit is in interstellair gas dan astronomen aanvankelijk dachten.

Voyager 1 in de diepe ruimte, artistieke afbeelding Credits; NASA/JPL

Stella Ocker, eerste auteur van de studie stelt: “Het [signaal] is erg zwak en monotoon, omdat het zich in een smalle frequentieband bevindt,” en vervolgt, “We detecteren het zwakke, aanhoudende gezoem van interstellair gas (plasmagolven). En dit onderzoek stelt ons wetenchappers in staat meer inzicht te krijgen in de interactie tussen het interstellair medium en de zonnewind, en, tevens beter te begrijpen hoe de beschermende bel van heliosfeer gevormd en gemodelleerd wordt door de interstellaire omgeving.” Voyager 1 draagt het ‘Plasma Wave System’ bij zich die de elektronendichtheid meet, en zette de PWS in voor observatie van o.a. de magnetosferen van Jupiter en Saturnus. Maar pas toen het vaartuig het zonnestelsel verliet, kwam de PWS echt uit de verf. Als een van de weinige instrumenten die na al die decennia nog steeds operationeel zijn, kon NASA de PWS gebruiken om de plasma-schokgolven te meten toen Voyager 1 uit de heliosfeer kwam, de heliosfeer is het gebied waar de zonnewind de overheersende stroom van deeltjes is. M.b.v. deze data bevestigde NASA dat de Voyager 1 in 2012 het eerste door mensen gemaakte object was dat de interstellaire ruimte binnenging. Sindsdien heeft het vaartuig gegevens over de heliosfeer doorgegeven. En nu heeft de PWS een constant achtergrondsignaal van het plasma gedetecteerd, wat lijkt te suggereren dat er een hogere basislijn van activiteit gaande is in de interstellaire ruimte dan werd gedacht. Het oppikken van dit signaal was lastiger dan het lijkt. Hoewel de zonnewinden niet verder reiken dan de rand van de heliosfeer, blijkt dat de invloed van de zon zich soms wel uitstrekt tot in de interstellaire ruimte wanneer het coronale massa-ejecties (CME’s) afwerpt. Deze energetische uitbarstingen werden voor het eerst gedetecteerd door de PWS in 2014, die ze registreerden als ‘tsunami’s’ en het moeilijk maakten om iets anders op te vangen. Maar het PWS heeft toch tussen alle commotie van de CME’s door goed kunnen ‘luisteren’. Co-auteur Cordes beschrijft het als volgt; “Het interstellaire medium is als een kalme regenbui,” en cordes vervolgt “.. en in het geval van een uitbarsting van de zon, is het alsof je een blikseminslag detecteert tijdens een onweersbui waarna de rust weer terugkeert in een meer kalme regenbui.” Bronnen: Cornell

Magnetische bubbel van het zonnestelsel lijkt meer op een leeggelopen croissant

In geel het model voor de vorm van de heliosfeer van het zonnestelsel. In rood de magnetische veldlijnen van het Melkwegstelsel. Credits: Opher, et al

Ons zonnestelsel wordt omgeven door een enorme magnetische bubbel, de zogeheten heliosfeer. Jarenlang werd gedacht dat die er uit moest zien als een soort van komeet, waarbij de kern door de zon gevormd wordt en de staart achter de zon aan gaat, in diens lang reis om het centrum van de Melkweg. Maar wat blijkt nu uit onderzoek van Merav Opher (DRIVE Science Center at Boston University) en haar team: dat de vorm van de heliosfeer niet op een komeet lijkt, maar meer op een leeggelopen croissant.

De klassieke vorm van de heliosfeer, die meer op een komeet lijkt.

Het model is gebaseerd op de waarnemingen van de enige twee aardse instrumenten die metingen hebben gedaan aan de rand van de heliosfeer, de beide Voyager ruimteverkenners, en aan waarnemingen met NASA’s IBEX satelliet. Opher maakte daarnaast ook gebruik van gegevens van de Cassini én New Horizons ruimteverkenners. Cassini deed jarenlang onderzoek bij Saturnus. Die had een instrument aan boord dat deeltjes kon detecteren, die vanuit de interstellaire ruimte kwamen en die waren ingevangen door het magnetische veld van Saturnus. En New Horizons was langs Pluto en Arrokoth gevlogen en heeft ionen gemeten, die meevlogen met de zonnewind. Op basis van alle gegevens komen de onderzoekers met een afwijkende vorm van de heliosfeer van het zonnestelsel, eentje die meer lijkt op een leeggelopen croissant. Buiten de heliosfeer bevindt zich het interstellaire medium, met geïoniseerd gas en het magnetische veld van de Melkweg. De heliosfeer werkt als een soort van schild tegen dat medium, waarbij er in tijden dat de zon in z’n elfjarige cyclus minder actief is meer kosmische deeltjes vanuit het medium het zonnestelse4l binnenkomen. Met NASA’s Interstellar Mapping and Acceleration Probe (IMAP), die in 2024 moet worden gelanceerd, willen ze verder onderzoek doen aan de buitenste rand van het zonnestelsel. In maart werd er een artikel over gepubliceerd in Nature. Bron: NASA.

Nu heeft ook Voyager 2 het zonnestelsel verlaten

Schematische weergave van de plek waar de Voyagers 1 en 2 zich nu bevinden. Credit: NASA/JPL-Caltech.

Voyager 2 has left the solar system. Zeven jaar geleden deed de Voyager 1 dat al, maar nu heeft ook de Voyager 2 – beiden zijn in 1977 enkele weken na elkaar gelanceerd (zie de videobeelden hieronder) – na een zeer lange reis van bijna 42 jaar het interstellaire medium (ISM) bereikt, het gebied buiten de boeggolf van de heliosheath, de scherpe grens tot waar de constante stroom geladen deeltjes van de zonnewind reikt. Die deeltjes vormen een gigantische plasmabubbel en op 5 november j.l. werd een plotseling afname geconstanteerd in het ‘plasmagolf-instrument’ van de Voyager 2, hét teken dat de ISM is bereikt. Dat gebeurde op het moment dat ‘ie op 119,7 Astronomische Eenheden (AE) van de zon stond, 1 AE is de afstand tussen aarde en zon, 149 miljoen km, dus toen z’n afstand ruim 17,7 miljard km was. Tweelingbroer Voyager 1 bereikte de interstellaire ruimte bij 122,6 AE afstand, ruim 18,2 miljard km afstand. De passage laat zien dat de heliosfeer rondom de zon symmetrisch is. De Voyager 1 staat inmiddels op 146 AE afstand, 21,7 miljard km.

In Nature Astronomy verschenen deze week vijf artikelen over de passage van de Voyager 2 in het interstellaire medium. Bron: Universiteit van Iowa.

Nu heeft ook Voyager 2 het zonnestelsel verlaten [Update]

Illustratie die aangeeft waar de Voyager 1 en 2 zich nu bevinden. Credits: NASA/JPL-Caltech.

Deze week heeft de NASA bekendgemaakt dat de Amerikaanse ruimtesonde Voyager 2 ons zonnestelsel heeft verlaten. Voyager 2 has left the building eh… the Solar System. Dat gebeurde op 5 november, toen de Voyager met z’n Plasma Science Experiment geen plasmadeeltjes meer mat. De zon schiet constant plasmadeeltjes om zich heen. Dat zorgt voor een soort bubbel, waar ook de aarde in zit, de zogeheten heliosfeer. Die bubbel beschermt ons tegen kosmische straling van buiten het zonnestelsel. Aan de rand gaan de plasmadeeltjes langzaam over in de eindeloze ruimte tussen de sterren, het zogeheten interstellaire medium. De deeltjes daar komen niet van de zon, maar uit de rest van de Melkweg en daarbuiten. Uit de afname van de deeltjesstroom op 5 november maakt de NASA op dat Voyager 2 toen ons zonnestelsel heeft verlaten. Drie andere instrumenten aan boord bevestigen dat. In 2012 ging de Voyager 1 hem voor – na enig heen en weer gedebatteer over wel of niet verlaten – als eerste door mensen gemaakte object ooit.

Voyager 2 is in augustus 1977 gelanceerd, 16 dagen eerder dan de Voyager 1. De Voyager 2 doet het nog steeds – zijn geplande levensduur was 5 jaar. Hij vliegt momenteel op bijna 18 miljard kilometer afstand van de aarde. De informatie die hij naar de aarde stuurt, doet er 16,5 uur over om aan te komen, ook al gaat dat met de snelheid van het licht.

De Voyager 2 blijft ongeremd doorvliegen, met een snelheid van ruim 55.000 kilometer per uur. Over ongeveer 300 jaar komt hij bij de Oortwolk, een gigantisch gebied van ruimterotsen en miniplaneetjes. De wolk is vernoemd naar de Nederlandse sterrenkundige Jan Oort. Mogelijk komen veel kometen hiervandaan. Waarschijnlijk heeft de Voyager 2 ongeveer 30.000 jaar nodig om daar doorheen te vliegen. Over 40.000 jaar komt hij voor het eerst een ster tegen, Ross 248. En over 296.000 jaar Sirius, de helderste ster aan de hemel. Bron: NASA. [Update 20.40 uur] Ik kwam nog twee interessante afbeeldingen tegen. De eerste toont de missie van Voyager 2 in cijfers.

Credit: NASA/JPL-Caltech.

De tweede toont een gif-afbeelding waarin je de gemeten deeltjes ziet. Vanaf 5 november stijgt de hoeveelheid gemeten kosmische straling uit de Melkweg en daarbuiten en daalt de straling afkomstig vanuit de heliosfeer.

Credit: NASA/JPL-Caltech.

Bron: Centauri Dreams.

Het geluid van de interstellaire ruimte

Science fiction films worden soms bekritiseerd door de aanwezigheid van geluid in de ruimte (bijvoorbeeld bij een explosie). Een oud gezegde luidt niet voor niets dat “in de ruimte niemand je kan horen”. Maar als dat waar is, waarom zei de natuurkundige Don Gurnett tijdens een recente persconferentie dat hij het “geluid van de interstellaire ruimte” had gehoord?

Het blijkt dat de ruimte geluid kan maken – als je weet hoe je moet luisteren.

Op de persconferentie werden plasmagegevens omgezet in geluid. Dit geluid vormde het onweerlegbare bewijs dat de Voyager 1 ruimtesonde de heliosfeer heeft verlaten. De heliosfeer is een enorme magnetische bel rondom de zon (en planeten). Feitelijk is de heliosfeer de magnetosfeer van de zon, maar dan opgeblazen tot gigantische proporties als gevolg van de zonnewind. Buiten de heliosfeer bevindt zich de interstellaire ruimte, het domein van de sterren [1]De elektromagnetische interstellaire ruimte, welteverstaan! De zwaartekracht van de zon strekt zich veel verder uit dan de heliosfeer – pas een lichtjaar van de zon eindigt de invloed van onze … Continue reading.

Hoe dan ook, na jaren van anticipatie heeft Voyager 1 eindelijk de elektromagnetische grens van het zonnestelsel doorkruist. Wetenschappers weten dit zeker: ze hebben het gehoord! Strikt gesproken detecteert het plasmagolf-instrument van Voyager 1 natuurlijk geen geluidsgolven. In plaats daarvan detecteert het elektronengolven binnen het geioniseerde gas (plasma) dat de ruimtesonde doorkruist. Geen mens kan deze golven horen, hoewel ze voorkomen op audiofrequenties, tussen de paar honderd en paar duizend Hertz. We kunnen de gegevens wél door een luidspreker afspelen en dan goed luisteren. De toonhoogte en golflengte kan ons iets vertellen over de dichtheid van het plasma rondom de ruimtesonde.Toen Voyager1 zich nog binnen de heliosfeer bevond, waren de tonen laag, rond de 300 Hz (typisch voor plasmagolven die door de zonnewind bewegen). Buiten de grens is de golflengte gesprongen naar hogere waardes, tussen de 2 en 3 kHz, overeenkomend met de hogere dichtheid van het interstellaire medium. Deze overgang klonk Gurnett als muziek in de oren! Deze muziek klinkt ongeveer zo – het geluid van de interstellaire ruimte!

Bron: Science@NASA‘.

References[+]

References
1 De elektromagnetische interstellaire ruimte, welteverstaan! De zwaartekracht van de zon strekt zich veel verder uit dan de heliosfeer – pas een lichtjaar van de zon eindigt de invloed van onze moederster helemaal. Om die grens te bereiken, heeft Voyager 1 nog een paar duizend jaar nodig!

De interstellaire wind is afgelopen veertig jaar gedraaid

Credits: NASA/Adler/U. Chicago/Wesleyan

De wind op aarde kan van richting veranderen, zoals we regelmatig merken in ons koude kikkerlandje. Maar dat geldt kennelijk ook voor de interstellaire wind, de wind van deeltjes die vanuit de interstellaire ruimte het zonnestelsel binnenstromen. Onderzoek door maar liefst 11 ruimtesondes in het zonnestelsel afgelopen veertig jaar heeft duidelijk gemaakt dat de richting waar de deeltjes vandaan komen veranderd is. De buitenste rand van het zonnestelsel zelf – de zogenaamde heliosfeer – grenst aan een interstellaire wolk van gas en stof en beiden vliegen met een snelheid van ruim 80.000 km per uur langs elkaar. Die beweging zorgt er voor dat er continue een stroom neutrale deeltjes vanuit de interstellaire ruimte het zonnestelsel wordt ingepompt, waarvan heliumatomen het gemakkelijkst te detecteren zijn. Momenteel komt de interstellaire wind voornamelijk uit een punt dat vanaf de aarde gezien gelegen in het sterrenbeeld Schorpioen.

Credits: NASA/Goddard Space Flight Center

De data van de 11 sondes – waartoe onder andere NASA’s Mariner, de Russische Prognoz 6, de zonverkenner STEREO, IBEX en de MESSENGER behoren – laten zien dat het punt ten opzichte van veertig jaar geleden zo’n 4 tot 9 graden verschoven is. Onderzoek zoals deze moet duidelijkheid brengen over de interstellaire ruimte in de nabijheid van de zon, dat maar een klein stukje is van de gehele Melkweg. Bron: NASA.

Voyager 1 heeft de interstellaire ruimte nog altijd niet bereikt

De beide Voyagers naderen de rand van de heliosfeer. Credit: NASA/JPL-Caltech

Voyager 1 bevindt zich inmiddels op een afstand van meer dan 18 miljard kilometer van de zon. Maar de gegevens die de ruimtesonde naar de aarde zendt wijzen erop dat hij zich nog steeds binnen de heliosfeer – de magnetische invloedssfeer van de zon – bevindt. Al jaren kijken astronomen uit naar het moment waarop Voyager 1 daadwerkelijk de interstellaire ruimte betreedt. Daartoe moet aan drie voorwaarden zijn voldaan: er worden geen geladen deeltjes van de zon meer gemeten, er worden juist heel veel geladen deeltjes uit de interstellaire ruimte waargenomen en de richting van het magnetische veld dat de ruimtesonde detecteert verandert abrupt van richting. Met die derde voorwaarde wil het maar niet lukken. Afgaande op de geladen deeltjes die Voyager 1 detecteert zou je zeggen dat hij zich al in de interstellaire ruimte bevindt. Maar nog steeds heeft het magnetische veld van de zon de overhand. Wetenschappers hebben eigenlijk geen idee hoe lang het nog duurt voordat Voyager 1 het zonnestelsel definitief heeft verlaten. Dat kan een kwestie van maanden zijn, maar evengoed kan het nog jaren duren voordat het zover is. Voyager 1 werd, samen met zijn soortgenoot Voyager 2, in 1977 gelanceerd voor een tour langs de planeten Jupiter, Saturnus, Uranus en Neptunus. Sinds 1990 heeft het tweetal nog maar één taak: vaststellen waar het zonnestelsel ophoudt en de interstellaire ruimte begint. Bron: Astronomie.nl Noot: We hebben het hier over de elektromagnetische interstellaire ruimte – de plaats waar de elektromagnetische invloed van de zon ophoudt. De zwaartekrachtinvloed van de zon strekt zich echter veel verder uit: zowel de dwergplaneet Sedna als de Oortwolk bevinden zich buiten de heliosfeer!

Heeft Voyager 1 nou wel of niet het zonnestelsel verlaten?

credit: NASA/JPL-Caltech

Je hebt wel eens van die dagen dat je een tikkeltje in verwarring bent. De lente is vandaag begonnen, maar kijk naar buiten en je denkt dat het herfst is, zoiets, snap je? Dat heb ik ook met de berichtgeving rondom de Voyager 1 verkenner van de NASA. In sommige berichten lees je vandaag glashard dat deze op 5 september 1977 gelanceerde sonde nu echt het zonnestelsel heeft verlaten en zich in de interstellaire ruimte bevindt, in andere berichten lees je dat ‘ie wellicht het zonnestelsel heeft verlaten en in de derde categorie berichten staat net zo glashard dat de Voyager 1 nog steeds IN het zonnestelsel rondvliegt. Nogal tegenstrijdig allemaal. Hoezo verwarrend? Tijd om eens even de verschillende standpunten op een rijtje te zetten.

Ja, de Voyager 1 heeft het zonnestelsel verlaten

Vorig jaar werd al melding gemaakt van het van het feit dat wetenschappers hadden opgemerkt dat de Voyager 1 een verandering had gedetecteerd in de hoeveelheid deeltjes die van de zon afkomstig is en die vanuit de Melkweg afkomstig is. Die verandering trad heel abrupt op en wel op 25 augustus 2012. Het gaat om deze grafiek, waarin die verandering zichtbaar is, afkomstig uit een wetenschappelijk artikel van Webber en McDonald:

credit: Webber and McDonald

De blauwe lijn (“A”) geeft aan de hoeveelheid deeltjes die afkomstig zijn van de zon en die door de instrumenten aan boord van de Voyager 1 kunnen worden gedetecteerd, de rode (“B”) en zwarte (“C”) lijnen zijn van kosmische straling vanuit de Melkweg. Op 25 augustus 2012 werd een sterke afname geconstateerd van de zonnedeeltjes en enkele dagen later nam de hoeveelheid kosmische deeltjes vanuit andere delen van de Melkweg sterk toe. Volgens de wetenschappers Webber en McDonalds – wiens wetenschappelijke artikel onlangs voor publicatie werd goedgekeurd – een bewijs dat de Voyager 1 de heliopauze heeft verlaten en als eerste menselijke instrument in de interstellaire ruimte is terecht gekomen.

credit: NASA/JPL-Caltech

De Voyager 1 heeft het zonnestelsel niet verlaten

Het wetenschappelijke team van de Voyager 1 heeft vandaag verklaard dat het kennis heeft genomen van alle berichten omtrent het verlaten van de Voyager 1 van het zonnestelsel en zegt daarover:

The Voyager team is aware of reports today that NASA’s Voyager 1 has left the solar system. It is the consensus of the Voyager science team that Voyager 1 has not yet left the solar system or reached interstellar space.

Kan het nog duidelijker? De sonde bevindt zich nog steeds in het zonnestelsel, alleen is het in een nieuw gebied terechtgekomen, de ‘magnetische snelweg’ (Engels: magnetic highway) geheten. Als in de richting waarheen dat magnetische veld wijst een verandering wordt waargenomen, dán wordt dat door het Voyager 1-team opgevat als de allerlaatste indicatie en dan pas kan worden gezegd dat de Voyager 1 het zonnestelsel heeft verlaten. Maar zo ver is het nog niet, want die verandering in het magnetisch veld is nog niet waargenomen. Afijn, heeft de Voyager 1 nu wel of niet het zonnestelsel verlaten? Met die vraag blijven we nog even zitten. Wie het weet mag het zeggen. 😀 Bron: NASA + Bad Astronomy.

Meer bekend over interstellaire medium buiten ons zonnestelsel

Credit: NASA/Goddard

Ons zonnestelsel wordt omgeven door een grote magnetische bel, waarin continue deeltjes worden geblazen die afkomstig zijn van de zon. Die deeltjes van de zonnewind komen in botsing met de deeltjes van het zogenaamde interstellaire medium (ISM) en de plek waar die botsing plaatsvindt heet de heliosheath, een deel van de heliosfeer rondom de zon. Op de afbeelding hiernaast is dat het gedeelte met die blauwe en rode strepen. Geladen deeltjes vanuit de ISM komen niet door de heliosheath heen, maar neutrale deeltjes kunnen dat wel. En dat zijn precies de deeltjes die met NASA’s Interstellar Boundary Explorer (IBEX) zijn waargenomen. Met die satelliet kunnen ze de gehele hemel in één jaar tijd afstruinen naar neutrale deeltjes afkomstig van buiten het zonnestelsel en dat hebben ze nu al drie jaar achtereen gedaan. Het resultaat is dat men heeft kunnen vaststellen in welke verhoudingen waterstof, zuurstof, neon en helium in het ISM voorkomen en dat blijkt te verschillen van de verhoudingen in het zonnestelsel. Zo zijn er in het ISM op iedere 20 neonatomen 74 zuurstofatomen, terwijl dat 20:111 in het zonnestelsel is.

Credit: NASA/Goddard

Ons zonnestelsel heeft dus verhoudingsgewijs meer zuurstof – essentieel voor het ontstaan van leven – en de grote vraag is natuurlijk hoe dat kan. Er is een mogelijkheid dat het zonnestelsel ergens anders in het Melkwegstelsel is ontstaan, in een gebied waar meer zuurstof is, óf dat er in het ISM wel zuurstof is, maar dat het verborgen zit in bijvoorbeeld stof- of ijsdeeltjes. Het zonnestelsel moet zo’n 45.000 jaar geleden terecht zijn gekomen in de lokale ISM, waar het zich nu bevindt. Met IBEX kon men ook de snelheid meten waarmee de deeltjes van het ISM tegen de heliosheath botsen: maar liefst 84.000 km per uur, 12% langzamer dan men eerst op basis van metingen met een andere satelliet – Ulysses – dacht. Die ‘galactische wind’ – welke windkracht zou dat opleveren, die 84.000km/u? – komt vooral uit de richting van het sterrenbeeld Schorpioen en is naar de zon gericht.  Meer informatie over de waarnemingen met IBEX aan het ISM dat het zonnestelsel omringt in de volgende video:

Bron: NASA.