Langverwacht overzichtsartikel onthult reis van water van interstellaire wolken tot leefbare werelden

Routekaart van ruimtewater van wolk tot planeet. Van linksboven naar rechtsonder: water in een koude interstellaire wolk, bij een jonge ster met straalstroom, in een protoplanetaire schijf, in een komeet en in de oceanen van een exoplaneet. De eerste drie stadia tonen het spectrum van waterdamp gemeten door het HIFI-instrument op de Herschel-ruimtetelescoop. De signalen van de koude interstellaire wolk en van de protoplanetaire schijf zijn in deze afbeelding overdreven met een factor 100 ten opzichte van die in het midden bij de jonge, vormende ster. (c) ESA/ALMA/NASA/L.E. Kristensen

De Nederlandse sterrenkundige Ewine van Dishoeck (Universiteit Leiden) heeft met een internationaal team van collega’s een overzichtsartikel geschreven over alles wat we dankzij ruimtetelescoop Herschel weten over water in de interstellaire ruimte. Het artikel in het vakblad Astronomy & Astrophysics zet bestaande kennis op een rij en bevat ook nieuwe informatie over waar het water op nieuwe, mogelijk leefbare werelden vandaan komt. De verwachting is dat het artikel de komende twintig jaar dient als naslagwerk.

Hoe en waar water wordt gevormd in de ruimte tussen de sterren en hoe dit water uiteindelijk op een planeet als de aarde terechtkomt, was tot tien jaar geleden niet overtuigend vastgesteld. Dat kwam onder andere doordat waarnemingen met telescopen vanaf de aarde verstoord worden door onze eigen waterrijke atmosfeer. In 2009 lanceerde ESA de ver-infrarode ruimtetelescoop Herschel die onderzoek aan water als een van zijn speerpunten had. Dat gebeurde vooral met het onder Nederlandse leiding gebouwde HIFI-instrument, ook wel de ‘moleculenjager’ genoemd. De telescoop deed tot 2013 dienst. In de afgelopen jaren verschenen er tientallen wetenschappelijke artikelen met losse Herschel-resultaten over water. Nu zijn deze resultaten op een rij gezet, gecombineerd en uitgebreid met nieuwe inzichten.

De nieuwe studie beschrijft de levensloop van water van de eerste tot de laatste fase van het stervormingsproces, inclusief de tussenliggende stadia die tot nu toe onderbelicht waren gebleven. Het artikel toont aan dat het merendeel van het water wordt gevormd als ijs op piepkleine stofdeeltjes in de koude en ijle interstellaire wolken. Als die wolk ineenstort tot nieuwe sterren en planeten, blijkt het water vrijwel onaangetast te blijven. Daarna wordt het gros van het water snel verankerd in stofdeeltjes zo groot als kiezelstenen. In de roterende schijf rond de jonge ster vormen die kiezelstenen dan de bouwstenen voor nieuwe planeten.

Verder hebben de onderzoekers uitgerekend dat vrijwel alle nieuwe zonnestelsels worden geboren met voldoende water om een paar duizend oceanen te vullen. Ewine van Dishoeck: “Het is fascinerend om je te realiseren dat als je een glas water drinkt, het merendeel van die moleculen al meer dan 4,5 miljard jaar geleden zijn gemaakt in de wolk waaruit onze zon en de planeten ontstonden.”

De Herschel IR ruimtelescoop. Credit: ESA/AOES Medialab/NASA/ESA/STScI

Veel van de eerdere Herschel-resultaten gingen over de warme waterdamp die bij vormende sterren prominent aanwezig is en in grote hoeveelheden wordt geproduceerd. Maar dat water wordt door de straalstroom van de jonge ster de ruimte in ‘gespoten’ en gaat verloren. Bij het schrijven van het overzicht kregen de onderzoekers steeds meer inzicht in de chemie van het koude water en het ijs. Zo konden ze onder andere aantonen dat interstellair ijs laag voor laag op stofdeeltjes aangroeit. Ze deden dat aan de hand van de zwakke signalen van zwaar water (HDO en D2O in plaats van H2O).

In de toekomst hopen de onderzoekers meer water in het heelal te bestuderen en dan met name in zich vormende planeetstelsels. Maar dat kan nog wel even duren. Een met Herschel vergelijkbare ruimtetelescoop staat namelijk op z’n vroegst rond 2040 gepland. Ewine van Dishoeck: “Er was een kans dat er rond 2030 een ‘watertelescoop’ de ruimte in zou gaan, maar dat project is afgelast. Dat is jammer, maar het was voor mij en mijn team een extra reden om het wateroverzicht te maken. Zo hebben we een collectief geheugen voor als er een nieuwe missie komt.”

Overigens gaat eind 2021 de James Webb ruimtetelescoop de lucht in. Daarop zit het mede in Nederland gebouwde MIRI-instrument dat juist een onderdeel van de waterkaart kan ophelderen dat tot nu toe buiten bereik bleef. MIRI kan namelijk de warme waterdamp zien in de binnenste zones van stofschijven. Medeauteur Michiel Hogerheijde (Universiteit Leiden en Universiteit van Amsterdam): “Herschel heeft al laten zien dat planeetvormende schijven rijk zijn aan waterijs. Met MIRI kunnen we nu dat spoor volgen tot in de gebieden waar aardachtige planeten worden gevormd.”

Met de ALMA-schotels in Chili kan vanaf de grond naar waterdamp worden gekeken. Dan gaat het vooral ook om water in heel verre sterrenstelsels. Daarvan zijn de waterlijnen zo ver verschoven dat het water in de aardse atmosfeer niet meer stoort. Medeauteur Lars Kristensen (University of Copenhagen, Denemarken) vult aan: “Dankzij de nalatenschap van Herschel kunnen we die gegevens van ALMA veel beter interpreteren.”

Over de Herschel-ruimtetelescoop

Herschel was een ruimtetelescoop van de Europese ruimtevaartorganisatie ESA in samenwerking met de Amerikaanse NASA. Voor het wateronderzoek werd gebruik gemaakt van het HIFI-instrument en het PACS-instrument op de telescoop. HIFI was ontworpen en gebouwd door een consortium van instituten en universiteiten uit Europa, Canada en de Verenigde Staten onder leiding van het Nederlandse instituut voor ruimteonderzoek SRON. Het PACS-instrument was ontwikkeld door een consortium onder leiding van het Max Planck Institute for Extraterrestrial Physics in Duitsland. Ewine van Dishoeck leidde het wateronderzoek in het WISH-programma.

Wetenschappelijk artikel

Water in star-forming regions: Physics and chemistry from clouds to disks as probed by Herschel spectroscopy. By Ewine F. van Dishoeck et al. Accepted for publication in Astronomy & Astrophysics, 2021. Origineel: https://www.aanda.org/10.1051/0004-6361/202039084
Gratis preprint: https://arxiv.org/abs/2102.02225

Bron: Astronomie.nl

SOFIA telescoop werpt meer licht op evolutie Zwanennevel

Messier 17 ook wel bekend als ‘Zwanen- of Omeganevel’ is een sterrennevel op 5,500 lichtjaar afstand van de aarde in het sterrenbeeld Sagittarius. De nevel heeft een diameter van 15 lichtjaar en is een van de helderste en grootste stervormingsgebieden aan de zuiderhemel in de Melkweg. En, het woord ‘nevel’ impliceert het al, de nevel is vanwege zijn structuur lastig in zijn geheel te observeren, de gas- en stofwolken verhullen de binnenste regionen van de nevel. Maar recent NASA onderzoek door een team astronomen van het SOFIA Science Center o.l.v. Jim De Buizer met behulp van data van de SOFIA telescoop (een NASA / DLR project) wierp meer licht op Messier 17. Lees verder

Ruis?

Credit: ESA/Herschel/SPIRE; M. W. L. Smith et al 2017

Als je bovenstaande foto goed bekijkt ziet er niet meer op dan een ruis van blauwe, groene en gele spikkels, zout en peper ruis zoals ze ’t ook wel noemen. Maar vergis je niet. Iedere spikkel die je ziet is een sterrenstelsel, een kolossaal systeem van honderden miljarden sterren. De foto toont een stuk van de hemel in de buurt van de galactische noordpool [1]Deze is gelegen in het sterrenbeeld Haar van Berenice, met coördinaten RA 12h51,4m Decl. +27,13°. en is gemaakt bij een golflengte van 250 micrometer met de Spectral and Photometric Imaging Receiver (SPIRE) van de Europese inradroodsatelliet Herschel, die tussen 2009 en 2013 actief was. In het gebied van die galactische noordpool, die ver afligt van de veelheid van gas- en stofwolken van de melkweg, ligt ook de Coma cluster van sterrenstelsel, een enorm conglomeraat van meer dan duizend sterrenstelsels. Die Coma-stelsels liggen verspreid ook op de foto van Herschel. Bron: ESA.

References[+]

References
1 Deze is gelegen in het sterrenbeeld Haar van Berenice, met coördinaten RA 12h51,4m Decl. +27,13°.

Herschel ziet spectaculair stervormingsgebied in volle glorie

Credit: ESA/Herschel/PACS, SPIRE/Hi-GAL Project. Acknowledgement: UNIMAP / L. Piazzo, La Sapienza – Università di Roma; E. Schisano / G. Li Causi, IAPS/INAF, Italy

De Herschel-ruimtetelescoop heeft het indrukwekkende stervormingsgebied Westerhout 43 op de gevoelige plaat vastgelegd. Deze gigantische wolk, die gevuld is met tientallen knopen van stervorming, bevindt zich op een afstand van 20.000 lichtjaar vanaf de aarde, in de richting van het sterrenbeeld Arend.

In zichtbaar licht is nauwelijks iets te zien Westerhout 43, aangezien deze verscholen gaat achter talloze stofwolken in de schijf van de Melkweg. Gelukkig neemt Herschel het universum waar op infrarode golflengtes, waarmee dwars door blokkerende stofwolken heen gekeken kan worden. Hierdoor heeft men de werkelijke omvang van deze cluster in volle glorie kunnen weergeven.

Het stervormingsgebied heeft een massa van meer dan zeven miljoen zonnen en bestaat uit ruim 20 verschillende sterrenkraamkamers, die flink verhit worden door de hete sterren die erbinnen ontstaan zijn. Deze knopen van stervorming zijn zichtbaar als blauwe vlekken tegen een achtergrond van koelere gele en rode gebieden.

In het midden van Westerhout 43 bevindt zich de grootste cluster, die gevuld is met extreem hete en supermassieve Wolf-Rayet- en OB-sterren, die samen miljoenen keren zo helder zijn als de zon. Deze bubbel bevat de zaden van meerdere nieuwe sterrenclusters en is één van de meest actieve geboorteplaatsen van nieuwe sterren binnen ons melkwegstelsel.

Westerhout 43 bevind zich in een zeer dynamisch gebied van de Melkweg, precies op het punt waarop de centrale balk in het centrum van de Melkweg overgaat in één van de spiraalarmen. Dit maakt het gebied een uitstekend laboratorium om massieve sterren te bestuderen.

Bron: ESA

Groningse astronomen verklaren raadsel van koel gas in hete quasars

Een artist impression van een quasar. (c) ESA/C. Carreau

Een team van sterrenkundigen met daarin Peter Barthel en Pece Podigachoski van de Rijksuniversiteit Groningen heeft een verklaring gevonden voor een vijftig jaar oud raadsel waarom koel gas uit hete quasars stroomt. Nieuwe waarnemingen duiden erop dat het koele gas hoogstwaarschijnlijk ontstaat bij de snelle vorming van sterren in het moedersterrenstelsel van de quasar en dat het door sterexplosies naar buiten wordt geblazen. Het artikel van de sterrenkundigen is geaccepteerd voor publicatie in het vakblad Astrophysical Journal Letters.

Een quasar is een fel stralende kern van een sterrenstelsel. In het vroege heelal kwamen veel quasars voor. De kern van een quasar straalt fel door de invloed van een zwaar zwart gat in het centrum dat materie aanzuigt die daardoor heet gaat gloeien. De hittestraling is kenmerkend voor quasars. In 1966 ontdekten sterrenkundigen tot hun verrassing dat quasars niet alleen heet, maar ook koel gas herbergen. Dat gas bleek bovendien snel te bewegen. De astronomen proberen al vijftig jaar te ontrafelen waar het koele gas vandaan komt, hoeveel er is en waarom het snelheden van duizenden kilometers per seconde kan bereiken. 

Peter Barthel (Rijksuniversiteit Groningen): “Ook wilden we weten hoe belangrijk dit soort gaswinden zijn in het moederstelsel van de quasar en wat het netto effect ervan is in het vroege heelal. Deze sterrenstelsels groeien namelijk uiteindelijk tot stelsels als onze Melkweg en dat proces willen we begrijpen.”

Een internationaal team van sterrenkundigen besloot om met de Herschel-ruimtetelescoop naar een aantal quasars te kijken. Uit de waarnemingen blijkt dat het koele gas met name voorkomt in die quasars waarin ook veel sterren worden gevormd. Barthel: “Kennelijk heeft snelle stervorming in quasar-moederstelsels iets van doen met die koele gaswinden.”

Barthel werkte deze veronderstelling vervolgens nader uit samen met zijn promovendus Pece Podigachoski en met collega’s Belinda Wilkes van de Harvard sterrenwacht en Martin Haas van de universiteit van Bochum. Ze vermoeden dat de winden wordt aangewakkerd door sterren die exploderen als er veel en snel sterren worden gevormd.

De sterwinden zouden weleens een natuurlijke rem kunnen zijn op de vorming van veel meer sterren en van grotere sterrenstelsels. Barthel: “Want hoewel theoretisch gesproken sterrenstelsels heel groot zouden kunnen worden, komen we ze in de praktijk niet tegen.” Bron: Astronomie.nl

Herschel laat zien dat het heelal zelfreinigend is

Een klein stukje van het hemelgebied dat door de Herschel-satelliet op ver-infrarode golflengten in kaart is gebracht. Op de foto zijn duizenden stofrijke sterrenstelsels te zien. (Credit: The Herschel ATLAS team and the European Space Agency).

Een internationaal team van sterrenkundigen heeft vandaag (29 juni) een catalogus gepresenteerd van het ‘verborgen heelal’, een overzicht van een half miljoen sterrenstelsels, die afgelopen zeven jaar onderzocht zijn middels de Herschel Astrophysical Terahertz Large Area Survey (Herschel ATLAS of H-ATLAS). Het onderzoek is uitgevoerd met de Europese infraroodsatelliet Herschel en het laat de kosmische geschiedenis zien van de energieën die door die sterrenstelsels afgelopen 12 miljard jaar zijn uitgestraald. Ongeveer de helft van de uitgezonden straling van sterren en sterrenstelsels wordt geabsorbeerd door interstellaire korrels, kleine vaste deeltjes die overal in de ruimte tussen de sterren worden gevonden. De andere helft was tot voor kort zoek en vormde daarmee een groot obstakel voor de sterrenkundigen om te proberen de geboorte en levensloop van sterrenstelsels te begrijpen. Maar dat verborgen heelal blijkt nu toch gevonden te zijn en wel door de in 2009 gelanceerde Herschel IR-ruimtetelescoop. De verborgen straling blijkt stofdeeltjes op te warmen en die zenden op hun beurt straling uit in het verre infraroodgedeelte van het elektromagnetische spectrum. Dankzij Herschel ATLAS is die straling in kaart gebracht. Op de afbeelding hierboven zie je de sterrenstelsels van dat verborgen heelal, ieder stipje is zo’n stelsel dat IR-straling uitzendt. Linksboven zie je de Volle Maan en links daarvan het kleine stukje hemel, dat door Herschel onderzocht is – de maan is illustratief voor de grootte van het gebied.

Credit: The Herschel ATLAS team, the European Space Agency, ALMA and NRAO

De sterrenstelsels bevatten zo veel stof dat ze met normale telescopen in zichtbaar licht vrijwel onzichtbaar zijn. De verst verwijderde stelsels kunnen we in infrarood zien omdat hun licht door tussenliggende sterrenstelsels versterkt wordt in de vorm van zwaartekrachtslenzen, zoals je in de afbeelding hierboven rechts kunt zien. De punten in het midden zijn 40.000 van de half miljoen door Herschel onderzochte sterrenstelsels, variërend in afstand van dichtbij tot 12 miljard lichtjaar ver weg. Uit de Herschel ATLAS blijkt onder meer dat sterrenstelsels nog maar een miljard jaar geleden in hoger tempo sterren vormden en meer gas en stof bevatten dan de huidige stelsels. Dat is een aanwijzing dat de sterrenstelsels steeds minder ‘vervuild’ zijn met gas en stof en dat het heelal geleidelijk ‘schoner’ aan het worden is. Bron: Royal Astronomical Society.

Groningse astronomen lossen quasar-puzzle op

Deze visualisatie toont een sterrenstelsel met een extreem heldere kern en een dubbele radiobron aan weerszijden – een quasar. De radio-as wijst min of meer in de richting van de aarde. Zouden we het object onder een grotere hoek waarnemen dan is – in het unificatiemodel – de heldere kern verduisterd achter een dikke stofring, en dus onzichtbaar: het object doet zich dan voor als radio-sterrenstelsel. Credit: ESA, C. Carreau.

De astronomen Pece Podigachoski en Peter Barthel van het Groningse Kapteyn Instituut hebben met ruimtetelescoop Herschel sterk nieuw bewijs gevonden dat quasars in feite gewone radiosterrenstelsels zijn, waargenomen onder een gunstige hoek. Barthel stelde dit zogenoemde unificatiemodel al in 1989 voor, op basis van waarnemingen met optische en radiotelescopen. Zijn model kreeg nadien veel steun, maar stuitte ook op weerstand. Nieuwe Herschel-waarnemingen van de infraroodstraling van deze objecten ondersteunen het model volledig. Het resultaat van het internationale onderzoeksteam verschijnt binnenkort in The Astrophysical Journal Letters.Quasars en radiosterrenstelsels zijn actieve fasen in het leven van een sterrenstelsel. Zware sterrenstelsels (zo’n tien tot honderd keer zwaarder dan ons sterrenstelsel, de Melkweg) hebben superzware zwarte gaten in hun kern. Als die zwarte gaten materie ‘verorberen’ wordt de kern actief, en ontstaat een extreem felle stralingsbron, en – onder bepaalde voorwaarden – een gigantische dubbele radiobron rond het sterrenstelsel. Het unificatiemodel van Barthel zegt dat de hoek waaronder deze radio-heldere actieve stelsels gezien worden van cruciaal belang is. Doordat zich een ondoorzichtige ring van stof rondom de kern bevindt is de fel stralende kern, de quasar, uit bepaalde richtingen wel, uit andere richtingen niet te zien. De infraroodwaarnemingen komen perfect overeen met de voorspellingen voor wat betreft de straling van het warme stof in de actieve sterrenstelsels. Ook rapporteren de astronomen dat de combinatie van metingen in het ver-infrarode golflengtegebied op een eenvoudige manier laat zien of een sterrenstelsel een actief zwart gat heeft of niet, en wat de relatieve bijdrage van die activiteit aan de totale straling van het sterrenstelsel is. Voor toekomstig onderzoek naar de groei van sterrenstelsels en hun zwarte gaten in het vroege heelal is dit een belangrijke diagnostiek. Bron: Astronomie.nl.

Planck en Herschel vinden kandidaten voor proto-clusters van sterrenstelsels

Credit: ESA and the Planck Collaboration/ H. Dole, D. Guéry & G. Hurier, IAS/University Paris-Sud/CNRS/CNES

Door waarnemingen te combineren die gemaakt zijn met de Europese Planck en Herschel satellieten zijn sterrenkundigen erin geslaagd om in het ver verwijderde heelal de voorlopers te vinden van de enorme clusters van sterrenstelsels. Onze Melkweg en andere sterrenstelsels zijn niet geïsoleerd, maar maken deel uit van clusters en superclusters van tientallen tot soms wel duizenden sterrenstels. Die clusters zijn er niet altijd geweest en sterrenkundigen proberen zich een beeld te vormen wanneer en hoe die clusters gevormd zijn. In de Planck gegevens van de kosmische microgolf-achtergrondstraling kon men 234 afzonderlijke bronnen identificeren, van proto-clusters die zo’n drie miljard jaar na de oerknal moeten hebben voorgekomen. Met de infrarood-satelliet Herschel kon men deze bronnen in meer detail waarnemen. Op de afbeelding hierboven zie je midden onder de kaart van de hemel bij een frequentie van 545 GHz, zoals waargenomen door Planck. De Melkweg is de oplichtende band in het midden, de 234 bronnen zijn de zwarte spikkels. Rondom zie je afbeeldingen van enkele proto-clusters, gemaakt met het SPIRE-instrument van Herschel. Het lijkt erop dat het gaat om compacte verzamelingen van sterrenstelsels, waar een enorm tempo van stervorming is, wel enkele honderden tot 1500 keer zo hoog als in onze eigen Melkweg gebeurt – in ons eigen sterrenstelsel is het tempo ongeveer 1 zonsmassa per jaar. Voor de liefhebbers: hier is het vakartikel over de vondst van de kandidaten proto-clusters,  vandaag gepubliceerd in Astronomy & Astrophysics.  Bron: ESA.

Zwart gat verhinderd stervorming door wegblazen van gas in sterrenstelsel

Impressie van een sterrenstelsel waarvan het centrale zwarte gat met z’n krachtige wind het gas in het stelsel wegblaast. Credit: ESA/ATG medialab

Met behulp van de Europese Herschel infraroodsatelliet en de Japanse Suzaki röntgensatelliet hebben sterrenkundigen waargenomen dat superzware zwarte gaten in de kernen van sterrenstelsels in staat zijn om met hun krachtige wind het gas weg te blazen uit het stelsel, gas dat de voeding vormt voor de vorming van nieuwe sterren. Dat er een verband bestaat tussen de ‘winden’ van superzware zwarte gaten en de uitstroom van gas, was al lange tijd theoretisch voorspeld, maar nu is dat verband aan de hand van waarnemingen aan het sterrenstelsel IRAS F11119+3257 voor het eerst aangetoond. In de kern van dat stelsel, 2,5 miljard lichtjaar van ons vandaan, bevindt zich een superzwaar zwart gat, dat gas aantrekt. Dat gas wordt in de accretieschijf rondom het zwarte gat sterk verhit en gaat röntgenstraling uitzenden, dat als een krachtige wind naar buiten blaast en op haar beurt weer het toestromende gas naar buiten stuwt. Bij IRAS F11119+3257 is voor het eerst zowel die sterke wind van van het actieve zwarte gat als de grootschalige uitstroom van gas waargenomen.

Credut: NASA/SDSS/S. Veilleux

Vlakbij het zwarte gat gaat de wind met zo’n 25% van de lichtsnelheid en daar wordt per jaar ongeveer 1 zonsmassa aan gas naar buiten geworpen. Naarmate de afstand tot het zwarte gat groter wordt stuwt de wind meer gas naar buiten en in totaal wordt zo’n 100 zonsmassa per jaar aan gas uitgeworpen. Omdat gas een noodzakelijke brandstof is voor de vorming van nieuwe sterren stokt de stervorming. Er was nog een alternatieve theorie dat de centrale wind van een sterrenstelsel door grote aantallen jonge, hete sterren zou kunnen worden veroorzaakt, maar de met Suzaki waargenomen röntgenhelderheid van de kern van IRAS F11119+3257 laat zien dat het daarin aanwezige zwarte gat de hoofdoorzaak moet zijn. Morgen verschijnt er in het wetenschappelijke tijdschrift Nature een artikel over de ontdekking. Bron: ESO.

Kleurrijk stilleven van onze kosmische begeleider

Sterrenkundige foto’s hebben vaak iets weg van kunstwerken. Deze afbeelding van ons buurstelsel de Grote Magelhaanse Wolk is daar zeker geen uitzondering op! Het stilleven is eigenlijk een samenwerking tussen twee kosmische kunstenaars, namelijk de Europese Herschel-infraroodtelescoop en de Amerikaanse Spitzer-ruimtetelescoop.

Aangezien het een infraroodopname is, laat de foto dingen zien dat normaal gesproken voor het menselijk oog verborgen blijven. De kleuren worden toegewezen aan een bepaald temperatuurbereik: relatief koud gas van zo’n -250 graden C (waargenomen door Herschel)wordt weergegeven als een rode tint, waarmee de rand van het sterrenstelsel zichtbaar wordt. De heldere blauwwitte vlekken zijn dan weer waargenomen door Spitzer en laten warmer gas zien van zo’n 150 graden C, dat wordt opgewarmd door pasgeboren sterren.

De klonters van stervorming laten goed de vorm van het sterrenstelsel zien – de Kleine Magelhaanse Wolk bestaat uit een centrale balk, rechts op de opname, met een uitgebreide “vleugel” die zich uitstrekt naar de linkerrand van de foto. De totale grootte van de Kleine Magelhaanse Wolk is zo’n 8000 lichtjaar. De KMW en z’n grotere broer, de Grote Magelhaanse Wolk, zijn de grootste satellietstelsels van de Melkweg en vermoedelijk verstoorde dwergspiraalstelsels, een zeldzaam type van sterrenstelsels die vaak gekarakteriseerd worden door een centrale balk met