Diversiteitsprijs voor Sera Markoff, communicatieprijs voor IAU100

Deze week reikt het NWO-domein Exacte en Natuurwetenschappen (ENW) voor het eerst vijf nieuwe wetenschappelijke prijzen uit. De NWO Diversity Initiative Award gaat naar het Altair-project van de Amsterdamse sterrenkundige Sera Markoff. Het internationale sterrenkundige outreachproject IAU100 heeft de NWO Communication Award gewonnen. De winnaars worden door de jury gezien als een inspiratie op het gebied van maatschappelijke impact, team science, excellente wetenschap, diversiteit en communicatie. De prijzen hebben tot doel wetenschappers te belonen die zich hiervoor inzetten en anderen hiertoe te inspireren. Elf winnaars ontvangen in totaal € 350.000.

Altair-activiteit op het dak van de bètafaculteit van de UvA. Credit: UvA.

Altair+
Altair is een project waarbij basisschoolleerlingen kennis maken met astronomie en natuurkunde. De Diversity Initiative Award is bedoeld voor initiatieven die de diversiteit binnen het veld vergroten. Initiatiefnemer prof. dr. Sera Markoff (Universiteit van Amsterdam) ontvangt € 50.000 om te besteden aan het project. Markoff wil met de prijs Altair+ opzetten. “Het plan is om met een team studenten en vrijwilligers nieuwe activiteiten te ontwikkelen voor scholieren in het voortgezet onderwijs, ook op het Science Park in Amsterdam. We willen contact houden met de Altair-“graduates” van de basisschool, door jaarlijkse activiteiten te organiseren, waarbij ook andere scholieren uit de buurt en hun ouders worden betrokken. Dit is een stap op de weg naar een ‘pre-academisch’ programma. Hopelijk gaan zo meer studenten met een niet-westerse achtergrond op het Science Park studeren!”

De jury is onder de indruk van de manier waarop het project de bètawetenschappen onder de aandacht weet te brengen binnen diverse gemeenschappen. Kinderen met verschillende etnische achtergronden krijgen les door wetenschappers van de UvA, en ook hun ouders worden betrokken bij verschillende activiteiten op de universiteitscampus. Met dit project worden 140 kinderen per jaar bereikt. De jury vindt het noemenswaardig dat dit initiatief is opgezet door Markoff naast haar reguliere werk als hoogleraar theoretische astrofysica.

IAU-president Ewine van Dishoeck en Koning Willem-Alexander op het Gala van de Sterrenkunde op 17 dec 2019 in Leiden. Credit: IAU.

IAU100
Voor het eeuwfeest van de Internationale Astronomische Unie (IAU100) zijn in 2019 wereldwijd activiteiten en projecten georganiseerd, ook in Nederland, met als doel het belang van de astronomie te promoten. Via ruim 5.000 activiteiten in 143 landen zijn naar schatting circa 100 miljoen mensen bereikt.

Over IAU100 zegt de jury dat het project op een innovatieve manier een breder publiek heeft weten te bereiken. De jury is ook onder de indruk van de inclusiviteit. De initiatiefnemers van IAU100 hebben zich nadrukkelijk gericht op diversiteit en op landen waar wetenschappelijke kennis mensen moeilijker bereikt. Het initiatief is opgezet door teammanager Pedro Russo en teamleden Jorge Rivero González, Bethany Downer, Lina Canas en Marieke Baan. Het aan de prijs verbonden geldbedrag van € 10.000 is bedoeld voor wetenschapscommunicatie en zal worden gebruikt voor een nieuw outreachproject in het kader van de Internationale Astronomische Unie. Bron:

IAU100: https://www.astronomie.nl/nieuws/internationaal-sterrenkundig-outreachproject-iau100-wint-nwo-communication-award-2567
Altair en Sera Markoff: https://www.astronomie.nl/nieuws/sera-markoff-ontvangt-diversity-initiative-award-voor-scholenproject-in-amsterdam-2568

Een terugblik op het Gala van de Sterrenkunde

Gisteravond werd in de Stadsgehoorzaal in Leiden het Gala van de Sterrenkunde gehouden. De Nederlandse Onderzoekschool voor Astronomie (NOVA) organiseerde deze bijzondere avond om 20 jaar NOVA en 100 jaar Internationale Astronomische Unie (IAU) te vieren. Samen met Astrobloggers Jan Brandt, Jan Heuser en Paul Bakker heb ik het gala bijgewoond.

Tijdens het avondvullende Gala werd aan de hand van presentaties van de top van de Nederlandse astronomie teruggekeken op 100 jaar sterrenkunde en baanbrekend onderzoek. Zo kwamen de grote successen naar voren waar Nederland een grote rol in heeft gespeeld (en nóg steeds speelt), zoals de eerste foto van een zwart gat, M87* gemaakt met de Event Horizon Telescope, het in kaart brengen van 1,7 miljard sterren in de Melkweg door Gaia en het onderzoek aan de eerste waargenomen botsing van neutronensterren GW170817.

Rara, wie zijn deze vreemde gasten? Gemaakt met een infraroodcamera op de tentoonstelling.

Daarnaast werd er op het gala vooruitgekeken naar de toekomst en de grote vragen binnen de moderne sterrenkunde, zoals de zoektocht naar buitenaards leven. De presentatoren van de avond, IAU-president Ewine van Dishoeck en Jim Jansen (hoofdredacteur New Scientist) regen in duo alle onderwerpen aan elkaar, waarbij naast de presentaties ook andere dingen werden gedaan, zoals een astronomiequiz van Astronomy on Tap en twee muzikale intermezzo’s van Lodewijk Lenaerts en Yello Submarine.

Koning Willem-Alexander komt binnen in de Stadsgehoorzaal.

Speciale gast op het gala was Koning Willem-Alexander, die voorafgaand aan het gala een rondleiding kreeg langs de verschillende tentoonstellingen in de Stadsgehoorzaal en die daar verschillende onderzoekers en wetenschappers sprak. Een deel van het gala zelf werd door hem ook bijgewoond.

Tijdens het gala werd de uitreiking van de beste astrofoto bekendgemaakt, waarvoor door NOVA en de Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Weer- en Sterrenkunde (KNVWS) in samenwerking met de populairwetenschappelijke tijdschriften New Scientist en Zenit een wedstrijd was georganiseerd, waar amateur-astrofotografen konden deelnemen. Maurice Toet uit Zoetermeer bleek die wedstrijd met een opname van de Coconnevel (IC 5146) in het sterrenbeeld Zwaan te hebben gewonnen.

Jan Heuser bij zijn winnende foto.

Er waren vijf categorieën van foto’s en in de categorie Sterrenstelsels bleek Astroblogger Jan Heuser de winnaar te zijn. Hij had een foto gemaakt van enkele sterrenstelsels in Grote Beer, waaronder M106 – een foto die wij als Astrobloggers uiteraard véél mooier vonden dan de foto van Toet. Nou ja, op zich had ik er wel vrede mee, want Maurice Toet is ook een ‘telg’ uit de Christiaan Huygensvereniging, waar naast Heuser en Toet ook andere bekende astrofotografen uit gerold zijn, zoals Paul Bakker, Peter Pulles, Jan Brandt en André van der Hoeven.

Special guest op het gala was emeritus-hoogleraar prof. Kees de Jager. In eerste instantie kregen we een op Texel gemaakt interview te zien dat Jim Jansen met de Jager had en iedereen dacht dat de Jager, die met z’n leeftijd van 98 jaar ook al richting een 100-jarig jubileum gaat, niet in levende lijve op het gala zou zijn. Maar de altijd nog actieve sterrenkundige bleek wel degelijk aanwezig en hij kreeg van het publiek een staande ovatie als eerbetoon voor zijn gehele oeuvre. De Jager staat iedere maand nog in Zenit met een column en iedereen is vol bewondering over zijn uitstekende geheugen, die hem nog nummer in de steek laat. In de pauze spraken we nog even kort met hem.

Een trio Astrobloggers met prof. C. de Jager en een dame (De Jager z’n vrouw?), die als enige ooit in sterrenwacht Sonneburgh in Utrecht is geboren.

Het gala werd afgesloten met een presentatie door André Kuipers, die in rap tempo vertelde hoe de sterrenkunde voor hem inspiratiebron was, waarbij hij Carl Sagan en Govert Schilling noemde als mensen waar hij bewondering voor had.

Afijn, het was een zeer geslaagde avond, die wat ons betreft zeker navolging mag krijgen en daar willen we zeker geen 100 jaar op wachten. Misschien in 2021 als Kees de Jager 100 jaar is geworden en we zijn jubileum vieren – De Jager zelf vond dat een uitstekend idee. 😀

Nachtwacht en Sterrennacht zijn de Nederlandse namen voor HAT-P-6 b/HAT-p-6

Artistieke impressie van de ster HAT-P-6, een geel-witte dwergster in het sterrenbeeld Andromeda, en de exoplaneet HAT-P-6 b. (c) Livia Pietrow

Nachtwacht en Sterrennacht zijn de namen die exoplaneet HAT-P-6 b en de ster waar hij omheen draait (HAT-P-6) voortaan dragen. Dat is voor Nederland de uitkomst van de zoektocht naar nieuwe namen voor planeten rond andere sterren dan de zon, die in meer dan 100 landen in de afgelopen maanden is gehouden.

De competitie is georganiseerd door het officiële orgaan voor de naamgeving van hemellichamen, de Internationale Astronomische Unie (IAU). De IAU viert dit jaar zijn honderdste verjaardag en wees alle landen een exoplaneet toe voor vernoeming. Meer dan 100 namenparen werden vandaag op een persconferentie in Parijs bekendgemaakt.

Infographic Nederlandse exoplaneet. (c) IAU

De Nederlandse competitie ‘Exoplaneet zoekt naam’ bestond uit twee ronden. In de eerste ronde kon het publiek een voordracht doen. Er werden in totaal 6100 suggesties ingestuurd. Tijdens de tweede ronde in oktober kon worden gestemd op vijf namenparen die het Nationaal Comité van astronomen en andere experts uit alle inzendingen had geselecteerd. Wereldwijd werden 360.000 suggesties gedaan en hebben 420.000 mensen gestemd.

De vijf namen waarop in Nederland kon worden gestemd, voor respectievelijk planeet en ster, waren:
Brandaris – Vuurduin
Cruquius – Leeghwater
Exomna – Hurstrga
Nachtwacht – Sterrennacht
Nijntje – Moederpluis

Nijntje en Moederpluis kregen van het Nederlandse publiek de meeste van de in totaal 13.500 stemmen, gevolgd door Nachtwacht – Sterrennacht en Vuurduin – Brandaris. Deze uitkomst is naar de IAU gestuurd en een speciaal comité heeft het eerste backup-paar tot winnaar uitgeroepen. Nijntje – Moederpluis voldeed niet aan de regels van de IAU omdat er sprake is van een actief intellectueel eigendomsrecht.

Banner Nederlandse exoplaneet. Credit: IAU.

De gekozen namen worden vanaf nu parallel aan de bestaande wetenschappelijke namen gebruikt. De ster Sterrennacht is een geelwitte dwergster en staat op 905 lichtjaar afstand in het sterrenbeeld Andromeda. De planeet Nachtwacht is een zogeheten ‘hete Jupiter’. Bijzonder aan Nachtwacht is dat hij in een retrograde baan draait.

Nachtwacht – Sterrennacht (met als gezamenlijke thema: wereldberoemde schilderijen van Nederlandse grootmeesters) is door vier mensen voorgesteld. Bron: Astronomie.nl.

Koning woont Gala van de Sterrenkunde bij

Zijne Majesteit Koning Willem-Alexander is op 17 december aanwezig op het Gala van de Sterrenkunde in de Stadsgehoorzaal in Leiden. De Nederlandse Onderzoekschool voor Astronomie (NOVA) organiseert deze feestelijke avond om 20 jaar NOVA en 100 jaar Internationale Astronomische Unie (IAU) te vieren.

In samenwerking met het tijdschrift New Scientist ontwikkelt NOVA een wervelend programma waarin de fine fleur van de sterrenkunde en het ruimteonderzoek haar opwachting maakt. Presentaties van baanbrekend onderzoek worden afgewisseld met interviews, video’s, discussies, een quiz en een aantal muzikale intermezzo’s.

Er wordt teruggekeken op 100 jaar sterrenkundig onderzoek en 20 jaar NOVA, maar de blik wordt nadrukkelijk ook gericht op de toekomst. Onder anderen Amina Helmi, Heino Falcke, Ed van den Heuvel, Tim de Zeeuw, Samaya Nissanke, Vincent Icke en André Kuipers zullen hun opwachting maken. De presentatie van de avond is in handen van NOVA-directeur en IAU-president Ewine van Dishoeck en Jim Jansen (hoofdredacteur New Scientist).

In de Stadsgehoorzaal krijgt de Koning voorafgaand aan het Gala een rondleiding langs de verschillende tentoonstellingen en ontmoet hij onderzoekers en wetenschappers.

Naast opstellingen met instrumentatie en telescopen van de toekomst, is er onder meer een kleine astrofotografie-tentoonstelling en een overzicht van 100 jaar sterrenkunde in beeld en tekst. Ook wordt aandacht besteed aan inclusiviteit met de expositie ‘Inspiring Stars’, die is gericht op visueel gehandicapten. Het NOVA-Mobiel Planetarium staat eveneens opgesteld. Bron: Astronomie.nl

NASA-baas Jim Bridenstine wil ook dat Pluto weer een planeet wordt genoemd

Pluto, gefotografeerd door de Amerikaanse New Horizons ruimteverkenner. Credit: NASA/JHUAPL/SWRI.

De discussie of Pluto wel of geen planeet is woedt nog steeds voort. Augustus 2016 nam de Internationale Astronomische Unie (IAU) in Praag het besluit op grond van een toen aangenomen definitie van het begrip planeet om Pluto de status van planeet te ontnemen en om ‘m dwergplaneet te noemen. Pluto was ontdekt door de Amerikaan Clyde Tombaugh in 1930 en het was de enige planeet die door een Amerikaan was ontdekt. Niet zo vreemd dus dat vooral in de VS geprobeerd wordt om de status van Pluto als planeet te herstellen, Pluto te rehabiliteren. En nu lijken ze daarin een belangrijke speler gevonden te hebben, die hun zaak steunt: NASA-baas Jim Bridenstine. Vorige week vrijdag was hij op het congres ‘FIRST robotics’ in Colorado en daar riep hij zonder er doekjes om te winden: “Just so you know, in my view, Pluto is a planet, and you can write that the NASA administrator declared Pluto a planet once again.”

Nou is het leuk dat Bridenstine dat roept, maar het is en blijft een mening. Er ligt een IAU-besluit en alleen als de IAU het besluit intrekt of komt met een nieuwe definitie van het begrip planeet dan kan Pluto weer planeet worden genoemd – mits Pluto dan voldoet aan die nieuwe definitie uiteraard. En dan is het grote risico dat er naast Pluto nog heel veel meer planeten bijkomen. Want dát was de reden dat er in 2006 een besluit over de definitie van het begrip planeet werd genomen, de ontdekking in de jaren ervoor van heel veel objecten in de buitenste delen van het zonnestelsel die qua grootte vergelijkbaar waren met Pluto. Bron: Space.com.

Oud-directeur ESO en oud-president IAU Lodewijk Woltjer (1930–2019) overleden

Lodewijk Woltjer (1930–2019). Credit: M.McCaughrean (ESA)/ESO.

De voormalige directeur-generaal van ESO, Lodewijk Woltjer, is op zondag 25 augustus 2019 op 89-jarige leeftijd overleden.

Lodewijk Woltjer, bij velen bekend als Lo, was van 1975 tot 1987 de derde en langst zittende directeur-generaal van ESO. Al voordat hij de functie van directeur-generaal op zich nam had hij een sterke visie op de toekomst van ESO. Een van zijn belangrijkste bijdragen was de oprichting van een wetenschapsafdeling, die ESO omvormde van een zuiver functionele sterrenwacht tot een actieve wetenschappelijke onderzoeksorganisatie.

Professor Woltjer was niet alleen verantwoordelijk voor deze fundamentele verandering en uitbreiding van de ESO-activiteiten, maar hield tijdens zijn ambtstermijn toezicht op tal van belangrijke ontwikkelingen. Het gaat daarbij onder meer om de totstandkoming van het ESO-hoofdkantoor in Garching en de toetreding van twee nieuwe lidstaten, Italië en Zwitserland, in 1982. Verder tekende hij een overeenkomst met de directeur van het Max Planck Instituut om de zogeheten 2,2-meter MPG/ESO-telescoop op La Silla te installeren, en zag hij toe op het ontwerp en de vroege bouwfasen van de New Technology Telescope – een cruciale voorloper van de Very Large Telescope (VLT). Hij versterkte ook de relaties tussen ESO en andere organisaties, wat onder meer resulteerde in een overeenkomst met het Europese ruimteagentschap ESA voor de Space Telescope European Coordinating Facility, die bij ESO Garching werd ondergebracht. Vlak voor het einde van zijn periode als directeur-generaal kreeg hij goedkeuring van de ESO-raad voor de bouw van de VLT en drong hij er sterk op aan om deze op Paranal te stationeren.

Lodewijk Woltjer werd op 26 april 1930 in Noordwijk geboren als zoon van astronoom Jan Woltjer. Hij studeerde aan de Universiteit Leiden en deed zijn promotieonderzoek bij Jan Oort. In 1957 promoveerde hij op een proefschrift over de structuur van het magnetische veld van de Krabnevel. Na zijn promotie bleef Woltjer onderzoek doen op het gebied van de theoretische astrofysica en plasmafysica. Hij onderzocht quasars, supernovaresten en magnetische velden in sterren en sterrenstelsels. Hij ontving twee postdoctorale onderzoeksbenoemingen aan universiteiten in de Verenigde Staten en keerde vervolgens in 1959 terug naar de Universiteit Leiden in 1959 als lector astronomie. Twee jaar later werd hij hoogleraar in de theoretische astrofysica en plasmafysica – een functie die hij tot 1964 bekleedde. Tussen 1964 en 1974 werkte Woltjer aan de Columbia Universiteit in New York, eerst als voorzitter van de afdeling Astronomie en vervolgens als Rutherfurd-hoogleraar Astronomie.

Na zijn tijd bij ESO bleef hij actief in de astronomie en was hij van 1994 tot 1997 drie jaar president van de Internationale Astronomische Unie. Hij was ook lid van vele commissies en divisies van de IAU en werkte bij de sterrenwachten van de Haute-Provence (Frankrijk) en Arcetri (Italië).

Lodewijk Woltjer zal worden herinnerd voor zijn vastberaden leiderschap van ESO, die de weg bereidde voor de VLT – ons huidige paradepaardje. Ook nadat hij ESO had verlaten, hield hij contact met de organisatie en bracht hij verschillende keren een bezoek aan de sterrenwachten in Chili. Laatstelijk in 2017, op 87-jarige leeftijd, reisde hij nog naar Chili om de ceremonie voor de eerstesteenlegging bij te wonen voor de Extremely Large Telescope, het toekomstige vlaggenschip van ESO. Bron: ESO.

‘Exoplaneet zoekt naam’ van start: iedereen mag een naam voordragen

Artistieke impressie van de ster HAT-P-6, een geel-witte dwergster in het sterrenbeeld Andromeda, en de exoplaneet HAT-P-6 b. (c) Livia Pietrow

De Nederlandse zoektocht naar een naam voor exoplaneet HAT-P-6 b en de ster waar hij omheen draait (HAT-P-6) is vandaag van start gegaan. Tot en met eind september krijgen alle Nederlanders de kans een naam voor te dragen. Naast verenigingen van sterrenkunde-amateurs, professionele astronomen en het algemene publiek, worden met name kinderen aangemoedigd via hun school een voorstel te doen: de beste suggestie wordt beloond met een telescoop voor op school.

Het formulier voor een voordracht staat hier: http://www.astronomie.nl/exoplaneetzoektnaam

De regels voor de naamgeving staan hier: http://www.astronomie.nl/regelsexoplaneetzoektnaam

NB: De procedure is gebonden aan een groot aantal regels. Om ongeldige voordrachten te voorkomen, moet iedereen die een naam wil voordragen de regels eerst lezen.

IAU

‘Exoplaneet zoekt naam’ is de Nederlandse campagne van het wereldwijde project ‘IAU100 NameExoworlds’. De Internationale Astronomische Unie (IAU) viert dit jaar zijn honderdste verjaardag en heeft alle landen een exoplaneet toegewezen voor vernoeming.

Twee ronden

De Nederlandse competitie bestaat uit twee ronden. In de eerste ronde kunnen het publiek, verenigingen van sterrenkunde-amateurs, professionele astronomen en scholen een voordracht doen (tot 30 september 2019). De tweede ronde is de stemronde. Nederland kan in de tweede helft van oktober stemmen op een van de vijf setjes namen die een Nationaal Comité van astronomen en andere experts heeft geselecteerd uit alle voordrachten. Het setje namen (voor ster en planeet) dat de meeste stemmen krijgt wordt aangemeld bij de IAU.

De resultaten van de wereldwijde verkiezingen worden bekendgemaakt in december 2019. De gekozen namen worden vanaf dat moment parallel aan de bestaande wetenschappelijke namen gebruikt.

Artistieke impressie van de ster HAT-P-6, een geel-witte dwergster in het sterrenbeeld Andromeda, en de exoplaneet HAT-P-6 b. (c) Livia Pietrow

HAT-P-6

Nederland heeft de ster HAT-P-6 en de exoplaneet HAT-P-6 b gekregen. De ster is een geelwitte dwergster en staat op ongeveer 650 lichtjaar afstand in het sterrenbeeld Andromeda. De planeet is een zogeheten ‘hete Jupiter’. Bijzonder aan de planeet is dat hij in een retrograde baan draait.

Exoplaneten

Astronomen hebben de afgelopen decennia duizenden planeten en planeetstelsels ontdekt rond nabije sterren. Sommige planeten zijn klein en rotsachtig zoals onze aarde; andere lijken meer op gasreuzen als Jupiter. Om de meeste sterren cirkelen planeten. Alleen al het enorme aantal sterren en planeten en de aanwezigheid van prebiotische materialen, maakt het bestaan van leven elders in het heelal waarschijnlijk. Bron: Astronomie.nl.

Exoplaneet HAT-P-6 b zoekt nieuwe naam

Groottevergelijking HAT-P-6 b met de planeet Jupiter. Credit: https://en.wikipedia.org/wiki/HAT-P-6b#/media/File:Exoplanet_Comparison_HAT-P-6_b.png. CC BY-SA 3.0.

De Internationale Astronomische Unie (IAU) bestaat dit jaar 100 jaar en organiseert de mondiale competitie ‘IAU100 NameExoWorlds’. Elk land krijgt een exoplaneet toegewezen en mag die samen met het publiek een naam geven. Meer dan 70 landen zijn al bezig met een nationale campagne om het publiek te laten stemmen. Het doel van de campagne is mensen te laten nadenken over onze plaats in het heelal en over de hypothetische vraag hoe een buitenaardse beschaving naar onze aarde zou kijken.

Astronomen hebben de afgelopen decennia duizenden planeten en planeetstelsels ontdekt rond nabije sterren. Sommige planeten zijn klein en rotsachtig zoals onze aarde; andere lijken meer op gasreuzen als Jupiter. Om de meeste sterren cirkelen planeten. Alleen al het enorme aantal sterren in het heelal en de overvloedigheid van prebiotische materialen, maakt het bestaan van leven elders in het heelal waarschijnlijk.

NameExoWorlds: Credit: IAU/L. Calçada.

De IAU is verantwoordelijk voor de officiële naamgeving van hemellichamen. De IAU viert dit jaar 100 jaar internationale samenwerking, en wil dit aspect van de sterrenkunde benadrukken met de wereldwijde campagne. Tijdens de competitie van 2015 werden al 19 exoplaneten vernoemd. Dit jaar krijgt élk land de kans een naam te geven aan een planeetstelsel, bestaande uit een exoplaneet en een ster.

Elk land heeft een ster toegewezen gekregen die zichtbaar is vanuit dat land en helder genoeg is om met een kleine telescoop te bekijken. Dat is gebeurd na een zorgvuldige selectie van een groot aantal bekende exoplaneten en hun moedersterren. Al deze planeten zijn gasreuzen, vergelijkbaar met Jupiter en Saturnus [1]De NameExoWorlds-campagne heeft voor de vernoeming planeetstelsels geselecteerd die bestaan uit een planeet rond een ster die met een kleine telescoop vanuit het betreffende land kan worden … Continue reading.

Nederland heeft de ster HAT-P-6 en de exoplaneet HAT-P-6 b toegewezen gekregen. Het stelsel ligt op ongeveer 650 lichtjaar afstand in het sterrenbeeld Andromeda. De hele lijst met planeten staat op: http://www.nameexoworlds.iau.org/list-of-stars.

In elk deelnemend land is een nationaal comité opgericht om een nationale verkiezing op te zetten. Dit comité volgt de methode en de richtlijnen die door de IAU100 NameExoWorlds-stuurgroep zijn opgesteld. Het nationaal comité is verantwoordelijk voor publieksparticipatie, communicatie rond het project en het ontwerpen van een stemsysteem.

De nationale competitie vindt plaats in de periode juni-november 2019. De resultaten van de wereldwijde verkiezingen worden bekendgemaakt in december 2019. De gekozen namen worden dan parallel aan de bestaande wetenschappelijke namen gebruikt, met een verwijzing naar de indieners. Bron: Astronomie.nl.

References[+]

References
1 De NameExoWorlds-campagne heeft voor de vernoeming planeetstelsels geselecteerd die bestaan uit een planeet rond een ster die met een kleine telescoop vanuit het betreffende land kan worden waargenomen. In de selectie zitten planeten die al eerder zijn ontdekt en dus goed zijn bestudeerd. Ze zijn bijna allemaal ontdekt voor 2012. De visuele helderheid van de geselecteerde planeten loopt uiteen van magnitude 6 tot 12. De planeten zijn allemaal ontdekt via de radiale-snelheidsmethode (Doppler-spectroscopie) of de transitmethode (waarbij een planeet die voor zijn moederster langs beweegt een piepklein beetje sterlicht blokkeert). Ze zijn allemaal gevonden met telescopen vanaf de grond. Waarschijnlijk zijn alle planeten gasreuzen, vergelijkbaar met Jupiter en Saturnus. Ze hebben geschatte massa’s tussen de 10% en 500% van die van Jupiter. Alle systemen bestaan uit enkele sterren met daaromheen één bekende planeet. Mogelijk tellen de zonnestelsels meerdere sterren en planeten, maar dat is op dit moment niet bekend. Elk land heeft op deze manier een gelijke kans om vergelijkbare hemellichamen een naam te geven.

Ja hoor, ze zijn weer aan het debatteren of Pluto wel of geen planeet is

Credit: Johns Hopkins University/APL

In 2006 kwam de Internationale Astronomische Unie (IAU) in Praag met een nieuwe definitie van het begrip planeet en op basis daarvan degradeerde de toenmalige negende planeet Pluto tot dwergplaneet, een categorie die hij moest delen met Ceres, Eris, Makemake en Haumea. Dát besluit is sindsdien telkens aangevochten en met name Amerikaanse onderzoekers pleitten ervoor om Pluto toch weer een planeet te noemen. Laatste loot in dat rijtje: Alan Stern, hoofdonderzoeker van de New Horizons missie. Die kwam onlangs met een nieuwe definitie van een planeet – hieronder in een tweet te lezen – en vervolgens heeft hij daarover een debat gevoerd met een ‘voorstander’ van de ‘Pluto-is-een-dwergplaneet-definitie’, de voormalige president van de IAU Ron Ekers – hieronder is het debat te zien.

New Horizons vloog op 14 juli 2015 vlak langs Pluto en nam waar dat die vol zit met karakteristieken die aan een echte planeet doen denken, zoals bergketens, ijsvlaktes, gletsjers, een atmosfeer met wolken, enzovoorts. In Stern z’n voorgestelde definitie van een planeet zou Pluto wel voldoen aan de criteria:

A planet is a sub-stellar mass body that has never undergone nuclear fusion and that has sufficient self-gravitation to assume a spheroidal shape adequately described by a triaxial ellipsoid regardless of its orbital parameters.

De Tartarus Dorsa regio op Pluto (Credit: NASA).

Klinkt op zich goed om hierover na te denken, maar het gaat voorbij aan de reden waarom de IAU in 2006 besloot tot die stap om met een planeetdefinitie te komen, namelijk de ontdekking van andere objecten in het zonnestelsel, die ongeveer zo groot zijn als Pluto of zelfs nog groter, zoals de door Mike Brown ontdekte 2003 UB313, die we nu kennen als Eris. Ook die voldoen allemaal aan de definitie van Stern. En wat dacht je van manen en grote planetoïden, ook die voldoen aan de definitie van Stern.
Afijn, ik geef het maar even in overweging dat mijn opvatting is dat je het zo moet laten en dat er volgens de IAU-definitie uit 2006 maar acht planeten zijn. Ga je ‘rommelen’ aan die definitie dan begeef je je op een hellend vlak en loop je het risico dat er straks honderden planeten in het zonnestelsel zijn. Nou, ga dan de schoolboeken maar op dat onderdeel aanpassen. Hieronder het ruim twee uur durende debat tussen Stern en Ekers, dat afgelopen dinsdag (29 april) werd gehouden.

Ehhh…. ik realiseer mij nu dat ik dit debat over de status van Pluto, waar ik vaker al over heb geblogd, niet eens heb opgenomen in het rijtje met debatten die in de sterrenkunde en natuurkunde worden gevoerd. Ik ga dat alsnog doen. 😀 Mocht overigens blijken dat ook onder Astroblogslezers verschillende gedachten bestaan over de status van Pluto, dan zal ik daar misschien een poll aan wijden – is ’t geen goed idee? Bron: Space.com.

Ewine van Dishoeck ontvangt prestigieuze prijs van Noorse koning

Ewine van Dishoeck. Credit: Henrik Sandsjo.

De Nederlandse astronome Ewine van Dishoeck heeft vandaag de prestigieuze Kavli-prijs [1]De Kavli-prijs is een van de meest prestigieuze wetenschappelijke onderscheidingen naast de Nobelprijs. De prijs is vernoemd naar de Noors-Amerikaanse Fred Kavli (1927-2013), net als Alfred Nobel een … Continue reading voor astrofysica ontvangen uit handen van de koning van Noorwegen. De onderscheiding is na de Nobelprijs zo’n beetje de hoogste prijs die een sterrenkundige kan krijgen. De afgelopen dagen was het een gekkenhuis voor Ewine van Dishoeck. Ze kreeg honderden mails met felicitaties van over de hele wereld, legde talloze interviews af, bezocht een congres in Wenen en was vandaag voor de prijsuitreiking in Oslo.

In een week tijd is de Nederlandse astronome beëdigd als voorzitter van de IAU, de Internationale Astronomische Unie – zeg maar de FIFA van de sterrenkunde – en heeft ze de prestigieuze Kavli-prijs gekregen. Een unieke prestatie. Van Dishoeck werd onderscheiden vanwege haar baanbrekende onderzoek naar hoe sterren en planeten worden geboren. De Noorse koning Harald overhandigde haar vandaag een medaille, een document en een geldprijs van een miljoen dollar.

“Ik ben wel een week bezig geweest met het beantwoorden van alle felicitaties”, vertelde ze tegen de NOS. “Deze weken zijn wel heel speciaal, met de Kavli-prijs en het voorzitterschap van de IAU. Zulke weken maak ik waarschijnlijk mijn leven lang niet meer mee.”

Dat de hoogleraar aan de Universiteit Leiden zoveel eer te beurt valt in astronomische kringen is opvallend, want het had weinig gescheeld of Van Dishoeck was helemaal niet in dat vakgebied beland. Ze studeerde aanvankelijk scheikunde en werd eigenlijk pas door haar latere echtgenoot, astronoom Tim de Zeeuw, op het spoor van de sterrenkunde gezet – of eigenlijk een combinatie van beide: astrochemie, zeg maar interstellaire scheikunde.

Sinds 1979 onderzoekt ze hoe interstellaire wolken chemisch in elkaar zitten, de kraamkamers van nieuwe sterren en planeten. “Ik houd me in mijn werk bezig met de vraag: waar komen we vandaan? Hoe zijn wij gevormd? Hoe is een ster als onze zon en een planeet als onze aarde gevormd?”

In reusachtige gaswolken op duizenden lichtjaren afstand zoeken Van Dishoeck en haar collega’s naar water en andere bouwstenen van bewoonbare planeten als de aarde. “Als je denkt aan een nieuwe planeet en de kans dat daar leven zou kunnen ontstaan, dan heb je daar ten minste water voor nodig. Dat is een van de aspecten waar ik heel veel onderzoek naar heb gedaan. Daarnaast heb je ook organische verbindingen nodig, simpele suikers bijvoorbeeld.”

Dat onderzoek gebeurt met wetenschappelijke satellieten, maar ook met grote radiotelescopen. De laatste jaren is er bijvoorbeeld de ALMA-radiotelescoop in Chili, een kilometers groot complex van 66 enorme schotelantennes op een Chileens bergplateau, het grootste astronomische project ter wereld.

Toen Van Dishoeck eind jaren 70 startte met haar onderzoek was dat er allemaal niet. “Toen we begonnen, hadden we nog helemaal niet de technologie om zonnestelsels in wording te zien. We konden toen kijken op de schaal van een heel grote wolk. Met de nieuwste telescopen kunnen we echt inzoomen. In die 40 jaar zijn we een factor 100 scherper gaan kijken. Vroeger was een stad op Google Images ook niet zo scherp. Nu kun je zien dat er in die stad straten zijn, en kanalen, huizen en bomen. Dat is het stadium waar wij nu ook zijn: we kunnen echt inzoomen op de schaal van, zeg maar, ons eigen zonnestelsel.”

Maar haar onderzoek richt zich ook op objecten dichter bij huis. De komeet 67P bijvoorbeeld, die in 2014 door de Europese sonde Rosetta werd bezocht. Kometen zijn heel oude objecten die veel kunnen vertellen over de oorsprong van ons planetenstelsel. “Ons zonnestelsel is er maar één van de honderden miljarden, maar het is er een waarvan we kunnen zien wat de uitkomst is. Bij andere planetenstelsels in wording kunnen we zien wat er aan het gebeuren was toen ons zonnestelsel nog maar een miljoen jaar oud was, en bij ons eigen zonnestelsel kunnen we zien wat er 4,5 miljard jaar later gebeurd is.”

“Het gaat uiteindelijk om de vraag: hoe zijn we gevormd en hoe groot is de kans dat er leven elders in het heelal zou kunnen ontstaan”, vat de hoogleraar samen. “Wat mijn onderzoek heeft laten zien, is dat vormende sterren genoeg materiaal om zich heen hebben voor de vorming van een planetenstelsel. En ze hebben ook voldoende water en organisch materiaal om in ieder geval de bouwstenen voor leven te vormen. Of dat dan ook gebeurt is een andere vraag. Dan kom je in de scheikunde en de biologie terecht, maar ik kan wel tegen mijn collega’s daar zeggen: dit zijn de puzzelstukjes die we beschikbaar hebben.”

Pluto

Pluto

Van Dishoeck speelde een belangrijke rol bij de bouw van de ALMA-telescoop in Chili. Ze hielp internationale partners bij elkaar te brengen: de VS, Europa en Japan hadden geen van allen genoeg geld om zo’n project op eigen houtje uit te voeren.

Die bemiddelende rol kan ze nog hard nodig hebben in de IAU. De organisatie houdt wetenschappelijke symposia en gaat niet alleen over de naamgeving van nieuw ontdekte objecten in de ruime, de Unie beslist ook over de classificatie van hemellichamen. Zo had ons zonnestelsel in 2006 opeens een planeet minder: Pluto werd gedegradeerd tot dwergplaneet. Dat gebeurde tot ongenoegen van veel Amerikanen – Pluto is ontdekt door een Amerikaan.

Van Dishoeck: “Pluto is een interessant geval. Daar was in 2006 een enorme discussie over. Maar ik denk dat de meeste wetenschappers het er wel over eens waren dat er nieuwe inzichten waren over de samenstelling van ons zonnestelsel. Dat naast de bekende planeten ook een heel stel veel kleinere objecten zijn die ‘planeetachtig’ zijn. Er is nog steeds wel discussie over, maar ik denk dat die nu meer gaat over planeten rond andere sterren: hoe weet je of het een planeet of een dwergplaneet is?” Bron: NOS.

References[+]

References
1 De Kavli-prijs is een van de meest prestigieuze wetenschappelijke onderscheidingen naast de Nobelprijs. De prijs is vernoemd naar de Noors-Amerikaanse Fred Kavli (1927-2013), net als Alfred Nobel een filantroop van Scandinavische afkomst. Hij richtte in 2000 de Kavli Foundation op die jaarlijks drie prijzen uitreikt op het gebied van astrofysica, nanowetenschappen en neurowetenschappen. Kavli verwachtte belangrijke ontwikkelingen in die drie vakgebieden in de 21ste eeuw. De prijzen worden sinds 2008 uitgereikt. In dat jaar ging er ook een naar een Nederlander: de astronoom Maarten Schmidt.