NASA’s Spitzer IR-ruimtetelescoop is ruim 5000 dagen in de ruimte – dit deed ‘ie op zes dagen ervan

Credit: NASA

De Spitzer ruimtetelescoop van de NASA werd gelanceerd op 25 augustus 2003 en op 3 mei jongstleden was ‘ie exact 5000 dagen in de ruimte, op 25 lichtminuten afstand van de aarde, bezig om objecten in het verre heelal in het infrarood waar te nemen. De telescoop is genoemd naar de sterrenkundige Lyman Spitzer en heel wat ontdekkingen op IR-gebied van de afgelopen jaren zijn door deze telescoop gedaan. Spitzer heeft een heliocentrische baan, dat wil zeggen dat ‘ie niet om de aarde, maar om de zon draait. in de volgende video zien we meer over Spitzer en z’n baan en wordt gekeken wat ‘ie zoals de hele dag waarneemt gedurende een kleine week en waarom dat slechts in een smalle strook aan de hemel is.

Bron: Spitzer.

‘Last light’ van WISE

WISE’s last light-opname. credit: NASA/JPL-Caltech/UCLA

Van instrumenten zijn we gewend dat er een allereerste opname mee wordt gemaakt, die voortaan door het leven gaat als ‘first light’, of dat nou van Jan’s nieuwe Canon 1000D is of van het Stratospheric Observatory for Infrared Astronomy. Altijd een heugelijk feit, zo’n first light-opname. De keerzijde is natuurlijk dat ieder instrument ook een keertje de pijp uit gaat en geen opnames meer kan maken. Dan is er een ‘last light’, bedoeld als men het einde zag naderen, onbedoeld als het instrument plotseling in gruzelementen is geraakt. In het geval van NASA’s WISE (Wide-field Infrared Survey Explorer) satelliet wist men van het naderende einde en heeft men de opname hiernaast als last light gezien. Gemaakt op 1 februari 2011. Dá t WISE de pijp aan Maarten gegeven heeft komt doordat de koelvloeistof (helium) in deze satelliet in oktober 2010 is opgeraakt en de temperatuur aan boord sindsdien – z’n zogenaamde warme fase – is opgelopen van -260 naar -200 °C. Voor een infraroodsatelliet is dat veel te warm, die gedijen het beste bij temperaturen net boven het absolute nulpunt. Op 14 december 2009 werd WISE gelanceerd en men wist dat de hoeveelheid koelvloeistof in ieder geval voor zes maanden voldoende was. Dat werden er uiteindelijk dertien en in die periode kon men met WISE miljoenen foto’s maken van de infraroodhemel. Waaronder die allerlaatste, een stukje Melkweg in het sterrenbeeld Perseus, met linksboven een gaswolk die door de veranderlijke ster EV Persei is uitgestoten. Technici hebben WISE nu in een soort van slaaptoestand gebracht en de wetenschappers zijn bezig de data te verwerken. April dit jaar zullen de voorlopige resultaten bekend worden gemaakt en lente 2012 komt er een definitieve publicatie. Eh… oh ja, nog even ter vergelijking: hier is WISE’s first light-opname. Bron: Universe Today.

Bellenblazen door jonge sterren in Arend

Sterren in het stervormingsgebied W43 hebben een bel geblazen. Credit: ESA / SPIRE / PACS / Hi-GAL

De Europese infraroodsatelliet Herschel heeft de hiernaast staande foto gemaakt van enkele stervormingsgebieden in de Melkweg in de richting van het sterrenbeeld Arend (Aquila). De twee stervormingsgebieden die worden aangewezen zijn W43 (links) G29.9 (rechts). De interstellaire waterstofwolken zijn erg koud, gemiddeld zo’n 10 tot 50 graden boven het absoluut nulpunt (dus -263 tot -223 °C), behalve in de twee gebieden waar zich sterren aan het vormen zijn. Ondanks de lage temperatuur zenden de gaswolken infraroodstraling uit en dat is opgepikt door twee instrumenten aan boord van Herschel, PACS en SPIRE. PACS kijkt bij een golflengte van 70 en 160 μm, terwijl SPIRE 250 μm in de gaten houdt. Onder W43 zien we in blauw/wit een gat in het interstellaire gas, een soort van bel. De jonge sterren in W43 hebben met hun sterke sterrenwind dat gat geblazen, een staaltje van kosmisch bellenblazen dus. Herschel nam de foto in het kader van het zogenaamde Hi-GAL project, de Herschel infrared GALactic Plane Survey, bedoeld om meer te weten te komen over stervorming in het vlak van de Melkweg. Voor de liefhebbers is een grote foto met meer pixels hier te downloaden. Bron: Herschel.

Herschel werpt een blik op cluster Abell 2218

Credit: ESA / SPIRE / HerMES

[klik klik, effe overschakelen op standje Oranje, na die fabuleuze wedstrijd tegen Brazilië zojuist! 😀 ] Je zou ‘t niet zeggen, maar die vage blobs hierboven maken deel uit van Abell 2218, een gigantisch cluster van sterrenstelsels, die wel duizend leden telt. Vereeuwigd op de digitale gevoelige plaat door SPIRE, de Spectral and Photometric Imaging Receiver aan boord van de Europese infraroodsatelliet Herschel. De blauwe vlekken behoren tot Abell 2218 zelf, ruim twee miljard lichtjaar van ons vandaan in het sterrenbeeld Draak, de heldere gele vlek is een sterrenstelsel dat véél verder weg ligt, pak ‘m beet 11 miljard lichtjaar. Dá t sterrenstelsel zouden we normaal gesproken niet kunnen zien, maar door het zogenaamde gravitatielens-effect, ooit voorspeld door Einstein op basis van z’n Algemene Relativiteitstheorie, wordt het licht van het ver verwijderde stelsel verbogen én versterkt door de zwaartekracht van Abell 2218 en daardoor kunnen we ‘m wel zien. Op de foto hieronder zie je rechts Abell 2218 in optisch licht, opgehoest door Hubble, en daar zie je het ver verwijderde sterrenstelsel in de vorm van al die boogjes. Het kruisje in de SPIRE-foto is de kern van Abell 2218. Links afzonderlijke foto’s in drie verschillende infrarood-golflengten, 250, 350 en 500 micrometer.

credit: ESA/Herschel/SPIRE & NASA/ESA/STSci

Bron: Herschel.

Spitzer brengt de koudste ‘bijna-sterren’ in beeld

Goed kijken, dan zie je SDWFS J143524.44+335334.6. Credit: NASA/JPL-Caltech/P. Eisenhardt (JPL)

Bruine dwergen zijn eigenlijk mislukte sterren, want met hun maximale massa van ca. 80 keer die van Jupiter zijn ze te licht om in hun kern tot fusie van waterstof over te gaan. Met NASA’s infrarood-satelliet Spitzer hebben ze 14 van die bruine dwergen ontdekt wiens oppervlaktetemperatuur zeer koud is, voor sterren tenminste. De waargenomen temperatuur varieert tussen 175 en  425 °C, de temperaturen waarbij ik de aardappelrozetjes in m’n oven gereedmaak. De meeste van de waargenomen bruine dwergen zijn van de klasse van T dwergen, welke nooit warmer worden dan 1225 °C. Eéntje is welicht van een klasse, waarvan alleen vermoedt wordt dat ‘t bestaat: de Y dwergen, die nog kouder dan de T dwergen zijn. De NASA verwacht binnenkort veel meer van dergelijke koude ‘bijna-sterren’ te ontdekken, want sinds kort is de Wide-field Infrared Survey Explorer (WISE) missie bezig de infraroodhemel in kaart te brengen en de uitkomst is een heleboel exemplaren van die T- en misschien zelfs Y-dwergen. De dwergen geven zo weinig licht dat ze optisch totaal niet zichtbaar zijn. Maar door het kleine beetje warmte wat ze uitstralen kunnen infrarood-satellieten zoals Spitzer en WISE ze wel detecteren. Op de afbeelding hiernaast zie je in ‘t midden (met de rode stip) de bruine dwerg SDWFS J143524.44 +335334.6, yep schitterende naam. Diens temperatuur is 425 °C. Brrrrr, koud. 🙂 Bron: Spitzer.

Sterrenkundigen zien een ster in wording

In een moleculaire wolk als deze – DR21 in het sterrenbeeld Zwaan – heeft men L1448-IRS2E ontdekt, een ster in wording. Credit: A. Marston (ESTEC/ESA) et al., JPL, Caltech, NASA

Met behulp van de Submillimeter Array in Hawaï en de infraroodsatelliet Spitzer heeft een team sterrenkundigen onder leiding van Xuepeng Chen (Yale Universiteit) een echte ster in wording gezien. Het ‘object’ heet L1448-IRS2E en hij ligt ingebed in het Perseus stervormingsgebied, een gigantische moleculaire gas- en stofwolk, 800 lichtjaren verwijderd van de Aarde. Hoe sterren precies ontstaan is een proces dat nog niet begrepen wordt door de sterrenkundigen. Het team denkt dat L1448-IRS2E zich bevindt tussen de zogenaamde prestellaire fase, als delen van die wolk onder invloed van de zwaartekracht beginnen samen te krimpen, en de protostellaire fase, waarin de gekrompen gaswolk een hete kern heeft gevormd. De meeste protosterren hebben een lichtkracht in het infraroodgebied van 1 tot 10 keer die van de Zon. L1448-IRS2E z’n lichtkracht is 1/10e van de Zon, dus een stuk minder. Wel kent ‘ie een grote uitstoot van gassen uit z’n centrum, waarmee men denkt te maken te hebben met een hete kern, omgeven door een buitenlaag. Met waarnemingen van de vorig jaar gelanceerde Herschel infraroodsatelliet hoopt men meer te weten te komen over L1448-IRS2E. Ik heb gezocht naar een afbeelding ervan, maar niet gevonden. Daarom hier een afbeelding van een vergelijkbare moleculaire wolk in de Melkweg, DR21, welke vorig jaar door Herschel is bestudeerd. Mocht ik ergens tegen een plaatje van L1448-IRS2E lopen – boem, auw – dan plaats ik ‘m hier direct. Bron: Universe Today.

James Webb versus Hubble

De Hubble ruimtetelescoop – Hubble Space Telescope (HST) aan de overkant van de grote plas – kennen we allemaal en over z’n resultaten zijn we méér dan tevreden. Maar z’n opvolger staat al in de startblokken, de James Webb Space Telescope (JWST), de infraroodtelescoop die rond 2014 zal worden gelanceerd. De NASA is zo vriendelijk om middels een prachtige flashsite de twee ruimtetelescopen te vergelijken, onder andere op het punt van de spiegeldiameter:

Credit: NASA

Ding dong, indrukwekkend verschil nietwaar? De HST heeft een spiegel met een diameter van 2,4 meter, die met name in het ultraviolette en optische gedeelte van het spectrum kijkt en een tikkie in het infrarood. De JWST heeft een spiegel van 6,4 meter, bestaande uit 18 hexagonale spiegels, met name turend in het infrarood, een klein tikkie optisch. De JWST moet ver weg kunnen turen in de ruimte en door de expansie van het heelal is het licht van de vroegste sterrenstelsels verschoven naar het infrarode gedeelte van het spectrum. Afijn, dit is maar één vergelijking tussen HST en JWST. Ook voor andere vergelijkingen, zoals de baan die HST om de Aarde beschrijft en de baan in L2 die de JWST gaat krijgen en de grootte van beide telescopen – HST zo groot als een schoolbus, JWST zo groot als een tennisveld – moet je de NASA-site bekijken. Aanrader! Bron: NASA.

Daar is weer zo’n IRrelevante video

Hieronder een grappige video van bijna tien minuten lengte, waarin Amy Okuda en Wil Wheaton (stem van die robot + van hemzelf) de hoofdrol spelen. Het is er eentje uit de serie IRrelevant astronomy, waar ik jullie eerder al wat juweeltjes van heb laten zien, onder andere met Felicia Day en eentje met Sean Austin. Het draait in al die video’s om resultaten van de Spitzer ruimtetelescoop – die kijkt in infrarood, vandaar IR – van de NASA. Edutainment heet dat toch? Onderstaande video gaat

HIFI ontdekt geïoniseerd water in de ruimte

Water in NGC 7129. Credit: ESA/PACS/SPIRE/HOBYS Consortia

HIFI’s speurtocht naar water werpt een nieuw licht op de geboorte van sterren in verschillende regio’s van de kosmos. Dat is deze week gebleken op het wetenschappelijk symposium over de eerste resultaten van de ruimtetelescoop Herschel, waarvan HIFI het Nederlandse ‘zenuwcentrum’ vormt. Met HIFI is ook voor het eerst geïoniseerd water – ook wel H2O+ genoemd – in de ruimte ontdekt. Deze elektrisch geladen watermoleculen komen niet in natuurlijke vorm op aarde voor. Water speelt een cruciale rol bij de geboorte van sterren, omdat het molecuul bijdraagt aan het koelen van het mengsel van gas en stof waaruit sterren worden geboren. De eerste resultaten die deze week op het Herschel First Results Symposium werden gepresenteerd, laten zien dat water is gevonden in diverse actieve stervormingsgebieden, ook buiten ons melkwegstelsel. Samen met gegevens over stervormende gas- en stofwolken in onze Melkweg, helpen deze nieuwe data sterrenkundigen om tot in detail te begrijpen welke processen een rol spelen bij de geboorte van een nieuwe ster. Lees verder