De aarde staat 2000 lichtjaar dichter bij het superzware zwarte gat Sagittarius A* dan we dachten

Credit: NAOJ

Sterrenkundigen hebben ontdekt dat de aarde 7 km/s sneller dan ze eerst dachten om de kern van het Melkwegstelsel draait én dat de aarde 2000 lichtjaar dichterbij Sagittarius A* staat dan ze eerst dachten, da’s het superzware zwarte gat in het centrum van het Melkwegstelsel. Om tot die nieuwe waarden te komen hebben ze meer dan 15 jaar waarnemingen gedaan, o.a. in het kader van het Japanse radiosterrenkunde-project VERA. Bij dat project, waarvan de naam staat voor VLBI Exploration of Radio Astrometry (en VLBI op haar beurt betekent weer Very Long Baseline Interferometry) hebben ze vanaf het jaar 2000 snelheden en ruimtelijke structuren in de Melkweg driedimensionaal gemeten. Door met de techniek der interferometrie 224 objecten in de verschillende spiraalarmen van de Melkweg te bestuderen (welke te zien zijn in de afbeelding hierboven, GC daarin is ‘galactic center’) kon men meer te weten komen over de ruimtelijke opbouw van de Melkweg. En daaruit blijkt dat de afstand van het zonnestelsel tot het centrum van de Melkweg (waar Sgr A* zich bevindt) 25.800 lichtjaar is en niet 27.700 lichtjaar, zoals tot nu toe werd aangenomen en officieel werd aanvaard door de International Astronomical Union (IAU) in 1985. En zoals gezegd draaien we ook sneller om het centrum van de Melkweg dan eerst gedacht: onze snelheid is 227 km/s in plaats van 220 km/s. Mmmm… 2000 lichtjaar dichterbij een zwart gat dat 4,3 miljoen keer zo zwaar als de zon is, moeten we ons daar zorgen over maken? Nee allerminst, die afstand is veilig genoeg voor de aarde! Hier (zit achter een paywall, snif snif. Hier is ‘ie gratis) het vakartikel over de ‘The First VERA Astrometry Catalog’, verschenen in Publications of the Astronomical Society of Japan (2020). Bron: Phys.org.

Voor ‘t eerst is een exoplaneet ontdekt door z’n moederster met een radiotelescoop te zien bewegen

Impressie van het systeem van TVLM 513–46546. Credit: Luis A. Curiel Ramirez

Sterrenkundigen zijn er voor het eerst in geslaagd om een exoplaneet te ontdekken door de moederster waar ‘ie omheen draait te zien bewegen. En daarmee is deze exoplaneet in twee opzichten uniek, niet alleen omdat het de eerste exoplaneet was waarvan ze de moederster zagen bewegen, maar ook omdat het de eerste exoplaneet is die met een radiotelescoop is ontdekt. TVLM 513b heet de planeet en hij is zo groot ongeveer als Saturnus. Maar anders dan Saturnus staat TVLM 513b veel dichterbij z’n ster, een ultrakoele bruine dwergster in het sterrenbeeld Ossenhoeder (Boötes), 35 lichtjaar van ons vandaan met tien keer zo weinig massa als onze zon: de baan van TVLM 513b is vergelijkbaar met die van Mercurius om de zon. De planeet draait in 221 dagen om de ster.

Impressie van de planeet TVLM 513b die om z’n ster draait en deze door diens aantrekkingskracht wiebelt. Credit: Bill Saxton, NRAO/AUI/NSF

Maar wacht even, exoplaneten ontdekken door de beweging van z’n moederster te detecteren is toch niet nieuw? Nee klopt, van de 4197 ontdekte en bevestigde exoplaneten zijn er maar liefst 810 die ontdekt zijn door detectie van het bewegen van de moederster, een beweging die ontstaat als de exoplaneet door z’n massa iets aan de ster trekt, die daardoor wat gaat wiebelen. Maar die detectie van deze 810 exoplaneten is niet gebeurd doordat ze de ster zagen bewegen, maar door de radiële snelheid te meten. Als ze van de ster een spectrum maken zien ze daarin lijnen en het bewegen van de ster komt tevoorschijn door het verschuiven van die lijnen, als gevolg van de Dopplerverschuiving. Ze zien dus geen directe beweging van de ster, maar de verschoven lijnen wijzen op een beweging.

De VLBA is een netwerk van tien radiotelescopen. Hier een impressie ervan. Credit: J. Hellermann, NRAO/AUI/NSF

In het geval van TVLM 513b hebben ze de moederster, TVLM 513, wel zien bewegen. Vanaf juni 2018 werd de ster anderhalf jaar lang in de gaten gehouden met de Very Long Baseline Array (VLBA), een serie van radiotelescopen in de Verenigde Staten, die door de techniek van de interferometrie met elkaar verbonden zijn. Dankzij de zeer grote resolutie van de VLBA was men in staat om astrometrie te bedrijven met de TVLM 513, ze zagen ‘m heen en weer bewegen.

VLBA Astrometric Ultracool Dwarf and Exoplanet Side By Side from NRAO Outreach on Vimeo.

Hier het vakartikel over de ontdekking van deze exoplaneet, verschenen in the Astronomical Journal. Bron: NRAO.

De PulChron klok van ESTEC in Noordwijk draait op… pulsars

Een pulsar in de schil van een supernova. Credit: ESA/XMM-Newton/ L. Oskinova/M. Guerrero; CTIO/R. Gruendl/Y.H. Chu

De Europese ruimtevaartorganisatie ESA heeft in haar onderzoekscentrum ESTEC in Noordwijk sinds kort een klok lopen, wiens tijdmeting gebaseerd is op pulsars, snel ronddraaiende neutronensterren in het heelal. Het ‘PulChron’ systeem bevindt zich in de Galileo Timing and Geodetic Validation Facility bij ESTEC en het is verbonden aan een ‘array’ van vijf grote radiotelescopen in Europa.

De Lovell radiotelescoop van Jodrell Bank in Engeland. Credit: Mike Peel; Jodrell Bank Centre for Astrophysics, University of Manchester.

Met die vijf radiotelescopen [1]de Westerbork Synthesis Radio Telescope in Nederland, de Effelsberg Radiotelescoop in Duitsland, de Lovell Telescoop in Engeland, de Nancay Radiotelescoop in Frankrijk en de Sardinia Radiotelescoop … Continue reading worden continu 18 pulsars in de gaten gehouden. Die pulsars worden op de eerste plaats geobserveerd omdat ze wellicht een passerende zwaartekrachtgolf kunnen ‘verraden’, als er opeens afwijkingen in de pulsen worden gedetecteerd. Maar naast die functie als zwaartekrachtdetector kunnen de pulsars dus ook dienen als maat voor de PulChron klok. Pulsars zijn zeer compacte objecten – ruim een zonsmassa in een bolletje van pakweg 15 km doorsnede – die zeer snel ronddraaien en daarbij in twee tegenovergestelde assen straling uitzendend. Op aarde kunnen we die straling ontvangen en dat gaat met zeer regelmatige tussenperiodes.

De waterstof-maser in de pulChron klok is gebaseerd op de pulsen van die 18 pulsars. De klok staat ook in verbinding met het UTC laboratorium, dat ook bij ESTEC gehuisvest is en waar de ‘Coordinated Universal Time, UTC’ wordt bijgehouden. Op die wijze is de PulChron klok nauwkeurig tot een miljardste van een seconde.

Credit: ALMA.

De array van de vijf grote radiotelescopen houdt de 18 pulsars in de gaten middels de techniek van de interferometrie. Hierboven zie je een animatie hoe zo’n array werkt (deze is dan wel met meer radioantennes van die vijf, maar het principe blijft hetzelfde) en hoe ze daarmee in staat zijn grote delen van de hemel te bestrijken. Bij zo’n array maken ze gebruik van de aardrotatie, zodat de hemel zonder dat de radiotelescopen hoeven te bewegen voor de antennes langs schuift. De vele, kleine antennes zoals van LOFAR in West-Europa bijvoorbeeld kunnen helemaal niet bewegen, maar doordat ze als een array werken kunnen ze toch de gehele hemel in de gaten houden. Belangrijke factor daarbij is de ‘correlator’, de computer die er voor zorgt dat alle gegevens van de verschillende onderdelen van de array worden gesynchroniseerd.

Credit: THOMPSON ET AL.

Door te kijken naar de aankomsttijd van het signaal -in het geval van PulChron een pulsar – kan men exact bepalen van welke lokatie aan de hemel het signaal afkomstig is. In het voorbeeld van de twee antennes hierboven zal bijvoorbeeld de aankomsttijd van het signaal rechts iets eerder zijn dan de aankomsttijd links, het verschil is ?g.

Bron: ESA + Koberlein.

References[+]

References
1 de Westerbork Synthesis Radio Telescope in Nederland, de Effelsberg Radiotelescoop in Duitsland, de Lovell Telescoop in Engeland, de Nancay Radiotelescoop in Frankrijk en de Sardinia Radiotelescoop in Italië.

MATISSE-instrument maakt van vier VLT-telescopen één supertelescoop

Het nieuwe MATISSE-instrument op de Very Large Telescope Interferometer (VLTI) van de ESO-sterrenwacht op Paranal, in het noorden van Chili, heeft begin 2018 met succes zijn eerste waarnemingen gedaan. MATISSE is het krachtigste interferometrische instrument ter wereld op mid-infrarode golflengten. Het zal met behulp van hoge-resolutie-opnamen en -spectra de gebieden rond jonge sterren verkennen waar zich planeten vormen, evenals de omgevingen van superzware zwarte gaten in de centra van sterrenstelsels. Credit: ESO/MATISSE consortium

Het nieuwe MATISSE-instrument op de Very Large Telescope Interferometer (VLTI) van de ESO-sterrenwacht op Paranal, in het noorden van Chili, heeft met succes zijn eerste waarnemingen gedaan. MATISSE is het krachtigste interferometrische instrument ter wereld op mid-infrarode golflengten. Het zal met behulp van hoge-resolutie-opnamen en -spectra de gebieden rond jonge sterren onderzoeken waar zich planeten vormen, evenals de omgevingen van superzware zwarte gaten in de centra van sterrenstelsels. Bij de eerste MATISSE-waarnemingen zijn de hulptelescopen van de VLTI gebruikt om enkele van de helderste sterren aan de nachtelijke hemel te onderzoeken, waaronder Sirius, Rigel en Betelgeuze. Deze waarnemingen toonden aan dat het instrument goed werkt.

MATISSE (Multi AperTure medio-infrarood spectroscopisch experiment) neemt infraroodlicht waar – licht tussen de zichtbare en microgolfgolflengten van het elektromagnetische spectrum, met golflengten van 3 tot 13 micrometer [1]MATISSE is ontworpen, gefinancierd en gebouwd in nauwe samenwerking met ESO, door een consortium bestaande uit instituten in Frankrijk (INSU-CNRS in Parijs en OCA in Nice als gastinstuuut van het … Continue reading. Het is een spectro-interferometer-instrument van de tweede generatie voor de Very Large Telescope van ESO, dat gebruik maakt van meerdere telescopen en het golfkarakter van licht benut. Op die manier maakt het detailrijkere beelden van hemelobjecten dan met de bestaande (of geplande) enkelvoudige telescopen op deze golflengten mogelijk is.

Een medewerker bij het MATISSE-instrument. Credit:
ESO/P. Horálek

De ontwikkeling van MATISSE, waar een groot aantal ingenieurs en astronomen uit Frankrijk, Duitsland, Oostenrijk, Nederland en van ESO bij betrokken was, heeft 12 jaar geduurd. Ook de veeleisende werkzaamheden die nodig waren om dit zeer complexe instrument te installeren en te testen hebben veel tijd gekost. Maar nu hebben de eerste waarnemingen dan bevestigd dat MATISSE functioneert zoals verwacht [2]Met MATISSE is de laatste van de reeks VLT/VLTI-instrumenten van de tweede generatie nu op Paranal aangekomen. Voor de VLTI betekent dit dat – bijna precies op de dag af – 17 jaar na de … Continue reading.

De eerste MATISSE-waarnemingen van de rode superreuzenster Betelgeuze, die naar verwachting binnen een paar honderdduizend jaar als supernova zal exploderen, hebben aangetoond dat er nog steeds nieuwe dingen aan deze ster te ontdekken zijn [3]Betelgeuze is de eerste ster waarvan in 1920 door Michelson en Pease met behulp van interferometrie de diameter is bepaald. Hij werd ook gebruikt als helder testobject voor eerderde … Continue reading. De nieuwe waarnemingen laten zien dat de ster een andere grootte lijkt te hebben wanneer hij op andere golflengten wordt waargenomen. Gegevens als deze zullen astronomen in staat stellen om de omgeving van deze enorme materie-uitstotende ster verder te onderzoeken.

Het interferometrisch instrument MATISSE. Credit: ESO/MATISSE consortium

De hoofdonderzoeker van MATISSE, Bruno Lopez (Observatoire de la Côte d’Azur (OCA), Nice, Frankrijk), legt uit wat de kracht van het instrument is: ‘Enkelvoudige telescopen kunnen een beeldscherpte bereiken die beperkt wordt door de grootte van hun spiegels. Om een nog hogere resolutie te verkrijgen, combineren – of interfereren – we het licht van vier verschillende VLT-telescopen. Op die manier kan MATISSE in het golflengtebereik van 3 tot 13 micrometer scherpere beelden maken dan welke andere telescoop ook, en de toekomstige waarnemingen aanvullen die de James Webb Space Telescope vanuit de ruimte zal gaan doen.’

MATISSE zal bijdragen leveren aan diverse fundamentele onderzoeksgebieden in de astronomie, en zich vooral richten op de binnenste regionen van planeet-vormende schijven rond jonge sterren, het onderzoek van sterren in verschillende levensstadia en de omgeving van superzware zwarte gaten in de centra van sterrenstelsels.

Een patroon van interferentie van licht, afkomstig van de vier ‘VLT hulptelescopen’ binnen MATISSE. Credit: ESO/MATISSE consortium

Thomas Henning, directeur van het Max-Planck-Institut für Astronomie (MPIA) in Heidelberg, Duitsland, en mede-hoofdonderzoeker van MATISSE, zegt: ‘Door met MATISSE naar de binnenste delen van protoplanetaire schijven te kijken, hopen we de oorsprong van de verschillende mineralen in deze schijven te kunnen achterhalen – mineralen die later de vaste kernen van aarde-achtige planeten gaan vormen.’

Walter Jaffe, projectwetenschapper en mede-hoofdonderzoeker namens de Universiteit Leiden, en Gerd Weigelt, mede-hoofdonderzoeker van het Max Planck Instituut voor Radioastronomie (MPIfR), Bonn, Duitsland, voegen daaraan toe: ‘MATISSE zal ons spectaculaire beelden geven van planeet-vormende gebieden, meervoudige sterren en de stofrijke schijven die superzware zwarte gaten voeden. We hopen ook details van exotische objecten in ons zonnestelsel te kunnen waarnemen, zoals vulkanen op Io, en de atmosferen van reusachtige exoplaneten.’

MATISSE combineert het licht van maximaal vier van de Unit-telescopen of maximaal vier van de hulptelescopen die deel uitmaken van de VLTI, waarbij zowel spectra worden vastgelegd als opnamen worden gemaakt. Aldus kunnen MATISSE en de VLTI tezamen de beeldscherpte van een telescoop met een diameter van maximaal 200 meter evenaren en de meest detailrijke beelden maken die ooit op mid-infrarode golflengten zijn verkregen.

De eerste tests werden uitgevoerd met de hulptelescopen, maar voor de komende maanden zijn ook waarnemingen met de vier Unit-telescopen van de VLT gepland.

MATISSE superponeert het licht van een astronomisch object zoals dat uit de diverse telescopen komt, wat resulteert in een interferentiepatroon dat informatie bevat over het uiterlijk van het object, waaruit een beeld kan worden gereconstrueerd.

MATISSE’s eerste licht betekent een grote stap voorwaarts op het gebied van de optische/infrarood-interferometrie en zal astronomen in staat stellen om interferometrische beelden te verkrijgen die over een breder golflengtegebied fijnere details tonen dan momenteel mogelijk is. MATISSE zal ook de instrumenten aanvullen die gepland zijn voor ESO’s toekomstige Extremely Large Telescope (ELT), met name METIS (de Mid-infrared ELT Imager and Spectrograph). MATISSE zal helderdere objecten waarnemen dan METIS, maar met een hogere ruimtelijke resolutie.

Andreas Glindemann, projectmanager van MATISSE bij ESO, concludeert: ‘Aan de verwezenlijking van MATISSE hebben vele mensen gedurende vele jaren gewerkt en het is geweldig om te zien dat het instrument zo goed werkt. We kijken uit naar de spannende wetenschap die eraan komt!’ Bron: ESO.

References[+]

References
1 MATISSE is ontworpen, gefinancierd en gebouwd in nauwe samenwerking met ESO, door een consortium bestaande uit instituten in Frankrijk (INSU-CNRS in Parijs en OCA in Nice als gastinstuuut van het PI-team), Duitsland (MPIAMPIfR en de Universiteit van Kiel), Nederland (NOVA en de Universiteit Leiden) en Oostenrijk (Universiteit van Wenen). De Konkoly-sterrenwacht en de Universiteit van Keulen hebben eveneens enige ondersteuning geboden bij de vervaardiging van het instrument.
2 Met MATISSE is de laatste van de reeks VLT/VLTI-instrumenten van de tweede generatie nu op Paranal aangekomen. Voor de VLTI betekent dit dat – bijna precies op de dag af – 17 jaar na de ingebruikname van VINCI en twee siderostaten, de eerste generatie van instrumenten nu is vervangen door PIONIERGRAVITY en MATISSE, die allemaal vier telescopen kunnen combineren en gezamenlijk een breed golflengtegebied bestrijken.
3 Betelgeuze is de eerste ster waarvan in 1920 door Michelson en Pease met behulp van interferometrie de diameter is bepaald. Hij werd ook gebruikt als helder testobject voor eerderde mid-infrarood-interferometers, waaronder MIDI op de VLTI.

FIRST-instrument kan binnenkort exoplaneten dichtbij hun ster fotograferen

Franck Marchis en zijn collega installeren het FIRST instrument op de Shane 3-meter telescoop van het Lick Observatorium.

Sterrenkundigen hebben een nieuw instrument ontwikkeld, waarmee het binnen enkele jaren mogelijk moet zijn om exoplaneten die dicht bij hun ster staan direct te fotograferen, iets wat nu alleen nog kan bij exoplaneten die op grote afstand tot hun ster staan. Het instrument heet

De Event Horizon Telescope probeert de ‘schaduw’ van een zwart gat te zien

Impressie van een zwart gat van dichtbij. Credit: Arstechnica

Komende woensdag – 18 januari 2012 – zullen sterrenkundigen van over de hele wereld in Tuscon (VS) discussiëren over de “Event Horizon Telescope”, de telescoop die ons hopelijk voor het eerst een blik zal geven op een zwart gat. Eh… een blik op een object dat volgens dezelfde sterrenkundigen alle licht dat er op valt absorbeert, is dat wel mogelijk? Kan je een zwart gat sowieso wel zien? Ja, strikt genomen is een zwart gat zelf onzichtbaar, want licht dat eenmaal de zogenaamde waarneemhorizon is gepasseerd, dat zal nooit en te nimmer meer het zwarte gat kunnen verlaten, omdat binnen die horizon de ontsnappingssnelheid groter dan de lichtsnelheid is. En toch denkt men met die Event Horizon Telescope (EHT) het zwarte gat te kunnen  fotograferen, dat wil zeggen diens zogenaamde schaduw. Dat is het gebied net buiten de waarneemhorizon, waar aangetrokken materie in een wervelende maalstroom is geraakt en waar het temperaturen van miljoenen graden kan bereiken. De materie kan daarom energierijke straling uitzenden in röntgen- en gammalicht, dat nog net kan ontsnappen. Met de EHT wil men die straling detecteren en daarmee voor het eerst de schaduw van een zwart gat. Het gaat daarbij om het zwarte gat in het centrum van het Melkwegstelsel, dat zich 26.000 lichtjaar van ons bevindt – het object SgrA* in het sterrenbeeld Boogschutter – en dat waarschijnlijk 4,3 miljoen zonmassa zwaar is. Om de schaduw daarvan te kunnen zien moet de telescoop een zeer groot oplossend vermogen hebben en de EHT moet dat vermogen krijgen omdat het de gehele aarde bestrijkt! De bedoeling is namelijk dat maar liefst 50 radiotelescopen verspreid over de gehele aarde middels de techniek van de interferometrie aan elkaar worden gekoppeld en dat ze samen één reusachtige telescoop zullen vormen. Sommigen van die 50 radiotelescopen zijn zelf ook weer samengesteld uit een reeks radiotelescopen, zoals de Combined Array for Research in Millimeter-wave Astronomy (CARMA) in Californië en de Atacama Large Millimeter Array (ALMA) in Chili. Volgens Einstein’s Algemene Relativiteitstheorie zou de schaduw van een zwart gat perfect rond moeten zijn en het waarnemen ervan met de EHT zou een perfecte test van de ART zijn. Er bestaan overigens al plannen om ook het superzware zwart gat in het centrum van M87 te zien. Bron: Eurekalert.

35 radiotelescopen vormen deze week één supertelescoop

35 radiotelescopen=1 supertelescoop. Credit: IYA09

Woensdag en donderdag, 18 respectievelijk 19 november 2009, zal de grootste telescoop ter wereld worden gebruikt. Gedurende een periode van 24 uren verspreid over die twee dagen zullen 35 radiotelescopen over de hele wereld gaan opereren als één grote super-radiotelescoop. Door middel van de interferometrie-techniek zullen de waarneemgegevens van die 35 telescopen met elkaar gecombineerd worden alsof een radiotelescoop ter grootte van de gehele aarde is gebruikt. De bedoeling van deze waarneemsessie is dat men 243 quasars gaat waarnemen, die op zeer verre afstanden staan. Quasars zijn actieve sterrenstelsels, wiens superzware zwart gat in het centrum sterke radiogolven uitzendt. Vanwege de afstand staan die quasars stil aan de hemel en vertonen ze geen enkele eigenbeweging. Men wil de quasars gebruiken om te komen tot een zogenaamd hemels referentiekader. Lees verder

Nieuwe techniek om grootte planetoiden te meten

Planetoïde Barbara. Credit: ESO/L. Calçada

Op dit moment zijn er drie fatsoenlijke manieren om goed naar planetoïden te kijken, de grote stukken steen in de ruimte die overblijfselen zijn van de oerwolk waaruit het zonnestelsel is ontstaan. We kunnen er met adaptieve optiek [1]Hierbij is de telescoop in staat om trillingen in de atmosfeer van de Aarde, veroorzaakt door luchtbewegingen, te compenseren. vanaf de Aarde naar kijken, met behulp van ruimtetelescopen én met met radartechnieken. Maar al deze technieken laten hooguit gedetailleerde beelden zien van de grootste honderd planetoïden en voor de radarbeelden moeten ze ook nog redelijk dicht in de buurt van de Aarde staan. Een team sterrenkundigen onder leiding van Marco Delbo (Observatoire de la Cá´te d’Azur, Frankrijk) heeft nu een nieuwe techniek ontwikkeld, waarbij met interferometrie planetoïden tot een diameter van 15 km kunnen worden waargenomen en dan kunnen ze zich in de grote planetoïdengordel bevinden. Die gordel ligt tussen de planeten Mars en Jupiter, 200 miljoen km vanaf Aarde. Om dit te realiseren gebruikt men twee van de vier Very Large telescopes (VLT) op Cerro Paranal in Noord-Chili. Die 8,2 meter telescopen gebruikt men als een interferometer, waarbij men de afzonderlijke beelden van de telescopen combineert tot één afbeelding. Het scheidend vermogen van de twee VLT’s is net zo groot als van één telescoop met een spiegel van 47 meter. 😯 Gebruikmakend van de nieuwe techniek keek men naar de planetoïde (234) Barbara. Dat leverde direct een verrassing op: de planetoïde blijkt de vorm van een enorme pinda te hebben, waarbij de ene kant 37 km groot is, de andere kant 21 km en daartussen zit een soort van overbrugging van 24 km lengte. Peanuts in Space! 😀 Bron: Eurekalert.

References[+]

References
1 Hierbij is de telescoop in staat om trillingen in de atmosfeer van de Aarde, veroorzaakt door luchtbewegingen, te compenseren.

Radiotelescoop verspreid over vier werelddelen in gebruik genomen

Credit: JIVE/ASTRON

Voor het eerst is een radiotelescoop gebruikt die bestaat uit afzonderlijke radiotelescopen die in maar liefst vier werelddelen te vinden zijn: in Noord-Amerika, Zuid-Amerika, Europa en Afrika [1]Op de foto zie je de vier radiotelescopen van Arecibo (Puerto Rico), Effelsberg (Duitsland), Hartebeesthoek (Zuid-Afrika) en TIGO (Chili).. Dit werd mogelijk doordat op 22 mei de welbekende Arecibo radiotelescoop op Puerto Rico deel ging uitmaken van de zogenaamde Electronic Very Long Baseline Interferometry (e-VLBI). Via de techniek van de interferometrie kunnen afzonderlijke radiotelescopen samen naar hetzelfde object kijken en kunnen de waarnemingen worden gecombineerd. De gegevens van de vier radiotelescopen, die een gezamelijke basislijn van 10.893 km bereikten, werden via optische bekabeling naar de hub van het Joint Institute for VLBI in Europe (JIVE) in Dwingeloo in Nederland gestuurd, waar ze werden gecombineerd. Dat leverde beelden op die een tien keer hogere resolutie hadden dan de Hubble ruimtetelescoop kan leveren. Een knappe prestatie mogen we toch wel stellen. Eén van de waargenomen objecten was de quasar 3C454.3. Zodra ik beelden heb van die waarnemingen zal ik ze plaatsen. Er wordt overigens ook al gewerkt aan een opvolger van de e-VLBI: de Space Very Long Baseline Interferometry (SVLBI). Daarbij wordt ook één radiotelescoop in de ruimte gebruikt! 😯 Bron: Space.NewScientist.

References[+]

References
1 Op de foto zie je de vier radiotelescopen van Arecibo (Puerto Rico), Effelsberg (Duitsland), Hartebeesthoek (Zuid-Afrika) en TIGO (Chili).