Lancering James Web Space Telescope minstens vier dagen uitgesteld na incident

De JWST bij z’n aankomst in Kourou begin november. Credits: NASA/Chris Gunn

De lancering van de James Web Space Telescope (JWST) stond gepland voor 18 december, maar die datum is minstens vier dagen opgeschoven en wel naar 22 december 2021 (of later). Dit vanwege een incident dat deze week plaatsvond op de voorbereidingsfaciliteit op de lanceerbasis Kourou in Frans-Guyana. Technici waren daar bezig om de JWST, die bijna negen miljard euro gekost heeft, gereed te maken om ‘m in de bovenste trap van de Ariane 5 raket te krijgen. Op dat moment schoot er plotseling een klemband los, die de telescoop op zijn plek moest houden. Die band raakte de telescoop en dat zorgde voor ‘een vibratie door de telescoop’, iets dat plaatsvond “under Arianespace overall responsibility”, volgens de NASA – om gelijk maar even juridisch aan te geven wie verantwoordelijk is. Arianespace is de Franse onderneming die de lancering voor z’n rekening neemt. Een team van technici onder leiding van de NASA gaat nu onderzoeken wat de gevolgen zijn van het incident en of de telescoop mogelijk schade heeft ondervonden. De NASA zegt aan het eind van de week met een update te komen als de tests zijn afgerond.

Bron: Phys.org.

‘Bias’ telescopen blijkt oorzaak ontbrekende zware zwarte gaten

Onze telescopen hebben nog nooit een zwart gat waargenomen zwaarder dan twintig zonsmassa’s. Toch weten we dat ze bestaan, getuige de tientallen detecties van zwaartekrachtsgolfdetectoren. Een team van astronomen onder leiding van Peter Jonker (SRON/Radboud) heeft nu ontdekt dat telescopen een bias hebben ten nadele van zware zwarte gaten, waarmee ze de tegenstrijdigheid verklaren. Publicatie in The Astrophysical Journal.

Via elektromagnetische (EM) straling hebben we alleen zwarte gaten lichter dan twintig zonsmassa’s ontdekt (paars). Dit zijn altijd zwarte gaten met een ster als begeleider, omdat een zwart gat begeleid door een ander zwart gat niet zichtbaar is. Via zwaartekrachtsgolven (LIGO-Virgo) hebben we sinds 2015 al tientallen zware zwarte gaten ontdekt (blauw). Deze discrepantie blijkt nu te liggen aan een bias van EM-telescopen ten nadele van zware zwarte gaten. Overigens heeft LIGO-Virgo een bias de andere kant op, omdat zwaardere zwarte gaten sterkere golven produceren. Toch ziet LIGO-Virgo niet exclusief zware zwarte gaten. De toekomstige JWST-telescoop zou ook gevoelig genoeg moeten zijn om af en toe de EM-bias te doorbreken, zodat EM-telescopen niet meer exclusief lichte zwarte gaten waarnemen. Credit: LIGO-Virgo/Frank Elavsky/Aaron Geller/Northwestern

In 2015 registreerde de zwaartekrachtsgolvendetector LIGO voor het eerst een zwaartekrachtsgolf, afkomstig van twee zwarte gaten die met hun gewicht van tientallen zonsmassa’s op elkaar knalden en het heelal deden schudden op haar grondvesten. Zo ook de sterrenkunde, want weinig astronomen hadden verwacht dat zulke zware stellaire zwarte gaten überhaupt bestaan. We hadden ze namelijk nog nooit waargenomen met onze conventionele telescopen, terwijl er al wel zo’n twintig stellaire zwarte gaten geteld waren met bekende massa. Ondertussen zijn er rond de vijftig zwaartekrachtsgolven waargenomen—ook door de Europese Virgo-detector—in de meeste gevallen opnieuw afkomstig van zware stellaire zwarte gaten. Met telescopen staat daarvoor de teller nog steeds op nul.

Deze discrepantie is deels te verklaren doordat we via zwaartekrachtsgolven een groter volume van het heelal kunnen afspeuren. LIGO-Virgo kan de zwaardere zwarte gaten makkelijker zien omdat ze sterkere golven produceren, waardoor zijn vele ontdekkingen niet persé uitsluiten dat het toch om zeldzame objecten gaat. Maar dan nog zou je tenminste een paar zware zwarte gaten verwachten binnen het bereik van onze telescopen. Telescopen kunnen zwarte gaten zien als ze worden begeleid door een ster. Wanneer het zwarte gat hapjes materiaal van de ster afsnoept zendt hij namelijk elektromagnetische straling uit. De baan van de ster verraadt vervolgens de massa.

Een team van astronomen onder leiding van Peter Jonker (SRON/Radboud) heeft nu uitgevonden dat telescopen een bias hebben ten nadele van zware zwarte gaten. Zware zwarte gaten blijken dus wel degelijk zichtbaar, via een begeleidende ster, alleen de omstandigheden zijn er niet naar om ze met onze huidige telescopen te zien. De onderzoekers hebben een theorie ontwikkeld die aansluit op de telescoopwaarnemingen van nul zware zwarte gaten. De zware exemplaren ontstaan uit sterren die imploderen in plaats van exploderen. Ze blijven daardoor in het vlak van de Melkweg zitten, gehuld in stof. Lichtere zwarte gaten ontstaan wel uit een supernova-explosie en krijgen daarbij een recoil kick die ze uit het vlak slingert, weg van het stof dat onze telescopen het zicht ontneemt.
Bovenop die bias, zo redeneren Jonker en collega’s, zijn de voorlopers van zware zwarte gaten zo groot dat een begeleidende ster per definitie ver weg staat, wat het afsnoepen van materie bemoeilijkt. Dat maakt het lastiger voor telescopen om ze te vinden.

Met de aanstaande lancering van de James Webb ruimtetelescoop (JWST) op 18 december kunnen de onderzoekers hun theorie al snel testen. De JWST zal namelijk wel in staat zijn om zware zwarte gaten te bestuderen omdat hij via infrarood licht dwars door het stof in de melkwegschijf kijkt. Bovendien zweeft de JWST in de ruimte, zodat hij geen last heeft van infraroodstraling die door de atmosfeer wordt uitgezonden.

Publicatie
Peter G. Jonker, Karamveer Kaur, Nicholas Stone, and Manuel A. P. Torres, ‘The observed mass distribution of Galactic black hole LMXBs is biased against massive black holes’, The Astrophysical Journal.

Bron: SRON.

De James Webb Space Telescope en Event Horizon Telescope gaan samen Sgr A* waarnemen

Het gebied rondom Sgr A* waargenomen in meerdere golflengten. Credits: NASA, ESA, SSC, CXC, STScI.

De James Webb Space Telescope (JWST), de opvolger van de Hubble ruimtetelescoop, die in december met een Ariane V raket vanaf lanceercentrum Kourou in Frans-Guyana wordt gelanceerd, zal samen met de Event Horizon Telescope (EHT) het superzware zwarte gat Sagittarius A* (kortweg Sgr A* ) in het centrum van ons melkwegstelsel gaan waarnemen. De EHT is de telescoop die eerder werd gebruikt om M87* te fotograferen, het superzware zwarte gat in het centrum van het elliptische stelsel M87, hetgeen de historische en iconische allereerste foto van een zwart gat opleverde. De EHT is een wereldwijde samenwerking van acht radiotelescopen, die door toepassing van de methode der Very Long Baseline Interferometry in staat zijn om ver verwijderde objecten zeer gedetailleerd waar te nemen. Voor Sgr A* krijgt de EHT dus binnenkort hulp van de JWST, die ergens in 2022 operationeel zal worden. En die hulp komt goed van pas. Sgr A* staat weliswaar veel dichterbij dan M87*, maar het is een veel lichter superzwaar zwart gat dan M87* (ruim vier miljoen zonsmassa versus 6,5 miljard zonsmassa), en dat betekent dat uitbarstingen bij de waarnemingshorizon van Sgr A* zich in een veel kortere tijdsspanne afspelen en tot meer veel variatie leiden, hetgeen een grotere ‘blur’ van de foto’s oplevert.

Het gebied rondom Sgr A* gefotografeerd door Hubble in 2009. Credits: NASA, ESA, STScI, Q. Daniel Wang (UMass)

De JWST zal Sgr A* in het infrarood gaan waarnemen, de golflengte waarmee men dwars door gas- en stofwolken heen kan kijken, die voor visueel licht een sterke hindernis vormen. Het zal nog een hele puzzel worden – de mensen van de EHT spreken van een ware Sudokopuzzel – om volgend jaar de waarnemingen van de EHT-telescopen en de JWST precies te synchroniseren. De JWST zal daar in Lagrangepunt L2 op 1,5 miljoen km van de aarde geen last hebben van het weer, maar hier op aarde moeten alle telescopen van de EHT tegelijkertijd te maken hebben met goed weer en een rustige atmosfeer om goed te kunnen waarnemen.

Bron: NASA

Oppassen voor ‘planeet verwarring’

Impressie van de Nancy Grace Roman Space Telescope. Credit: NASA.

Er komt een toekomstige vloot van enorme next-generation ruimtetelescopen aan, die in staat zijn om bij andere sterren aardachtige exoplaneten te zien – denk met name aan de James Webb Space Telescope (JWST) en de Nancy Grace Roman Space Telescope (NGRST – zie hierboven). Goed nieuws zou je denken, dan zal het niet lang meer duren voordat we ergens in de ruimte een andere aarde zullen ontdekken. Hoho, wacht even met zo optimistisch te zijn. Twee sterrenkundigen van Cornell Universiteit – Dmitry Savransky en Dean Robert Keithly – hebben namelijk ontdekt dat er sprake kan zijn van verwarring, dat planeten kúnnen worden aangezien voor aardachtig, maar dat ze dat in werkelijkheid helemaal niet zijn. Het gaat hier om ‘direct imaging’ van planeten, dus niet het zien van planeten via indirecte methodes, zoals lichtdipjes als ze voor hun ster langs schuiven of het wiebelen van de ster als de planeet er gravitationeel aan trekt, maar om het direct zien van de planeet. Hieronder zie je daar een voorbeeld van:

Deze opname toont de ster TYC 8998-760-1 en de twee reuzenplaneten die haar begeleiden, TYC 8998-760-1b en TYC 8998-760-1c. Credit: ESO/Bohn et al.

Nu kunnen we al grote Jupiter-achtige planeten direct zien als ze ver genoeg van hun ster afstaan. De JWST en NGRST zouden ook kleinere aardachtige planeten direct kunnen zien, maar Savransky en Keithly waarschuwen dat ‘planeet verwarring’ op de loer ligt. Ze maakten een model op de computer, waarin ze maar liefst 21 situaties tegenkwamen hoe een planeet verschillend kan overkomen bij de sterrenkundigen op aarde. Welke situatie dat is hangt af van hoe we vanaf de aarde tegen de ster en z’n planeet aankijken, van het albedo van de planeet (het weerkaatsend vermogen; een planeet met ijs bedekt zal helderder zijn dan een planeet met land), de hoek waarop we tegen het planeetvlak kijken, enzovoorts. Uit de berekeningen blijkt dat een op de aarde ‘lijkende’ ster in 36% van de gevallen verward zal worden met een Mercurius-achtige planeet, in 43% met een Mars-achtige planeet en in maar liefst 72% met een Venus-achtige planeet. Verwarring met grote planeten á la Neptunus, Saturnus en Uranus is minder waarschijnlijk, dat zit ergens tussen de 1 en 4%. Hier het vakartikel over de planeet verwarring, eerder verschenen in the Astrophysical Journal Letters. Bron: Cornell.

Jawel er is een datum: 18 december wordt de James Webb Space Telescope gelanceerd!

Credit: ESA / D. Ducros

Tatáááá, er is een datum: ESA, NASA en Arianespace hebben vandaag laten weten dat op zaterdag 18 december [1]De tijd is nog onbekend. de James Webb Space Telescope (JWST) zal worden gelanceerd en wel met de Ariane 5 flight VA256 vanaf de ESA-lanceerbasis Kourou in Frans-Guyana. Een soort van vroege Kerstlancering dus. Het zal de derde lancering worden van een Ariane 5 in 2021 en het is gelijk de meest belangrijke en kostbare (de JWST kostte bijna 10 miljard dollar). De JWST is helemaal uitgetest en ingevouwen voor de lancering – in normale postuur heeft ‘ie de afmetingen van een tennisbaan, opgevouwen is ‘ie 10,66 bij 4,5 meter – en nu is het wachten op de lancering, die de gigantische telescoop (opvolger van de Hubble ruimtetelescoop) in een vier wekende durende baan richting Lagrangepunt L2 moet brengen, welke 1,5 miljoen km van ons vandaan ligt (zie de afbeelding hieronder).

Credit: ESA.

Grote hamvraag is natuurlijk of die datum van 18 december ook echt staat als een huis. De datum van lancering is al vele malen opgeschoven, door allerlei technische en organisatorische problemen, maar het lijkt er nu toch op dat dit echt dé datum van lancering wordt. Laten we hopen dat het inderdaad zo is. Bron: ESA.

References[+]

References
1 De tijd is nog onbekend.

De James Webb Space Telescope heeft alle testen goed doorstaan – nu de lancering nog

Credits: NASA/Chris Gunn

De James Webb Space Telescope (JWST), de opvolger van de Hubble ruimtetelescoop, heeft alle testen [1]De testen waren bedoeld om te kijken of de telescoop in de ruimte gaat doen waarvoor ‘ie ontworpen is en of de reis naar Lagrangepunt L2 en het verblijf in de ruimte aldaar goed zullen worden … Continue reading goed doorstaan en wordt nu gereed gemaakt voor het transport van de telescoop via het Panamakanaal naar Kourou in Frans-Guyana, waar ‘ie ergens in november (of begin december) dit jaar gelanceerd zal worden met behulp van een Ariane 5 raket van de ESA. De ruimtetelescoop is uitgebreid getest in de ‘Northrop Grumman’s facilities’ in Rendondo Beach in de VS en die zijn allemaal goed verlopen. In de video hieronder zie je hoe de JWST na alle testen in z’n opgevouwen toestand wordt gebracht, waarmee de telescoop de ruimte in zal worden gebracht. De bovenste trap van de Ariane 5 raket, waarin de JWST komt te zitten, is eerder deze maand richting Frans-Guyana getransporteerd.

Bron: NASA.

References[+]

References
1 De testen waren bedoeld om te kijken of de telescoop in de ruimte gaat doen waarvoor ‘ie ontworpen is en of de reis naar Lagrangepunt L2 en het verblijf in de ruimte aldaar goed zullen worden doorstaan.

Bekijk ‘m: de interactieve James Webb Space Telescope launch kit

Credit: ESA.

De lancering van de James Webb Space Telescope (JWST) staat voorlopig nog gepland voor 31 oktober 2021 – woehaha, nog 153 nachtjes slapen – en wel met een Ariane 5 ECA raket vanaf lanceerbasis Kourou in Frans-Guyana. De ESA kwam vandaag met een interactieve ‘James Webb Space Telescope launch kit‘, die je alles laat zien over de telescoop en al z’n instrumenten, de lancering, de reis naar L2 en de doelen die de opvolger van de Hubble ruimtetelescoop heeft. Via de knoppen onderaan kan je door de pagina’s wandelen en meer informatie vergaren. Echt leuk om te bekijken! Bron: ESA.

Kunstlicht uitgezonden vanaf Proxima b is mogelijk te detecteren met de James Webb ruimte-telescoop

Een astronomisch team van Harvard en Stanford o.l.v. Avi Loeb heeft recent onderzoek gedaan naar de mogelijkheid om kunstlicht uitgezonden vanaf de donkere kant van Proxima b te kunnen detecteren door lichtcurven van de planeet en zijn ouderster te berekenen. Loeb e.a. stellen dat NASA’s nieuwe James Webb-ruimtetelescoop kunstlicht op Proxima b zou kunnen detecteren. Proxima b is de meest nabije exoplaneet vanaf de aarde bezien, de afstand bedraagt 4,2 lichtjaar. Daar de ouderster, Proxima Centauri, echter relatief klein is, ligt de bewoonbare zone dicht bij de ster, wat betekent dat de exoplaneet getijdelijk is vergrendeld, d.w.z. met één kant altijd naar zijn ouderster gericht. Het team stelt dat het hoogst onwaarschijnlijk zou zijn dat er leven zou kunnen ontstaan ??op de dagzijde als gevolg van een constante stroom van intense straling van de ouderster maar dat de planeet aan de donkere kant wel eens leven kan herbergen. Vanuit door kunstlicht (bv LED) beschenen steden vanaf deze donkere kant zou, zo stelt Loeb’s team, door een krachtige telescoop als de JWST, deze kunstmatige lichtbronnen kunnen worden onderscheiden. Proxima b, ontdekt in 2016, is een rotsachtige, terrestrische exoplaneet, 1,27 keer zo groot als de aarde, en draait in 11,2 dagen om Proxima Centauri. De planeet bevindt zich in de HZ wat kan duiden op de aanwezigheid van vloeibaar water aan het oppervlak.

Artistieke impressie van het oppervlak van Proxima b rondom ouderster Proxima Centauri. Rechtsboven dubbelster Alpha Centauri AB. credits; ESO

De James Webb-telescoop is de opvolger van de Hubble en is tot stand gekomen door NASA i.s.m. ESA en CSA. Het is vooreerst een infraroodtelescoop, met een breder spectrumbeeld dan Hubble. De telescoop zal verder van de aarde opereren dan de Hubble, in een baan om de zon op zo’n 1.400.000 miljoen km van de aarde. Wanneer deze kolos in oktober 2021 wordt gelanceerd, zal het ’s werelds grootste en krachtigste telescoop zijn, die tot 200 miljoen jaar na de oerknal terug kan ‘kijken’. De verwachte ‘levensduur’ is vijf tot tien jaar en lancering vindt plaats op een Ariane-5-raket vanaf Kourou, Frans-Guyana. De eerste waarnemingen worden verwacht in 2022. Professor Loeb heeft een groot deel van zijn werkzaam leven besteed aan het voorspellen van het bestaan ??van buitenaards leven en suggereert manieren waarop ‘het’ mogelijk kan worden ontdekt. Loeb is o.a. betrokken bij het Breakthrough Starshot-project, waarbij men lasergestuurde lichtzeilen met hoge snelheid naar Proxima Centauri wil sturen om deze in 20 jaar te bereiken. Nu richt hij zijn aandacht op Proxima b, dat een goede kandidaat lijkt in de ‘jacht’ op buitenaards leven.

Het is de getijdenvergrendeling die Loeb ertoe bracht na te denken over de mogelijkheid dat LED-licht vanaf Proxima b kan worden gedetecteerd m.b.v. de JWST, dit deed het team m.b.v. het berekenen van lichtcurves van de planeet en zijn ouderster. Het team stelt: “De twee verschillende scenario’s die we uitrolden betreffen kunstmatige verlichting met hetzelfde spectrum als veelgebruikte LED’s op aarde, en een smaller spectrum met dezelfde hoeveelheid licht als de totale kunstmatige verlichting op aarde.” En men vervolgt: “We ontdekten dat de JWST in staat zal zijn om LED-type kunstlicht te detecteren dat 5 procent van het stellaire vermogen uitmaakt. Onze voorspellingen vereisen optimale prestaties van het Near InfraRed Spectrograph (NIRSpec) -instrument, en zelfs als dit niet mogelijk is met JWST, zouden toekomstige observatoria zoals LUVOIR deze kunstmatige verlichting mogelijk kunnen detecteren.” LUVOIR, of de Large UV/Optical/IR Surveyor, is een conceptontwerp voor een gloednieuw ruimteobservatorium met meerdere golflengten dat door NASA wordt overwogen.

Als

de JWST het smalbandige licht kan zien dat kan duiden op LED-licht, komt dat doordat de atmosfeer van de planeet kan worden gekarakteriseerd. Op deze manier kunnen onderzoekers instrumenten bij het observatorium gebruiken om te bepalen hoeveel energie er op de planeet wordt getransporteerd en vervolgens lichtcurves berekenen om te zien of ze overeenkomen met die van een LED-lichtbron. Om tot de conclusie van kunstlicht-detectie te komen gebruikte Loeb de JWST Exposure Time Calculator, welke astronomen in staat stelt te voorspellen wat er in een bepaalde periode kan worden gedetecteerd op basis van vooraf gedefinieerde instellingen, nog voordat het observatorium wordt gelanceerd.  Het stelde het team in staat om de waarschijnlijkheid te bepalen van het detecteren van verschillende fluxwaarden en detectie van die waarden met een golflengte die overeenkomt met de kunstmatige lichtniveaus die verwacht mogen worden van een beschaving die in permanente duisternis leeft. Het team stelt: ‘Proxima b is getijdelijk verstrengeld en als het een permanente dag- en nachtzijde heeft, zou de beschaving de nachtzijde kunnen verlichten met spiegels die in een baan om de planeet worden gelanceerd of op strategische punten zijn geplaatst.” En vervolgt: “In dat geval zouden de lichten die op de permanente nachtzijde schijnen extreem krachtig moeten zijn, en dus is er nog meer kans op detectie door de JWST.” Hieraan toevoegend: “We hebben ontdekt dat de JWST in staat zal zijn om het bestaan ??van kunstmatige verlichting aan te tonen voor standaard LED’s die 500 keer krachtiger zijn dan die momenteel op aarde, en voor kunstmatige verlichting met een intensiteit die vergelijkbaar is met die van de aarde.” Het onderzoek is op 17 mei j.l. gepubliceerd in arXiv.org.

In recent onderzoek van de Ohio State University, waarin men ook de JWST mogelijkheden bekeek m.b.t. biosignaturen stelde het onderzoeksteam vast dat de JWST in slechts 60 uur een potentieel teken van leven op exoplaneten zou kunnen detecteren, ammoniak zou kunnen worden gedetecteerd rond gasdwergplaneten na slechts enkele omwentelingen.  Het Ohio team onthulde de resultaten van hun onderzoek tijdens de APS-bijeenkomst in april 2021. Bronnen: ScienceDaily, Phys.org

Opgewarmde exoplaneten zouden donkere materie kunnen bevatten

Voorstelling van een exoplaneet bij een andere ster. Credit: NASA, ESA, and G. Bacon (STScI).

In een recent in Physical Review Letters gepubliceerd artikel komen onderzoekers met een nieuwe hypothese in de speurtocht naar signalen van donkere materie: exoplaneten die door hun zwaartekracht Weakly Interactive Massive Particles (WIMP’s) hebben aangetrokken, dat zijn hypothetische kandidaat-deeltjes voor donkere materie, zouden iets warmer kunnen zijn geworden en die extra warmte zij gemeten kunnen worden. Vooral de grote exoplaneten, zoals de zogeheten super-Jupiters zouden WIMP’s kunnen aantrekken, die naar de kern van de planeet toetrekken en daar door hun verval warmte genereren. Hieronder een grafiek met de berekende hoeveelheid extra warmte door het verval van de WIMP’s.

Credit: R.K.Leane et al.

Met de huidige telescopen is die extra warmte nog niet te meten, maar de in oktober te lanceren James Webb Space Telescope zou dat wel moeten kunnen doen. Het idee lijkt op wat we een tijdje terug hier ook al beschreven: dat ook planeten in ons zonnestelsel, zoals Saturnus en Jupiter, signalen kunnen geven van aanwezige donkere materie. Bron: Koberlein.

In z’n eerste jaar gaat de James Webb ruimtetelescoop vooral de vroegste structuren in het heelal bestuderen

Illustratie van wat de JWST allemaal gaat waarnemen. Credits: NASA, ESA, and A. Feild (STScI)

Op z’n vroegst gaat de James Webb Space Telescope (JWST), de beoogde opvolger van de Hubble ruimtetelescoop, de ruimte in – duim, duim, duim – en ergens in 2022 zal ‘ie vanaf Lagrangepunt L2 in het zonnestelsel het heelal in gaan turen. Duidelijk is inmiddels dat de JWST in het eerste jaar van z’n wetenschappelijke waarnemingen de vroegste structuren in het heelal als prioriteit heeft. Een team sterrenkundigen van Rochester Institute of Technology en van de University of Texas in Austin heeft daartoe het zogeheten COSMOS-Webb programma opgesteld, waarbij gedurende 208,6 uur een half miljoen sterrenstelsels worden bestudeerd in nog geen 0,6 vierkante graad van de hemel (zeg drie volle manen bij elkaar) in het ‘multiband’ deel van het spectrum (nabije infarood) en zo’n 32.000 sterrenstelsels in het midden infrarood. Dat zal gebeuren met JWST’s Near Infrared Camera (NIRCam) instrument respectievelijk Mid Infrared Instrument (MIRI). Het desbetreffende gebied aan de hemel zie je hieronder.

Het gebied dat de JWST gaat waarnemen tijdens de COSMOS-Webb survey. (Credit: J. Kartaltepe/RIT; C. Casey/UT Austin; Anton Koekemoer)

In dat vroege heelal gaan de sterrenkundigen kijken hoe de reïonisatiefase van het heelal precies verliep, de fase tussen 400.000 en 1 miljard jaar na de oerknal, toen de allereerste sterren en sterrenstelsels zich vormden. Die reïonisatie verliep vanuit bellen – de neutrale eilanden van de reïonisatie – dénken de sterrenkundigen, en hoe dat precies ging gaan ze nu onderzoeken. COSMOS-Webb is een zogeheten ’treasury program’, dat wil zeggen dat de informatie die vergaard wordt middels het programma snel publiekelijk beschikbaar wordt gesteld, zodat iedereen er gebruik van kan maken. Bron: Eurekalert.