Kamo’oalewa – een nabije kleine planetoïde – is mogelijk een brokstuk van de maan

Impressie van Kamo`oalewa bij het Aarde-Maan systeem. Credit: Addy Graham/University of Arizona

Een team van onderzoekers (o.a. van de Universiteit van Arizona) denkt dat de kleine en nabije planetoïde Kamo’oalewa mogelijk een brokstuk is van de maan. Kamo’oalewa is een zogeheten quasi-satelliet, een soort die hoort tot de planetoïden die dicht in de buurt van de aarde kunnen komen (Near Earth Objects, NEO’s) en die een baan om de zon hebben en óók relatief dicht bij de aarde blijven. Probleem met de quasi-satellieten is dat ze erg lichtzwak zijn en daarom moeilijk waar te nemen zijn. Kamo`oalewa werd in 2016 ontdekt met de PanSTARRS telescoop op Hawaï – z’n naam is ook Hawaïaans, afkomstig van een scheppingslied, verwijzend naar een nakomeling die alleen reist. De planetoïde is ongeveer zo groot als een reuzenrad – tussen de 45 en 60 meter in diameter – en hij komt tot ongeveer 14,5 miljoen km tot de aarde.

Omloopbaan van (469219) Kamo’oalewa rond de aarde. Credit: NASA/JPL-Caltech

Door z’n baan (zie de afbeelding hierboven) [1]Op haar verste punt verwijdert ze zich 100 maal de afstand aarde-maan en op haar dichtste punt 28 maal deze afstand. De baan rond de zon wordt in 365,93 dagen gerond, terwijl de aarde er 365,24 … Continue reading kunnen we ‘m slechts enkele weken per jaar zien en wel in april. Dat deden ze afgelopen keer met de Large Binocular Telescope (LBT) op de berg Mount Graham in het zuiden van Arizona, da’s een enorme verrekijker. Met die kijker waren Ben Sharkey en z’n team in staat om een spectrum van Kamo`oalewa te maken en toen ze die analyseerden ontdekten ze dat de samenstelling van het brokstuk wel heel erg lijkt op dat van maanstenen, die met de Apollomissies terug naar de aarde zijn gebracht. Ze denken daarom dat Kamo’oalewa een broksstuk van de maan is, een losgeslagen fragment dat pakweg 500 jaar geleden in z’n huidige baan terecht kwam. Hoe dat precies gebeurd is dat is niet duidelijk. Z’n baan is anders dan die van de andere NEO’s, dus het lijkt onwaarschijnlijk dat het een NEO is die in deze aparte baan terecht kwam. Lang zal Kamo’oalewa niet in zijn baan blijven, want geschat wordt dat hij ‘m over 300 jaar zal verlaten. In Nature verscheen dit artikel over de waarnemingen aan Kamo’oalewa. Bron: Universiteit van Arizona.

References[+]

References
1 Op haar verste punt verwijdert ze zich 100 maal de afstand aarde-maan en op haar dichtste punt 28 maal deze afstand. De baan rond de zon wordt in 365,93 dagen gerond, terwijl de aarde er 365,24 dagen over doet.

OSIRIS-REx heeft meer inzicht opgeleverd in de toekomstige baan van planetoïde Bennu

Een mozaïekfoto van Bennu, gemaakt door 12 opnames met de PolyCam van 2 december j.l. te stacken. Credits: NASA/Goddard/University of Arizona

In een vandaag gepubliceerd artikel zeggen sterrenkundigen dat ze dankzij onderzoek met OSIRIS-REx meer te weten zijn gekomen over de baan van de planetoïde Bennu, een potentiële aardscheerder en dat er tot het jaar 2300 slechts een zeer geringe kans is op een botsing met de aarde. De ‘Origins, Spectral Interpretation, Resource Identification, Security-Regolith Explorer‘ (OSIRIS-REx) draaide sinds 2018 om Bennu, die zo’n 500 meter in diameter is en deed daar veel onderzoek. Op 10 mei 2021 verliet OSIRIS-REx de kleine planetoïde, nadat eerder (op 20 oktober 2020) bij een succesvolle Touch-and-Go (TAG) gebeurtenis de ruimteverkenner afdaalde tot aan het oppervlak en daar een kleine hoeveelheid grondmonsters verzamelde. Die monsters kwamen in een container terecht, die nu (afgesloten) naar de aarde worden gebracht en die op 24 september 2023 hier zullen arriveren. Van Bennu was al bekend dat het een ‘Near-Earth Object’ (NEO) is, een aardscheerder die in potentie in botsing zou kunnen komen met de aarde. Nu blijkt dat de risico’s daartoe zeer beperkt zijn: tot aan het jaar 2300 is de kans op een inslag 1 op 1750 (0,057%). En dat is dan het totaal van alle kansen op een inslag tot dat jaar in de verre toekomst. De grootste kans op een inslag is er op 24 september 2182 – over pakweg 161 jaar – als die kans 1 op 2700 is, da’s 0,037%. Eerder al, in 2035, is er ook een nauwe passage van Bennu langs de aarde, maar die brengt ‘m niet zo dichtbij als in 2182. Alle gegevens zijn terug te lezen in het artikel ‘Ephemeris and hazard assessment for near-Earth asteroid (101955) Bennu based on OSIRIS-REx data‘ van Davide Farnocchia (Center for Near Earth Object Studies) en z’n team, dat vandaag verscheen in het tijdschrift Icarus. Bron: NASA.

Grote asteroïde 2021 KT1 scheert op 1 juni langs de Aarde

NASA heeft bekend gemaakt dat er op 1 juni a.s. een potentieel gevaarlijke asteroïde ter grootte van de Eiffeltoren met grote snelheid langs de aarde zal razen. Het gaat om de asteroïde 2021 KT1. De asteroïde heeft een geschatte diameter van 150 tot 330 meter. Als een asteroïde van die grootte inslaat op Aarde dan is de schade aanzienlijk. In het geval van 2021 KT1 hoeven we daar echter niet bang voor te zijn. De dichtste nadering tot de Aarde is op dinsdag 1 juni om 16:24 NL’se tijd (10:24 EDT), en de kleinste afstand bedraagt dan 7,24 miljoen kilometer. Dat is meer dan 19 keer de afstand tussen de Aarde en de Maan. De snelheid waarmee de rots voorbij zal vliegen ligt rond de 64.000 km per uur. Voor een baandiagram van 2021 KT1 zie hier.

Artistieke impressie asteroïde credits; NASA/JPL

NASA heeft deze asteroïde wel als potentieel gevaarlijk geclassificeerd en dat is niet omdat de asteroïde een direct gevaar is voor de Aarde maar omdat de asteroïde voldoet aan het classificatieschema dat NASA hanteert. Volgens NASA is een asteroïde potentieel gevaarlijk als het object (algemeen is de aanduiding PHO – potentieel gevaarlijke objecten) een diameter groter dan 150 meter heeft, en de baan van de asteroïde ooit de baan van de Aarde kruist op een afstand die kleiner is dan 7,5 miljoen kilometer. Dit komt overeen met 0,05 Astronomische Eenheden (1 AE is de gemiddelde afstand tussen de Aarde en de Zon = 150 miljoen km.). NASA, ESA, en andere internationale organisaties speuren de sterrenhemel actief af op zoek naar potentieel gevaarlijke asteroïden. Ze houden ongeveer 26.000 nabije-aarde-objecten (NEO) scherp in de gaten, het zijn de NEO’s waarvan de banen ze in de buurt van onze planeet brengen.Tot nu toe is ongeveer een derde van deze 26.000 grotere asteroïden waarvan men denkt dat die in de buurt van de Aarde kunnen komen, in kaart gebracht. Elke 10.000 jaar wordt verwacht dat een asteroïde groter dan 100 meter het aardoppervlak bereikt en grote vernietiging veroorzaakt. Bovendien zoeken de organisaties naar manieren om de Aarde te verdedigen tegen een asteroïde voordat die inslaat. NASA en ESA werken momenteel aan een project genaamd DART waarmee het mogelijk gevaarlijke asteroïden kan afbuigen. Lees meer over deze DART-missie hier op AB. Tijdens de ruimtemissie, die gepland staat voor 2022, zullen de ruimtevaartorganisaties een sonde laten crashen in een dubbele asteroïde, Didymos. Ook de NEOcam gaat ingezet worden voor planetaire verdediging, zie hier op AB. Bronnen: NASA/CNEOS, Newsweek, ESA Planetary Defense

Nieuwe telescoop op ESO’s La Silla-sterrenwacht zal aarde helpen beschermen tegen gevaarlijke planetoïden

De Test-Bed Telescope 2 op ESO’s La Silla-sterrenwacht. Credit: I. Saviane/ESO

Als onderdeel van de wereldwijde inspanning om objecten in de buurt van de aarde op te sporen en te herkennen, is op de ESO-sterrenwacht op La Silla in Chili de Test-Bed Telescope 2 (TBT2) van het Europese ruimteagentschap ESA in gebruik genomen. Samen met zijn evenknie op het noordelijk halfrond zal de TBT2 de hemel nauwlettend afspeuren naar planetoïden die een bedreiging kunnen vormen voor onze planeet. Daarbij zullen hardware en software worden getest die voor een toekomstig netwerk van telescopen zijn bedoeld.

‘Om het risico van potentieel gevaarlijke objecten in het zonnestelsel te kunnen berekenen, moeten eerst weten hoeveel van deze objecten er zijn. Het TBT-project is een stap in die richting’, aldus Ivo Saviane, locatiemanager van de ESO-sterrenwacht op La Silla.

De buisconstructie van de Test-Bed Telescope 2 wordt in zijn koepel getakeld. Credit: P. Sinclaire/ESO.

Het project, dat een samenwerking is tussen de Europese Zuidelijke Sterrenwacht (ESO) en het Europese ruimteagentschap ESA, ‘is een testopstelling om de capaciteiten te demonstreren die nodig zijn om objecten in de buurt van de aarde met een en hetzelfde telescoopsysteem te detecteren en te volgen’, zegt Clemens Heese, hoofd van de sectie optische technologieën van ESA, die leiding geeft aan dit project.

De 56-cm telescoop op de ESO-sterrenwacht op La Silla en TBT1, de identieke tegenhanger die op ESA’s grondstation in Cebreros in Spanje is gestationeerd, zullen fungeren als voorloper van het geplande ‘Flyeye’-telescoopnetwerk, een afzonderlijk project dat door ESA wordt ontwikkeld voor het opsporen en volgen van snel bewegende objecten aan de hemel. Dit toekomstige netwerk zal volledig autonoom werken: de waarnemingen worden aangestuurd door software, die dagelijks verslag doet van de posities en andere eigenschappen van de gedetecteerde objecten. Het TBT-project is bedoeld om te laten zien dat de soft- en hardware aan de verwachtingen voldoen.

‘De start van de waarnemingen van de TBT2 op La Silla zal het waarnemingssysteem in staat stellen om in zijn beoogde configuratie met twee telescopen te werken, waarmee aan de doelstellingen van het project is voldaan’, zegt Heese.

De ligging van de Test-Bed Telescope 2 op La Silla. Credit: I. Saviane/ESO.

Hoewel ernstige inslagen van planetoïden op aarde uiterst zeldzaam zijn, zijn ze ook weer niet ondenkbaar. Al miljarden jaren staat onze planeet bloot aan een bombardement van grote en kleine planetoïden. De explosie van een kleine planetoïde boven de stad Tsjeljabinsk in 2013, waarbij ongeveer 1600 mensen gewond raakten (merendeels als gevolg van rondvliegende splinters en glasscherven), heeft ons weer eens herinnerd aan de dreiging die van zulke ‘aardscherende’ objecten uitgaat. Grote planetoïden kunnen veel meer schade aanrichten, maar laten zich gelukkig gemakkelijker opsporen en de banen van alle bekende grote exemplaren zijn al goed bekend. Maar vermoed wordt dat er nog grote aantallen kleinere, onontdekte objecten bestaan die we nog niet hebben opgemerkt en die ernstige schade kunnen aanrichten als ze een bevolkt gebied treffen.

Dat is waar de TBT en het toekomstige geplande netwerk van Flyeye-telescopen voor gaan dienen. Zodra het netwerk volledig operationeel is, kan het de nachthemel afspeuren om snel bewegende objecten te volgen. Daarmee wordt Europa’s vermogen om potentieel gevaarlijke objecten die de aarde dicht kunnen naderen op te sporen aanzienlijk vergroot.

TBT maakt deel uit van een bestaand groot internationaal samenwerkingsverband tussen organisaties dat erop is gericht om een completer beeld te krijgen van deze objecten en de mogelijke risico’s die ze opleveren. Dit project bouwt voort op ESO’s eerdere betrokkenheid bij de bescherming van de aarde tegen potentieel gevaarlijke objecten. Zowel ESO als ESA zijn actief in het door de Verenigde Naties goedgekeurde International Asteroid Warning Network, en veel waarnemingen van deze objecten zijn met ESO-telescopen gedaan. ESO’s New Technology Telescope op La Silla is bijvoorbeeld ingezet voor waarnemingen van kleine planetoïden ter ondersteuning van het Europese NEOShield-2-project.

De lopende samenwerking tussen ESO en ESA is met name van belang bij het onderzoek van Near-Earth Objects oftewel ‘aardscheerders’. Hoewel de TBT het eerste telescoopproject is dat tot stand is gekomen in het kader van een samenwerkingsovereenkomst tussen beide organisaties, helpt ESO ESA al sinds 2014 bij het volgen van potentieel gevaarlijke objecten, door de Very Large Telescope van de ESO-sterrenwacht op Paranal in te zetten voor het waarnemen van zeer zwakke objecten. Deze gezamenlijke inspanningen betekenen een belangrijke stap voorwaarts voor de wereldwijde zoektocht naar planetoïden, en hebben hun nut al bewezen bij het kunnen uitsluiten van mogelijke botsingen tussen planetoïden en de aarde.

De installatie en het in bedrijf stellen van de TBT2 op La Silla werden gerealiseerd onder strikte gezondheids- en veiligheidsvoorwaarden. De ESO-sterrenwachten zijn vorig jaar tijdelijk stilgelegd vanwege de corona-pandemie, maar hebben hun wetenschappelijke waarnemingen inmiddels hervat, rekening houdend met de veiligheid en gezondheid van iedereen ter plaatse. Bron: ESO.

Apophis zal komende eeuw niet – ik herhaal… NIET – botsen met de aarde

Credit: NASA/JPL-Caltech and NSF/AUI/GBO

Over planetoïde (99942) Apophis bestaan al jaren doemverhalen, de aardscheerder die sinds 2004 verontrusting veroorzaakt over een mogelijke botsing met de aarde. De ruimterots is pakweg 0,325 km in doorsnede – zeg drie voetbalbelden groot – dus als zo’n gevaarte op aarde plettert hebben we inderdaad een enorme inslag met alle gevolgen van dien. De eerste waarnemingen van de planetoïde wezen op een relatief grote kans dat Apophis op vrijdag 13 april 2029 – woehaha, wie verzint zo’n datum – de aarde zou raken. Nieuwe waarnemingen aan de planetoïde sloten die impact gelukkig uit – ook werd een mogelijke botsing in 2036 uitgesloten – maar daarna kwam naar voren dat Apophis mogelijk in 2068 de aarde zou raken, bij een nieuwe pasasage in zijn baan om de zon, die 0,89 jaar duurt. Rampplanetoïde Apophis bleef een mogelijk risico voor de aarde!

Animatie van de passage van Apophis langs de aarde in 2029 als z’n baan wordt gewijzigd door die passage. S.v.p. dubbelklikken om te verapopheriseren. Credit: ESA.

Deze week komt daar echter het prettige nieuws dat 17 jaar van waarnemen heeft opgeleverd dat Apophis ook in 2068 de aarde NIET zal raken. Met NASA’s Goldstone Deep Space Communications Complex in Californië  en de radiotelescoop van het Green Bank Observatory in West Virginia hebben ze radarbeelden gemaakt van Apophis (zie afbeelding bovenaan) en daaruit komt genoeg informatie over de baan van de planetoïde naar voren dat nu onomstotelijk vaststaat dat Apophis komende 100 jaar géén gevaar voor de aarde is. Op 6 maart j.l. vloog Apophis op 17 miljoen km afstand langs de aarde en toen zijn die beelden gemaakt. Apophis is daarmee van de zogeheten Risk List gehaald, de lijst van aardscheerders die een ‘non-zero chance’ hebben om met de aarde in botsing te komen. Bron: ESA.

Zondag 21 maart passeert een grote planetoïde de aarde

Voorstelling van de baan van 2001 FO32. Credit: Exoeditor/Wikipedia.

Komende zondag (21 maart) zal een ruim 900 meter grote planetoïde op ruime afstand langs de aarde vliegen. Het grote stuk ruimterots heet 2001 FO32 en hij zal de aarde met een snelheid van 124.000 kilometer per uur op twee miljoen km afstand passeren, dat is meer dan vijf keer zoveel als de afstand van de maan tot de aarde. De laatste keer dat er zo’n grote planetoïde langs de aarde vloog was in april 2020, toen 1998 OR2 passeerde. 2001 FO32 werd twintig jaar geleden ontdekt met de Lincoln Near-Earth Asteroid Research (LINEAR) survey en zijn baan is nauwkeurig bekend. Het is dan ook uitgesloten dat ‘ie dichterbij komt dan die twee miljoen km. Toch noemt de NASA 2001 FO32 een ‘potentieel gevaarlijke planetoïde’. Bij de passage zondag, als de planetoïde om 17.03 uur Nederlandse tijd bij de dichtste nadering over de zuidelijke hemel scheert, wil men 2001 FO32 met radar goed waarnemen om een beeld van zijn vorm te krijgen. Op 22 maart 2052 komt 2001 FO32 weer net zo dicht bij de aarde. Bron: Phys.org.

Vrijdag de 13e scheerde planetoïde 2020 VT4 op slechts 400 km langs de aarde

Zou je echt bijgelovig zijn, dan zou je hebben verwacht dat planetoïde 2020 VT4 afgelopen vrijdag 13 november tegen de aarde zou zijn geknald. Maar wij Astrobloggers zijn nuchtere, niet bijgelovige mensen en dus nemen we louter kennis van het voorbij scheren van 2020 VT4 (a.k.a. A10sHcN), die 13e november langs de aarde. Het was wel een nauwe scheervlucht – op slechts 400 km boven de Pitcairn eilanden in de zuidelijke Stille Oceaan (dat is ruim bìnnen de atmosfeer van de aarde), een record qua nauwe afstand tot de aarde [1]Vorige recordhouder was 2020 QG, die 16 augustus j.l. op 3000 km afstand langs vloog.. Planetoïde 2020 VT4 werd ontdekt op zaterdag 14 november met het Asteroid Terrestrial-impact Last Alert System (ATLAS) van het Mauna Loa Observatorium op Hawaï, 15 uur ná de passage van het rotsblok in de ruimte. De planetoïde was naar schatting ergens tussen de 5 en 10 meter in diameter, geen klasse waar je van schrikt. Hieronder een foto van 2020 VT4, gemaakt met ATLAS.

Credit: ATLAS.

Hieronder nog een video over de nauwe passage.

Bron: Phys.org.

References[+]

References
1 Vorige recordhouder was 2020 QG, die 16 augustus j.l. op 3000 km afstand langs vloog.

Leidse sterrenkundigen ontdekken aardscheerders-in-spé

Artistieke impressie van een grote en kleine aardscheerders. Credit: ESA/P. Carril.

Drie sterrenkundigen van de Universiteit Leiden hebben aangetoond dat er tussen bekende, ongevaarlijk geachte planetoïden, toch ruimterotsblokken zitten die in de toekomst met de aarde kunnen botsen. Ze deden hun onderzoek met behulp van een kunstmatig neuraal netwerk. De resultaten zijn geaccepteerd voor publicatie in het vakblad Astronomy & Astrophysics.

De onderzoekers berekenden met behulp van een supercomputer de banen van de zon, de planeten en de ruimterotsen in de komende tienduizend jaar. Daarna volgden ze de banen weer terug in de tijd terwijl ze planetoïden lanceerden vanaf het aardoppervlak. Uiteindelijk maakten ze zo een database van hypothetische planetoïden waarvan de onderzoekers weten dat die op het aardoppervlak landen.

Sterrenkundige en simulatie-expert Simon Portegies Zwart (Universiteit Leiden) legt uit: “Als je de klok terugdraait, zie je de bekende ruimterotsen weer op aarde terechtkomen. Zo kun je een bibliotheek maken van de banen van op aarde neergekomen planetoïden.” De bibliotheek van planetoïden diende vervolgens als trainingsmateriaal voor het neurale netwerk.

De eerste serie berekeningen werd uitgevoerd op de nieuwe Leidse supercomputer ALICE. Het uiteindelijke neurale netwerk draait op een eenvoudige laptop. De onderzoekers noemen hun methode Hazardous Object Identifier (HOI). In het Engelstalige vakblad leggen ze uit dat ‘hoi’ in het Nederlands zoiets betekent als ‘hello’.

Het neurale netwerk kan de bekende aardscheerders goed herkennen. Daarnaast identificeert HOI ook een aantal gevaarlijke objecten die eerder niet als zodanig zijn aangemerkt. Zo ontdekte HOI elf planetoïden die tussen het jaar 2131 en 2923 dichterbij dan tien keer de afstand aarde-maan komen en groter zijn dan honderd meter in doorsnee.

Dat deze planetoïden niet eerder als potentieel gevaarlijk zijn aanmerkt, komt doordat de baan van deze planetoïden zo chaotisch is. Daardoor worden ze niet door opgemerkt door de huidige software van ruimtevaartorganisaties die gebaseerd is op kansberekeningen en op dure uitgebreide simulaties.

Volgens Portegies Zwart is het onderzoek slechts een eerste oefening: “We weten nu dat onze methode werkt, maar we zouden het zeker verder willen uitzoeken met een beter neuraal netwerk en met meer input. Het lastige is namelijk dat kleine verstoringen in de baanberekeningen tot grote veranderingen in de conclusies kunnen leiden.”

De onderzoekers hopen dat in de toekomst een kunstmatig neuraal netwerk gebruikt kan worden om mogelijk gevaarlijke objecten op te sporen. Zo’n methode is veel sneller dan de traditionele methodes van ruimtevaartorganisaties. Door planetoïden-op-ramkoers eerder op te merken, zo zeggen de onderzoekers, kunnen organisaties eerder een strategie bedenken om een inslag te voorkomen. Bron: Astronomie.nl

De ‘grote’ aardscheerders van 2009-2019

Impressie van een planetoïde in de ruimte. Credit: NASA / JPL / Caltech.

Naar aanleiding van m’n Astroblog over de planetoïde 2019 OK (geschatte diameter 57–130 m), die de aarde op 25 juni j.l. op een afstand van slechts 65.000 km passeerde heb ik even opgezocht welke ‘grote’ planetoïden (>50 meter diameter) de aarde hebben gepasseerd in de periode 2009-2019. De tabel hieronder laat die joekels zien met nadere informatie over datum, grootte en afstand.

PlanetoïdeDatumAfstand tot aarde (in 1000 km)Absolute helderheid HDiameter (m)
2019 OK25-7-20197123.375
2019 OD24-7-201935723.568
2010 WC915-5-201820223.665
2018 GE315-4-201819223.860
2018 AH2-1-201829622.5110
367943 Duende15-2-20133424.054
2011 XC23-12-201124023.279
(308635) 2005 YU558-11-201132421.9140

Planetoïden in de orde van grootte van de 20-meter Tsjeljabinsk meteoor tot aan de 50-meter Toengoeska meteoor (absolute magnitude H ~26-24) komen pakweg één keer per maand dichterbij dan de maan (<385.000 km).

Mogelijke gevolgen bij inslag

Welke gevolgen zou de inslag van zo’n planetoïde op aarde hebben? Als 2019 OK inslaat heeft de inslag een energie van 50 megaton TNT, áls ‘ie de maximale doorsnede heeft (130m), net zoveel als vrijkwam bij de explosie van de grootste waterstofbom ooit, de Tsar Bomba. Zou 2019 OK kleiner zijn (ca. 60m) dan zou de inslag 10 megaton vrijkomen en zou hetzelfde gebeuren als bij de genoemde Toengoeska meteoor, die in 1908 hoog in de lucht explodeerde en er in Siberië zo’n 2000 km² aan bomen werd platgeslagen door de luchtdruk. Bron: Wikipedia.

Wees gerust: planetoïde 2006 QV89 zal de aarde op 9 september 2019 niet raken!

Nee, dit moet een heel andere planetoïde voorstellen, YB35, die op 27 maart 2014 langs de aarde vloog. Het is een artistieke weergave, want de aarde is erin gephotoshopt. Nee wat zeg ik, dit is niet eens YB35 die je ziet, maar de planetoïde Lutetia. De ESA moet dit maar eens uitleggen, ik heb ’t niet verzonnen. Credit: ESA.

De laatste tijd was planetoïde 2006 QV89 in het nieuws, want er was een kleine, doch toch aanwezige kans van 1 op 7000 dat dit ruimterotsblok, dat een diameter van ergens tussen 20 en 50 meter heeft, op 9 september 2019 tegen de aarde zou knallen. Een kans van 1 op 7000, tsja, dan heb je al gauw een rijtje doemdenkers die opstaan en van alles aan rampen voorspellen. Echter, het goede nieuws is dat de Europese ruimtevaartorganisatie ESA en het European Southern Observatory (ESO) hebben laten weten dat 2006 QV89 NIET tegen de aarde zal botsen en dat zeggen ze op basis van een waarneming, waarbij ze de planetoïde NIET hebben gezien. Ja je leest het goed, niet hebben gezien, een zogeheten non-detectie. 2006 QV89 werd in augustus 2006 en hij werd toen gedurende een periode van tien dagen waargenomen, eigenlijk te kort om een goede schatting van z’n baan te maken. Toen kwam men met die 1:7000 voorspelling, die op 9 september bij de dichtste nadering van 2006 QV89 zou plaatsvinden.

De baan van planetoïde 2006 QV89. Credit: ESA.

Na die tien dagen van waarnemen werd gedurende meer dan een decennium taal noch teken van 2006 QV89 gezien, nee sterker nog, tot op de dag van vandaag is er nog steeds géén teken van de planetoïde gezien. Maar nou komt het: op basis van de informatie van de waarnemingen in 2006 weten de sterrenkundigen waar ‘ie zich zou moeten bevinden áls ‘ie op een ramkoers met de aarde ligt. En dat stukje aan de hemel werd op 4 en 5 juli uitgebreid bestudeerd met ESO’s Very Large Telescope (VLT) in Chili en het resultaat is onderstaande non-detectie, niets, nadah, niente, nothing van 2006 QV89.

Credit: ESO/ O. Hainaut/ ESA

Als 2006 QV89 daar te zien zou zijn geweest, dán hadden we ons zorgen moeten maken. En zelfs als ‘ie kleiner was, bijvoorbeeld slechts enkele meters in diameter, dan zou de VLT daar moeten hebben gezien. Maar dat leverde dus niets op. En daarmee leverde deze non-detectie een mooie geruststelling op. Bron: ESA.