RS Ophiuchi als nova uitgebarsten en nu met het blote oog zichtbaar

Foto van RS Oph. Credit: Ernesto Guido, Marco Rocchetto & Adriano Valvasori.

Op 8 augustus j.l. is de witte dwerg RS Ophiuchi in het sterrenbeeld Slangendrager (Ophiuchus, 5000 lichtjaar van ons vandaan) plotseling in lichtsterkte toegenomen van magnitude +12 naar +5 (zeshonderd keer zo lichtsterk). RS Oph, zoals de ster kortweg wordt genoemd, is een recurrente nova [1]Daar zijn er maar zeven van bekend in ons Melkwegstelsel, dus ze zijn zeldzaam., dat wil zeggen eentje die af en toe een thermonucleaire uitbarsting meemaakt. Het was Keith Geary in Ierland die als eerste zag dat RS Oph weer zo’n uitbarsting heeft en dat hij met een helderheid van 5m net met het blote oog zichtbaar is (al is bij zo’n helderheid een verrekijker of kleine telescoop wel bruikbaar). De uitbarsting werd ook waargenomen met de 2021 Fermi Gamma Ray Space Telescope van de NASA, die gammastraling kan ‘zien’.

RS Oph is eigenlijk een dubbelstersysteem, een witte dwerg met vlakbij een rode reus, die in 454 dagen om hun gemeenschappelijk zwaartepunt draaien. Er stroomt materie van de reus naar de dwerg en om de paar decennia is er genoeg materie bij de dwergster verzameld om zo’n explosie te ondergaan – vorige uitbarstingen van de nova waren in 1898, 1933, 1958, 1967, 1985 en 2006. Bij de vorige uitbarsting in 2006 bereikte de nova een helderheid van +4,5m. Hieronder een kaart waarop te zien is waar de nova precies staat – hier een nóg gedetailleerdere kaart. Hier een overzichtskaart, waar je de Slangendrager aan de hemel kunt vinden.

Credit: IAU/Sky & Telescope.

Slangendrager staat momenteel na zonsondergang in het zuidwesten, iets boven de bekende zomersterrenbeelden Schorpioen en Boogschutter. Laatste schatting van de helderheid: Filipp Romanov in Yuzhno-Morskoy (Rusland) heeft de helderheid geschat op +4,6m. Bron: Spaceweather.com.

References[+]

References
1 Daar zijn er maar zeven van bekend in ons Melkwegstelsel, dus ze zijn zeldzaam.

Nova Cas 2021 in sterrenbeeld Cassiopeia is al in verrekijker zichtbaar

Kaart waarop te zien is waar nova Cas 2021 verschenen is. Credit: Dave Dickinson/Stellarium

In het noordelijke sterrenbeeld Cassiopeia (met de bekende W-vorm) is een nova verschenen, Nova Cas 2021. Toen de nova op 18 maart j.l. werd ontdekt door de Japanner Yuji Nakamura was de nova van magnitude +9,6, maar inmiddels is zijn helderheid toegenomen tot ongeveer +7m, hetgeen ‘m makkelijk zichtbaar maakt in een kleine telescoop of verrekijker. Mocht N Cas 2021 niog verder toenemen in helderheid, dan zou de ‘nieuwe ster’ met het blote oog zichtbaar kunnen zijn, mits de hemel uiteraard donker en niet bewolkt is. De nova staat vlakbij de ster 4 Cassiopeiae, die van de vijfde magnitude is. Ook staat de open sterrenhoop Messier 52 (+6,9m) er in de buurt, hetgeen mooie plaatjes oplevert (zoals de fraaie foto in de tweet hieronder).

De coördinaten van N Cas 2021 zijn rechte klimming 23u24m48s, declinatie +61°11’15”. Hieronder een vergelijkingskaart van de nova met andere sterren om de helderheid te vergelijken.

Credit: The AAVSO

De laatste heldere nova die zichtbaar was aan de hemel was Nova Delphinus 2013 in het sterrenbeeld Dolfijn, die ongeveer tot +6m kwam. Nova ontstaan meestal als witte dwergen door massatoevoer van een begeleidende ster te zwaar worden en er een ‘runaway fusion proces’ plaatsvind, waarbij de boel explodeert. Mocht Nova Cas 2021 op magnitude +7 blijven hangen dan betekent dat hij ongeveer 30.000 tot 32.000 lichtjaar van ons vandaan staat. Wordt hij helderder, dan staat hij dichterbij. Bron: Phys.org.

In het Melkwegstelsel vinden zo’n vier dozijn novae per jaar plaats

Het restant van Nova Perseï 1901, ongeveer honderd jaar later gefotografeerd. Credit: X-RAY: D. TAKEI ET AL, NASA, CXC, RIKEN; OPTICAL: STSCI, NASA; RADIO: VLA/NRAO.


Een team van sterrenkundigen onder leiding van Kishalay De (California Institute of Technology) heeft op basis van waarnemingen met de telescoop van het Palomar observatorium én statistische analyses berekend dat er in ons Melkwegstelsel jaarlijks zo’n 46 +/- 13 novae plaatsvinden. Novae zijn uitbarstingen van witte dwergsterren, die door toevoer van materie door een naburige ster te zwaar zijn geworden. Bij zo’n uitbarsting kunnen ze wel 100.000 keer zo lichtsterk worden als de zon – niet zo heftig als ze zwaarder worden dan de Limiet van Chandrasekhar en ze wel miljoenen keren zo helder kunnen worden, maar toch zo helder dat we ze soms met het blote oog kunnen zien. Hier een lijst van de novae die we sinds 1612 in de Melkweg hebben ontdekt. Na eerst met de Palomar telescoop waarnemingen te hebben gedaan aan novae, konden De en z’n team vervolgens de gegevens statistisch analyseren, waarbij ze rekening hielden met de hoeveelheid stof in de Melkweg, dat licht van novae kan tegenhouden. Ook keken ze naar de omvang van het stukje aan de hemel dat ze in de gaten hielden en de tijdsduur van de waarnemingen. Dit alles leidde tot die slotsom dat er gemiddeld jaarlijks een kleine vier dozijn novae in de Melkweg ‘afgaan’. Op grond van die lijst van waargenomen novae kunnen we rustig stellen dat de meeste novae onopgemerkt blijven. Hier het vakartikel van De et al, te verschijnen in the Astrophysical Journal. Bron: Science News.

Landelijke Zonnekijkdag op 5 juli zowel fysiek als digitaal te bezoeken

Tuur met onbewolkt weer naar de zon op de mooiste plekken in het land, zoals hier bij Sonnenborgh in Utrecht. (c) Marieke Wijntjes

Op zondag 5 juli organiseert de Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Weer- en Sterrenkunde een Landelijke Zonnekijkdag. Vanwege de coronamaatregelen verloopt deze editie anders dan gebruikelijk. Dit jaar is er een online programma met inspirerende webstreams en (met onbewolkt weer) unieke livebeelden van de zon. Daarnaast zijn enkele locaties geopend voor publiek. Meer informatie staat op www.zonnekijkdag.nl.

Amateurastronomen en sterrenwachten hebben speciale telescopen om veilig naar de zon kijken. Ze maken bijvoorbeeld donkere zonnevlekken zichtbaar dankzij een filter dat het felle zonlicht tempert. Hoe meer zonnevlekken, hoe ‘actiever’ de zon. Met een filter dat alleen rood licht overlaat, komt een kolkende en wervelende zon in beeld met lussen van gas die groter kunnen zijn dan de aarde. Het publiek kan dankzij deze telescopen meer te weten komen over de zon. Dat kan bij enkele bezoeklocaties én tijdens de verschillende livestreams.

De zon in beeld gebracht met een zonnetelescoop voorzien van een speciaal filter dat één kleur uit het wit licht doorlaat. (c) Blaauw Sterrenwacht – Michael Wilkinson

Online programma
Verspreid door Nederland zullen verschillende sterrenwachten en sterrenkunde-amateurs een livestream wijden aan de zon. Zo wordt de radiotelescoop in Dwingeloo voor een live demonstratie op de zon gericht. Deze live-stream gaat altijd door, omdat de radiotelescoop door eventuele wolken heen kan kijken. Vanuit Leiden volg je een livestream met verhalen en experimenten en ’s avonds vlieg je tijdens een online planetariumshow vanuit Groningen mee op een virtuele reis door het heelal, met de zon als middelpunt. Daarnaast zijn er ook livestreams vanuit Vleuten, Heerlen, Tilburg en Oudenbosch.

Over de KNVWS
De Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Weer- en Sterrenkunde (KNVWS, www.knvws.nl) werd opgericht in 1901. Zij zet zich sinds die tijd in voor het enthousiasmeren van het publiek voor de hobbymatige weer- en sterrenkunde en het verbinden en ondersteunen van de ruim vijftig aangesloten verenigingen en sterrenwachten. De KNVWS organiseert al jaren de Landelijke Sterrenkijkdagen. In 2019 kwam daar de Landelijke Zonnekijkdag bij. Dankzij dit initiatief kan het publiek de komende jaren volgen hoe de zon actiever wordt. De Landelijke Zonnekijkdag valt samen met de zonnekijkdag in België die daar al vaker heeft plaatsgevonden. Bron: Astronomie.nl.

ELT-instrument METIS bereikt ontwerp-mijlpaal

Artistieke weergave van het METIS-instrument dat na voltooiing zal worden ingezet bij de Extremely Large Telescope (ELT). METIS, de afkorting van Mid-infrared ELT Imager and Spectrograph, zal de reusachtige hoofdspiegel van de telescoop volledig benutten om een breed scala van wetenschappelijke onderwerpen te onderzoeken – van objecten in ons zonnestelsel tot verre actieve sterrenstelsels. Credit: ESO/METIS Consortium/L. Calçada

Het METIS-instrument dat onder leiding van de Nederlandse Onderzoekschool voor Astronomie (NOVA) wordt gebouwd voor ESO’s toekomstige Extremely Large Telescope (ELT) in Noord-Chili heeft een belangrijke mijlpaal bereikt. Het voorlopig ontwerp is goedgekeurd.

METIS, de afkorting van Mid-infrared ELT Imager and Spectrograph, zal de reusachtige hoofdspiegel van de ELT volledig benutten om een breed scala van wetenschappelijke onderwerpen te onderzoeken – van objecten in ons zonnestelsel tot verre actieve sterrenstelsels. METIS is uitermate geschikt om de levensloop van sterren te onderzoeken, van babysterren en hun planeetvormende schijven tot oudere sterren die het einde van hun bestaan naderen.

De krachtige camera en spectrograaf METIS onderging zijn Preliminary Design Review in het hoofdkwartier van de Europese Zuidelijke Sterrenwacht (ESO) in Garching, Duitsland.

De ELT zal op het moment dat hij halverwege dit decennium bedrijfsklaar is, de grootste optische tot mid-infrarood-telescoop op aarde zijn. Met zijn 39 meter grote hoofdspiegel en geavanceerde adaptieve optische systeem zal hij een zes keer hogere resolutie hebben dan de James Webb Space Telescope. Dankzij de adaptieve optiek van de ELT zal METIS de structuur en samenstelling van kosmische objecten met revolutionaire precisie kunnen vaststellen.

Voor Nederland is de ontwikkeling van METIS van groot belang. De wetenschappelijk directeur van NOVA, Ewine van Dishoeck: “We zijn ontzettend trots op het wereldwijde METIS-team dat onder leiding van NOVA zo’n cutting-edge instrument heeft ontworpen. Met METIS staan Nederlandse astronomen vooraan in de zoektocht naar mogelijk leven op onze buurplaneten. Ook zal METIS veel nieuwe inzichten leveren in de manier waarop nieuwe planeten worden gebouwd. Maar we gaan ook vast verrassingen vinden, ontdekkingen die we niet hadden verwacht. Dat maakt de wetenschap zo spannend!”

Onderzoek aan exoplaneten is een van de meest dynamische en spannende onderzoeksterreinen van de astronomie, voor zowel wetenschappers als het publiek. METIS zal in staat zijn om de temperatuur, het weer en seizoensveranderingen in de atmosferen van tal van reuzenplaneten bij andere sterren te bestuderen. Bovendien heeft METIS het vermogen om aarde-achtige exoplaneten bij de meest nabije sterren rechtstreeks te detecteren en, in gunstige gevallen, ook hun atmosferische samenstelling te onderzoeken.

De Nederlandse hightechindustrie speelt een belangrijke rol bij de bouw van METIS. Zo is het Maastrichtse bedrijf Janssen Precision Engineering al enige jaren betrokken bij de ontwikkeling van een geavanceerde kalibratiespiegel voor het instrument. Deze spiegel kan met hoge snelheid en uiterste precisie schakelen tussen het waar te nemen beeld en een kalibratieachtergrond.

Nu het instrument is geslaagd voor zijn Preliminary Design Review, zal het METIS-consortium zijn ontwerp verder uitwerken, voordat de bouw van het instrument daadwerkelijk gaat beginnen. Bron: Astronomie.nl.

Nederland bouwt ook de nieuwe set ontvangers voor ALMA

Band-9 en Band-5 ontvanger voor ALMA. Voor alle 66 ALMA-schotels zijn deze ontwikkeld en gebouwd onder leiding van de Nederlandse Onderzoekschool voor Astronomie (NOVA) in opdracht van ESO/ALMA. Credit: ESO/Y. Beletsky

Nederland mag de zogeheten Band 2-ontvangers voor de ALMA-telescoop gaan bouwen. Het contract voor de productie van deze nieuwe set ontvangers op de Atacama Large Millimeter/submillimeter Array (ALMA) is deze week getekend.

ALMA, waar ESO partner in is, neemt het heelal waar op een reeks radiogolflengten in de millimeter- en submillimetergebieden van het elektromagnetisch spectrum. Alle 66 antennes van ALMA zijn uitgerust met een aantal zeer gevoelige radio-ontvangers, elk voor een bepaald golflengtebereik. Met de nieuwe ontvangers, de Band 2-ontvangercartridges, kan ALMA op golflengten in het bereik van 2,6 tot 4,5 mm waarnemen.

Voor de Nederlandse Onderzoekschool voor Astronomie (NOVA) is dit het derde contract voor ALMA-ontvangers. Eerder al ontwikkelde en bouwde de NOVA-sub-mm-groep de ALMA-Band 9-ontvangers (0,5 – 0,4 mm / 2007-2011) en de Band 5-ontvangers (1,8 – 1,4 mm / 2013-2017). De laatste in samenwerking met GARD (Onsala Space Observatory, Zweden). De unieke expertise die de NOVA sub-mm-groep hiermee heeft opgedaan op het gebied van het ontwerpen van deze ontvangers heeft ertoe geleid dat NOVA opnieuw zo’n contract heeft weten binnen te halen.

Op deze UHD-foto is een grote groep ALMA-antennes te zien, die waarnemingen doen van de nachthemel. Credit: ESO/Y. Beletsky

Na succesvolle tests van een prototype Band 2-ontvangercartridge heeft de ALMA-raad goedkeuring gegeven aan de pre-productiefase. Het gaat om een reeks van zes cartridges, met als doel om uiteindelijk over te gaan tot de productie van de volledige set, één voor elk van de ALMA-antennes.

Met deze nieuwe ontvangers wordt ALMA een nog veelzijdiger wetenschappelijke machine. Ze maken belangrijke metingen mogelijk van het koude interstellaire medium, het ijle mengsel van materie en straling dat de ruimte tussen de sterren vult. In Band 2 zal ALMA ook de eigenschappen van stof in verschillende astronomische omgevingen kunnen bestuderen, van planeetvormende schijven tot sterrenstelsels, en zal hij zijn vermogen om kosmische objecten met hoge roodverschuiving waar te nemen, kunnen uitbreiden. Dichter bij huis maakt Band 2 waarnemingen mogelijk van complexe, zware moleculen in het lokale heelal.

De productie van de Band 2-ontvangercartridges wordt uitgevoerd door een consortium bestaande uit NOVA, Chalmers University, Göteborg, Zweden en het Nationaal Instituut voor Astrofysica (INAF). De National Astronomical Observatory of Japan (NAOJ) zal bijdragen aan de productie en het testen van de ontvanger-optiek als een Oost-Aziatische bijdrage aan het ALMA-ontwikkelingsprogramma. De National Radio Astronomy Observatory (NRAO) en de Universiteit van Chili zijn betrokken zijn bij de ontwikkeling en productie van sommige componenten van de ontvangers, die voor tests en integratie naar ESO zullen worden verzonden. Bron: Astronomie.nl.

Voor het eerst heeft men een nova helemaal vanaf het begin kunnen volgen: V906 Carinae

Impressie van een nova. Credit: K. Ulaczyk, Warschau Universita?t Observatorium.

Sterrenkundigen zijn er voor het eerst in geslaagd om een nova helemaal vanaf het allereerste begin te volgen. Zo’n nova is een ster die plotseling veel helderder wordt en daarna geleidelijk, over een periode van weken, maanden tot vele jaren, tot haar vroegere helderheid terugkeert. De meeste novae zijn nauwe dubbelsterren, waarvan een van beide componenten een witte dwerg is en de partnerster vermoedelijk een rode reus of een hoofdreeksster. Van de ster stroomt er continu materie (gas) naar de witte dwerg, gas dat zich verzamelt in een roterende afgeplatte schijf rond de witte dwerg, de zogeheten accretieschijf. Als de witte dwerg een sterk magneetveld heeft, kan het gas (hoofdzakelijk waterstof) ook doorstromen naar het oppervlak van de witte dwergster. Als er genoeg waterstof verzameld is, kunnen druk en temperatuur daarin zover oplopen dat een kernreactie op gang komt waarbij waterstofkernen fuseren tot helium. Dit is dezelfde reactie die in een waterstofbom plaatsvindt, en het resultaat laat zich raden: er ontstaat een enorme, explosieve thermonucleaire kettingreactie. Bij die explosie wordt een massa de ruimte ingeslingerd ongeveer twintig keer zo groot als de aarde.

Bij A wijst het pijltje naar V906 Carinae, B: is de ster vóór de nova, C: tijdens de nova. Credit: A. Maury and J. Fabrega

Sterrenkundigen hebben al heel vaak novae waargenomen, maar dat gebeurt pas altijd op een moment dat de nova al geëxplodeerd is en hij al zo lichtsterk is dat ‘ie kan worden waargenomen. Maar met V906 Carinae, een nova in het zuidelijke sterrenbeeld Kiel (Carina), is er voor het eerst eentje waargenomen die vanaf het allereerste begin kon worden gevolgd. De nova werd voor het eerst opgemerkt met de All-Sky Automated Survey for Supernovae (ASAS-SN), maar die miste net ’t eerste begin. De nova heet daarom ook wel nova ASASSN-18fv.

BRITE in statistieken. Credit: Konstanze Zwintz.

In dat sterrenbeeld werden echter 18 sterren al weken in de gaten gehouden met de BRIght Target Explorer (BRITE), dat is een serie nanosatellieten, die sinds 2019 vanuit de ruimte heldere sterren in de gaten houden, een project dat opgezet is door Oostenrijkse, Australische en Poolse sterrenkundigen (zie de afbeelding met allerlei statistieken over BRITE hierboven).

Credit: R. Kuschnig, TU Graz.

Wat bleek: V906 Carinae was ook door BRITE gezien en wel vanaf het allereerste begin! (zie de grafiek hierboven met de lichtcurve van V906 Carinae) De waarnemingen laten zien dat in die thermonucleaire uitbarsting schokgolven een cruciale rol spelen, dat de toename in lichtkracht niet komt door de nucleaire verbranding van materiaal, zoals eerder werd verondersteld, maar door de schokgolven. De video hieronder gaat over de rol van schokgolven in novae.

De witte dwerg die de nova veroorzaakte blijkt 13.000 lichtjaar van ons vandaan te hebben gestaan, schijnbaar in de buurt van een bekende ster van de vijfde magnitude, HD 92063. Hier het vakartikel over de waarnemingen aan V906 Carinae, verschenen in Nature. Bron: Universe Today.

Dubbelster V Sagittae zal ergens rond 2083 exploderen als heldere nova

Het sterrenbeeld Pijl, de pijl (hoe toepasselijk) geeft V Sge aan. Credit: Louisiana State University.

Nu is het nog een lichtzwakke ster, waarvoor je een middelgrote telescoop om ‘m te kunnen zien, V Sagittae (kortweg V Sge), gelegen op 1100 lichtjaar afstand in het noordelijke sterrenbeeld (Sagitta). Maar berekeningen van de sterrenkundigen Bradley E. Schaefer, Juhan Frank en Manos Chatzopoulos (Louisiana State University, VS) laten zien dat de ster ergens rond het jaar 2083 – nog pakweg 63 jaartjes geduldig wachten – wel eens uit zou kunnen barsten als nova en dat ‘ie dan net zo helder aan de hemel kan staan als Sirius, die nu de helderste ster aan de hemel is (schijnbare helderheid -1,4m), mogelijk zelfs net zo helder als Venus (-4m). V Sge is een zogeheten Cataclysmische Variabele (CV), een stersysteem dat bestaat uit een gewone ster en een witte dwerg, die om een gezamenlijk zwaartepunt draaien. De twee sterren staan zo dicht bij elkaar dat er continu materie van de gewone ster naar de dwergster stroomt.

Impressie van een CV systeem. Credit: NASA

Sterrenkundigen kennen tal van CV’s, maar V Sge is de enige waarbij de ster zwaarder is dan de dwerg en dat zorgt ervoor dat er héél veel materie naar de dwerg stroomt. Bij V Sge is de ster 3,9 keer zo zwaar als de dwerg. De sterrenkundigen hebben oude foto’s van V Sge bestudeerd, foto’s die terug reikten tot 1890. Op grond daarvan kwam men erachter dat ‘ie wel tien keer helderder is geworden sinds dat jaar, da’s 2,5 magnitude in lichtkracht (zie de grafiek hieronder).

Association of Variable Star Observers.) Image Credit: Schaefer et al 2019.

De hoeveelheid materie die vanaf de ster naar de dwerg stroomt blijkt exponentieel toe te nemen en de ster lijkt spiraalsgewijs naar de dwerg toe te vallen. Dat zal ertoe leiden dat op een gegeven moment alles wat er van de ster over is in één keer op de witte dwerg zal vallen en dat die dan in één klap als nova zal exploderen (als type Ia supernova als ‘ie zwaarder dan de Limiet van Chandrasekhar zou zijn, 1,4 zonsmassa – maar dat is ‘ie niet). Dat zal ergens rond 2083 plaatsvinden. Er is een onzekerheid van 16 jaar in die datering, dus het zal ergens in de periode 2067 – 299 gebeuren. En dan krijgen we dus tijdelijk een ‘nieuwe’ heldere ster aan de hemel. Vergeet dus Betelgeuze en kijk eind van de eeuw uit naar V Sge. Bron: Universiteit van Louisiana.

Maurice Toet wint Astrofotografiewedstrijd NOVA en KNVWS

Coconnevel in het sterrenbeeld Zwaan credit Maurice Toet.

Maurice Toet heeft met een opname van de Coconnevel (IC 5146) in het sterrenbeeld Zwaan de Astrofotografiewedstrijd gewonnen van de Nederlandse Onderzoekschool voor Astronomie (NOVA) en de Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Weer- en Sterrenkunde (KNVWS) in samenwerking met de populairwetenschappelijke tijdschriften New Scientist en Zenit.
De winnaar werd vanavond bekendgemaakt op het Gala van de Sterrenkunde in Leiden. Deze avond was georganiseerd vanwege het 20-jarig jubileum van NOVA en het 100-jarig jubileum van de Internationale Astronomische Unie (IAU).
“De foto van Maurice Toet maakt op indrukwekkende wijze de details rond de Coconnevel zichtbaar, van de donkere stofwolken en de vele sterren tot de grote hoeveelheid waterstofgas in dit gebied. Die waterstofwolken maken de foto uniek, aangezien ze vrijwel nooit te zien zijn in opnames van deze regio. Hiermee illustreert de opname dat Toet het hele proces van het maken van de opnamen tot aan de eindbewerking heeft weten te perfectioneren om dit resultaat te bereiken,” zo meldt het juryrapport.
De foto is het resultaat van meer dan tweehonderd opnames met een totale belichtingstijd van ruim 21 uur. Toet maakte gebruik van een Takahashi ?-180ED-telescoop, een waterstoffilter en een Nikon D810a-camera die speciaal aangepast is voor astrofotografie. Het maken van de individuele opnames vond plaats in augustus 2019 in Frankrijk en nam vier dagen in beslag.
Astrofotografen konden inzenden voor vijf categorieën. De jury koos uit de inzendingen per categorie één winnaar. De inzending van Toet werd als winnende foto geselecteerd.
De winnaars per categorie zijn:

Zon – Wim Maats
Zonnestelsel – Ivan Huys
Sterren en nevels – Maurice Toet
Sterrenstelsels – Jan Heuser
Skyscapes (fotografie van nachtelijke hemelverschijnselen, zonder telescoop) – Jan Koeman

De vijf winnende foto’s werden tentoongesteld op een expositie in de Stadsgehoorzaal, waarna juryvoorzitter Sebastiaan de Vet (KNVWS) tijdens het Gala de winnende foto uit deze vijf bekendmaakte. De foto van Maurice Toet wordt op de cover van Zenit geplaatst en gepubliceerd in New Scientist. De afbeelding zal bovendien prijken op de jaarlijkse schoolposter van het NOVA Informatie Centrum.
De jury bestond naast Sebastiaan de Vet uit: Jaap Augustinus (beeldredacteur New Scientist), André van der Hoeven (prijswinnend astrofotograaf), Esther Hanko (UvA, astrofotograaf) en Jaap Vreeling (NOVA).

Zonnevlekken in H-alpha credit Wim Maats.

Zonnevlekken in H-alpha

De opname laat zien dat ook in een periode waarin de zon minder actief is, er toch mooie dingen te zien zijn. Hoe langer je naar deze opname kijkt des te meer dynamiek en details je gaat zien. Winnaar in de categorie Zon, gemaakt door: Wim Maats.

Maanmozaïek credit Ivan Huys.

Maanmozaïek
Een zeer gedetailleerde opname van de maan die bestaat uit een mozaïek van 68 foto’s. Dit soort opnamen vraagt een goede planning en het resultaat slaagt erin om het maanoppervlak detailrijk vast te leggen. Winnaar in de categorie Zonnestelsel, gemaakt door: Ivan Huys (België).

Coconnevel in het sterrenbeeld Zwaan
De foto maakt op indrukwekkende wijze de details rond de Coconnevel zichtbaar, van de donkere stofwolken en de vele sterren tot de grote hoeveelheid waterstofgas in dit gebied. Winnaar in de categorie Sterren en nevels, gemaakt door: Maurice Toet.

Sterrenstelsel M106 credit Jan Heuser.

Sterrenstelsel M106
Een opvallende compositie waarbij er gekozen is het stelsel niet te centreren, waardoor de beelduitsnede bij de kijker een zekere mate van spanning oproept. Winnaar in de categorie Sterrenstelsels, gemaakt door: Jan Heuser.

Sterrensporen met Baobab credit Jan Koeman.

Sterrensporen met Baobab
Een opname die de rotatie van de aarde toont, waarbij de combinatie met de Baobab het een genot maakt om naar te kijken. Een pakkend detail is dat hier de sterrensporen rond de zuidelijke hemelpool zijn vastgelegd. Winnaar categorie Skyscapes, gemaakt door: Jan Koeman. Bron: Astronomie.nl.

Crowdfunding van start: mobiel planetarium om schoolkinderen in Namibië te inspireren

Afgelopen zomer was er een succesvolle test met een mobiel planetarium. Credit: Radboud Universiteit.

Sterrenkundigen van de Radboud Universiteit zetten zich samen met de Nederlandse Onderzoeksschool voor Astronomie (NOVA) in om Namibische schoolkinderen, studenten en docenten te interesseren voor de astronomie, door met een mobiel planetarium de komende vijf jaar alle Namibische scholen te bezoeken. Om dit project te realiseren, is Radboud-sterrenkundige Marc Klein Wolt een crowdfundcampagne gestart met hulp van het Radboud Fonds. Vanaf maandag 18 november kunnen geïnteresseerden een financiële bijdrage doneren.

Als het aan de sterrenkundigen van de Radboud Universiteit ligt, draait Namibië over een aantal jaar mee in de wereldtop van sterrenkundig onderzoek. De Africa Millimeter Telescoop (AMT) die ze op de Gamsberg willen bouwen, wordt onderdeel van het telescopennetwerk Event Horizon Telescope (EHT) dat in april 2019 de historische eerste foto van een zwart gat publiceerde.

Om deze telescoop in de toekomst te onderhouden, bedienen en benutten zijn er goedopgeleide ingenieurs en wetenschappers in Namibië nodig. De Radboud Universiteit wil samen met NOVA, de Universiteit van Namibië en de Rössing Foundation een toekomstige generatie Namibische ingenieurs en wetenschappers inspireren hier onderdeel van te worden, door een mobiel planetarium naar Namibië te brengen.

Namibische kinderen kijken in het mobiel planetarium van NOVA naar een projectie van de maan. Credit: Radboud Universiteit.

‘Met dit planetarium kunnen we schoolkinderen, leerlingen en studenten meenemen op een fascinerende reis door het universum. Hiermee willen we kinderen op vroege leeftijd inspireren en motiveren de sterrenkunde of techniek in te gaan’, aldus Marc Klein Wolt, directeur van het Radboud Radio Lab en tevens projectdirecteur.

Opblaasbaar planetarium
Het mobiele planetarium is een opblaasbare koepel waarin aan de binnenkant interactieve films worden geprojecteerd van de sterrenhemel. ‘Een ideaal middel om in basisscholen en middelbare scholen in te zetten, omdat we het programma kunnen aanpassen aan alle leeftijden en interesses’, zegt Jaap Vreeling, onderwijscoördinator bij NOVA. Vreeling heeft veel ervaring met het gebruik van mobiele planetaria met Nederlandse scholen en staat klaar om samen met de lokale partners naar de Namibische scholen af te reizen.

Langs Namibische scholen
Eerder dit jaar reisden reisden onder anderen Klein Wolt en Vreeling al een week door Namibië om het idee te testen met een Nederlands mobiel planetarium van NOVA. Vreeling: ‘We hebben gekeken of het planetarium functioneert in de hitte en of het aanslaat bij de kinderen. Alles werkte en de kinderen en hun begeleiders zijn enthousiast.’

Het doel is om in vijf jaar alle scholen van Namibië te bezoeken. Het planetarium blijft een week op iedere school. Docenten krijgen ook een training, zodat zij de rest van het jaar hun klassen kunnen blijven inspireren en zodat de impact van het programma wordt vergroot.

Klein Wolt: ‘Als het lukt om dit planetarium te financieren met crowdfunding, is dat een mooie en belangrijke toevoeging aan het educatieproject waarmee we duizenden Namibische kinderen inspireren en hun wereld helpen vergroten.’

Donateurs kunnen een financiële bijdrage doen via de website van het Radboud Fonds. Afhankelijk van de hoogte van de bijdrage, worden donateurs uitgenodigd voor lezingen door Radboud-sterrenkundigen, kunnen ze een bezoek brengen aan het planetarium voor het naar Namibië afreist, of komt hun naam op het planetarium voor Namibië.

Samenwerkingspartners
Binnen dit project werken sterrenkundigen van de Radboud Universiteit samen met NOVA (Nederlandse Onderzoeksschool Voor Astronomie). NOVA ziet het project als een mogelijkheid om zijn kennis en expertise op het gebied van sterrenkunde-educatie succesvol met andere landen te delen, zoals dat past binnen de missie van de Internationale Astronomische Unie (IAU). In Namibië zijn de partners de Universiteit van Namibië (UNAM) en de Rössing Foundation, die meer dan 40 jaar ervaring heeft met het ondersteunen van onderwijs. Bron: Astronomie.nl.