Cruithne? Nooit van gehoord vermoedelijk. En toch is het een bijzonder object. (3753) Cruithne is een planetoïde die exact dezelfde omlooptijd heeft als de Aarde en daarin in een vorm van baanresonantie gestabiliseerd wordt door de invloed van de zwaartekracht van de Aarde. Het object is in oktober 1986 ontdekt door Duncan Waldron, heeft een doorsnede van ongeveer 5 kilometer en kan niet met het blote oog vanaf de Aarde worden gezien. De titel van deze astroblog is dus onzin [1]Ik zal ’t nooit meer doen. 🙂 . Wat geen onzin is dat is het wel eens de tweede maan van de Aarde wordt genoemd. Hoe dat precies zit moet je hier maar even lezen, maar waar het mij nou om gaat is het volgende grappige filmpje over Cruithne:
Het ruimtevaartuig Dawn is niet echt een publiekstrekker. Afgelopen dinsdag passeerde Dawn de planeet Mars, waarvan bijgaand een opname van het gebied Tempe Terra die daarbij werd gemaakt, maar geen enkele krant vond het nieuwswaardig om te vermelden. Ik trouwens ook niet, geef ik gelijk toe. Reden is denk ik dat Mars niet het hoofddoel van Dawn is. Hoofddoellen (meervoud) van de op 27 september 2007 gelanceerde verkenner zijn de planetoïde Vesta en de dwergplaneet Ceres. De passage 17 februari j.l. langs Mars was slechts een gravity assist, zoals dat in vaktermen heet, bedoeld om Dawn een gravitationele opzwieper in de juiste richting te geven. September 2011 moet Dawn bij Vesta aankomen en dan in een baan om deze planetoïde komen, die met z’n afmetingen van 578x560x458 km niet helemaal rond te noemen is. Als Dawn april 2012 klaar is met het onderzoek aan Vesta moet ‘ie met behulp van z’n motoren weer wegvliegen en dan richting Ceres gaan. Beoogde aankomst aldaar is ergens in februari 2015. Dawn gaat in een baan om Ceres vliegen, die bijna 490 km in diameter is, en dan onderzoek doen tot juli 2015. Daarna is de missie ten einde.
De planetoïdenverkenner Dawn. Credit: NASA
Met het onderzoek aan Vesta en Ceres hoopt men meer te weten te komen over het ontstaan van ons zonnestelsel. Men denkt dat de twee planetoïden ieder een aparte ontstaansgeschiedenis hebben meegemaakt. Vesta zou een hete, droge formatie hebben meegemaakt, die nu nog zichtbaar zou moeten zijn in vulkanisme. Ceres daarentegen zou bij z’n ontstaan met koelte en nattigheid te maken hebben gehad en dat zou wellicht te zien zijn als water dat ónder het oppervlak verborgen zit. Kortom, we horen nú nog weinig van Dawn, maar daar zal vanaf 2011 vast een einde aan komen. 🙂 Bron: Planetary Society.
Een fragment van 2008 TC3. Credit: Peter Jenniskens/SETI Institute.
Weten jullie het nog? Op 7 oktober 2008 maakten we voor het eerst mee dat een mini-planetoïde (diameter ˜ 5 m), genaamd 2008 TC3, in de ruimte ontdekt werd en dat ‘ie vervolgens korte tijd later de dampkring invloog en ergens boven Noord-Soedan verbrandde. De verbranding werd opgemerkt door een KLM-piloot en enkele satellieten, maar verder waren er opvallend weinig ooggetuigen geweest van de binnenkomst van 200 TC3. Ook leverde een zoektocht naar fragmenten van de planetoïde niets op, maar daar is onlangs verandering in gekomen. Op aanwijzingen van de NASA togen studenten van de Universiteit van Khartoum onder leiding van dr. Muawia Shaddad de binnenlanden van Soedan in en dat leverde een vruchtbaar resultaat. Enkele fragmenten werden gevonden, waaronder het exemplaar hierboven op de foto. Meteorietexpert Peter Brown (Universiteit van West Ontario in Canada) heeft eerder al gezegd dat 2008 TC3 een nogal zwakke structuur moet hebben gehad en dat ‘ie al vrij hoog in de dampkring, 37 km om precies te zijn, uiteenviel in kleinere stukken. Dat is de reden dat maar weinig fragmenten het aardoppervlak hebben gehaald. Aan de hand van de gevonden fragmenten kunnen sterrenkundigen meer te weten komen over de ontstaansgeschiedenis van het zonnestelsel, waar planetoïden een overblijfsel van zijn. Zeker omdat van 2008 TC3 unieke beelden zijn van diens baan in de ruimte vóór de binnenkomst in de dampkring en men daarmee de oorspronkelijke baan kan berekenen zullen de fragmenten heel goed bestudeerd gaan worden. We zullen daar vast nog meer over horen. Bron: New Scientist.
1999 RQ36 (die stipjes). Credit: Andrea Milani et al.
We hadden al de planetoïde 99942, beter bekend als Apophis, waarvan berekeningen laten zien dat er een kans is van 1 op 45.000 dat deze de Aarde raakt in het jaar 2036 [1]Zie m’n astroblog over Neil deGrass Tyson, waarin deze astrofysicus meesterlijk ingaat op de gevaren die ons bedreigen, onder andere door Apophis.. Maar alsof dat al niet genoeg is komt deze week de melding dat men berekend heeft dat de planetoïde genaamd 1999 RQ36[2]Ze zullen die planetoïde binnenkort vast en zeker een leuke doemachtige naam geven. Suggesties? een kans van maar liefst 1 op 1.400 heeft om de Aarde te raken ergens tussen 2169 en 2199. Daar komt nog bij dat 1999 RQ36 met z’n diameter van 560 meter en massa van 1,4 x 1011 kg twee keer zo groot is Apophis. Kortom, een planetoïde die vast en zeker een hoofdrol zal krijgen in een nieuwe rampenfilm. De berekeningen over 1999 RQ36 zijn gedaan door Andrea Milani (Universiteit van Pisa in Italë) en diens collegae. Nou raken wetenschappers tegenwoordig niet gauw in paniek, hetgeen maar goed is ook, en dat komt met name omdat men ideeën heeft hoe om te gaan met dit soort potentiële bedreigers. Niet door ze met nukes te bestrijden, maar door ze enigzins uit hun baan af te leiden door middel van gravitationele deflectie. Dat houdt in dat een vaartuigje die kant uit wordt gestuurd, welke in een baan om de planetoïde terechtkomt. Dat zorgt voor een klein beetje gravitationele aantrekking en dat zou in theorie al genoeg moeten zijn om de killer-planetoïde, die na een inslag op Aarde voor enorme tsoenami’s zou kunnen zorgen, te veranderen in een mierzoet stukje ruimtesteen. Als we dat inderdaad van plan zijn moet dat volgens de berekeningen al deze eeuw plaatsvinden, ergens tussen 2060 en 2080. Ooooh, we hebben nog even om daar goed over na te denken. 😀 Bron: New Scientists.
April 2007 berichtte ik de astroblogslezers over de verwoedde pogingen van de Japanse ruimtevaartorganisatie JAXA om de ruimteverkenner Hayabusa terug naar Aarde te laten keren. Die was na z’n lancering in mei 2003 ergens in 2005 in de nabijheid van de planetoïde Itokawa geweest en is er zelfs op geland. De foto hiernaast laat die planetoïde zien, die op een aardappel lijkt en die met z’n afmetingen van 535 x 294 x 209 m klein te noemen is. Na z’n rendez-vous is de verkenner de ruimte weer ingedoken, maar daarna is zo’n beetje alles wat fout gegaan wat fout kan gaan. Lees die eerdere blog maar na over de-wet-van-Murphy-achtige-details. Afijn, deze week kwam het blijde nieuws uit Japan dat men er in geslaagd is de Hayabusa na een jaartje ronddobberen weer echt richting Aarde te laten krijgen. De verwachting is dat ‘ie juni 2010 terug naar Aarde keert en dat een soort van granaatvormige sonde naar de Aarde wordt gedropt om na een tocht door de atmosfeer veilig op het oppervlak te landen. In die sonde zit (als het goed is, duim duim duim) materiaal dat Hayabusa van Itokawa heeft meegenomen. Mmmm, ik heb een donkerbruin vermoeden dat ook die landing fout kan gaan. Misschien moeten ze bij JAXA maar even de details van de landing van de Genesis-sonde nalezen.
Op dit moment zijn er drie fatsoenlijke manieren om goed naar planetoïden te kijken, de grote stukken steen in de ruimte die overblijfselen zijn van de oerwolk waaruit het zonnestelsel is ontstaan. We kunnen er met adaptieve optiek [1]Hierbij is de telescoop in staat om trillingen in de atmosfeer van de Aarde, veroorzaakt door luchtbewegingen, te compenseren. vanaf de Aarde naar kijken, met behulp van ruimtetelescopen én met met radartechnieken. Maar al deze technieken laten hooguit gedetailleerde beelden zien van de grootste honderd planetoïden en voor de radarbeelden moeten ze ook nog redelijk dicht in de buurt van de Aarde staan. Een team sterrenkundigen onder leiding van Marco Delbo (Observatoire de la Cá´te d’Azur, Frankrijk) heeft nu een nieuwe techniek ontwikkeld, waarbij met interferometrie planetoïden tot een diameter van 15 km kunnen worden waargenomen en dan kunnen ze zich in de grote planetoïdengordel bevinden. Die gordel ligt tussen de planeten Mars en Jupiter, 200 miljoen km vanaf Aarde. Om dit te realiseren gebruikt men twee van de vier Very Large telescopes (VLT) op Cerro Paranal in Noord-Chili. Die 8,2 meter telescopen gebruikt men als een interferometer, waarbij men de afzonderlijke beelden van de telescopen combineert tot één afbeelding. Het scheidend vermogen van de twee VLT’s is net zo groot als van één telescoop met een spiegel van 47 meter. 😯 Gebruikmakend van de nieuwe techniek keek men naar de planetoïde (234) Barbara. Dat leverde direct een verrassing op: de planetoïde blijkt de vorm van een enorme pinda te hebben, waarbij de ene kant 37 km groot is, de andere kant 21 km en daartussen zit een soort van overbrugging van 24 km lengte. Peanuts in Space! 😀 Bron: Eurekalert.
Sterrenkundigen hebben onlangs een bijzondere planetoïde ontdekt. Het in de ruimte zwevende rotsblok is ongeveer twee keer zo groot als een huis en z’n naam is 2009 BD. Da’s allemaal niet zo bijzonder, maar wat ‘m wel bijzonder maakt is dat ‘ie als een soort maatje van de Aarde ons vergezeld. Dat wil zeggen dat hij ongeveer met dezelfde snelheid als de Aarde een baan om de Zon beschrijft en dat Aarde en 2009 BD een soort van tandem vormen. Echt uniek is 2009 BD daarmee niet, want al enkele jaren kennen we de zogenaamde Earth Coorbital Asteroids oftewel de coorbitals, planetoïden die een semi-stabiele baan in de buurt van de Aarde hebben. Een voorbeeld van zo’n coorbital is 2003 YN107, die in 1999 in een baan om de Aarde blijkt te zijn gekomen en sindsdien ongeveer 1x per jaar daaromheen draait. De beschreven baan om de Aarde heeft de vorm van een kurketrekker. In juni 2006 hield 2003 YN107 het voor gezien bij de Aarde en zei ‘ie ons vaarwel. Nou ja, echt weg is hij niet, want over zestig jaar komt 2003 YN107 als een duveltje in een doosje weer terug en zal hij opnieuw z’n kurketrekkerbaan om de Aarde innemen. Van 2009 BD is de berekening dat hij in ieder geval tot november 2010 in de buurt van de Aarde zal blijven en wat ‘ie daarna gaat doen is onbekend. Vandaag, zondag de 25e januari anno domini 2009, stond 2009 BD in ieder geval het dichtste bij de Aarde, 644.000 km van ons vandaan. Op veilige afstand dus. 🙂 De 3D-voorstelling van de baan van 2009 BD, die je hierboven op de afbeelding ziet, kan je hier vinden. Een Java-applet om van ieder moment te zien waar de planetoïde zich bevindt. Bron: Space.com.
Afgebrokkelde planetoide bij een witte dwerg. credit: NASA/JPL-Caltech
Sterrenkundigen hebben rondom enkele witte dwergen, de eindstadia van sterren zoals de Zon, de resten gevonden van iets wat uiteengevallen planetoïden moeten zijn. Met behulp van de infraroodsatelliet Spitzer van de NASA zag men rondom acht witte dwergen dergelijke resten. Men denkt dat planetoïden net zo gewoon zijn bij andere sterren als in ons eigen zonnestelsel. Planetoïden en rotsachtige planeten hebben beiden hun oorsprong in de wolk waaruit ons zonnestelsel zo’n vijf miljard jaar geleden is ontstaan. Uit het stof ontstaan planetesimalen, die vervolgens op hun beurt samenklonteren tot rotsachtige planeten. Wat daarbij overblijft zijn de planetoïden. Als de centrale ster miljarden jaren later na een rode reusstadium z’n buitenlagen wegblaast blijft een compacte kern over, een witte dwerg. Planetoïden die te dicht in de buurt van die witte dwerg komen worden door getijdewerking uiteengerukt en dat levert verbrokkelde planetoïden op, zoals nu met de Spitzer is waargenomen. Dat deed men met behulp van de infrarood spectrograaf van Spitzer, waarmee men de scheikundige samenstelling van de fragmenten rondom de zogenaamde vervuilde witte dwergen kan meten. Men denkt dat zo’n 1% van de witte dwergen vervuild is met planetoïden-afval. Het grootste brokstuk dat men zag had een diameter van zo’n 200 km. Opvallend is dat de resten van de planetoïden wel glasachtige silicate mineralen bevatte, maar geen koolstof. Dat komt overeen met de samenstelling van planetoïden in het zonnestelsel. Drie keer raden waar het nieuws over de afgebrokkelde planetoïden bij witte dwergen bekend werd gemaakt: yep, op de 213e bijeenkomst van de AAS. Bron: Universe Today.
Volgende maand wordt op Hawaï de eerste van vier telescopen in gebruik genomen die dienst zal doen als waarschuwingssysteem voor aardscheerders, planetoïden die dichtbij de Aarde kunnen komen en die een potentiëel gevaar kunnen opleveren. De telescoop maakt deel uit van het project Panoramic Survey Telescope and Rapid Response System (Pan-STARRS), waarbij men drie maal per maand vanaf de top van Mount Haleakala op het eiland Maui de sterrenhemel aftuurt naar NEO’s, near earth objects, zoals die aardscheerders ook wel worden genoemd. NEO’s tot een diameter van 300 meter zullen zichtbaar zijn met behulp van Pan-STARRS. Iedere telescoop heeft in het hart een digitale camera met 1,4 miljard pixels. Oeps, jaloers! 🙂 Als het allemaal werkt zal Pan-STARRS drie keer zo gevoelig zijn als huidige NEO-telescopen. Nou is er alleen één groot probleem: hoe detecteren we op tijd de NEO’s die kleiner zijn dan 300 meter? Onlangs nog werd de Aarde rakelings gepasseerd door drie kleinere planetoïden, waarvan eentje zelfs de dampkring van de Aarde binnendrong boven noord-Soedan. Wie komt er met een Pan-STARRS-plus versie? Bron: Technology Review.
Nalichtend spoor van 2008 TC3. Credit: Mohamed Elhassan Abdelatif Mahir (Noub NGO), Dr. Muawia H. Shaddad (Univ. Khartoum), Dr. Peter Jenniskens (SETI Institute/NASA Ames)
Op zeven oktober jongstleden hadden we de unieke gebeurtenis dat we meemaakten dat een planetoïde de dampkring van de Aarde binnendrong. Dat was de drie meter grote planetoïde 2008 TC3, die ergens boven noord-Soedan de dampkring binnenvloog en daar grotendeels verbrandde. De verwachting was dat de planetoïde vanaf Aarde door velen gefotografeerd en/of gefilmd zou worden, maar dat viel knap tegen. Er was vanuit een satelliet één opname gemaakt en van de planetoïde was ook een video gemaakt vóórdat ‘ie de dampkring binnenkwam. Dat bescheiden setje waarnemingen is nu met een derde waarneming uitgebreid: ene Mohamed Elhassan Abdelatif Mahir heeft een video gemaakt van het nalichtend spoor van 2008 TC3 (één still daaruit zie je hierboven). Normaal wordt die term nalichtend spoor voor meteoren gebruikt, maar voor deze gelegenheid kunnen we ‘m ook mooi gebruiken. Er zijn behalve de visuele getuigenissen ook enkele waarnemingen van 2008 TC3 gedaan, onder andere van een KLM-piloot die op het moment van binnenkomst zo’n 1.390 km verderop vloog. Om 02.46 uur UTC zag deze piloot een korte flits. Ook zou een webcam in Egypte de vlucht van de planetoïde per ongeluk hebben vastgelegd. Laatste waarneming tenslotte is van een infra-geluidsstation in Kenia die de geluidsgolven van 2008 TC3 heeft gedetecteerd, op basis waarvan men heeft berekend dat de planetoïde een impact veroorzaakte gelijk aan 1,1 tot 2,1 kT van TNT. Bron: Universe Today.