Licht en donker, dichtbij en ver weg, alles op één foto

Abell 315. Credit: ESO/J. Dietrich

De organisatie van de Europese Zuidelijke Sterrenwachten (ESO) heeft vandaag de foto hiernaast gepubliceerd, een prachtige mix van allerlei interessante dingen. Dubbelklikken voor een groot exemplaar, anders snap je d’r niks van. In ’t midden van de foto, linksonder van die heldere ster zie je een heleboel gele spikkels. Dat zijn de sterrenstelsels die deel uitmaken van de cluster genaamd Abell 315 in het sterrenbeeld Walvis (Cetus) en gefotografeerd door de Wide Field Imager op de MPG/ESO 2,2m telescoop van het La Silla Observatorium in Chili. Het ‘licht’ daarvan heeft er twee miljard jaar over gedaan om ons te bereiken. Ergo, de afstand is twee miljard lichtjaar. Wat we op de foto zien is slechts 10% van de totale aanwezige massa. De andere 90% bestaat uit heet gas tussen de sterrenstelsels (10%) én ‘donkere’ materie (80%). Dá t er donkere materie is kan men zien aan de gravitatielenzen, waarbij de donkere materie van Abell 315 het licht van erachterliggende sterrenstelsels afbuigt. Op basis van de waarnemingen schat men dat de totale massa van Abell 315 op een ongelooflijke 100.000 x miljard zonmassa’s. 😯 Afijn, da’s licht en donker op de foto. Dan dichtbij en ver weg. Zoals gezegd ligt Abell 315 twee miljard lichtjaren ‘ver weg’ en de erachterliggende sterrenstelsels nog véél verder. Op de (vergrote) foto zie je ook allerlei gekleurde streepjes: planetoïden in ons zonnestelsel die gedurende de tijdsopname van 2,5 uur een klein stukje door het beeldveld van 33 x 34 boogminuten (˜ Volle Maan) bewogen. De verschillende kleuren onstonden door het gebruik van verschillende filters. Die planetoïden bevinden zich zo’n 100 á 200 miljoen km, da’s zo’n 100.000.000.000.000 keer ‘dichterbij’ dan die verste sterrenstelsels. En daarmee hebben we de combi dichtbij en ver weg, prachtig in beeld gebracht. Bron: ESO + Bad Astronomy.

Voor ’t eerst waterijs ontdekt op een planetoïde

Ook planetoïden bevatten water(-ijs). Creit: NASA/JPL-Caltech/T. Pyle (SSC)

We hadden afgelopen jaar al zekerheid over water in de vorm van waterijs op Mars en op de Maan, maar daar kunnen we nu ook planetoïden aan toevoegen. Van planetoïden hadden we altijd het idee dat die rotsachtig én droog waren, in tegenstelling tot kometen, die vuile sneeuwballen waren. Maar twee onafhankelijke teams van sterrenkundigen hebben nu waterijs aangetoond op het oppervlakte van de planetoïde 24 Themis, eentje die zich ophoudt in het gebied tussen Mars en Jupiter. De planetoïde is ontdekt op 5 april 1853 en het is de grootste van de zogenaamde Themis-familie. Het vermoeden van ijs op Themis was al in 1998 door één van die teams geuit, maar een team heeft met behulp van NASA’s Infrared Telescope Facility op Hawaï met zekerheid waterijs gezien mét organische moleculen daarin, inclusief polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s). Op grond van de afstand tot de Zon zou Themis een ijslaag van 1 meter dikte per jaar moeten verliezen door verdamping, maar kennelijk is er een proces waardoor nieuw ijs wordt aangemaakt. Wellicht dat Themis ooit gebotst is met een ijsachtig object, zoals een komeet uit de Kuipergordel, of dat het ijs stamt uit een vroegere tijd en dat het lange tijd verborgen heeft gelegen onder rotslagen en dat het nu weer tevoorschijn komt. Men denkt dat kometen én planetoïden zoals Themis ooit aan de basis hebben gestaan van de oceanen op Aarde, dus sterrenkundigen zullen vast en zeker verder onderzoek gaan doen. Bron: New Scientist.

Half juni zal Hayabusa terugkeren op Aarde

Hayabusa’s terugkeer. Credit: JAXA

De Japanse ruimtesonde Hayabusa, die de planetoïde 25143 Itokawa op 26 november 2005 heeft bezocht, keer half juni dit jaar terug op Aarde. Dat wil zeggen dat een 18 kg zware capsule zich los zal maken van de rest van de sonde en dan af zal dalen in de atmosfeer en tenslotte per parachute zal landen in Australië. Aan boord van die capsule bevinden zich hopelijk de monsters die Hayabusa bij z’n dertig minuten durende bezoek aan Itokawa heeft gegraven en meegenomen. De rest van Hayabusa passeert de Aarde en zal roemloos de ruimte in verdwijnen. Hayabusa (Japans voor Valk), formeel bekend onder de naam MUSES-C (staat voor Mu Space Engineering Spacecraft C),  werd op 9 mei 2003 gelanceerd. Ik heb hier al vaker geschreven over de ellende die Hayabusa heeft meegemaakt  en er zou een boek over kunnen worden geschreven – vast en zeker met de titel “Hayabusa en de wet van Murphy”. Maar de technici van de Japanse ruimtevaartorganisatie JAXA hebben de moed nooit laten zakken. Projectleider Jun’ichiro Kawaguchi verklaarde dat op 27 maart j.l. de hoofdmotor van Hayabusa werd stopgezet en dat ‘ie vanaf dat moment met een vaartje van zo’n 400 meter per seconde hierheen ‘zeilt’. Lees verder

Vanderwaalskrachten houden kleine planetoïden bijeen

Geplaatst in planetoïden | Getagged Hayabusa, Itokawa, planetoïden | Geef een reactie

Hét moment om planetoïde Vesta te bekijken

De baan van Vesta. Credit: Hemel.waarnemen.com.

Ooit wel eens met eigen ogen door een kleine telescoop of verrekijker een blik willen werpen op een planetoïde? Dan is dít je kans, want de planetoïde 4 Vesta, als vierde planetoïde ontdekt door Wilhelm Olbers in 1807, staat momenteel erg gunstig aan de hemel in het sterrenbeeld Leeuw én hij is met een visuele helderheid van +6,1m een gemakkelijke ‘prooi’. Het wordt je helemaal makkelijk gemaakt Vesta te vinden doordat de planetoïde, die met een diameter tussen de 468 en 530 km ná Ceres de grootste planetoïde is, vlakbij de sterren γ Leonis (Algeiba) en 40 Leonis staat. Volgens de Sterrengids 2010 staat Vesta komende dinsdag om een uur of 21.20 uur zelfs precies tussen deze sterren in, een tikkeltje dichter bij 40 Leo dan bij γ Leo. Als ik die datum/tijd in Stellarium intik komt er bij mij vreemdgenoeg een driehoek uit qua onderlinge stand, maar ik ga er maar even vanuit dat de Sterrengids het bij het rechte eind heeft. γ Leo is overigens een bekende dubbelster, met twee componenten van +2,4 en +3,6m, die 4,6″ van elkaar verwijderd staan. Je moet een kleine telescoop gebruiken om die twee van elkaar te kunnen onderscheiden. Vesta staat overigens op 18 februari a.s. in oppositie. Bron: Sterrengids 2010 + Hemel.waarnemen.

Vier planetoïden vernoemd naar Nederlanders

Geplaatst in geschiedenis, planetoïden | Getagged planetoïden | 7 reacties

Hubble ziet X-vorm in vreemde object P/2010 A2

X-vormige structuur in P/2010 A2. Credit: NASA, ESA, and D. Jewitt (University of California, Los Angeles)

Over dat vreemde object P/2010 A2 heb ik jullie eerder verteld. Vijf en acht dagen na dat bericht (25 resp. 29 januari j.l.) keek de Hubble ruimtetelescoop er naar en wat bleek: in de kop van ’t object is een soort van X-vormige structuur te zien. De waargenomen filamenten in de kop voeden de suggestie dat het niet gaat om een komeet, maar om het restant van een botsing tussen twee planetoïden. Die zouden recentelijk met een snelheid van zo’n 5 km per seconde tegen elkaar zijn geknald en P/2010 A2 is daar het overblijfsel van. Bij een botsing met een dergelijke snelheid spreekt men van een hypervelocity collision. P/2010 A2 werd op 6 januari 2010 ontdekt met behulp van de Lincoln Near-Earth Asteroid Research (LINEAR) sky survey in New Mexico. Op basis van de waarnemingen met Hubble denken wetenschappers dat de kern van P/2010 A2 zo’n 140 meter in diameter is. De baan van P/2010 A2 wijst erop dat men te maken heeft met een lid van de zogenaamde Flora familie van planetoïden. Die familie kennen we maar al te goed, want vermoedelijk stortte een ander familielid 65 miljoen jaar geleden neer op Aarde, het einde betekenent van de dinosaurussen. Oeps! Bron: Science Daily.

WISE heeft z’n eerste planetoïde te pakken

Credit: NASA/WISE.

De op 14 december 2009 gelanceerde satelliet WISE, NASA’s Wide-field Infrared Survey Explorer die de gehele infrarood-hemel in kaart moet gaan brengen, heeft op 12 januari j.l. z’n eerste planetoïde ontdekt. Het stuk steen is ongeveer een kilometer in doorsnede en z’n afstand tot de aarde is op dit moment 158 miljoen km. Naam van WISE’s eerste ontdekking: 2010 AB78. Onthouden hé! 😉 Hij staat hierboven op de foto, dat rode stipje. Ik zal niet alle planetoïden die WISE met z’n infraroodogen gaat ontdekken melden, want de verwachting is dat ‘ie er meer dan honderduizend zal ontdekken. Zal een tikkie saai worden, nietwaar? Van die reusachtige groep nog te ontdekken planetoïden zullen er enkele honderden zijn die in de buurt van de aarde kunnen komen en die zullen nauwlettend in de gaten worden gehouden. Naast planetoïden zal WISE naar verwachting ook vele miljoenen sterren en sterrenstelsels ontdekken, die alleen zichtbaar zijn in infraroodlicht. We zullen er nog veel van horen. Bron: NASA.

Aarde geeft nabije planetoïden verjongingskuur

Verschillende planetoïden. Credit: NASA.

De aarde komt af en toe in botsing met planetoïden, meestal kleintjes, maar soms ook met een grote joekel. Vreemd genoeg blijkt de aarde ook andersom invloed uit te oefenen op de planetoïden en wel op een bijzondere manier. Door vlak langs de aarde te scheren – maximaal 1/4e van de afstand tussen de aarde en de maan – kunnen de planetoïden hun uiterlijk jong houden. Onderzoek van een groep Franse en Amerikaanse sterrenkundigen onder leiding van Richard Binzel (MIT) aan een groep ‘aardscheerders’ (near-Earth asteroids, oftewel NEA’s) heeft laten zien dat de planetoïden tijdens een vlucht vlak langs de aarde diens getijdekrachten voelen. Daardoor komt niet-verweerd bodemmateriaal (regolieth) aan de oppervlakte en dat zorgt ervoor dat ze vanaf de aarde gezien jonger lijken. Binzel en collega’s onderzochten 95 planetoïden met afmetingen tussen 200 en 4000 meter. Uit computerberekeningen bleek dat 75 planetoïden van de groep in het verleden (max. 0,5 miljoen jaar geleden) dicht bij de aarde zijn gekomen. Al deze planetoïden bleken een jong niet-verweerd uiterlijk te hebben. Omgekeerd werden er geen jong ogende planetoïden gevonden die niet een keertje dicht langs de aarde waren gescheerd. Planetoïden die niet in de buurt van de aarde komen hebben een oud uiterlijk, met name doordat het oppervlak sterk kan verweren onder invloed van geladen deeltjes van de zon. Kortom, de aarde schijnt de nabije planetoïden een soort verjongingskuur te bezorgen. Men denkt dat de getijdekrachten ervoor zorgt dat de planetoïde ietsje vervormt of gaat trillen, met vers regolieth aan de oppervlakte als resultaat. Afgelopen donderdag verscheen een artikel van Binzel et al  over de ontdekking in het wetenschappelijke vakblad Nature. Bron: Science Daily + NRC-Handelsblad, 23 januari 2010.

Vreemde objecten in de planetoïdengordel gevonden

P/2010 A2 plús staart. ames Annis (Fermilab), Marcelle Soares-Santos (FermiLab and University of Sao Paulo) and David Jewitt (UCLA

Sterrenkundigen hebben twee vreemde objecten ontdekt in de planetoïdengordel, het gebied tussen de planeten Mars en Jupiter. Het gaat om een smal stofspoor van bijna 200.000 km lengte dat aan de kop vergezeld wordt door twee objecten, waarvan de eerste een paar honderd meter groot is. Dat eerste object, P/2010 A2 genaamd, werd op 6 januari 2010 ontdekt met behulp van de Lincoln Near-Earth Asteroid Research (LINEAR) sky survey in New Mexico. Op 14 januari keek men met de Nordic Optical Telescope (NOT) op La Palma naar P/2010 A2 en vlak in de buurt zag men toen het andere object, waarvan ik de naam nog nergens heb kunnen vinden, en dat als een soort tandem meebeweegt met P/2010 A2. Beide objecten draaien in 3,5 jaar in een bijna cirkelvormige baan om de zon. En dat maakt het lastig om te spreken van kometen, want die hebben ellipsvormige banen. Wellicht gaat het om een soort kruising tussen komeet en planetoïde, die onlangs gas, gruis en dat begeleidende brokstuk heeft uitgestoten. Dergelijke combi’s van komeet en planetoïde worden Main Belt Comet’s  (MBC’s) genoemd, al heb ik het een keer gemakshalve kometoïden genoemd. Als P/2010 A2 inderdaad zo’n kruising is dan zijn er op dit moment vijf van dergelijke objecten bekend. Het zou óók kunnen dat we getuige zijn van de restanten van een ‘ordinaire’ botsing tussen twee planetoïden. Dat zou dan voor het eerst zijn dat we zoiets zien. Bron: Astro Bob + NRC-Handelsblad, 21 januari 2010.