Planetoïde vernoemd naar honderdjarige Miep Gies

Miep Gies

Na de in de Tweede Wereldoorlog omgekomen dagboekschrijfster Anne Frank, krijgt nu ook Miep Gies een planetoïde naar zich vernoemd. Dat heeft de Internationale Astronomische Unie (IAU) bekendgemaakt. Miep Gies was een van degenen die met gevaar voor eigen leven onderduikers hielp die zich schuil hielden in het ‘achterhuis’ van de Prinsengracht 263 in Amsterdam. Onder hen bevonden zich Anne Frank, haar zus en haar ouders. Na de arrestatie van de onderduikers op 4 augustus 1944 vond Gies de dagboekpapieren van Anne Frank en verstopte die. Na de oorlog gaf ze de documenten aan Otto Frank, die als enige de concentratiekampen had overleefd. Hij zorgde ervoor dat het dagboek van zijn in Bergen-Belsen omgekomen dochter werd uitgegeven. Inmiddels is het in zo’n zeventig talen vertaald en zijn er ruim dertig miljoen exemplaren van verkocht. Daarmee behoort het tot een van de meest gelezen boeken ter wereld. Miep Gies vierde 15 februari dit jaar haar honderdste verjaardag. Zij is in 1909 geboren als Hermine Santrouschitz. De nu naar haar vernoemde planetoïde, die voortaan ‘Miepgies’ heet en die voorheen te boek stond als 99949 (1972 FD), beweegt zich op een afstand van 327 miljoen tot 441 miljoen kilometer van de zon in een baan tussen de planeten Mars en Jupiter. Een planetoïde bestaat meestal uit rotsachtig materiaal en kan variëren in omvang van een kleine kei tot een heuse miniplaneet met een diameter van 1.000 kilometer. De diameter van planetoïde Miepgies bedraagt naar schatting 7 kilometer. Van de bijna 218.000 ontdekte planetoïden zijn er 294 planetoïden vernoemd naar Nederlanders, Nederlandse geografische benamingen én romanfiguren. Nobelprijswinnaars Gerard ’t Hooft en Martinus Veldman hebben er een, evenals de schrijfsters Cissy van Marxveldt en Hella Haasse. Ook Rembrandt, Vincent van Gogh en Michiel de Ruyter cirkelen rond in de ruimte. Eerder dit jaar werd een planetoïde vernoemd naar Prof. Mr. Pieter van Vollenhoven, ambassadeur van het Internationaal Jaar van de Sterrenkunde 2009. Bron: Nova.

Aardscheerder met twee manen ontdekt

Drievoudig planetoïde 1994 CC. Credit: NASA/JPL.

Radarbeelden hebben aangetoond dat de planetoïde met de catalogusnaam 1994 CC twee kleine manen heeft die om de planetoïde heen bewegen. 1994 CC werd op 12 en 14 juni j.l. onderzocht door NASA’s Goldstone Solar System Radar en daaruit bleek dat er om de 700 meter brede planetoïde twee maantjes cirkelen, ieder zo’n 50 meter in doorsnede. Op 10 juni naderde 1994 CC de Aarde tot een afstand van 2,5 miljoen km en dat maakt ‘m tot een zogenaamde aardscheerder [1]In het Engels spreekt men van een NEO (near Earth orbit/object) of een NEA (near Earth asteroid).. Het drievoudige systeem werd bevestigd door waarnemingen met de radar van het Arecibo Observatory in Puerto Rico. Voor de volgende keer dat 1994 CC in de buurt komt van de Aarde moeten we geduld opbrengen: dat zal pas in 2074 zijn. 1994 CC is trouwens niet de eerste drievoudige planetoïde die ontdekt is. Die eer valt te beurt aan 2001 SN263. Bron: NASA/JPL.

References[+]

References
1 In het Engels spreekt men van een NEO (near Earth orbit/object) of een NEA (near Earth asteroid).

Vreemde retrograde planetoïde waargenomen

Baan van 2009 HC82. Credit: NASA.

Woensdag is door de Catalina Sky Survey in Arizona een vreemde planetoïde ontdekt. De planetoïde, die de naam 2009 HC82 draagt, heeft een zogenaamde retrograde beweging, dat wil zeggen dat ‘ie in precies de tegenovergestelde richting om de Zon beweegt als de planeten. Die beweging maakt ‘m niet vreemd, want er zijn een twintigtal van dat soort planetoïden bekend. Wat wel vreemd is dat is dat 2009 HC82 een periode van 3,39 jaar om de Zon maakt, dat ‘ie de Aarde tot 3,5 miljoen km kan naderen. Met zo’n baan zou de planetoïde, die ongeveer 2 á 3 km groot is, namelijk al lang bekend moeten zijn. In het jaar 2000 bijvoorbeeld had ‘ie ook makkelijk ‘gespot’ kunnen zijn. Het vlak van 2009 HC82 maakt een hoek van maar liefst 155° met het vlak van de ecliptica, het zonnevlak. Geen enkele van die twintig bekende retrograde planetoïden komt zó dicht bij de Aarde. Het zou kunnen dat het gaat om een uitgedoofde komeet, eentje die bij nadering van de Zon geen staart meer produceert. Van planetoïden is bekend dat ze bijna allemaal tussen de banen van Mars en Jupiter bewegen. Onder invloed van de zwaartekrachtswerking van Jupiter wil zo’n planetoïde wel eens naar de binnenste delen van het zonnestelsel worden geslingerd. Hetzelfde gebeurt met kometen die in de Kuipergordel aan de buitenrand van het zonnestelsel zitten: die willen af en toe door de werking van de planeet Neptunus richting binnendelen worden geslingerd.

In 99% van de gevallen betekent dat de planetoïde of komeet dezelfde bewegingsrichting als de planeten volgt, maar ik een klein aantal gevallen levert dat zo’n retrograde beweging op en 2009 HC82 is er daar eentje van. Maar vervolgonderzoek zal moeten uitwijzen wat de ware aard van het object is. Bron: New Scientist + Starts with a Bang.

Dinosaurussen niet uitgeroeid door planetoïde

Credit: NASA

In 1978 werden op het noordelijke gedeelte van het Mexicaanse schiereiland Yucatan de restanten van de Chicxulub krater gevonden, 180 km in doorsnede. Sinds die tijd is de theorie gangbaar dat de inslag van een planetoïde 65 miljoen jaar geleden er voor gezorgd zou hebben dat de dinosaurussen van de aardbodem verdwenen, tesamen met 65% van de diersoorten. Eh… twee keer 65, da’s toeval hoor. Op die ouderdom was men gekomen doordat in de zogenaamde K-T overgang, die de geologische grens van de tijdperken Krijt en Tertiair markeert, wereldwijd iridium werd gevonden met daarin geschokte kwartskorrels en kleine ronde klasten van verweerd glas. Probleem met de planetoïde-uitroeiingstheorie is echter dat die Chicxulub krater wel eens ouder zou kunnen zijn dan het iridium in de K-T overgang. Onderzoek van Gerta Keller (Princeton Universiteit in New Jersey) en Thierry Adatte (Universiteit van Lausanne, Zwitserland) laat zien dat de krater wel 300.000 jaar ouder is dan de iridiumlaag. In Mexicaanse gesteentelagen kwamen Keller en Adatte eerst lagen tegen die verband hielden met de inslag van de Chicxulub planetoïde, die ongeveer 10 km in diameter moet zijn geweest, en daarboven zat de K-T laag. Verder bleek uit onderzoek van restanten van diersoorten in de sedimentlagen dat de inslag van de Chicxulub planetoïde helemaal niet zo’n grote uitroeiing van diersoorten tot gevolg had. Tussen de ‘Chicxulub-laag’, om het zo maar even te noemen, en de K-T laag kwam men op één plek in Mexico wel 52 van die restanten tegen. Kortom, de inslagtheorie kan vermoedelijk in de spreekwoordelijke prullebak. Grote vraag is natuurlijk wat dan wel de uitroeiing van de dinosaurussen veroorzaakte. Keller denkt dat daar de enorme vulkanische uitbarsting van de Dekkan Traps in India verantwoordelijk voor was, hetgeen leidde tot een dodelijk broeikaseffect. Bron: National Science Foundation.

Ook planetoïden verkleuren door de Zon

Credit: ESO/M. Martins

Met het heerlijk weertje van de laatste tijd zie je al regelmatig mensen zonnen op balkon of in de tuin en een bruin kleurtje krijgen. Verkleuren door de Zon schijnt niet uitsluitend voorbehouden te zijn aan mensen, want onderzoek van een groep sterrenkundigen onder leiding van Pierre Vernazza heeft laten zien dat ook planetoïden kunnen verkleuren onder invloed van zonlicht. Alleen duidt een grijze kleur bij planetoïden op een jonge leeftijd en rood op een oude leeftijd. De sterrenkundigen keken met diverse telescopen naar planetoïden, onder andere met ESO’s New Technology Telescope op La Silla en de Very Large Telescope op Paranal, beiden in Chili. Het was sterrenkundigen al eerder opgevallen dat planetoïden, de rotsblokken die vooral voorkomen tussen de banen van Mars en Jupiter, niet altijd hetzelfde uiterlijk hebben. De kleur kan variëren van grijs tot bruin-rood en het reliëf loopt uiteen van glad tot pokdalig. Het onderzoek van Vernazza et al leverde op dat jonge planetoïden al binnen een miljoen jaar kunnen verkleuren door het zonlicht. Planetoïden kunnen ontstaan als grote planetoïden door bijvoorbeeld een botsing  uiteenvallen in kleinere brokstukken (zoals je links op de afbeelding ziet). Door naar hun baanelementen te kijken kan men zien welke planetoïden zogenaamde families vormen, die allemaal dezelfde origine hebben. De verkleuring van de buitenkant van de planetoïden is het gevolg van de bestraling door geladen deeltjes – vooral ionen – van de Zon. Na een miljoen jaar gaat het verweringsproces een stuk trager, hetgeen vermoedelijk komt doordat dan andere processen belangrijker worden voor de buitenkant van de planetoïden, zoals de inslagen van micrometeorieten. Opmerkelijk is ook dat men oudere aardscheerders heeft ontdekt, planetoïden die dichtbij de Aarde kunnen komen, die toch vrij grijs zijn en  jong lijken te zijn. Vernazza en z’n collegae denken dat deze planetoïden hun jonge uiterlijk behouden doordat ze tijdens zo’n scheervlucht als gevolg van getijdekrachten tijdelijk worden ‘opgeschud’ en vers bodemmateriaal naar het oppervlak komt. Vandaag verscheen in het Engelse vakblad Nature een artikel over de verkleuring van planetoïden door de Zon. Bron: ESO + NRC-Handelsblad, 23 april 2009.

NASA overdenkt een MAAT voor Apophis

Op 13 april 2029 scheert planetoïde Apophis [1]270 meter in diameter en 21 miljard kg schoon aan de haak. langs de Aarde en berekeningen over de kans dat deze tegen onze geliefde moederplaneet botst lopen uiteen van 2,7% tot een iets rustgevender 1 op 45.000. Maar zeven jaar nadien komt ‘ie weer langs en als gevolg van de zwaartekrachtswerking van de Aarde zou Apophis wel eens gevaarlijk dichterbij kunnen komen, nóg dichterbij dan z’n eerste passage. De Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA is geen club die achteroverleunt en denkt ‘Ach, we zien het allemaal wel’ en daarom is een denktank bezig om een oplossing te bedenken voor het geval Apophis écht tegen de Aarde dreigt te botsen. Die knappe koppen ontwikkelen momenteel een zogenaamd Measurement and Analysis of Apophis Trajectory, oftewel een MAAT. Dat wordt een soort satelliet die om Apophis komt te bewegen en die de planetoïde middels z’n kleine maar effectieve zwaartekracht een tikkeltje van z’n baan kan brengen. Een kleine koerscorrectie kan al genoeg zijn om de Aarde niet als Bull’s Eye te laten fungeren. Radio- en laserapparatuur aan boord van MAAT moet in de gaten houden wat de exacte koers van Apophis is. Als MAAT slaagt in z’n missie is het voor de gehele mensheid een fantastische maat! Laat die denktank maar goed z’n best doen. 😀 Bron: Free Space.

References[+]

References
1 270 meter in diameter en 21 miljard kg schoon aan de haak.

Planetoïde naar Pieter van Vollenhoven genoemd

Credit: RVD/Koninklijkhuis.nl

Pieter van Vollenhoven, echtgenoot van Prinses Margriet, lid van die bekende rampencommissie én ook nog eens pianist heeft nu zijn eigen planeetje. De Internationale Astronomische Unie (IAU) heeft planetoïde (12170) naar hem vernoemd. Het is een rotsachtige planeet met een doorsnede van enkele kilometers, die rond de zon cirkelt in een baan tussen de planeten Mars en Jupiter. ‘12170’ is op 16 oktober 1977 ontdekt en draait op een gemiddelde afstand van 458 miljoen kilometer rond de zon. De Leidse sterrenkundige Ingrid Van Houten-Groeneveld, mede-ontdekster van de planetoïde, heeft Van Vollenhoven voorgedragen vanwege zijn ‘actieve bijdragen aan de popularisering van de sterrenkunde en de ruimtevaart in Nederland’. Van Vollenhoven is onder meer ambassadeur van het Internationaal Jaar van de Sterrenkunde 2009 en heeft zich in de jaren tachtig sterk gemaakt voor de realisering van een astronomisch wetenschapscentrum in Nederland. Hij is ook voorzitter van de raad van advies van de sterrenwacht in Utrecht. Circa 300 van de ruim 200.00 genummerde planetoïden zijn vernoemd naar Nederlanders, Nederlandse steden en romanfiguren. Eh… voor wie denkt met een 1 april grap te maken te hebben: kijk maar even in deze lijst van de Universiteit van Harvard, nummertje 12170. Bron: diverse Vaderlandsche Couranten anno domini 1 april 2009.

Om meerdere redenen een bijzondere foto

ARP 261. Credit: ESO.

Zie hier ARP 261, een tweetal sterrenstelsels in het sterrenbeeld Weegschaal  in een gravitationele interactie verwikkeld die uiteindelijk zal leiden tot een merger, een samengaan van de twee stelsels. Halton Arp, de beroemde Amerikaanse sterrenkundige nam het duo op in z’n catalogus van bijzondere sterrenstelsels uit 1966. Maar de hier getoonde foto van ARP 261, die gemaakt werd met behulp van het zogenaamde FORS2 [1]FOcal Reducer and low dispersion Spectrograph nummertje 2. instrument op ESO’s Very Large Telescope in Chili, is niet alleen bijzonder vanwege deze twee sterrenstelsels. Hij is om een aantal aspecten bijzonder. Zo ging het de makers van de foto met name om een supernova die middenin ARP 261 te zien is. Een tikkeltje rechts van het helderste deel van ARP 261 staat die geëxplodeerde ster. Het bijzondere is namelijk dat die supernova al in 1995 plaatsvond en dat ‘ie nu nog steeds zichtbaar is! Normaal gesproken zijn supernova enkele maanden zichtbaar en daarna kwijnen ze wel in de vergetelheid, hooguit een uitdijende supernovarestant achterlatend. Dit exemplaar weet echter niet van ophouden. Een andere bijzonderheid van de foto is dat er ook ‘per ongeluk’ twee planetoïden mee zijn gefotografeerd. Links van ARP 261 zie je een rood-groen-blauw spoor, hetgeen planetoïde 14670 voorstelt en bovenaan zie je eenzelfde spoor en da’s planetoïde 9735. Die kleuren hebben te maken met het feit dat tijdens de tijdopname de planetoïden een stukje door het beeld bewegen én dat er drie verschillende kleurfilters op drie tijdstippen zijn gebruikt. Laatste bijzonderheid en daarna hou ik erover op: de foto toont prachtig de relativiteit van afstanden. Helemaal onderaan is een heldere ster te zien. Afstand daartoe: zo’n 500 lichtjaar. Da’s pak ‘m beet 20 miljoen keer keer verder dan die twee planetoïden van ons verwijderd zijn. Maar die 500 lichtjaar stelt weer niks voor ten opzichte van ARP 261, die 70 miljoen lichtjaar verderop staat. En die afstand stelt weer niets voor ten opzichte van de cluster van sterrenstelsels, die je in de rechteronderhoek ziet en die zo’n 50 tot 100 keer verder weg staan dan ARP 261. Kortom, een bijzonder plaatje. Mogen ze vaker maken. 🙂 Bron: Eurekalert.

References[+]

References
1 FOcal Reducer and low dispersion Spectrograph nummertje 2.