‘Oumuamua is een soort mini-Pluto met een dikke laag stikstofijs

Impressie van ‘Oumuamua. Credit: William Hartmann.

Het eerste interstellaire object (ISO) dat ontdekt is was 1I/’Oumuamua, een klein pannenkoekvormig object dat op 9 september 2017 z’n periheliumpassage langs de zon maakte. Toen die kort voor perihelium werd ontdekt dacht men te maken te hebben met een soort van planetoïde, maar toen ‘Oumuamua de maanden erna plotseling ging versnellen leek er sprake te zijn van uitstroom van gassen. Sindsdien is er veel discussie over de ware aard van ‘Oumuamua, waarbij zelfs geopperd werd dat het gaat om een ruimteschip vol met aliens, die het zonnestelsel bezochten. Recent hebben de tweee sterrenkundigen Steven Desch en Alan Jackson (Arizona State University) nog eens alle informatie die bekend is over ‘Oumuamua op een rijtje gezet – zie de twee vakartikelen hierover onderaan de blog – en daaruit blijkt dat ‘Oumuamua veel gelijkenis vertoont met Pluto, de dwergplaneet in de buitenste regionen van ons zonnestelsel, en met Triton, de grootste maan van Neptunus. Beiden hebben een hoog albedo, dat wil zeggen een hoog reflecterend vermogen. Ook hun samenstelling is gelijk. Pluto heeft een oppervlak dat bestaat uit stikstofijs. Men denkt daarom dat ‘Oumuamua voor het grootste deel ook uit stikstofijs bestaat. Dat is verdampt snel als het wordt blootgesteld aan sterk zonlicht en dat is bij de periheliumpassage ook gebeurd, hetgeen de waargenomen versnelling verklaart.

Credit: S.Selkirk/ASU

Dat ‘Oumuamua bij die versnelling geen coma ontwikkelde, zoals je bij een komeet zou verwachten, komt omdat er vermoedelijk weinig waterijs op z’n oppervlak ligt. En ook dat heeft ’t gemeen met Pluto. Desch en Jackson denken dat ‘Oumuamua ongeveer 400 miljoen jaar geleden in een ander planetenstelsel is afgebroken door een inslag op een kleine ijsachtige planeet , eentje die op Pluto lijkt. Hij moet niet altijd zon pannekoekachtige vorm hebben gehad, die heeft ‘ie pas gekregen door de ‘reis naar het zonnestelsel, onder invloed van kosmische straling. En de passage door het binnenste deel van het zonnestelsel heeft ‘m veel massa gekost. Daarbij heeft ‘Oumuamua naar schatting maar liefst 95% van al z’n stikfstofijs verloren (zie afbeelding hierboven).

Vakartikelen

  1. Alan P. Jackson & Steven J. Desch. “1I/‘Oumuamua as an N2 ice fragment of an exo? Pluto surface: I. Size and Compositional Constraints.” Journal of Geophysical Research: Planets (2021). DOI: 10.1029/2020JE006706.
  2. S. J Desch & A. P Jackson. “1I/‘Oumuamua as an N2 ice fragment of an exo?pluto surface II: Generation of N2 ice fragments and the origin of ‘Oumuamua.” Journal of Geophysical Research: Planets (2021). DOI: 10.1029/2020JE006807.

Bron: ASU.

Pluto’s bergtoppen – bedekt met methaanijs – ontstaan anders dan die op aarde

Inzet: de besneeuwde bergtoppen op Pigafetta Montes. Rood is veel methaan, blauw weinig. Credits: NASA/JHUAPL/SwRI and Ames Research Center/Daniel Rutter

Op 4 juli 2015 – Independanceday in the VS – vloog de New Horizons ruimteverkenner van de NASA langs Pluto. Uit de waarnemingen die toen zijn gedaan bleek eerder al dat de bergtoppen op Pluto bedekt zijn met methaanijs en dat ze daardoor helder zijn, zoals te zien is op bovenstaande foto, waarop de besneeuwde toppen van Pigafetta Montes te zien zijn, een bergketen op Pluto. Uit simulaties die men heeft gedaan blijkt nu dat die besneeuwde bergtoppen op aan andere manier ontstaan, dan zoals dat op aarde gebeurt met de hoge bergen. Bij ons op aarde neemt de temperatuur af naarmate je hoger komt, hetgeen komt omdat lucht uitzet als het hoger komt en dan afkoelt. Waterdamp condenseert daardoor hoog in de bergen en komt neer als sneeuw. Op Pluto is het precies andersom, daar stijgt de temperatuur van de ijle atmosfeer, naarmate je hoger komt. Die atmosfeer bestaat vooral uit stikstof, maar er komt ook methaan voor. Dat methaan absorbeert de straling van de zon en aangezien het methaan vooral in de hogere ‘luchtlagen’ voorkomt wordt het daar wamer dan bij het oppervlak. Driedimensionale modellen laten nu zien dat het dat methaan is dat hoog in de lucht op de bergtoppen van Pluto condenseert en dan daar neerslaat. Zo komt Pluto aan z’n besneeuwde bergtoppen.

De Tartarus Dorsa regio op Pluto (Credit: NASA).

Men denkt dat het Tartarus Dorsa gebied op Pluto, dat er met z’n spectaculair steile richels uitziet als een slangenvel, op dezelfde manier aan z’n ijsm komt, door condensatie van methaan. In Nature verscheen dit vakartikel over het onderzoek aan de besneeuwde bergtoppen op Pluto. Bron: NASA.

New Horizons na acht miljard kilometer op de teller nog topfit

Met het ‘Stellar Parallax Experiment’, de uitgave van het meest complete onderzoeksboek over Pluto, missienieuws, een korte terugblik, alsook een 3D-model van de NH om zelf uit te printen, viert NASA uitgebreid de perfecte conditie waarin het ruimteschip de New Horzons zich momenteel bevindt. Recent heeft het NASA New Horizons-missieteam een grote technische evaluatie van New Horizons uitgevoerd en daaruit bleek dat de NH nog steeds topfit is. De huidige conditie van NH werd vergeleken met de toestand op het moment van lancering en deze is onveranderd, zo concludeerde het missieteam, elk wetenschappelijk instrument aan boord van New Horizons werkt net zo goed als 14 jaar geleden. NH was de eerste ruimtevaartmissie naar de dwergplaneet Pluto en werd gelanceerd op 19 januari 2006. Doel van de missie was het onderzoeken van de samenstelling en de atmosfeer van Pluto, zijn manen en andere Kuipergordelobjecten (waar Pluto en zijn manen deel van uitmaken). Nu in 2020, met ruim 8 miljard km op de teller geeft het missieteam nieuws over o.a. het ‘Stellar Parallax Experiment’, een missieupdate en meld men de uitgave van een gloednieuw boek over Pluto.

Lees verder

Wind blaast over Pluto door diens ijzige hart

Pluto gefotografeerd met LORRI van New Horizons. Onderaan het ijzige hart, Thombaugh Regio. Credit: NASA/Johns Hopkins University Applied Physics Laboratory/Southwest Research Institute.

Het ijzige hart van Pluto, in juli 2015 spectaculair vastgelegd met NASA’s New Horizons’ Long Range Reconnaissance Imager (LORRI), blijkt in Pluto’s ijle atmosfeer voor winden te kunnen zorgen. De Tombaugh Regio, zoals het beroemde hart heet – genoemd naar de ontdekker van Pluto, Clyde Tombaugh, bestaat uit stikstofijs. Onderzoek van de gegevens verzameld tijdens de passage van New Horizons op 4 juli 2015 langs Pluto laat zien dat het ijzige hart de circulatie in de atmosfeer van Pluto bepaalt. De ijle atmosfeer van Pluto – zo’n 100.000 keer minder dicht dan de aardse atmosfeer – bestaat voor het grootste deel uit stikstofgas, samen met kleine hoeveelheden koolmonoxide en het broeikasgas methaan. Bevroren stikstof bedekt ook een deel van het oppervlak van Pluto in de vorm van een hart, de genoemde Tombaugh Regio. Overdag, als Pluto door de ver verwijderde zon wordt ‘verwarmt’ zal een dunne laag van dit stikstofijs verdampen tot gas. ’s Nachts condenseert de damp en vormt opnieuw ijs. Elke reeks is als een hartslag die stikstofwinden rond de dwergplaneet pompt. Het blijkt nu dat die circulatie van winden tegengesteld is aan de rotatie van Pluto. Men noemt dat retro-rotatie. Pluto heeft een rotatie in oostwaartse richting, maar de wind op 4 km hoogte blijkt westwaarts te draaien, aldus de onderzoekers, die onder leiding stonden van Tanguy Bertrand (Ames Research Center van NASA in Californië). De stikstofwinden verspreiden warmte, ijskorrels en neveldeeltjes en dat veroorzaakt donkere strepen en vlaktes over de noord- en noordwestelijke gebieden op Pluto. In Journal of Geophysical Research: Planets (2020) is er een artikel over het onderzoek verschenen. Bron: Phys.Org.

NASA-baas Jim Bridenstine wil ook dat Pluto weer een planeet wordt genoemd

Pluto, gefotografeerd door de Amerikaanse New Horizons ruimteverkenner. Credit: NASA/JHUAPL/SWRI.

De discussie of Pluto wel of geen planeet is woedt nog steeds voort. Augustus 2016 nam de Internationale Astronomische Unie (IAU) in Praag het besluit op grond van een toen aangenomen definitie van het begrip planeet om Pluto de status van planeet te ontnemen en om ‘m dwergplaneet te noemen. Pluto was ontdekt door de Amerikaan Clyde Tombaugh in 1930 en het was de enige planeet die door een Amerikaan was ontdekt. Niet zo vreemd dus dat vooral in de VS geprobeerd wordt om de status van Pluto als planeet te herstellen, Pluto te rehabiliteren. En nu lijken ze daarin een belangrijke speler gevonden te hebben, die hun zaak steunt: NASA-baas Jim Bridenstine. Vorige week vrijdag was hij op het congres ‘FIRST robotics’ in Colorado en daar riep hij zonder er doekjes om te winden: “Just so you know, in my view, Pluto is a planet, and you can write that the NASA administrator declared Pluto a planet once again.”

Nou is het leuk dat Bridenstine dat roept, maar het is en blijft een mening. Er ligt een IAU-besluit en alleen als de IAU het besluit intrekt of komt met een nieuwe definitie van het begrip planeet dan kan Pluto weer planeet worden genoemd – mits Pluto dan voldoet aan die nieuwe definitie uiteraard. En dan is het grote risico dat er naast Pluto nog heel veel meer planeten bijkomen. Want dát was de reden dat er in 2006 een besluit over de definitie van het begrip planeet werd genomen, de ontdekking in de jaren ervoor van heel veel objecten in de buitenste delen van het zonnestelsel die qua grootte vergelijkbaar waren met Pluto. Bron: Space.com.

Pluto’s Virgil Fossae gebied bevat ammoniak dat duidt op ondergrondse oceaan met vloeibaar water.

Data van NASA’s New Horizons die in 2015 Pluto passeerde leidt nog steeds tot nieuwe ontdekkingen. Deze keer betreft het de aanwezigheid van ammoniak op Pluto’s oppervlak in het Virgil Fossae gebied. Een planetair wetenschapsteam onder leiding van Cristina Dalle Ore van het SETI instituut (Search for Extra-Terrestrial Intelligence) publiceerde hierover eind mei een artikel in het wetenschappelijk tijdschrift Science Advances.* Wat de onderzoekers extra intrigeerde is het gegeven dat het ammoniak terecht komt in zo een gebied als Virgil Fossae dat vol troggen zit, bergen waterijs bevat en tekenen vertoont van voorbije tektonische activiteit. Daar ammoniak uiteindelijk wordt vernietigd in omgevingen zoals van Pluto zien de onderzoekers dit als een teken dat de tektonische activiteit van vrij recent is – en zo mogelijk bewijst dat de dwergplaneet nog steeds een vloeibare oceaan onder de grond heeft en nieuwe materialen opwaarts stuwt.
Lees verder

Ja hoor, ze zijn weer aan het debatteren of Pluto wel of geen planeet is

Credit: Johns Hopkins University/APL

In 2006 kwam de Internationale Astronomische Unie (IAU) in Praag met een nieuwe definitie van het begrip planeet en op basis daarvan degradeerde de toenmalige negende planeet Pluto tot dwergplaneet, een categorie die hij moest delen met Ceres, Eris, Makemake en Haumea. Dát besluit is sindsdien telkens aangevochten en met name Amerikaanse onderzoekers pleitten ervoor om Pluto toch weer een planeet te noemen. Laatste loot in dat rijtje: Alan Stern, hoofdonderzoeker van de New Horizons missie. Die kwam onlangs met een nieuwe definitie van een planeet – hieronder in een tweet te lezen – en vervolgens heeft hij daarover een debat gevoerd met een ‘voorstander’ van de ‘Pluto-is-een-dwergplaneet-definitie’, de voormalige president van de IAU Ron Ekers – hieronder is het debat te zien.

New Horizons vloog op 14 juli 2015 vlak langs Pluto en nam waar dat die vol zit met karakteristieken die aan een echte planeet doen denken, zoals bergketens, ijsvlaktes, gletsjers, een atmosfeer met wolken, enzovoorts. In Stern z’n voorgestelde definitie van een planeet zou Pluto wel voldoen aan de criteria:

A planet is a sub-stellar mass body that has never undergone nuclear fusion and that has sufficient self-gravitation to assume a spheroidal shape adequately described by a triaxial ellipsoid regardless of its orbital parameters.

De Tartarus Dorsa regio op Pluto (Credit: NASA).

Klinkt op zich goed om hierover na te denken, maar het gaat voorbij aan de reden waarom de IAU in 2006 besloot tot die stap om met een planeetdefinitie te komen, namelijk de ontdekking van andere objecten in het zonnestelsel, die ongeveer zo groot zijn als Pluto of zelfs nog groter, zoals de door Mike Brown ontdekte 2003 UB313, die we nu kennen als Eris. Ook die voldoen allemaal aan de definitie van Stern. En wat dacht je van manen en grote planetoïden, ook die voldoen aan de definitie van Stern.
Afijn, ik geef het maar even in overweging dat mijn opvatting is dat je het zo moet laten en dat er volgens de IAU-definitie uit 2006 maar acht planeten zijn. Ga je ‘rommelen’ aan die definitie dan begeef je je op een hellend vlak en loop je het risico dat er straks honderden planeten in het zonnestelsel zijn. Nou, ga dan de schoolboeken maar op dat onderdeel aanpassen. Hieronder het ruim twee uur durende debat tussen Stern en Ekers, dat afgelopen dinsdag (29 april) werd gehouden.

Ehhh…. ik realiseer mij nu dat ik dit debat over de status van Pluto, waar ik vaker al over heb geblogd, niet eens heb opgenomen in het rijtje met debatten die in de sterrenkunde en natuurkunde worden gevoerd. Ik ga dat alsnog doen. 😀 Mocht overigens blijken dat ook onder Astroblogslezers verschillende gedachten bestaan over de status van Pluto, dan zal ik daar misschien een poll aan wijden – is ’t geen goed idee? Bron: Space.com.

Jawel, er wordt weer nagedacht over een nieuwe missie naar Pluto én de Kuipergordel

Pluto en op de achtergrond Charon. Credit: NASA/JHUAPL/SwRI.

Een onderzoeksteam van het Southwest Research Institute (SRI) onder leiding van Alan Stern – jawel, dé Alan Stern, hoofd wetenschapper van de succesvolle New Horizons missie – is hard aan het nadenken over een nieuwe missie naar Pluto én naar objecten in de Kuipergordel. Het gaat om een relatief goedkope onbemande missie zijn, die gebruik zou maken van scheervluchten langs grote planeten zoals Jupiter en Saturnus, om daarmee door de zwaartekracht verder de ruimte in te worden gestuurd en daarmee veel brandstof te besparen. Op die manier zou de nieuwe missie bij de Pluto kunnen komen, de dwergplaneet waarvan de laatste tijd in de VS weer veel stemmen opgaan om ‘m toch een planeet te noemen. Het is de bedoeling dat de sonde niet langs Pluto vliegt en maar kort waarnemingen kan doen, zoals New Horizons in juli 2015 bij Pluto deed, maar dat ‘ie met behulp van de maan Charon van Pluto via vele scheervluchten wordt afgeremd en dan in een baan om het dubbel-dwergplaneetstelsel Pluto-Charon komt (zie de afbeelding hieronder).

Credit: Southwest Research Institute

De sonde zou een ionenmotor moeten krijgen, eentje waar de Dawn ruimteverkenner, die Vesta en Ceres bezocht, de eerste mee was en waar ook de onlangs gelanceerde BepiColombi, nu onderweg naar Mercurius, mee uitgerust is. Als de sonde het systeem bestudeerd heeft kan ‘ie het via een nieuwe ‘gravity assist’ verlaten en verder reizen, de Kuipergordel in, aan de rand van het zonnestelsel. In die gordel liggen miljoenen KBO’s, KuiperBelt Objects, ijskoude steenklompen. Stern’s team heeft berekend dat de sonde in staat is om daarna naar één van de 45 geselecteerde KBO’s door te vliegen. Bekende KBO’s en zelfs dwergplaneten zouden via diverse combinaties van gravity assists bereikt kunnen worden:

  • Eris en Sedna via Jupiter en Neptunus
  • Quaoar, Makemake en Haumea via Jupiter en Saturnus
  • Varuna via Jupiter en Uranus

De sonde van de ‘Pluto orbiter/Kuiper Belt explorer mission’, zoals ‘ie voorpolog door het leven gaat, zou ergens tussen 2025 en 2040 gelanceerd kunnen worden. Hier het vakartikel van Stern’s groep, dat gepubliceerd zal gaan worden in Journal of Spacecraft and Rockets. Bron: Centauri Dreams.

Ewine van Dishoeck ontvangt prestigieuze prijs van Noorse koning

Ewine van Dishoeck. Credit: Henrik Sandsjo.

De Nederlandse astronome Ewine van Dishoeck heeft vandaag de prestigieuze Kavli-prijs [1]De Kavli-prijs is een van de meest prestigieuze wetenschappelijke onderscheidingen naast de Nobelprijs. De prijs is vernoemd naar de Noors-Amerikaanse Fred Kavli (1927-2013), net als Alfred Nobel een … Continue reading voor astrofysica ontvangen uit handen van de koning van Noorwegen. De onderscheiding is na de Nobelprijs zo’n beetje de hoogste prijs die een sterrenkundige kan krijgen. De afgelopen dagen was het een gekkenhuis voor Ewine van Dishoeck. Ze kreeg honderden mails met felicitaties van over de hele wereld, legde talloze interviews af, bezocht een congres in Wenen en was vandaag voor de prijsuitreiking in Oslo.

In een week tijd is de Nederlandse astronome beëdigd als voorzitter van de IAU, de Internationale Astronomische Unie – zeg maar de FIFA van de sterrenkunde – en heeft ze de prestigieuze Kavli-prijs gekregen. Een unieke prestatie. Van Dishoeck werd onderscheiden vanwege haar baanbrekende onderzoek naar hoe sterren en planeten worden geboren. De Noorse koning Harald overhandigde haar vandaag een medaille, een document en een geldprijs van een miljoen dollar.

“Ik ben wel een week bezig geweest met het beantwoorden van alle felicitaties”, vertelde ze tegen de NOS. “Deze weken zijn wel heel speciaal, met de Kavli-prijs en het voorzitterschap van de IAU. Zulke weken maak ik waarschijnlijk mijn leven lang niet meer mee.”

Dat de hoogleraar aan de Universiteit Leiden zoveel eer te beurt valt in astronomische kringen is opvallend, want het had weinig gescheeld of Van Dishoeck was helemaal niet in dat vakgebied beland. Ze studeerde aanvankelijk scheikunde en werd eigenlijk pas door haar latere echtgenoot, astronoom Tim de Zeeuw, op het spoor van de sterrenkunde gezet – of eigenlijk een combinatie van beide: astrochemie, zeg maar interstellaire scheikunde.

Sinds 1979 onderzoekt ze hoe interstellaire wolken chemisch in elkaar zitten, de kraamkamers van nieuwe sterren en planeten. “Ik houd me in mijn werk bezig met de vraag: waar komen we vandaan? Hoe zijn wij gevormd? Hoe is een ster als onze zon en een planeet als onze aarde gevormd?”

In reusachtige gaswolken op duizenden lichtjaren afstand zoeken Van Dishoeck en haar collega’s naar water en andere bouwstenen van bewoonbare planeten als de aarde. “Als je denkt aan een nieuwe planeet en de kans dat daar leven zou kunnen ontstaan, dan heb je daar ten minste water voor nodig. Dat is een van de aspecten waar ik heel veel onderzoek naar heb gedaan. Daarnaast heb je ook organische verbindingen nodig, simpele suikers bijvoorbeeld.”

Dat onderzoek gebeurt met wetenschappelijke satellieten, maar ook met grote radiotelescopen. De laatste jaren is er bijvoorbeeld de ALMA-radiotelescoop in Chili, een kilometers groot complex van 66 enorme schotelantennes op een Chileens bergplateau, het grootste astronomische project ter wereld.

Toen Van Dishoeck eind jaren 70 startte met haar onderzoek was dat er allemaal niet. “Toen we begonnen, hadden we nog helemaal niet de technologie om zonnestelsels in wording te zien. We konden toen kijken op de schaal van een heel grote wolk. Met de nieuwste telescopen kunnen we echt inzoomen. In die 40 jaar zijn we een factor 100 scherper gaan kijken. Vroeger was een stad op Google Images ook niet zo scherp. Nu kun je zien dat er in die stad straten zijn, en kanalen, huizen en bomen. Dat is het stadium waar wij nu ook zijn: we kunnen echt inzoomen op de schaal van, zeg maar, ons eigen zonnestelsel.”

Maar haar onderzoek richt zich ook op objecten dichter bij huis. De komeet 67P bijvoorbeeld, die in 2014 door de Europese sonde Rosetta werd bezocht. Kometen zijn heel oude objecten die veel kunnen vertellen over de oorsprong van ons planetenstelsel. “Ons zonnestelsel is er maar één van de honderden miljarden, maar het is er een waarvan we kunnen zien wat de uitkomst is. Bij andere planetenstelsels in wording kunnen we zien wat er aan het gebeuren was toen ons zonnestelsel nog maar een miljoen jaar oud was, en bij ons eigen zonnestelsel kunnen we zien wat er 4,5 miljard jaar later gebeurd is.”

“Het gaat uiteindelijk om de vraag: hoe zijn we gevormd en hoe groot is de kans dat er leven elders in het heelal zou kunnen ontstaan”, vat de hoogleraar samen. “Wat mijn onderzoek heeft laten zien, is dat vormende sterren genoeg materiaal om zich heen hebben voor de vorming van een planetenstelsel. En ze hebben ook voldoende water en organisch materiaal om in ieder geval de bouwstenen voor leven te vormen. Of dat dan ook gebeurt is een andere vraag. Dan kom je in de scheikunde en de biologie terecht, maar ik kan wel tegen mijn collega’s daar zeggen: dit zijn de puzzelstukjes die we beschikbaar hebben.”

Pluto

Pluto

Van Dishoeck speelde een belangrijke rol bij de bouw van de ALMA-telescoop in Chili. Ze hielp internationale partners bij elkaar te brengen: de VS, Europa en Japan hadden geen van allen genoeg geld om zo’n project op eigen houtje uit te voeren.

Die bemiddelende rol kan ze nog hard nodig hebben in de IAU. De organisatie houdt wetenschappelijke symposia en gaat niet alleen over de naamgeving van nieuw ontdekte objecten in de ruime, de Unie beslist ook over de classificatie van hemellichamen. Zo had ons zonnestelsel in 2006 opeens een planeet minder: Pluto werd gedegradeerd tot dwergplaneet. Dat gebeurde tot ongenoegen van veel Amerikanen – Pluto is ontdekt door een Amerikaan.

Van Dishoeck: “Pluto is een interessant geval. Daar was in 2006 een enorme discussie over. Maar ik denk dat de meeste wetenschappers het er wel over eens waren dat er nieuwe inzichten waren over de samenstelling van ons zonnestelsel. Dat naast de bekende planeten ook een heel stel veel kleinere objecten zijn die ‘planeetachtig’ zijn. Er is nog steeds wel discussie over, maar ik denk dat die nu meer gaat over planeten rond andere sterren: hoe weet je of het een planeet of een dwergplaneet is?” Bron: NOS.

References[+]

References
1 De Kavli-prijs is een van de meest prestigieuze wetenschappelijke onderscheidingen naast de Nobelprijs. De prijs is vernoemd naar de Noors-Amerikaanse Fred Kavli (1927-2013), net als Alfred Nobel een filantroop van Scandinavische afkomst. Hij richtte in 2000 de Kavli Foundation op die jaarlijks drie prijzen uitreikt op het gebied van astrofysica, nanowetenschappen en neurowetenschappen. Kavli verwachtte belangrijke ontwikkelingen in die drie vakgebieden in de 21ste eeuw. De prijzen worden sinds 2008 uitgereikt. In dat jaar ging er ook een naar een Nederlander: de astronoom Maarten Schmidt.

Pluto mogelijk ontstaan door samenklontering van een miljard kometen

Pluto’s Sputnik Planitia. Credit: Image: NASA/JPL/New Horizons

Twee onderzoekers, Christopher Glein en Hunter Waite jr. van het Southwest Research Institute (SwRI), zijn op basis van waarnemingen gedaan met de New Horizons sonde, met de opzienbarende theorie gekomen dat Pluto mogelijk is gevormd door de samenklontering van wel een miljard kometen. Anders gezegd: de dwergplaneet Pluto is eigenlijk een enorme, uit z’n jasje gegroeide komeet! In het tijdschrift Icarus kwamen ze vorige week met dit artikel, waarin ze betogen dat alleen hun formatiemodel – het zogeheten ‘cosmochemical model of Pluto formation’ -de chemische samenstelling van Pluto kan verklaren, met name de aanwezigheid van moleculaire stikstof (N2) op Pluto, dat in vaste, bevroren vorm veel voorkomt op de witte vlaktes van Sputnik Planitia.

Waarnemingen gedaan met het Ralph instrument van New Horizons, met indicaties van de aanwezigheid van methaan (CH4), stikstof (N2), koolmonoxide (CO) en water (H2O) ijs. Credit: NASA/Johns Hopkins University Applied Physics Laboratory/Southwest Research Institute.

Naast de overvloedige hoeveelheid stikstof moeten wetenschappers ook verklaren waarom er weinig koolmonxide is. De oplossing: Pluto is 4,6 miljard jaar geleden ontstaan door het samenklonteren van pakweg één miljard kometen, die qua samenstelling veel leken op de komeet 67P/Churyumov-Gerasimenko. Voor dit model keken Glein en Waite ook naar de gegevens die met de Europese Rosetta sonde waren verzameld van die komeet, 67P. Bron: Centauri Dreams + Gizmodo.