ESO viert 15 jaar Very Large Telescope

IC 2944

Credit: ESO

De Very Large Telescope (de meest geavanceerde optische telescoop ter wereld) bestaat 15 jaar! Om dit te vieren heeft men een foto gemaakt van het spectaculaire stervormingsgebied IC 2944.  Deze foto toont dichte opeenhopingen van stof die donker afsteken tegen een roze gloeiende gaswolk. De ondoorzichtige stofwolken lijken op druppels inkt die in een aardbeiencocktail drijven. Hun grillige vormen zijn ontstaan onder invloed van de straling van heldere jonge sterren in de omgeving.Met deze nieuwe opname wordt een belangrijk moment gevierd in het bestaan van de Very Large Telescope: vijftien jaar geleden, op 25 mei 1998, ving de eerste van zijn vier Unit Telescopes zijn eerste licht op. Sindsdien hebben de vier reuzentelescopen van het eerste uur gezelschap gekregen van vier kleine hulptelescopen die deel uitmaken van de VLT Interferometer (VLTI). De VLT is een van de krachtigste en meest productieve astronomische faciliteiten op aarde. In 2012 zijn op basis van gegevens van de VLT en de VLTI meer dan zeshonderd wetenschappelijke artikelen gepubliceerd. Interstellaire wolken van stof en gas zijn de kraamkamers waar nieuwe sterren worden geboren en groeien. De nieuwe foto toont een van deze wolken, IC 2944, die zich vertoont als een zacht gloeiende roze achtergrond. Deze opname is de scherpste die ooit vanaf de aarde van dit object is gemaakt. De wolk staat op een afstand van ongeveer 6500 lichtjaar in het zuidelijke sterrenbeeld Centaurus. Dit hemelgebied is rijk aan zulke nevels, die door astronomen nauwkeurig worden bestudeerd om meer te weten te komen over het stervormingsproces.Emissienevels zoals IC 2944 bestaan grotendeels uit waterstofgas dat, ten gevolge van de intense straling van de vele heldere pasgeboren sterren in de omgeving, een opvallende rozerode gloed vertoont. Tegen deze heldere achtergrond zijn vreemde donkere klonten van ondoorzichtig koud stof te zien: zogeheten Bok-globules. Deze zijn genoemd naar de Nederlandse astronoom Bart Bok – de eerste die hen in de jaren ’40 van de vorige eeuw als mogelijke stervormingsgebieden aanwees.

Hiep hiep hoera voor de VLT! Credit: ESO/P.D. Barthel/M. McCaughrean/M. Andersen/S. Gillessen et al./Y. Beletsky (LCO)/R. Chini/T. Preibisch

Er zijn twee soorten Bok-globules: de ‘echte’ Bok-globules vormen nieuwe sterren, terwijl de zogenaamde Thackeray-globules dat niet doen.In een rustige omgeving kunnen de wat grotere Bok-globules door samentrekking in nieuwe sterren veranderen, maar de Thackeray-globules liggen onder het intense bombardement van ultraviolette straling van naburige hete jonge sterren. Hierdoor eroderen ze en vallen ze ook in stukken uiteen, ongeveer zoals klontjes boter die in een hete braadpan worden gegooid. Waarschijnlijk zullen deze globules verwoest zijn voordat ze tot sterren kunnen samentrekken. Bok-globules laten zich niet gemakkelijk onderzoeken. Omdat ze ondoorzichtig zijn voor zichtbaar licht kunnen astronomen maar moeilijk zien wat zich daarbinnen afspeelt. Om hun geheimen te onthullen, moeten andere middelen worden ingezet – waarnemingen in het infrarood of in het submillimetergebied van het spectrum bijvoorbeeld, waar de stofwolken, bij temperaturen van slechts enkele graden boven het absolute nulpunt, helder lijken. Zulk onderzoek heeft bevestigd dat er in de Thackeray-globules geen stervorming plaatsvindt.

Bron: European Southern Observatory.

Nederlandse uitbreiding van Very Large Telescope is opgeleverd

Credit: TNO/ESO/F. Kamphues

Het Nederlandse onderzoeksinstituut TNO heeft de laatste serie geavanceerde optische en mechanische systemen opgeleverd voor ESO’s Very Large Telescope Interferometer (VLTI). Met deze zogenoemde Star Separators zullen de toekomstige VLTI-instrumenten in staat zijn veel zwakkere objecten te observeren dan nu mogelijk is.

De VLTI heeft een referentie-ster nodig om te corrigeren voor de constant veranderende atmosferische condities, waardoor hij met een extreem hoge precisie kan waarnemen. Op dit moment moet deze heldere ster ook het object van de waarnemingen zijn, waardoor astronomen beperkt zijn in het type ster waarnaar ze kijken met de VLTI. De nieuwe Star Separator-technologie maakt het mogelijk om twee objecten tegelijkertijd te observeren: een heldere ster om te corrigeren voor atmosferische storingen, en een zwakkere om echt te bestuderen. De correcties van het heldere object worden daarbij toegepast op het zwakkere.

Dankzij deze ontwikkeling wordt het bereik van de VLTI, en de toekomstige instrumenten PRIMA en GRAVITY, enorm uitgebreid. Het wordt mogelijk om objecten te gaan onderzoeken die 200 maal zwakker zijn dan de objecten die zich nu binnen het bereik van de VLTI bevinden. De VLTI kan straks materiaal gaan onderzoeken rond de superzware zwarte gaten in de kernen van de Melkweg en andere sterrenstelsels. De nieuwe technologie biedt ook mogelijkheden om grote gasplaneten rond nabije sterren te bestuderen, en met een veel grotere nauwkeurigheid de posities van objecten te bepalen.

Het Nederlandse onderzoeksinstituut TNO heeft bijna tien jaar in nauwe samenwerking met ESO hieraan gewerkt. TNO heeft vier Star Separators geleverd voor de hulp-telescopen en vier voor de grote Unit Telescopes van de VLT. De eerste waren klaar in november 2007, afgelopen maand zijn de laatste overgedragen aan ESO.

Bron: European Southern Observatory

24-armige reus onderzoekt jeugd van sterrenstelsels

KMOS op de Very Large Telescope ontvangt zijn eerste licht. Credit: ESO/G. Lombardi (glphoto.it)

Een krachtig nieuw instrument, KMOS geheten, is met succes getest op de Very Large Telescope van de ESO-sterrenwacht op Paranal (Chili). KMOS registreert infrarood licht en heeft de unieke eigenschap dat het 24 objecten tegelijk kan onderzoeken. Dat levert – veel sneller dan tot nu toe mogelijk was – cruciale gegevens op die inzicht moeten geven in de manier waarop sterrenstelsels in het vroege heelal tot ontwikkeling zijn gekomen. De K-band Multi-Object Spectrograph (KMOS), gekoppeld aan de Unit Telescope 1 van de Very Large Telescope (VLT) van de ESO-sterrenwacht op Paranal (Chili) heeft zijn eerste licht opgevangen. De afgelopen vier maanden is het 2,5 ton wegende instrument volgens zorgvuldige planning verscheept vanuit Europa, weer in elkaar gezet, getest en geïnstalleerd. Dit was het hoogtepunt van vele jaren van ontwikkeling en constructie door teams in het VK en Duitsland en bij ESO. KMOS is de tweede van de tweede generatie van instrumenten die op de VLT worden geïnstalleerd.Om de jeugd van sterrenstelsels te kunnen onderzoeken hebben astronomen drie dingen nodig: waarnemingen in het infrarood, de mogelijkheid om vele objecten tegelijk waar te nemen en de mogelijkheid om voor elk van deze objecten te onderzoeken hoe hun eigenschappen van plaats tot plaats verschillen. KMOS kan dat allemaal – en tegelijkertijd. Tot nu toe konden astronomen ofwel vele objecten tegelijk waarnemen of één object gedetailleerd onderzoeken. Het kan dan jaren duren voordat een flink aantal objecten onder de loep is genomen. Maar met KMOS kan zo’n survey binnen enkele maanden worden voltooid. KMOS heeft robotarmen die onafhankelijk van elkaar in de juiste stand kunnen worden gezet om het licht van 24 verre sterrenstelsels, of andere objecten, tegelijk op te vangen. Met elke arm wordt een raster van 14 bij 14 pixels voor het sterrenstelsel gehouden, waarna met elk van de 196 rasterpunten licht van verschillende delen van het stelsel wordt opgevangen en tot zijn samenstellende kleuren wordt ontleed. Dit buitengewoon ingewikkelde instrument telt meer dan duizend optische oppervlakken die zeer zorgvuldig moesten worden vervaardigd en uitgelijnd.

Het KMOS-team bij het opvangen van het eerste licht. Credit: ESO/G. Lombardi (glphoto.it)

Bron: European Southern Observatory

De VLT brengt de vlammen van Betelgeuze in beeld

Credit: ESO/P. Kervella

Met behulp van het instrument VISIR van ESO’s Very Large Telescope (VLT) in Chili hebben astronomen de complexe en heldere nevel rond de superreuzenster Betelgeuze gedetailleerder in beeld gebracht dan ooit. Deze structuur, die de indruk wekt dat er vlammen uit de ster schieten, is ontstaan doordat de stellaire kolos grote hoeveelheden materie de ruimte in blaast. Betelgeuze, een rode superreus in het sterrenbeeld Orion, is een van de helderste sterren aan de nachtelijke hemel. Met zo ongeveer de omvang van de omloopbaan van Jupiter, die vierenhalf keer zo groot is als de aardbaan, is hij ook een van de grootste. De VLT-opname hierboven (dubbelklikken voor de volledige versie) toont de omringende nevel, die veel groter is dan de ster zelf: hij strekt zich uit tot 60 miljard kilometer van het steroppervlak – ongeveer 400 keer de afstand zon-aarde. Rode superreuzen zoals Betelgeuze vertegenwoordigen een van de laatste stadia in het bestaan van een zware ster. Tijdens deze kortstondige fase groeit de ster in omvang en blaast hij in hoog tempo materie de ruimte in. Op die manier wordt in slechts tienduizend jaar tijd een enorme hoeveelheid (ongeveer een zonsmassa) materie afgestoten. Lees verder

ESO’s VLT ontdekt een heldere, maar eenzame superster

VFTS 682 in de Grote Magelhaense Wolk, vlakbij de cluster R136. Credit:ESO/M.-R. Cioni/VISTA Magellanic Cloud survey. Acknowledgment: Cambridge Astronomical Survey Unit

Een internationaal team van astronomen heeft met behulp van ESO’s Very Large Telescope (VLT) nauwkeurig gekeken naar de ster VFTS 682 in de Grote Magelhaense Wolk, een klein buurstelsel van ons Melkwegstelsel. Uit analyse van het sterlicht, met behulp van het FLAMES-instrument van de VLT, blijkt dat de massa van de ster ongeveer 150 keer zo groot is als die van de zon. Zulke zware sterren zijn tot nog toe uitsluitend waargenomen in de drukke centrumgebieden van sterrenhopen, maar VFTS 682 is in zijn eentje. De ster werd opgespoord bij een eerdere inventarisatie van de helderste sterren in en rond de Tarantulanevel in de Grote Magelhaense Wolk. Hij bevindt zich in een stellaire kraamkamer: een enorm gebied van gas, stof en jonge sterren dat het meest actieve stervormingsgebied in de Lokale Groep van sterrenstelsels is. Op het eerste gezicht leek VFTS 682 weliswaar heet en jong, maar niet uitzonderlijk helder. Uit dit nieuwe onderzoek met de VLT blijkt echter dat veel van de energie die de ster uitstraalt door stofwolken wordt geabsorbeerd en verstrooid voordat zij de aarde kan bereiken. De ster is dus aanzienlijk helderder dan aanvankelijk werd gedacht – hij behoort tot de helderste die we kennen. Het rode en infrarode licht van de ster gaat vrijwel ongehinderd door het stof heen, maar het blauwe en groene sterlicht, dat een kortere golflengte heeft, wordt sterker verstrooid en raakt verloren. Hierdoor lijkt de ster roodachtig, terwijl hij in werkelijkheid fel blauwwit licht uitstraalt. VFTS 682 is niet alleen erg helder, maar ook erg heet: de temperatuur aan zijn oppervlak ligt rond de 50.000 graden Celsius. Een extreme ster als deze sluit zijn korte bestaan mogelijk niet af met een supernova-explosie, zoals normale zware sterren, maar met een lange gammaflits. Gammaflitsen zijn de helderste explosies in het heelal. Hoewel VFTS 682 momenteel in zijn eentje lijkt te zijn, bevindt hij zich in de buurt van de zeer rijke sterrenhoop RMC 136 (vaak gewoon R 136 genoemd), die verscheidene van deze ‘supersterren’ bevat, zoals R136a1, de zwaarst bekende ster in het heelal – 265 zonmassa’s schoon aan de haak. Kan het zijn dat VFTS 682 in die sterrenhoop is ontstaan en vervolgens is verstoten? Er zijn meer van die ‘wegloopsterren’ bekend, maar die zijn allemaal veel kleiner dan VFTS 682. Het is onduidelijk hoe zo’n zware ster door zwaartekrachtsinteracties uit de sterrenhoop weggeslingerd zou kunnen worden. Bron: ESO.

Sterrenkundigen zien zeldzame geboorte van een zware ster

Credit: ESO/L. Calçada/M. Kornmesser

Een team van sterrenkundigen onder leiding van de Amsterdamse promovendus Lucas Ellerbroek heeft het – zeldzame – geboorteproces van een zware ster blootgelegd. Met de spiksplinternieuwe spectrograaf X-shooter op ESO’s Very Large Telescope (VLT) in Chili, is een zich nog vormende zware ster waargenomen, diep verborgen in een stervormingsgebied in de richting van het sterrenbeeld Vela (Zeilen). Aanvullende waarnemingen met Sinfoni, een ander instrument op de VLT, hebben het bestaan bevestigd van een gasschijf rond de ster, en materie blazende straalstromen loodrecht daarop. Het resultaat is op 1 mei 2011 verschenen in het vakblad Astrophysical Journal Letters. Hoe sterren precies worden gevormd is een van de belangrijkste onopgeloste vraagstukken in de hedendaagse sterrenkunde. Met name de vorming van zware sterren (zo’n 10-100 keer zo zwaar als de zon) is een groot raadsel. Dit komt doordat zware sterren zeldzaam zijn – slechts 1 op de 10.000 sterren is een zware ster – en maar kort leven: een paar miljoen jaar tegen 10 miljard jaar voor de zon.

Het vormingsproces gaat ongeveer 100 keer zo snel. Jonge zware sterren zijn bovendien slecht te vinden doordat ze zich diep in het binnenste van enorme gas- en stofwolken bevinden die zo goed als ondoordringbaar zijn voor zichtbaar licht. Met X-shooter, de gevoeligste spectrograaf ter wereld, is het toch gelukt om het sterk verzwakte zichtbare licht van een zich vormende zware ster waar te nemen. Met Sinfoni is vervolgens een foto gemaakt waarop de straalstromen duidelijk zichtbaar zijn in nabij-infrarood licht, dat iets gemakkelijker doordringt in stofwolken (zie afbeelding hieronder).

SINFONI-afbeelding van het stervormingsgebied, waarin de kleuren verschillende soorten interstellair gas aangeven. De ster en zijn (paars gekleurde) straalstromen zijn aangegeven met het pijltje. Rechts: Detail van hetzelfde gebied; de kleuren geven de snelheid van het gas aan. Te zien is dat het met honderden kilometers per seconde in twee richtingen van de ster af stroomt (Ellerbroek et al. 2011, ApJ, 732, L9). Credit: ESO/Ellerbroek et al.

Bij de vorming van een lichte ster komt het materiaal via een langzaam ronddraaiende schijf gedeeltelijk op de ster terecht; de rest verdwijnt via straalstromen uit het systeem. De vraag is of dit scenario ook van toepassing is op zwaardere sterren. De nieuwe waarnemingen lijken dit laatste te bevestigen, al gaat het er allemaal veel sneller en heftiger aan toe. “Uit het X-shooter-spectrum leren we dat het materiaal in de straaltstroom in twee tegenovergestelde richtingen van de ster af beweegt. Als we de snelheden van dit materiaal meten en herleiden naar de bron, krijgen we informatie over de manier waarop de ster zich in het verleden heeft gedragen”, legt promovendus Lucas Ellerbroek uit. “We bedrijven een soort sterren-archeologie. Zo zien we dat het vormingsproces niet geleidelijk, maar met horten en stoten verloopt.” Samen met prof. Lex Kaper is Ellerbroek een van de eersten die X-shooter mochten gebruiken. Kaper: “X-shooter is de eerste van een nieuwe generatie instrumenten op de VLT. Waar je vroeger het spectrum opgedeeld in kleine stukjes moest waarnemen, kunnen we het nu van het ultraviolet tot en met het infrarood (300 – 2500 nm) in één keer vastleggen. Dat is vooral handig voor dit soort objecten, waarvan je van tevoren niet weet wat er allemaal in het spectrum kan opduiken”. Bron: NOVA + NRC-Handelsblad, 5 mei 2011.

Nieuwe techniek maakt exoplaneten letterlijk zichtbaar

CreditL European Southern Observatory (ESO).

De exoplaneet Beta Pictoris b

Gebruikmakend van een nieuwe techniek zijn sterrenkundigen erin geslaagd om een directe foto te maken van een exoplaneet. Het gaat om de planeet Beta Pictoris b, waarvan het bestaan al eerder was bevestigd en waarvan ze zelfs al de beweging hebben waargenomen. In 2008 waren eerder al exoplaneten gefotografeerd, zoals eentje bij de ster Fomalhaut, maar die exoplaneten staan allemaal ver van hun ster vandaan en daardoor worden ze minder overstraald door die ster, welke letterlijk miljoenen keren meer licht uitstraalt dan de planeet. Met de nieuwe techniek, ontwikkeld door sterrenkundigen van het Steward Observatorium van de Universeit van Arizona, kunnen ook exoplaneten dichterbij de ster worden gezien. Bij de techniek wordt gebruik gemaakt van een Apodizing Phase Plate (APP), een stukje glas ter grootte van een muntdropje, dat een ingewikkeld geëtst patroon op z’n oppervlak heeft. Dat patroon zorgt ervoor dat de lichtgolven van de ster worden gedempt, zodat het kleine beetje licht van de planeet tevoorschijn komt. De APP is in de lichtgang van de Very Large Telescope (VLT) op Paranal in Chili geplaatst en daar is vervolgens β Pic mee gefotografeerd, met het bijgaand resultaat. De APP dempt de lichtgolven maar aan één kant, links in dit geval en da’s ook net de kant waar β Pic b zich bevond – géén toeval hoor, dat wist men vantevoren. Rechts zie je nog wel de lichtgolven, vergelijkbaar met de golven in een vijver waar je een steen in gooit. β Pic b staat zeven Astronomische Eenheden van z’n ster vandaan, een afstand die het tot voor kort onmogelijk maakte de exoplaneet te zien. Nu is dat wel mogelijk en dat opent grote perspectieven om veel meer exoplaneten direct te fotograferen. Meer weten over de waarnemingen met zo’n APP? Lees dan dit wetenschappelijke artikel van John Codona en z’n team, binnenkort te publiceren in The Astrophysical Journal. Bron: Eurekalert.

Voor het eerst superstorm op exoplaneet waargenomen

Credit: ESO/L. Calçada

Z’n naam is HD209458b en hij bevindt zich 150 lichtjaar van ons vandaan in het sterrenbeeld Pegasus. De exoplaneet heeft de twijfelachtige eer de eerste te zijn waar men een heuse superstorm in de atmosfeer heeft waargenomen. Dat is nogal wat, een weerkundig verschijnsel op een andere planeet waarnemen buá­ten ons zonnestelsel, 150 keer tien biljoen km verderop. Vorig jaar augustus ging vanaf de Aarde gezien de planeet voor de ster langs – die inderdaad HD209458 heet, dus zonder ‘b’ – waar ‘ie één keer per 3,5 dagen omheendraait en die ’transitie’ werd waargenomen met de Very Large Telescope (VLT) van de Europese Zuidelijke Sterrenwacht (ESO) in Chili. Uit de dopplerverschuiving van de absorbtielijnen van koolmonoxide in de atmosfeer, waargenomen met de CRIRES spectrograaf op de VLT, kon men afleiden dat de windsnelheid er bijna 3 km per seconde (!) bedraagt. De afstand tussen de ster en de planeet bedraagt slechts 7 miljoen km, nog geen twintigste van de afstand tussen Aarde en Zon, en daardoor is aan één kant van de planeet de oppervlaktetemperatuur zo’n 1000 °C. Da’s de kant die altijd in de richting van de ster wijst en het temperatuursverschil met de niet belichte ‘donkere’ kant leidt onvermijdelijk tot deze enorme windsnelheden. De transitie-metingen gaven ook aan dat de rotatiesnelheid van de exoplaneet om de ster heen 140 km per seconde bedraagt. Het is voor het eerst dat zo’n rotatiesnelheid direct werd gemeten. Uit de snelheid kon men de massa van ster én planeet berekenen: 1x die van de Zon respectievelijk 0,64 keer die van Jupiter. Afgelopen donderdag verscheen een artikel in het wetenschappelijke blad Nature over de ontdekking van de planeet met de superstorm. Drie van de vier auteurs waren Nederlandse sterrenkundigen: Ignas A. G. Snellen, Ernst J. W. de Mooij, (beiden Leidse Sterrewacht) en Remco J. de Kok (SRON). Geen zin om naar de winkel te rennen en dat blad te kopen? Dan kan je ‘m hier lezen. 🙂 Bron: ESO + NRC-Handelsblad, 26 juni 2010.

Voor het eerst bewegende exoplaneet waargenomen

Credit: ESO/A.-M. Lagrange

Er zijn al bijna 500 exoplaneten ontdekt, waarvan sommigen zelfs al direct gefotografeerd zijn. Maar die foto’s waren van planeten die ver van hun moederster afstaan en die jaren later vanaf de Aarde gezien vrijwel op dezelfde plek staan. Maar met de exoplaneet Beta Pictoris b, een op Jupiter lijkende gasreus bij de ster ? Pictoris, 60 lichtjaren van ons vandaan in het sterrenbeeld Schilder (Pictor), is dat anders. Die heeft men letterlijk zien bewegen, in z’n omloop om de ster. Beta Pictoris b is één van die exoplaneten die ze in 2008 al direct hebben gefotografeerd. Van de tien exoplaneten die gefotografeerd zijn staat deze exoplaneet het dichtste bij z’n ster, met een afstand van 8 á 15 Astronomische Eenheden – één AE is de afstand tussen Zon en Aarde, zo’n 150 miljoen km – en dat maakt het mogelijk de beweging in beeld te krijgen. Beta Pictoris (? Pic) staat in ’t midden, links ervan ? Pic b in 2003, rechts ? Pic b in 2009. ? Pic b, zoals we ‘m maar even zullen noemen, is ongeveer negen keer zo zwaar als Jupiter. De waarneming van de bewegende planeet werd gedaan met het NAOS-CONICA instrument dat verbonden is aan ESO’s Very Large Telescope in Chili. Men schat dat ? Pic b één rondje om de ster aflegt in 15 tot 20 jaar. Dát ? Pic een exoplaneet heeft is sowieso verbazingwekkend volgens de sterrenkundigen, want de ster is slechts 12 miljoen jaar oud. Men had altijd het idee dat de vorming van een zware gasreus zoals ? Pic b véél meer tijd nodig zou hebben dan die leeftijd, maar kennelijk kunnen reuzen-gasplaneten veel sneller vormen. Bron: ESO.
.

ESO brengt warmte van Jupiter’s Rode Vlek in kaart

Warmekaart (l) van de Grote Rode Vlek. Credit: ESO/NASA/JPL/ESA/L. Fletcher

De Grote Rode Vlek van de gasplaneet Jupiter wordt al eeuwen waargenomen. De Europese Zuidelijke Sterrenwachten (ESO) heeft met behulp van z’n Very Large Telescope in Chili voor het eerst gedetailleerd de warmte á¬n die gigantische storm, want dat is het namelijk, in kaart gebracht. Over het algemeen is de Rode Vlek met z’n -160 °C kouder dan de rest van de atmosfeer van Jupiter, maar op basis van de waarnemingen met de VLT heeft men gezien dat er ook gebieden voorkomen die warmer zijn, zoals de roodgekleurde kern. De temperatuurkaart werd verkregen met behulp van het VSIR-instrument, hetgeen staat voor de VLT Imager and Spectrometer for mid Infrared. Daarnaast werd gebruik gemaakt van twee andere instrumenten, de Gemini South telescope in Chili en de Japanse Subaru Telescoop op Hawaï. Het team sterrenkundigen dat onder leiding van aanvoerder Leigh Fletcher met dit bataljon instrumenten naar de Rode Vlek keek zag dat de kern wel 3 á 4 graden warmer is dan de rest van de vlek. Lijkt niet veel, maar het is genoeg om de kern van de Rode Vlek met de klok mee te laten draaien, terwijl de rest een tegengestelde beweging maakt. Op de foto hierboven zien we links de thermische kaart van de Grote Rode Vlek (hier een grotere versie), rechts een gewone optische foto ervan. Bron: ESO.