Even voorstellen: COCONUTS-2b, de meest nabije exoplaneet die direct is gefotografeerd

credit: Zhang et al.

Op de foto hierboven zie je ‘m linksboven, COCONUTS-2b, de meest nabije exoplaneet die direct is gefotografeerd, de felle rode stip. En rechtsonder staat COCONUTS-2A alias TYC 9381-1809-1 alias L 34-26, de rode dwergster (spectraaltype M3, drie keer zo licht als de zon) waar de planeet omheen draait, beiden zijn met streepjes aangegeven. Nou denk je wellicht, tsjonge wat staat de planeet een eind van de ster vandaan. Op zich klopt dat wel, want COCONUTS-2b staat maar liefst 6471 keer zo ver van z’n moederster als de aarde van de zon staat, dus 149 miljoen km x 6471= 964.179.000.000 km, bijna 1 biljoen km. Maar beiden staan relatief dichtbij de aarde, de afstand bedraagt slechts 35 lichtjaar, gelegen in het sterrenbeeld Kameleon. Daarom zien we de twee toch aardig ver van elkaar staan, de overige puntjes zijn allemaal achtergrondsterren. COCONUTS-2b is de meest nabije exoplaneet die direct is gefotografeerd. We hebben ‘m dus niet indirect gezien via een verandering van de lichtcurve van de ster, als ‘ie er voorlangs schuift, of via een wiebel van de ster als ‘ie door z’n zwaartekracht aan de ster trekt. Nee, COCONUTS-2b (eerder bekend als WISEPA J075108.79-763449.6) is direct gefotografeerd, eerder met NASA’s infrarood ruimtetelescoop WISE en recent met het zogeheten ‘Cool Companions ON Ultrawide orbiTS‘ (COCONUTS) programma van Zhoujian Zang en zijn team.

Impressie van COCONUTS-2b. Credit: B. Bays (Soest/UH)

Met WISE had men nog niet door dat de planeet hoort bij de ster L 34-26, het was Zang en z’n team die het verband tussen de twee ontdekten. COCONUTS-2b kunnen we alleen in het infrarood zien: de planeet, die 6,1 keer zo zwaar als Jupiter is, heeft een temperatuur van 161 °C en daardoor straalt hij warmte uit, dat als infraroodstraling bij de aarde komt. De planeet doet er maar liefst 1,1 miljoen jaar over om één omwenteling om de ster te maken. Als je op COCONUTS-2b zou wonen zou er weinig verschil zijn tussen dag en nacht, want de koele dwergster COCONUTS-2A, die tussen de 150 en 800 miljoen jaar oud is, zou overdag alleen als een heldere rode ster aan de hemel staan. In the Astrophysical Journal Letters werd dit artikel erover gepubliceerd. Bron: Science News.

Veel viervoudige quasars ontdekt met behulp van kunstmatige intelligentie

Vier van de ontdekte viervoudige quasars. De namen zijn verzonnen door Stern’s team. Credit: The GraL Collaboration

Een team van sterrenkundigen heeft gebruikmakend van kunstmatige intelligentie een dozijn quasars ontdekt, die door de werking van een zwaartekrachtlens tussen de quasar en de aarde in beeld verviervoudigd zijn. Afgelopen veertig jaar waren al een stuk of vijftig van die viervoudige quasars bekend, maar dat aantal is in slechts 1,5 jaar tijd met 20% toegenomen door een team sterrenkundigen onder leiding van Daniel Stern (Jet Propulsion Laboratory). Zijn team keek met een methode van machinaal leren, genaamd Centaurus’ Victory, naar gegevens die verzameld zijn door talloze instrumenten, zoals de Europese Gaia ruimtetelescoop en NASA’s Wide-field Infrared Survey Explorer (WISE). Dat leverde de ontdekking op van twaalf ‘quadruply-imaged quasars’ op, ook wel ‘quads’ genoemd. Het zijn niet echt vier quasars die vlak bij elkaar staan, maar het is slechts één quasar, waarvan het beeld door de zwaartekrachtwerking van een sterrenstelsel precies tussen de quasar en de aarde in vieren wordt gesplitst (zie de afbeelding hieronder).

Zo ontstaat een viervoudige quasar. Credit: R. Hurt (IPAC/Caltech)/The GraL Collaboration

Men wil de viervoudige quasars gaan gebruiken om meer te weten te komen over de snelheid waarmee het heelal uitdijt. Zoals bekend is er de zogeheten Hubble-spanning, waarbij er verschil is in de waarde van de snelheid waarmee het heelal uitdijt op basis van waarnemingen aan het vroege heelal en het huidige heelal. De quasars zitten tussen het vroege en huidige heelal in en kunnen daarmee mogelijk een brug slaan tussen de twee uiteenlopende waarden. Hier het vakartikel van Stern et al, at gepubliceerd gaat worden in the Astrophysical Journal. Bron: CalTech.

Twee bizarre bruine dwergen – ‘extreme T-type subdwarfs’ – ontdekt door burgerwetenschappers

Impressie van een bruine dwerg (die er overigens in werkelijkheid meer oranje-rood uitziet). Credits: William Pendrill

Sterrenkundigen hebben met de hulp van burgerwetenschappers (Engels: citizen scientists) twee bizarre bruine dwergen ontdekt, objecten die te licht zijn om in hun kern fusie van waterstof te krijgen en die zwaarder zijn dan de gasvormige planeten. Die (meer dan 150.000) burgerwetenschappers zijn enthousiaste vrijwilligers, die wereldwijd meedoen met het Backyard Worlds: Planet 9 project, dat onderdeel is van de Zooniverse (waartoe ook de Galaxy Zoo behoort). Bij dat project bekijkt men foto’s die gemaakt zijn met NASA’s Near-Earth Object Wide-Field Infrared Survey Explorer (NEOWISE) satelliet, hé dat klinkt als een bekende satelliet… yep, de komeet NEOWISE is daar ook mee ontdekt. Nu blijkt men met het project voor het eerst twee ‘extreme T-type subdwarfs’ te hebben ontdekt, bruine dwergen die ongeveer 75 keer zo zwaar als Jupiter zijn en die naar schatting zo’n tien miljard jaar oud zijn. Van alle bruine dwergen die bekend zijn zijn dit de meest op gasplaneten lijkende bruine dwergen. Ze heten WISE 1810 en WISE 0414, genoemd naar de WISE satelliet, da’s dezelfde satelliet als NEOWISE, maar dan in een vorige versie van z’n missie, die tussen 2009 en 2011 in infrarood foto’s van de hemel nam.

Eén van de bruine dwergen, WISE 1810. Gefotografeerd in 2010 en 2016. Te zien is dat ‘ie in die periode iets verschoven is ten opzichte van de achtergrondsterren. Credits: Schneider et al. 2020

De twee bruine dwergen blijken weinig ijzer te bevatten en daarin wijken ze behoorlijk af van ‘normale’ bruine dwergen, die wel dertig keer meer ijzer kunnen bevatten. Sterrenkundigen denken  dat in dat opzicht WISE 1810 en WISE 0414 lijken op erg oude exoplaneten, die ook weinig ijzer bevatten (die nog niet zijn ontdekt, maar in theorie wel bestaan). Het vermoeden bestaat dat er veel meer van dergelijke bruine dwergen en ook metaalarme exoplaneten bestaan. In the Astrophysical Journal verscheen dit vakartikel over de twee ontdekte bizarre bruine dwergen. De zes burgerwetenschappers die meehielpen om ze te ontdekken worden ook genoemd als auteurs. Met Backyard Worlds: Planet 9 hebben ze inmiddels al meer dan 1600 bruine dwergen opgespoord. Dé negende planeet in ons zonnestelsel is er helaas nog niet mee ontdekt (waar het project oorspronkelijk voor bedoeld was). Bron: NASA.

‘Burgerwetenschappers’ ontdekken bijzondere dubbelster, twee bruine dwergsterren bij elkaar

Impressie van twee bruine dwergen bij elkaar. CREDIT: William Pendrill

‘Burgerwetenschappers’ [1]Die burgerwetenschappers, in ’t Engels Citizen Scientists genoemd, zijn vrijwilligers die meedoen aan wetenschappelijke projecten om met hun PC gegevens te onderzoeken op zoek naar … Continue reading zijn erin geslaagd om een bijzondere dubbelster te ontdekken, een systeem dat bestaat uit twee bruine dwergsterren, mislukte sterren eigenlijk. De dubbelster (WISE2150-7520AB genaamd) werd ontdekt in het kader van het citizen science project Backyard Worlds: Planet 9, ook een Zooniverse-project. Bij dat project speuren amateurs en belangstellenden – bij elkaar zo’n 50.000 mensen wereldwijd – de gegevens af verzameld met NASA’s Wide Field Infrared Survey Explorer (WISE), op zoek naar om onbekende hemelobjecten, zoals de hypothetische Planeet Negen. In juni 2018 zagen ze op Backyard Worlds foto’s een tweetal objecten, die snel bewogen ten opzichte van de achtergrondsterren.

De twee bruine dwergsterren, WISE 2150A en B. Credit: Faherty et al.

Verder onderzoek in december 2018 met de Baade Magellan telescoop in Chili, uitgerust met de FIRE spectrograaf, bracht aan het licht dat het gaat om twee bruine dwergsterren, de ene van de koudste klasse van bruine dwergen, T8, de ander iets warmer en lichtsterker, L1 klasse. Bruine dwergen zijn te licht om in hun kern waterstof te laten ‘verbranden’ via kernfusie en daarom geven ze amper licht (ze kennen wel een bescheiden fusie van deuterium en lithium). Op basis van waarnemingen met ESA’s Gaia telescoop kon men zien dat beide dwergsterren op 78 lichtjaar van de aarde staan, da’s heel dichtbij. De T8 dwerg is 34 keer zo zwaar als Jupiter en de L1 dwerg heeft 72 keer diens massa. Beide bruine dwergen staan 51 miljard kilometer van elkaar vandaan, da’s 341 keer de afstand aarde-zon. Men schat de ouderdom van de dwergen op enkele miljarden jaren. En da’s dan meteen het bijzondere van het systeem, want ondanks hun grote onderlinge afstand en geringe massa’s draaien ze nog steeds rondjes om hun gemeenschappelijk zwaartepunt. Hier het vakartikel over de twee bruine dwergsterren, verschenen in The Astrophysical Journal. Bron: Eurekalert.

References[+]

References
1 Die burgerwetenschappers, in ’t Engels Citizen Scientists genoemd, zijn vrijwilligers die meedoen aan wetenschappelijke projecten om met hun PC gegevens te onderzoeken op zoek naar bijzonderheden. Een voorbeeld van zo’n Citizen Science project is de Galaxy Zoo, onderdeel van de Zooniverse.

Een bijzonder object dat ontdekt is: het product van de samensmelting van twee witte dwergen

WISE 22 micron infrarood opnames van de gasnevel J005311 (panels a en b). Bij c is een optische IPHAS H alpha opname te zien, waarin de nevel niet zichtbaar is. (c) Vasilii Gvaramadse/Moscow University

Sterrenkundigen van de Universiteiten van Bonn en Moskou hebben een object ontdekt in het Melkwegstelsel dat vermoedelijk het product is van een botsing en daaropvolgende samensmelting van twee witte dwergen. Het gaat om de ‘ster’ in de gasnevel genaamd J005311, gelegen in het sterrenbeeld Cassiopeia op een afstand van 10.000 lichtjaar van de aarde. De nevel en z’n ster zijn waargenomen met de Wide-field Infrared Survey Explorer (WISE) satelliet en dat was ook wel nodig, want de nevel blijkt geen optisch licht uit te stralen, wel infraroodlicht. De sterrenkundigen analyseerden het licht van de nevel en z’n centrale ster en vonden dat er geen waterstof en helium aanwezig zijn, een teken dat erop wijst dat het gaat om een witte dwerg. Die heeft z’n actieve fase van waterstof- en heliumverbranding al achter de rug en wat er na de heliumverbranding overblijft is een witte dwerg, een object zo zwaar als de zon in een bol zo groot als de aarde. Maar wat blijkt verder: dat J005311 héél lichtsterk is – hij zend wel 40.000 keer zo veel licht als de zon uit, hij heeft een oppervlaktetemperatuur van 200.000 K – én dat ‘ie een extreem sterke sterrenwind heeft, da’s een wind van materiaal dat vanaf het oppervlak de ruimte in wordt geslingerd en wel met een snelheid van maar liefst 16.000 km/s.

De infrarood gasnevel J005311. (c) Vasilii Gvaramadse/Moscow University

Dat valt alleen te verklaren met een zeer sterk magnetisch veld (2 x 10^8 G) en dat kan alleen als de witte dwerg het product is van twee losse witte dwergen, die miljarden jaren geleden moeten zijn samengesmolten. Normaal gesproken levert dat een supernova van type Ia op, maar dat is hier kennelijk nog niet gebeurd, want de kritische grens daarvoor – de zogeheten limiet van Chandrasekhar, 1,44 zonsmassa – heeft de witte dwerg nog niet overschreden. Mocht dat door aanvoer van materie in de toekomst wel overschreden worden dan gaat J005311 alsnog kaboem, met een achtergelaten neutronenster als gevolg. Door het samensmelten van de twee witte dwergen is de uit z’n krachten gegroeide witte dwerg overigens weer opnieuw overgegaan tot fusie van elementen in z’n centrum, dit keer zwaarder dan helium. Dat zal gaan tot aan de fusie van ijzer. Wordt dat bereikt dan gaat ‘ie daarna ook af, ook als supernova. Dus hoe dan ook, uiteindelijk loopt ’t slecht af voor J005311. Men denkt dat er in de gehele Melkweg maar vijf van dit soort objecten zoals J005311 voorkomen. Hier het vakartikel van de sterrenkundigen over J005311, gisteren gepubliceerd in Nature. Bron: Universiteit van Bonn.

Meest lichtsterke sterrenstelsel blijkt aan galactisch kannibalisme te doen  

Impressie van W2246-0526 en z’n streamers. CREDIT: NRAO/AUI/NSF, S. DAGNELLO

Sterrenkundigen hebben ontdekt dat het meest lichtsterke sterrenstelsel in het heelal (voor zover bekend) – het stelsel genaamd W2246-0526, op 12,4 miljard lichtjaar afstand – bezig is om drie kleinere naburige sterrenstelsels te ontdoen van minstens de helft van hun massa. Met de Atacama Large Millimeter / submillimeter Array (ALMA) zijn in de buurt van W2246-0526 verschillende ‘streamers’ gezien van materiaal dat van de kleinere stelsels naar het grote stelsel gaat. W2246-0526 werd in 2015 ontdekt in 2015 met NASA’s Wide-field Infrared Survey Explorer (WISE) en al snel bleek dat het in infrarood de lichtkracht van maar liefst 350 biljoen keer die van de zon uitstraalt, hetgeen ‘m qua lichtsterkte recordhouder maakt.

Uit de waarnemingen blijkt dat W2246-0526 een soort van galactisch kannibalisme vertoont en dat ‘ie de helft van de massa van de omringende sterrenstelsels aantrekt. Het materiaal gaat naar het centrale zwarte gat van W2246-0526. Het materiaal zorgt voor de productie gedurende honderden miljoenen jaren van nieuwe sterren in W2246-0526.

De waarneming door ALMA aan W2246-0526. Credit: ALMA (ESO/NAOJ/NRAO),T. Díaz-Santos et al.; S. Dagnello (NRAO/AUI/NSF)

De verrassend grote lichtkracht van W2246-0526 blijkt niet te wijten te zijn aan z’n individuele sterren, maar door een kleine, maar toch zeer energieke accretieschijf van gas dat wordt verhit als het naar het superzware zwarte gat toe spiraliseert. Dat zwarte gat heeft een massa van pakweg vier miljard zonsmassa. Het licht van deze razendsnel rondtollende schijf wordt op haar beurt weer geabsorbeerd door het omringende stof, dat de energie opnieuw uitzendt als infraroodlicht. En dat is dan weer waargenomen door WISE en ALMA.

Met z’n extreme hoeveelheid infrarode straling behoort W2246-0526 tot de zeldzame klasse quasars die ze de Hot, Dust-Obscured Galaxies (Hot DOGs) noemen – haha, je moet er maar op komen. Slechts één op de 3000 quasars waargenomen door WISE behoort tot deze klasse.
Het blijkt dat W2246-0526 ongeveer 3 keer zo veel licht geeft als wat theoretisch mogelijk is, een raadsel dat nog niet is opgelost.

De gulzigheid van W2246-0526 kan ook tot zijn zelfvernietiging leiden. Eerder onderzoek suggereert dat door de activiteit van het centrale zwarte gat het gas dat nodig is als brandstof voor de stervorming te warm wordt en de stervorming stopt. Voor stervorming is koel gas nodig. Hier het vakartikel, dat deze week verschijnt in Science. Bron: NRAO.

Spitzer en WISE zien een eenzame, merkwaardige, jonge ster, CX330

Impressie van de jonge ster CX330, omgeven door een donutachtige stofwolk. Credit: NASA/JPL-Caltech

Het was de röntgensatelliet Chandra van de NASA die ‘m in 2009 als eerste opmerkte, toen ‘ie ‘m als een bron van röntgenstraling detecteerde: het object genaamd CX330. Nu blijkt door onderzoek in infraroodlicht met de Spitzer en WISE satellieten, eveneens van de NASA, dat het gaat om zeer jonge ster van nog geen miljoen jaar oud, omgeven door een warme, donutachtige stofwolk, die infraroodlicht uitzendt. Zo’n jonge ster is op zich niet bijzonder, maar wat CX330 wel bijzonder maakt is dat ‘ie ver weg ligt van andere stervormingsgebieden. Normaal gesproken ontstaan sterren in groepen in grote interstellaire gas- en stofwolken, zoals de Orionnevel, en dan voeden ze zich met het daar aanwezige gas- en stof. Maar CX330 is geheel geïsoleerd, meer dan duizend lichtjaar verwijderd van de dichtstbijzijnde stellaire kraamkamer.

De WISE satelliet van de NASA. Credit: NASA/JPL-Caltech

Sinds 2009 is CX330 ook flink aan het veranderen, want hij blijkt al honderden keren helderder te zijn geworden en af en toe schiet ‘ie ook flinke, energierijke straalstromen de ruimte in, die dan in botsing komen met het omringende gas en stof. Het komt voor dat sterren soms wegschieten uit zo’n interstellaire kraamkamer, maar dat lijkt bij CX330 niet het geval, omdat ‘ie nog omringd is door de stofwolk, waaruit hij zich nog steeds voedt. Bij zo’n gekatapulteerde ster zou die stofwolk er niet zijn. Een mogelijkheid zou kunnen zijn dat CX330 een zeer kort stadium uit het leven van een ster laat zien, die we nog niet kennen en die ze wellicht allemaal meemaken. Wellicht dat in zijn geval de interstellaire gas- en stofwolk niet een groep sterren produceerde, maar slechts eentje, CX330. Ook zijn er wellicht wel andere, jonge sterren in de buurt van CX330, maar hebben we die nog niet gezien. Bron: NASA/JPL.

Met WISE ontdekte X-vorm in Melkwegcentrum duidt op rustige evolutie Melkweg

Credits: NASA/JPL-Caltech/D.Lang

Met NASA’s Wide-field Infrared Survey Explorer (WISE) [1]Vanaf september 2013 actief als NEOWISE, op zoek naar potentieel gevaarlijke planetoïden, die de aarde kunnen raken. ruimtemissie heeft men in het Melkwegcentrum een X-vormige verdeling gevonden van sterren, die op bewerkte foto’s gemaakt in infraroodlicht duidelijk te zien is. De X-vorm was theoretisch al voorspeld, maar nog niet eerder waargenomen – al waren met het Diffuse Infrared Background Experiment van NASA Cosmic Background Explorer. De ontdekking van de X-vorm begon eigenlijk met deze tweet van de astronoom Dennis Lang (Dunlap Institute of the University of Toronto), die de met WISE gemaakte kaarten van de Melkweg op Twitter plaatste:

Nader onderzoek van die kaarten bevestigde het bestaan van de X-structuur in het centrum van de Melkweg. De vorm duidt er op dat de Melkweg een rustig leven heeft geleid, zonder botsingen met andere sterrenstelsels – de laatste grote botsing dateert al weer van negen miljard jaar geleden. De Melkweg heeft een langgerekte balkstructuur in de kern, die zonder interactie van buitenaf instabiel kan worden. Daardoor kunnen sterren gaan uitzwermen uit de balk en dat gaat dan in vier richtingen uit, de richtingen van de X.

Credits: NASA/JPL-Caltech/D.Lang

Hier is het vakartikel, dat gepubliceerd is in the Astronomical Journal.

References[+]

References
1 Vanaf september 2013 actief als NEOWISE, op zoek naar potentieel gevaarlijke planetoïden, die de aarde kunnen raken.

Zijn er met ALMA mysterieuze objecten ontdekt aan de rand van het zonnestelsel?

Credit: Liseau, et al, from the paper.

Op dinsdag 8 december werden op de ArVix onafhankelijk van elkaar artikelen geplaatst door twee teams van sterrenkundigen, het ene team dat met de ALMA telescoop in Chili gekeken had naar een stukje hemel in Centaurus, het andere met dezelfde telescoop in Arend, beiden met de conclusie dat ze een groot object hebben ontdekt dat ergens aan de rand van het zonnestelsel beweegt. De bedoeling is dat beide artikelen in het vakblad Astronomy & Astrophysics worden gepubliceerd. In Centaurus werd de ster Alpha Centauri in de gaten gehouden, een meervoudig stersysteem dat met een afstand van 4,32 lichtjaar zeer dichtbij de aarde staat en waarover de laatste jaren flink wat discussie is losgebarsten of daar wel of niet een exoplaneet bij te vinden is. Op de foto’s die ze in juli 2014 en mei 2015 van α Cen A en B maakten zagen ze een onbekend object, ‘U ‘ op de foto’s hierboven, dat een tikkeltje verschoven was. De foto’s zijn door ALMA in het radiogolfgebied van het spectrum gemaakt – in zichtbaar licht zijn de sterren A en B veel te helder en zouden andere objecten  niet zichtbaar zijn. Vraag is nu: hoort dit object – áls het echt bestaat en niet een vorm van ruis is – tot Alpha Centauri of ons eigen zonnestelsel? Het (grotendeels Mexicaanse) team denkt het laatste. De reden is dat ‘U’ te helder is om tot Alpha Centauri te behoren, dan had het veel eerder al ontdekt moeten zijn. Vandaar dat ze aan andere opties denken: het zou een koele, bruine dwerg kunnen zijn, die drie biljoen (10¹²) km ver weg staat, een super-aarde op 45 miljard km óf een kleiner ijsobject á la een Kuiper Belt Object (KBO) op 15 miljard km afstand.

Het andere team – Zweden met een Nederlandse inbreng, Wouter Vlemmings – keek naar de ster W Aquila in het sterrenbeeld Arend. Ook zij gebruikten de ALMA (‘Atacama Large Millimeter/submillimeter Array) in Chili en ook zij zagen een mysterieus, onbekend object, welke door het team gedoopt werd tot Gna, een Noorse god van de snelheid. Ze zagen ‘m in maart (zie de afbeelding hierboven bij x=0, y=0) en april 2014, een derde waarneempoging in mei 2014 leverde niets op. Op basis van de waarnemingen denkt dit team dat ze een object hebben ontdekt dat maximaal 600 miljard km van de zon verwijderd is. Gna zou een enkele honderden kilometers grote ijsdwerg binnen de baan van Neptunus zijn of een forse planeet aan de rand van het zonnestelsel.

De schotels van ALMA in Chili. Credit: Clem & Adri Bacri-Normier (wingsforscience.com)/ESO

Op de publicatie van de artikelen is door andere sterrenkundigen sceptisch gereageerd. Ten eerste wordt er onder andere door de Californische planeetonderzoeker Mike Brown – ontdekker van talloze KBO’s en degene dankzij wie Pluto geen planeet meer is, hij noemt zich niet voor niets @plutokiller – gewezen op het beeldveld van ALMA: dat is zeer klein. Als ze op deze twee kleine stukjes van de hemel al twee objecten vinden, dan moeten er honderdduizenden van die objecten ronddolen in de buitenste regionen van het zonnestelsel en dat zou door hun zwaartekracht merkbaar moeten zijn aan een verstoring van de banen van de bekende planeten, een verstoring die niet gemeten is.

Ook maakt ALMA geen gewone foto’s, maar zijn het radiobeelden die samengesteld zijn uit de waarnemingen van de 66 schotels van ALMA, die als een interferometer samenwerken. De gevonden objecten zouden ook een vorm van beeldruis kunnen zijn. Tenslotte is er ook door andere telescopen gezocht naar grote objecten in de buitenste regionen van het zonnestelsel, onder andere door de infraroodsatelliet WISE, en die zijn niet gevonden. Verdere waarnemingen moeten duidelijk maken of de claims van de twee teams juist zijn of niet. Bron: Phys.org + Bad Astronomy.

Broeikasgassen in kometen geïdentificeerd door NEOWISE

Komeet Christensen. Credit: NASA/JPL-CalTech.

Met de in 2009 gelanceerde infrarood-satelliet NEOWISE [1]Voorheen de WISE satelliet. Lees dit verhaal hoe dat ook weer zat. zijn maar liefst 163 kometen waargenomen en uit recente resultaten van dat onderzoek blijkt dat men met behulp van de Amerikaanse satelliet broeikasgassen koolmonoxide (CO) en kooldioxide (CO2) heeft waargenomen in de gassen die door de kometen worden uitgestoten. Die gassen zijn onder andere aangetroffen bij de komeet C/2006 W3 (Christensen), welke je hierboven ziet, een foto die met WISE op 20 april 2010 gemaakt werd, toen de komeet door het sterrenbeeld Boogschutter bewoog. Als kometen dichter bij de zon komen gaan allerlei stoffen en gassen in de kern van de komeet door de toenemende temperatuur sublimeren en worden ze in een lange staart uitgestoten. Dichtbij de zon bestaan het grootste deel van die gassen uit waterijs, maar een deel is ook koolmonoxide en -dioxide. Probleem is dat dat moeilijk vanaf de aarde kan worden vastgesteld, omdat die gassen ook in onze eigen atmosfeer zitten en je bij de waarneming aan de kometen niet weet welk deel van de gassen aards is en welk deel eh… komeets. Vandaar dat satellieten zoals NEOWISE dat beter kunnen doen, die hebben geen last van de atmosfeer. En aldus werd vastgesteld dat een deel van de uitstoot van kometen broeikasgassen betreft, gassen die ze wellicht met zich meevoeren vanaf het begin dat ze gevormd werden, ruim 4,5 miljard jaar geleden. Hier in dit vakartikel is alles na te lezen. Bron: NASA/JPL.

References[+]

References
1 Voorheen de WISE satelliet. Lees dit verhaal hoe dat ook weer zat.