Verbeterde LIGO verwacht in 2014 zwaartekrachtsgolven van zwarte gaten te detecteren

De LIGO detector. Credit: LIGO Collaboration

De detector genaamd LIGO (Interferometer Gravitational-Wave Observatory) van het Hanford Observatorium in de VS wordt door toepassing van een nieuwe techniek genaamd quantum squeezing verbeterd en met de ‘advanced LIGO’ hoopt men vanaf 2014 zwaartekrachts- of gravitatiegolven van pas gevormde zwarte gaten te detecteren. LIGO bestaat uit twee lange buizen van ieder vier kilometer lengte, die in een L-vorm tegen elkaar staan (zie afbeelding). Het is een Michelson interferometer, waarbij in een geavanceerd vacuüm laserstralen heen en weer gaan, waarmee men zwaartekrachtsgolven – rimpels van de ruimtetijd zelf – wil detecteren, welke in 1916 door Albert Einstein met zijn Algemene Relativiteitstheorie werden voorspeld. LIGO is al sinds 2002 werkzaam, maar de laatste jaren ondervond men hinder van de zogenaamde nulpuntsfluctuaties van het vacuüm, een gevolg van het onzekerheidsprincipe van Heisenberg uit de Quantum Mechanica.

De gevoeligheid van LIGO. Credit: LIGO Collaboration

Door gebruik van kristallen met non-lineaire optische eigenschappen wil men het vacuüm converteren naar een ‘uitgeknepen vacuüm‘ (Engels: squeezed vacuum), waarin die fluctuaties kleiner zijn. Door toepassing van deze techniek wordt de gevoeligheid van LIGO een stuk groter en daarom denkt men al in 2014 voor het eerst echt zwaartekrachtsgolven te kunnen detecteren, welke onder andere ontstaan als zwarte gaten ontstaan, bijvoorbeeld door de botsing van twee neutronensterren. In de figuur hiernaast zie je de gevoeligheid van LIGO, de rode lijn stelt de gevoeligheid zonder de quantum squeezing voor, de blauwe lijn met. De techniek is eerder ook al toegepast bij de Brits-Duitse GEO600 detector bij Hannover in Duitsland, die met z’n armen van 600 meter lengte alleen een stuk kleiner is dan LIGO en waar tot op heden ook nog geen zwaartekrachtsgolven zijn gevonden. Bron: LIGO.

 

Monstersterren zullen niet zo gauw samensmelten en zwaartekrachtsgolven uitzenden

De sterrenhoop R136 in de Tarantulanevel bevat talloze monstersterren, 200 tot 300 keer zwaarder dan de zon. CREDIT: SOURCE: NASA, ESA, F. PARESCE (INAF-IASF, BOLOGNA, ITALY), R. O’CONNELL (UNIVERSITY OF VIRGINIA, CHARLOTTESVILLE), AND THE WIDE FIELD CAMERA 3 SCIENCE OVERSIGHT COMMITTEE

Al sinds de jaren zestig proberen natuurkundigen met allerlei instrumenten de door Albert Einstein voorspelde zwaartekrachtsgolven te ontdekken, de rimpels in de ruimtetijd, die het gevolg zijn van extreme omstandigheden zoals botsende zwarte gaten. Dat men die zwaartekrachtsgolven tot op heden niet heeft gedetecteerd komt omdat de botsingen van stellaire zwarte gaten in onze eigen Melkweg te weinig extreem zijn of omdat de botsing van superzware zwarte gaten – bijvoorbeeld als complete sterrenstelsels botsen en samensmelten – te ver weg is. Maar wat nu als de gigantisch zware sterren in de sterrenhoop R136 in de Tarantula nevel in de Grote Magelhaense Wolk, die kortgeleden zijn ontdekt en die soms 200 tot 300 keer zo zwaar als de zon zijn, te dicht bij elkaar komen, botsen en samensmelten? Geeft dat dan geen detecteerbare zwaartekrachtsgolven? De afstand tot R136 is 163.000 lichtjaar, voor sterrenkundigen dichtbij genoeg om mogelijke zwaartekrachtsgolven van botsende monstersterren te detecteren.

Voorstelling van twee samensmeltende zwarte gaten, die zwaartekrachtsgolven produceren. Credit: WERNER BENGER, CC BY-SA 4.0

Een team sterrenkundigen onder leiding van Krzysztof Belczynski (Universiteit van Warschau, Polen) heeft onlangs berekeningen gedaan en de uitkomst daarvan is dat we niet hoeven te rekenen op de detectie van zwaartekrachtsgolven van die monstersterren. Het blijkt namelijk dat die sterren altijd op geruime afstand van elkaar ontstaan en ook zullen blijven. Pas over tientallen of honderden miljarden jaren zullen ze elkaar zo dicht naderen dat ze botsen, samensmelten en zwaartekrachtsgolven zullen uitzenden. Maar ja, dan zijn wij er al lang niet meer. Bron: Eurekalert.

Vooruitgang geboekt in zoektocht naar zwaartekrachtsgolven

Astronomen vooruit in zoektocht naar zwaartekrachtsgolven. Credit: Bill Saxton, NRAO/AUI/NSF.

Een internationaal team van onderzoekers, onder leiding van ASTRON-sterrenkundige Adam Deller, heeft een nieuw record gezet door heel nauwkeurig de afstand van een pulsar met de naam PSR J2222-0137 tot de aarde te meten. Met de Very Long Baseline Array (VLBA) radiotelescoop in Amerika onderzocht het team twee jaar lang de pulsar (ook wel een neutronster genoemd) om de zogenaamde ‘parallax’ ervan te bepalen: een hele kleine beweging in de ogenschijnlijke positie van objecten tegen hun achtergrond, gezien van tegenovergestelde punten van de baan van de aarde rond de zon.Met een variatie van minder dan vier lichtjaar is deze meting 30 procent nauwkeuriger dan het vorige record. Hoewel bewegingen in de baan van de pulsar zo klein zijn als een munt op een afstand van 40.000 kilometer, konden de sterrenkundigen met de Amerikaanse telescoop ook de oriëntatie van de baan van de pulsar bepalen. De resultaten van het onderzoek zijn gepubliceerd in Astrophysical Journal. Het onderzoek laat zien dat pulsar PSR J2222-0137 vijftien procent dichterbij staat dan wetenschappers tot nu toe dachten, namelijk 871.4 lichtjaar vanaf de aarde. Dit heeft belangrijke gevolgen voor het begrip van de werking van pulsars. PSR J2222-0137 beweegt in een baan met een tot nu toe onzichtbare begeleider. Met de nu gemeten afstand kunnen sterrenkundigen met optische telescopen aantonen wat voor soort begeleider de pulsar heeft. Als deze onzichtbaar blijft, moet het net als de pulsar ook een neutronster zijn. Als de begeleider een witte dwerg is, wat waarschijnlijker is, zal deze met optische telescopen zeker zichtbaar zijn.

Deze nauwkeurige metingen kunnen astronomen helpen bij de zoektocht naar de ongrijpbare zwaartekrachtsgolven voorspeld in de algemene relativiteitstheorie van Einstein. Door een groep pulsars verspreid over de Melkweg te observeren, hopen sterrenkundigen de verdraaiingen in tijd en ruimte, veroorzaakt door zwaartekrachtsgolven, te meten. Zeer nauwkeurige afstandmetingen van de pulsars kan de gevoeligheid van technieken die individuele bronnen van zwaartekrachtsgolven moeten detecteren flink verbeteren. De VLBA-radiotelescoop wordt bediend door de National Radio Astronomy Observatory (NRAO) in Amerika. Bron: Astron.

Nieuwe techniek in ontwikkeling om gravitatiegolven te detecteren

Andre Geraci bij een apparaat dat lijkt op de gravitatiegolf-detector die hij heeft voorgesteld. Credit: Mike Wolterbeek, University of Nevada, Reno.

Twee natuurkundigen van de universiteiten van Nevada en Reno hebben een nieuwe techniek voorgesteld, waarmee het mogelijk zou moeten zijn om gravitatiegolven te ontdekken, de door Albert Einstein in 1916 voorgestelde rimpels in de ruimtetijd, die kunnen ontstaan bij extreme gebeurtenissen zoals botsingen van zwarte gaten. Er wordt al decennia lang gezocht naar gravitatiegolven, sinds Joseph Weber’s speurtochten vanaf 1968. De Virgo- en LIGO-lasersystemen in Italië en de VS zijn recente detectiesystemen, die met name gevoelig zijn voor zwaartekrachtsgolven met lagere frequenties. De twee natuurkundigen – Andrew Geraci en Asimina Arvanitaki heten ze – hebben nu een systeem voorgesteld dat meer in de hogere frequenties gevoelig is. Wat ze hebben voorgesteld is de bouw van een instrument, dat een kleine, laser-gekoelde afstelbare sensor bevat, die zweeft in een zogenaamde optische holte, waar het niet gehinderd wordt door wrijving. Het instrument kent twee testmassa’s, kleine schijven of bollen, wiens onderlinge afstand exact bekend is. Passeert een gravitatiegolf de twee testmassa’s, dan zal de afstand iets veranderen. Hier is het wetenschappelijke artikel van het tweetal, dat onlangs verschenen is in het vakblad Physical Review Letters.  Bron: Science Daily.

Nederlandse sterrenkunde stapt in jacht op zwaartekrachtsgolven

Animatie van twee samensmeltende zwarte gaten. Credit: NASA/ Pubic Domain

De Nederlandse Onderzoekschool voor Astronomie (NOVA) gaat investeren in de BlackGEM-array van telescopen. BlackGEM is een initiatief van Paul Groot en Gijs Nelemans van de Radboud Universiteit en heeft als doel licht op te vangen van samensmeltende zwarte gaten en neutronensterren.Bij deze samensmeltingen wordt de ruimtetijd zózeer vervormd dat de hierdoor ontstane rimpelingen tot op aarde meetbaar zullen zijn met de Virgo- en LIGO-lasersystemen in Italië en de VS. Sinds vorig jaar is Nederland lid van Virgo.Het detecteren van deze zwaartekrachtsgolven is nog nooit eerder gelukt en zal een volledig nieuwe mogelijkheid bieden om het heelal te bestuderen. Virgo en LIGO houden weliswaar continu de hele hemel in de gaten maar zijn nogal ‘bijziend’ en kunnen de positie van de samensmelting bepalen met een nauwkeurigheid niet beter dan 400 maal de omvang van de volle maan.De BlackGEM-array gaat hier verandering in brengen. Na een seintje van Virgo en LIGO zal BlackGEM het betreffende gebied aan de hemel afspeuren op zoek naar het verwachte, zwakke signaal dat bij de samensmelting óók vrijkomt in zichtbaar licht. Hiermee zal BlackGEM de positie aan de hemel met een factor 1 miljard verbeteren. Een detectie en nauwkeurige positie in zwaartekrachtsgolven én zichtbaar licht levert vervolgens een perfecte combinatie op om alle grote telescopen ter wereld op deze positie te richten en de geheimen te ontrafelen van de interne structuur van neutronensterren, de frequentie en massa van zwarte gaten en om op een volkomen nieuwe manier naar het heelal te kijken.

Artistieke impressie van BlackGEM. Credit: NOVA/Radboud Universiteit/FOM/NWO.

De eerste fase van de BlackGEM-array bestaat uit 4 telescopen met een spiegel van 65 cm, en met een blikveld van elk 8 x de volle maan (twee vierkante graad). De camera van elke telescoop bestaat uit een enkele chip van 81 megapixels. De array komt te staan op de berg La Silla van de Europese Zuidelijke Sterrenwacht (ESO), één van de beste plekken ter wereld voor optische waarnemingen. De BlackGEM-array zal in 2015 operationeel zijn op La Silla. Vanaf 2016 worden de eerste gezamenlijke waarnemingen met Virgo en LIGO verwacht. BlackGEM wordt gefinancierd door NOVA, de Radboud Universiteit Nijmegen, de stichting Fundamenteel Onderzoek der Materie (FOM) en de Nederlandse Stichting voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO).

Bron: Nederlandse Onderzoekschool voor Astronomie.

Zwaartekrachtsgolven staan op het punt om ontdekt te worden

Voorstelling van zwaartekrachtsgolven, die ontstaan als twee zwarte gaten elkaar naderen. Credit: LIGO

In 1916 kwam Albert Einstein in z’n Algemene Relativiteitstheorie met de stelling dat je fluctuaties in de kromming van de ruimtetijd kunt hebben, de zogenaamde zwaartekrachts- of gravitatiegolven. Net als een golf in het water zouden die zwaartekrachtsgolven zich van de bron af naar buiten bewegen. Decennia later leerde men het object kennen dat in staat zou zijn dergelijke rimpels te veroorzaken: zwarte gaten. En dan geen losse zwarte gaten, maar botsende zwarte gaten, het liefste de superzware versies in de centra van sterrenstelsels. Als die op elkaar botsen en samensmelten, dán zou een serie gravitatiegolven geproduceerd kunnen worden die met moderne detectoren zoals LIGO waargenomen kunnen worden. Maar ja, LIGO heeft tot nu toe tevergeefs zwaartekrachtsgolven gezocht en da’s eigenlijk ook wel logisch, want wanneer tref je het nou dat in het heelal ergens twee superzware zwarte gaten in de kernen van sterrenstelsels in een cataclysmische catastrofale botsing en samensmelting? Nou, dat gebeurt vaker dan je denkt, aldus Sean McWilliams en wat maatjes van hem van Princeton University! Zij hebben namelijk berekend dat dergelijke botsingen 10 tot 30 keer vaker voorkomen dan men eerst dacht én dat de signalen van die zwaartekrachtsgolven ook nog eens 3 tot 5 keer sterker zijn dan men dacht. Kortom, grote kans dat we met LIGO of één van de andere detectoren – zoals het Leidse MiniGrail – eerder dan we dachten signalen van zwaartekrachtsgolven zien. Het team van McWilliams komt tot die conclusie op basis van de waarneming dat sterrenstelsels de afgelopen zes miljard jaar gegroeid zijn in massa en omvang: in die periode zijn ze gemiddeld verdubbeld in massa en vervijfvoudigd in omvang. En da’s vreemd te noemen, want onlangs werd op basis van een uitgebreid onderzoek geconcludeerd dat de stervorming in sterrenstelsels de afgelopen 11 miljard jaar enorm is gekelderd. Hoe kunnen sterrenstelsels nou groeien als de stervorming steeds minder wordt? Nou simpel, door te botsen, aldus de groep van McWilliams. Hier lees je er alles over. Bron: Technology Review.

Nijmeegse sterrenkundigen stappen in zwaartekrachtsgolvendetector Virgo

Virgo, een detector voor zwaartekrachtsgolven. Credit: Virgo Collaboration

De astrofysici van de Radboud Universiteit Nijmegen gaan deelnemen aan Virgo, een detector voor zwaartekrachtsgolven. Het is de eerste groep sterrenkundigen die zich aansluit bij dit Europese experiment. Ze gaan helpen de bronnen op te sporen van deze golven, die Albert Einstein voorspelde maar die nog nooit zijn gemeten. Zelf krijgen ze met het experiment een heel nieuw venster op het heelal. In 2015 wordt de eerste meting verwacht. Vorige week is door wetenschapsfinancier NWO 2 miljoen euro beschikbaar gesteld voor de Nederlandse bijdrage aan Virgo. Zwaartekrachtsgolven worden voorspeld in de bijna honderd jaar oude algemene relativiteitstheorie van Einstein. Maar ze zijn nog nooit direct gemeten. Als objecten heel erg zwaar zijn, heel erg snel bewegen en dicht bij elkaar staan, wordt de zwaartekracht zeer sterk. Zo sterk dat er door de vervorming van de ruimte golven ontstaan die zich ongehinderd door het heelal kunnen verplaatsen. Sinds de jaren ’80 bouwen natuurkundigen in de VS en Europa aan super gevoelige precisie-instrumenten, en binnen een jaar of drie zou het ook daadwerkelijk moeten lukken om de kleine rimpelingen in de ruimtetijd te meten. Samensmeltende dubbelsterren en naar elkaar toe bewegende zwarte gaten, zijn typisch de zware objecten in de ruimte die zwaartekrachtsgolven zouden kunnen produceren. “Als het werkt krijgen we een ongekende blik op de meest spectaculaire objecten”, zegt sterrenkundige Gijs Nelemans. Hij zal met zijn collega Paul Groot gaan deelnemen aan de alliantie. Beiden zijn verbonden aan het Institute for Mathematics, Astrophysics and Particle Physics (IMAPP) van de Radboud Universiteit Nijmegen. De Nijmeegse expertise is het met conventionele telescopen meten van het elektromagnetische signaal van uitbarstingen van zwaartekrachtsgolven, en de kennis over de bronnen van deze uitbarstingen: compacte en samensmeltende dubbelsterren.

Uitbarstingen van zwaartekrachtsgolven hebben drie eigenschappen waardoor ze extreem lastig te meten zijn. Ze zijn erg zeldzaam: een keer in de honderdduizend jaar per melkwegstelsel gebeurt er iets dat een uitbarsting van sterke zwaartekrachtsgolven kan produceren. Verder hebben de golven een enorme golflengte – die min of meer overeenkomt met de grootte van het object waaruit ze voortkomen. Dat vergt enorme installaties om hen te detecteren. En ten derde gaan de golven overal doorheen zonder een spoor achter te laten. “Het enige wat ze doen waarmee je kunt aantonen dat ze er zijn, is een object een klein beetje samendrukken”, legt Nelemans uit. “En met een klein beetje bedoel ik: minder dan een atoomkern, dus zoiets als een miljardste van een miljardste meter verschil” De zwaartekrachtsgolvendetector Virgo staat in Cascina, in de buurt van Pisa, Italië. Het instrument is sinds 2007 operationeel. Virgo krijgt de komende jaren een update waardoor hij duizend keer zoveel ruimte in beeld krijgt en de kans reëel wordt dat er zwaartekrachtsgolven worden gemeten. Virgo is een van oorsprong Frans-Italiaans project. Het Nederlandse instituut voor hoge-energiefysica Nikhef werd al eerder lid. Met de bijdrage van de Radboud Universiteit Nijmegen krijgt Nederland een aandeel van twintig procent. Bron: Nova.

Chandra ziet superzwaar zwart gat uit sterrenstelsel geslingerd worden

Credit: X-ray: NASA/CXC/SAO/F.Civano et al; Optical: NASA/STScI; Optical (wide field): CFHT, NASA/STScI

Sterrenkundigen hebben met behulp van de Chandra röntgen-ruimtetelescoop van de NASA een sterrenstelsel ontdekt, waaruit met enorme snelheid een superzwaar zwart gat wordt geslingerd. Het gaat om het stelsel CID-42, vier miljard lichtjaar van ons verwijderd in het sterrenbeeld Sextant, waaruit met een snelheid van enkele miljoenen kilometers per uur een superzwaar zwart gat vliegt. CID-42 is zowel in röntgenlicht bekeken door Chandra als optisch door de Canada-French-Hawaii Telescope en de Hubble ruimtetelescoop. Eén puntbron in de kern van CID-42 kon in detail bekeken worden met Chandra’s High Resolution Camera en dat leverde het inzicht op dat we met een uitgestoten zwart gat te maken hebben. Men denkt dat deze kosmische ‘verbanning’ het gevolg is van een botsing van twee sterrenstelsels en dat door de werking van zwaartekrachtsgolven één van de twee centrale superzware zwarte gaten een soort van terugslag kreeg en met enorme kracht uit het stelsel werd gestoten. Laura Blecha, één van de betrokken sterrenkundigen, heeft een simulatie op de PC van die gebeurtenis gemaakt en die zie je in de korte video hieronder:

Binnenkort verschijnt er een wetenschappelijk artikel over de waarnemingen aan CID-42 in het vakblad The Astrophysical Journal, voor de liefhebbers hier te lezen. Een artikel met meer theoretische achtergronden is deze, dat in de concurrerende Monthly Notices of the Royal Astronomical Society zal verschijnen. Bron: Chandra.

Geen resultaat bij speurtocht zwaartekrachtsgolven

zwaartekrachtsgolven, gegenereerd door naar elkaar toe bewegende zwarte gaten. Credit: NASA/Goddard Space Flight Center

Er zijn maar liefst 722 (!) wetenschappers aan te pas gekomen om één artikel te schrijven, waarin de resultaten bekend zijn gemaakt van de speurtocht naar zwaartekrachts- of gravitatiegolven. De uitkomst is dat na twee jaar intensief speuren tussen november 2005 en september 2007 met behulp van LIGO (Laser Interferometer Gravitational-Wave Observatory) men géén zwaartekrachtsgolven heeft gedetecteerd. Die golven – bijna honderd jaar geleden al voorspeld door Albert Einstein – zouden rimpels in de ruimtetijd zijn, welke veroorzaakt worden door extreme gebeurtenissen zoals botsende zwarte gaten. Uit het feit dat men met LIGO geen zwaartekrachtsgolven heeft waargenomen hebben de wetenschappers á  la Cruyff (‘ieder nadeel heeft z’n voordeel’) een bovenlimiet kunnen stellen aan de hoeveelheid botsingen tussen zwarte gaten. Met LIGO keek men naar zwaartekrachtgolven die afkomstig waren van dubbele zwarte gaten, met massabereik 1-99 zonnemassa voor de afzonderlijke componenten en een totale massa van 25-100 zonmassa. Uit het niet zien van zwaartekrachtsgolven kon men afleiden dat niet meer dan twee zwarte gaten tussen 19 en 28 zonmassa en met een verwaarloosbare spin per kubieke megaparsec per miljard jaar met elkaar botsen, met een waarschijnlijkheid van 90%. Dat men geen zwaartekrachtsgolven heeft gezien betekent niet dat ze niet bestaan. Sterker nog, indirect zijn ze al aangetoond, met behulp van pulsars. Eerst in 1974 door waarnemingen aan de pulsar PSR B1913+16 en daarna met behulp van de enige dubbele pulsar die bekend is: PSR J0737-3039A/B in het sterrenbeeld Grote Hond (Canis Major), 2.000 lichtjaar van ons verwijderd [1]In 2005 werd PSR J0737-3039A/B  gebruikt om de Algemene Relativiteitstheorie (1915) van Albert Einstein te testen door te meten welk effect het ronddraaien van de beide pulsars op elkaar had door … Continue reading. Bron: Cosmic Variance.

References[+]

References
1 In 2005 werd PSR J0737-3039A/B  gebruikt om de Algemene Relativiteitstheorie (1915) van Albert Einstein te testen door te meten welk effect het ronddraaien van de beide pulsars op elkaar had door het uitzenden van zwaartekrachtsgolven. Resultaat daarvan bleek te zijn dat de pulsars iedere dag 7 millimeter dichter bij elkaar komen! Op basis van de huidige onderlinge afstand heeft men berekend dat de pulsars over 85 miljoen jaar zullen samensmelten.

Onregelmatigheden in rotatie pulsars verklaard

Voorbeeld van een pulsar, de Velapulsar. credit: NASA/CXC/PSU/G.Pavlov et al.

Pulsars zijn zeer snel rondraaiende neutronensterren, die in twee nauwe bundels hoogenergetische straling de ruimte in zenden. In 1967 werd met de 76-meter Lovell radiotelescoop van het Jodrell Bank Observatorium in Engeland de eerste pulsar ontdekt. Sinds die tijd weet men dat pulsars zeer snel, maar ook stabiel roteren, variërend van enkele milliseconden tot seconden. Toch zijn er twee redenen waarom pulsars tot voor kort niet als betrouwbare kosmische klokken konden worden gebruikt. De eerste is dat de rotatiesnelheid langzaam afneemt, al is de afnamesnelheid goed te meten. Maar de tweede is lastiger: er komen in de rotatie af en toe onregelmatigheden voor, hikjes. Die onregelmatigheden waren nooit goed te verklaren, totdat onlangs een team van sterrenkundigen onder leiding van Andrew Lyne (Universiteit van Manchester) de oplossing vond. Met dezelfde Lovell telescoop als waarmee ze ontdekt werden nam men pulsars waar en uit die waarnemingen kon men afleiden dat de onregelmatigheden ontstaan doordat er niet één maar twee door elkaar lopende afnames van de rotatiesnelheid zijn. Soms volgt de pulsar de ene vertraging en soms volgt ‘ie abrupt de andere vertraging, hetgeen de hikjes oplevert. Lyne en z’n team wisten uit de vorm van de stralingspulsen de overgang van de ene naar de andere vertraging te voorspellen en zodoende de rotatiesnelheid te corrigeren. Op deze wijze kunnen pulsars dienen als zeer betrouwbare kosmische tijdsbakens. Eén van de mogelijkheden die zich met die bakens voordoet is dat ze gebruikt kunnen worden om zwaartekrachtsgolven te ontdekken, de rimpels in de ruimtetijd die Einstein in 1916 voorspelde en die veroorzaakt worden door extreme gebeurtenissen zoals botsende zwarte gaten. Een paar pulsars die vanaf Aarde scherp in de gaten gehouden worden zouden zo’n zwaartekrachtsgolf ‘verraden’ door een onregelmatigheid in hun periodiciteit. Aha, weer een onregelmatigheid, maar dan van een héél andere soort. Bron: Science & Technology Facilities Council.