Site pictogram Astroblogs

Nog eventjes over de Zomerdriehoek

Credit: T. Credner & S. Kohle, AlltheSky.com

Credit: T. Credner & S. Kohle, AlltheSky.com

Gisteren had ik het over de bekende Zomerdriehoek, wiens punten aan de sterrenhemel gevormd worden door de heldere sterren Wega, Deneb en Altair. In een voetnoot schreef ik dat de term ooit door Sir Patrick Moore was bedacht, maar dat is niet geheel juist. Hij was niet de bedenker, wél de popularisator ervan. In het oktober 2004 nummer van het Britse sterrenkundetijdschrift Journal of the British Astronomical Association werd ook al gezegd dat de term van Moore afkomstig is en in een ingezonden brief aan de redactie daarvan, die vervolgens in een daaropvolgende Letter werd gepubliceerd, schrijft de welbekende Belgische Jean Meeus, dat het iets anders in elkaar steekt. De Oostenrijkse sterrenkundige Oswald Thomas had het volgens Meeuw in 1933 in z’n boek Astronomie al over de ‘Sommerdreieck’. Meeus, die wij vooral kennen als gezaghebbend auteur van de jaarlijks gepubliceerde Sterrengids, heeft een Nederlandse versie van het boek uit 1944 en daarin wordt ok gesproken over de Zomerdriehoek. Diezelfde Thomas had in een eerder boek, Himmel und Erde (Munchen, 1928) ook al over de ‘Grosses Dreieck’. Op de engelse Wikipediapagina over de Zomerdriehoek wordt overigens gezegd dat Thomas in 1934 (niet 1933) sprak van een ‘Summerly Triangle’, een zomerlijke driehoek dus. Tsja, da’s toch weer iets anders dan Meeus het zei. Geen idee wie gelijk heeft. Bron: JPAA + Wikipedia.
Mobiele versie afsluiten