Stuiptrekkingen van een stervende ster

Credit: NASA/ESA/Hubble Heritage Team (STScI/AURA)

Als sterren á la de Zon aan het einde van hun actieve leven komen, dat wil zeggen na de heliumverbranding [1]Aan deze heliumverbranding zal de Zon pas over 5 miljard jaar toekomen. Voorlopig is ze nog bezig met de waterstofverbranding in de kern. in de kern, zullen ze hun buitenste gaslagen wegblazen. Die vormen een planetaire nevel en in de kern blijft uiteindelijk een witte dwerg over. Hubble heeft november 2007 met z’n Wide Field Planetary Camera 2 een dergelijke planetaire nevel mét centrale witte dwerg prachtig gefotografeerd. Het is NGC 2371, welke 4.300 lichtjaar ver weg ligt in het sterrenbeeld Tweelingen (Gemini). In de telescoop lijken het twee aparte objecten (de beide lobben, links en rechts op de foto) en daarom is óók de naam NGC 2372 aan dit ene object verbonden. In het midden zien we de witte dwerg, die met z’n temperatuur van 130.000 K zeer heet mag worden genoemd. De twee roze [2]Het zijn wel valse kleuren, onthou ‘t. van de witte dwerg wegschietende ‘klodders’ worden flier’s genoemd, wat staat voor Fast Low-Ionization Emission Regions. Hoe die precies ontstaan is nog onduidelijk, maar ze zijn vermoedelijk wel een stuk jonger dan de omringende planetaire nevel. Mmmm, gaan we es een apart astroblogje aan wijden. Bron: Hubblesite.org.

References[+]

References
1 Aan deze heliumverbranding zal de Zon pas over 5 miljard jaar toekomen. Voorlopig is ze nog bezig met de waterstofverbranding in de kern.
2 Het zijn wel valse kleuren, onthou ‘t.

De schaal van Danjon en klimaatveranderingen

De afgelopen maansverduistering op 21 februari j.l. hadden we (indien ‘t helder was geweest 🙁 ) een steenrood verlichtte Maan kunnen zien. Zie de foto hiernaast, gemaakt door Pete Lawrence in Engeland. Dat de Maan tijdens zo’n eclips niet compleet in de aardse schaduw verdwijnt komt doordat de aardse atmosfeer het zonlicht een tikkeltje afbuigt en dat verstrooide licht komt dan op de Maan terecht. De kleur van de verduisterde maan kan daarbij heel erg variëren, afhankelijk van de hoeveelheidstofdeeltjes in de atmosfeer. Vlak na vulkaanuitbarstingen is de Maan meestal erg donker omdat de dampkring dan veel stof bevat dat vrijwel al het licht tegenhoudt. Om goede vergelijkingen te kunnen maken, heeft de Franse sterrenkundige André-Louis Danjon (1890-1967) ooit een indeling gemaakt, die nog steeds wereldwijd wordt gebruikt. De schaal van Danjon telt vijf categorieën [1]Waarin de L de ‘luminosité’ voorstelt.:

Nr. KleurBeschrijving
L=0Zeer donkerDe Maan is bijna onzichtbaar, vooral bij het centrale deel van de kernschaduw
L=1Grijze of bruinachtige kleurDetails op het maanoppervlak zijn nauwelijks zichtbaar
L=2Donkerrood of roestkleurigHet centrale deel van de kernschaduw is zeer donker, de rand is vrij helder
L=3SteenroodDe rand is lichter rood gekleurd of geelachtig
L=4Koperachtig rood of oranjeDe rand is zeer helder blauwachtig

De eclips van 21 februari j.l. werd in deze schaal als een 3 gekenmerkt, dus een steenrode eclips met een lichter rood gekleurde of geelachtige rand. De laatste jaren zijn er weinig grote vulkaanuitbarstingen geweest en dat verklaard de helderheid. Volgens sommige wetenschappers zou de opwarming van de Aarde daardoor wel eens een zetje hebben gekregen, want de stofdeeltjes in de atmosfeer weerkaatsen voor een deel het zonlicht. Minder vulkanische stofdeeltjes betekent simpelweg minder reflectie en dus meer warmte op het aardoppervlak. De afgelopen heldere eclips zou daarmee wel eens een gevolg kunnen zijn van die opwarming als gevolg van de verminderde hoeveelheid vulkanische stofdeeltjes in de atmosfeer, aldus een groep wetenschappers onder leiding van Richard Keen (Universiteit van Colorado, VS). Hij heeft samen met z’n maatjes de effecten van vulkaanuitbarstingen op de ‘opaciteit’ van de atmosfeer gemeten sinds de uitbarsting van de Krakatau in 1883.

In het grafiekje hiernaast zie je het resultaat daarvan, waarin τ=1 staat voor 100% ondoorzichtig enτ=0 voor volkomen doorzichtig. Niet alle geleerden zijn het overigens met Keen et al eens wat betreft de invloed van de vulkaanuitbarstingen op de temperatuur op Aarde. Sterker nog, er zijn zelfs geleerden die beweren dat de verminderde hoeveelheid vulkanische stofdeeltjes een verkoelende werking hebben. Zucht, zijn ze ‘t dan nooit met elkaar eens? 😉 Bron: Space.NewScientist.com.

References[+]

References
1 Waarin de L de ‘luminosité’ voorstelt.

HiRISE ziet ‘live’ lawines op Mars!

Met de HiRISE-camera [1]De High Resolution Imaging Science Experiment camera, die aan boord van de Mars Reconnaissance Orbiter is. zijn ze er in geslaagd om maar liefst vier lawines te fotograferen op Mars, juist op het moment dat ze naar beneden kwamen. Is dat een goede timing of niet? De grootste lawine is zo’n 180 meter in doorsnede en strekt zich uit tot 190 meter voorbij de rand van de steile klif. Het speelt zich allemaal ergens in de buurt van de Noordpool van Mars af. Het materiaal dat naar beneden komt is waarschijnlijk stof, ijsdeeltjes en wellicht grotere rotsblokken. Spectaculair hoor. Meer foto’s met meer resolutie zijn in de bron te vinden. Ik was gisteravond naar een voorstelling van Herman Finkers in R’dam, dus had even geen tijd om blogjes te schrijven. Vanavond weer een verse voorraad. 🙂 Bron: HiRISE/JPL.

References[+]

References
1 De High Resolution Imaging Science Experiment camera, die aan boord van de Mars Reconnaissance Orbiter is.