18 exoplaneten ontdekt ter grootte van de Aarde met nieuw algoritme uit oude Kepler data

Een team Duitse astronomen van het Max Planck Instituut heeft recentelijk 18 nieuwe exoplaneten ontdekt. Dit deden ze aan de hand van oude data verzameld door de Kepler telescoop. Deze 18 exoplaneten komen boven op de ruim 4058 eerdere ontdekte exoplaneten maar het bijzondere aan dit achttiental is dat ze allemaal ruwweg de afmeting van de aarde hebben. Dit in tegenstelling tot de duizenden anderen waarvan de omvang gemiddeld die van de ijsgigant Neptunus hebben. De ontdekking met gebruik van deze wat oudere data heeft men kunnen doen door toepassing van een nieuw en gevoeliger algoritme. Wetenschappers zijn er opgetogen over, daar deze qua afmeting aardachtige planeten een stuk lastiger te detecteren zijn dan hun veel grotere tegenhangers.

Lees verder

Onze vroegste voorouders gingen wellicht rechtop lopen door… supernovae

Voorstelling van een supernova. Credit; NASA/CXC/M.Weiss

Voorstelling van een supernova. Credit: © Martin Capek / Adobe Stock[/caption]

Twee onderzoekers van de Universiteiten van Kansas en Washburn – Adrian Melott resp. Brian Thomas – denken na bestudering van oeroude geologische gesteentelagen aanwijzingen te hebben gevonden dat onze vroegste voorouders mogelijk rechtop gingen lopen als gevolg van nabije supernovae. Die bestookten de aarde vanaf acht miljoen jaar geleden met een kosmische regen van hoogenergetische deeltjes, een regen die 2,6 miljoen jaar geleden een piek bereikte. Onze voorouders zaten toen nog als aapachtigen in de tropische bossen rond de evenaar, maar dat veranderde als gevolg van de gebeurtenissen die volgden op die kosmische regen. Want daardoor kwam er in het onderste deel van de atmosfeer door ionisatie een lawine aan elektronen, die op hun beurt zorgden voor een enorme toename van onweer en bliksem. Dat zorgde op haar beurt weer voor een wereldwijde toename van bosbranden, die de aapachtige hominiden in de bossen noodzaakten om de meer open savannes op te zoeken. Daar zijn de bomen veel schaarser en moesten de hominiden grotere afstanden snel af kunnen leggen. Om gevaarlijke dieren tijdig te kunnen zien was het ook handig als de hominiden rechtop stonden en over het hoge gras konden kijken. Daar op de savannes in noordwest Afrika groeide de hominide uit tot ‘homo habilis‘. Melott en Thomas baseren zich voor hun theorie op de vondst van afzettingen van ijzer-60 in gesteentelagen die dateren van het Plioceen tijdperk tot de late ijstijden. Dat isotoop van ijzer zou afkomstig zijn van supernovae, die plaatsvonden tussen 163 en 326 lichtjaar van ons vandaan. Ook vonden ze veel koolstofafzettingen, wijzend op grote branden die toen moeten hebben plaatsgevonden. Hier het vakartikel over het onderzoek. Bron: Universiteit van Kansas.

Honderd jaar gelden werd Einstein’s Algemene Relativiteitstheorie bewezen met een totale zonsverduistering

De door Eddington waargenomen eclips van 29 mei 1919. Credit: ESO/Landessternwarte Heidelberg-Königstuhl/F. W. Dyson, A. S. Eddington, & C. Davidson

Vandaag exact honderd jaar geleden werd Albert Einstein’s Algemene Relativiteitstheorie (november 1915) voor het eerst bewezen en wel door waarneming aan een totale zonsverduistering, die op 29 mei 1919 plaatsvond, amper zes maanden na het einde van de Eerste Wereldoorlog, en die in Zuid-Amerika en West-Afrika zichtbaar was. De Britse astronoom Arthur Eddington gebruikte deze eclips (een ander woord voor verduistering) om de afbuiging van licht door zwaartekrachtsvelden, in 1915 door Einstein op grond van z’n ART voorspeld, te staven. Bij een eclips worden in de buurt van de Zon tijdens de totaliteit sterren zichtbaar. Het licht van die sterren zou door de zwaartekracht van de Zon een klein beetje moeten worden afgebogen, aldus Einstein.

Een negatief van de eclipsfoto, met tussen de streepjes de sterren waarvan Eddington de positie kon meten. Credit: ESO/Landessternwarte Heidelberg-Königstuhl/F. W. Dyson, A. S. Eddington, & C. Davidson

Foto’s van de sterren in de buurt van de zon zouden die afbuiging moeten laten zien, vergeleken met vergelijkingsfoto’s van dezelfde sterren zonder de Zon in de buurt. Met twee teams, eentje in Sobral (Brazilië) en eentje op het eiland Principe in de Atlantische Oceaan namen Eddington en z’n collega Frank Dyson de eclips waar. Eddington zelf zat op Principe, Dyson in Sobral. De totaliteitsfase van de eclips duurde meer dan vijf minuten, ideaal voor het doen van de waarnemingen, die zeer nauwkeurig moesten zijn.

Arthur Eddington (l.) en  Frank Dyson (right). (Public Domain)

De uitkomst van de waarnemingen is inmiddels bekend: de waarnemingen lieten inderdaad een afbuiging van de sterren in de buurt zien, met de hoeveelheid die overeenkwam met wat Einstein had voorspeld. Newton’s zwaartekrachtswet voorspelde een afbuiging van 0,87″, de ART ongeveer het dubbele, 1,75″. Wat ze in Principe maten aan verbuiging was 1,65″, in overeenstemming met de ART. De meting in Sobral gaf 1,98″ aan, maar omdat de onnauwkeurigheid van die meting met 30% te groot was werd die niet meegeteld. Met deze bevestiging van de ART werd Einstein voor het eerst bekend bij het grote publiek. Zo kwam de New York Times op 10 november 1919, een half jaar na de eclips, met dit bericht:

Hier het vakartikel over de waarnemingen van Eddington en Dyson, verschenen in 1920 in the Philosophical Transactions of the Royal Society. Bron: Wiki.