Komende dinsdag, 29 januari a.s., zal planetoïde 2007 TU 24 de Aarde tot op een afstand van 540.000 km naderen. Die kortste afstand zal om 09.33 uur Nederlandse tijd zijn, dus als we zo’n beetje allemaal aan het werk zijn. Zorgen om de nadering hoef je niet te maken, want die genoemde afstand is 1,4 keer de afstand Aarde-Maan, een veilige afstand dus. Planetoïde Asteroid 2007 TU24, die zo’n 250 meter in diameter is, was op 11 oktober 2007 ontdekt met behulp van de zogenaamde Catalina Sky Survey. Om een idee te krijgen hoe groot zo’n klomp is moet je het plaatje hierboven maar even bekijken. Tijdens de dichtste nadering zal de helderheid van 2007 TU24 zo’n 10,4m zijn, dus zichtbaar voor amateurs. Hij bevindt zich op dat moment ergens tussen de sterrenbeelden Perseus en Cassiopeia. Berekeningen van NASA’s Near Earth Object Program laten zien dat brokstukken in de ruimte ter grootte van 2007 TU24 ongeveer eens per 5 jaar in de buurt van de Aarde komen. Tot een werkelijke botsing met dergelijke steenklompen komt het eens in de 37.000 jaar. Oeps, ik hoop dat ze gelijk hebben. Bron: NEO.
Planetoïde nadert dinsdag de Aarde
Antimaterie in Melkweg verbonden aan zwarte gaten?
Het was in 1972 dat men ontdekte dat er vanuit het centrum van de Melkweg straling kwam met een energie van 511 kilo-electronvolt. Hé dacht men, da’s precies de energie van een electron. Verder onderzoek leerde dat die straling afkomstig moest zijn van de annihilatie van electronen en positronen. Positronen zijn de antimaterie-tegenhangers van electronen en als deze elkaar ontmoeten vernietigen ze elkaar en zenden vervolgens twee fotonen uit, die samen 2 × 511 keV energie bezitten. Dat is gammastraling. Tot nu toe was onduidelijk welk proces ten grondslag lag aan de uitzending van deze 511 KeV straling. Eerdere verklaringen zoals supernovae, dubbelsterren en het verval van donkere materie waren nooit echt bevredigend. Onlangs heeft een team sterrenkundigen onder leiding van Cosimo Bambi (Wayne State University in Detroit, VS) geopperd dat de straling afkomstig zou kunnen zijn van een enorme hoeveelheid mini-zwarte gaten die zich in het centrum van de Melkweg zouden ophouden en die ontstaan zijn tijdens de oerknal. Men spreekt van zogenaamde Primordial Black Holes (PBH), oer-zwarte gaten om het op z’n oer-Hollands te zeggen, en die zouden sinds hun ontstaan tijdens de oerknal door de ruimte zwerven. Daarbij zouden ze volgens het door Stephen Hawking beschreven verdampingsproces langzaam maar zeker gewicht verliezen, tot ze hun laatste beetje massa met een grote knal uitblazen. Bambi (leuke naam) en z’n collegae denken dat PBH met een massa van 1016 gram (da’s de massa van een gemiddelde planetoïde) in staat zijn om de hoeveelheid positronen te produceren, die de waargenomen hoeveelheid 511 KeV-straling kan verklaren. Hun berekeningen laten zien dat er zich wellicht zo’n 1024 van dergelijke PBH ophouden in het centrale gebied van de Melkweg1. Bambi denkt een manier te hebben om z’n theorie te staven, want volgens hem zouden de PBH naast de 511 KeV-straling ook een hoeveelheid diffuse MeV-gammastraling laten zien en die is nog niet eerder waargenomen. Men denkt dat met behulp van de Integral-satelliet deze straling te detecteren valt, maar dan moet wel langdurig naar het centrum van het Melkwegstelsel worden gekeken. En dat is een probleem, want zoveel waarneemtijd heeft men niet. Afijn, een leuke theorie, maar bewijzen is nog ver weg. Bron: New Scientist.
- Niet helemaal in de kern, want daar zit zoals we inmiddels weten hun grote broer, het superzware zwart gat. [↩]
Social profiles Adrianus V