Help mee de afstand tot planetoïde Eros te bepalen

Zoekkaartje van de planetoïde Eros in het sterrenbeeld Sextant. Credit: Steven van Roode

(433) Eros is een kleine, ongebruikelijk langwerpige planetoïde, die op 13 augustus 1898 onafhankelijk van elkaar werd ontdekt door twee astronomen, Gustav Witt in Berlijn en Auguste Charlois in Nice. Eros bleek de eerste planetoïde te zijn die zich binnen de baan van de planeet Mars kan bevinden – alle tot dan bekende planetoïden bevinden zich tussen de banen van Mars en Jupiter. Komende dinsdag staat Eros in z’n zogenaamde perigeum, d.w.z. het punt dat ‘ie zich het dichtste bij de aarde bevindt: 0,1786756 AE (26.729.500 km). Hij staat dan in het sterrenbeeld Sextant (zie het zoekkaartje hiernaast. Zie ook de Sterrengids 2012, blz. 23) en heeft een helderheid van +8,56m, gemakkelijk zichtbaar in kleine telescopen. Komende dagen wordt het perigeum aangegrepen om wereldwijd met de inzet van amateur-sterrenkundigen metingen te doen aan Eros en daarmee z’n exacte afstand tot de aarde te bepalen: het Eros Parallax Project. Dat project – opgezet door Steven van Roode en Michael Richmond – is bedoeld om van deze planetoïde de parallax te bepalen en daarmee diens afstand, een techniek die ook kan worden toegepast op nabije sterren. Zoals je hieronder ziet kunnen verschillende waarnemers op aarde Eros op verschillende plekken aan de hemel zien.

Credit: Steven van Roode

Op de dag van het perigeum, 31 januari 2012, kan het verschil voor waarnemers aan beide kanten van de aarde maximaal 98″ bedragen, dat is de hoek P in de afbeelding. Als de afstand tussen die waarnemers bekend is – de ‘baseline’ in de afbeelding – kan met simpele trigonometrie de afstand tot Eros worden berekend. Daarom willen van Roode en Richmond dat amateur-sterrenkundigen van over de gehele wereld in de periode tussen 28 januari en 3 februari Eros fotograferen en dat ze hun gegevens vervolgens opsturen. Details van het project zijn te vinden in de bron van deze blog. Succes er mee! Bron: Transit of Venus.

En nog is niet bekend of de Fijn-Structuur Constante echt constant is

Zijn de natuurconstanten echt constant?

Zijn de natuurconstanten constant? Dat is een vraag die de natuurkundigen al tientallen jaren bezig houdt. De lichtsnelheid c bijvoorbeeld – 299 792 458 m/s volgens alle leerboekjes – heeft die altijd die waarde gehad of is er gedurende de evolutie van het heelal ook een veranderende waarde van c? Er zijn natuurkundigen die vermoeden dat de natuurconstanten héél geleidelijk veranderen en dat zou met name te meten zijn aan de zogenaamde Fijn-Structuur Constante α, welke de sterkte van de electromagnetische wisselwerking bepaalt, één van de vier natuurkrachten. Het is een dimensieloze constante die hier en nu op 1/137.035999074 wordt gesteld. Er zijn eerder al pogingen gedaan om de mogelijke verandering van α te meten, namelijk door onderzoek aan het licht van waterstofgas in ver weg gelegen quasars – actieve sterrenstelsels met een superzwaar zwart gat in hun kern – dat onderweg naar aarde deels wordt geabsorbeerd door tussenliggende gaswolken, hetgeen leidt tot donkere absorptielijnen in het spectrum. Onderzoek aan die lijnen geeft de onderzoekers een indruk van de sterkte van de electromagnetische kracht in die quasars. Echte duidelijkheid gaf dat echter niet en daarom heeft men nu de hoop gevestigd op een zelfde soort onderzoek, maar dan met hydroxyl moleculen in plaats van waterstofatomen. Die moleculen bestaan uit een combinatie van zuurstof- en waterstofatomen en de absorptie van dergelijke gaswolken tussen de quasar en de aarde zou een beter resultaat moeten geven. Maar een groep sterrenkundigen onder leiding van Nissim Kanekarat (National Centre for Radio Astrophysics in Pune, India) keek naar de 6,7 miljard lichtjaar ver weg gelegen quasar genaamd PMN J0134−0931 en de resultaatverwachting dat de absorptie van diens licht door tussenliggende hydroxylmoleculen iets kon laten zien van een veranderende constante α kon niet worden waargemaakt. Uit de metingen kan je zowel afleiden dat de constante varieert als dat de variatie nul is, dus dat schiet ook niet op. Boosdoener was waarschijnlijk een tweede tussenliggende hydroxylwolk, die de boel in de ar schopte. Het wachten is nu op de Square Kilometre Array (SKA), een reusachtige nog te bouwen radiotelescoop, die komt te bestaan uit duizenden kleine radioantennes, die verspreid op Aarde zullen staan. Die zal – hoopt men – in staat zijn de hydroxyl wolken gedetailleerd waar te nemen en wellicht de variabiliteit van α. Bron: New Scientist.’,

De indeling van geomagnetische stormen, zonnestormen en blackouts

Zonnevlammen produceren noorderlicht op aarde. Credit: ESA

De zon heeft deze week laten zien dat er weer pit in zit, eerst na het uitbraken van een zonnevlam van klasse M9 afgelopen maandag, daarna door vrijdag een nog grotere zonnevlam van klasse X1,7 te produceren. Bij de eerste kwam een grote hoeveelheid plasma vrij, die richting de aarde vloog en daar dinsdag en woensdag voor noorderlicht zorgde in de hogere breedtegraden. De Coronal Mass Ejection (CME) – zoals dat plasma wordt genoemd – van afgelopen vrijdag ging niet onze kant uit, omdat de dader van de zonnevlammen en CME’s, zonnevlek 1402, zich aan de uiterste rand van de zon bevond. De zon bevindt zich momenteel in z’n 24e cyclus van zonneactiviteit, een reeks die halverwege de 18e eeuw is gestart, toen men voor het eerst de zonnevlekken ging bestuderen. Iedere cyclus duurt ongeveer 11 jaar en lange tijd leek het er uit te zien dat de 24e editie weinig om het lijf zou hebben. De zon zou steeds minder actief worden en hier en daar werd zelfs hardop gefluisterd dat we aan het begin staan van een kleine ijstijd, vergelijkbaar met het Maunder-minimum dat we meemaakten in de 2e helft van de 17e eeuw en dat toen een kleine ijstijd veroorzaakte, wat we nog herkennen aan de winterse taferelen op de schilderijen van de Hollandse schilders van de Gouden Eeuw. Afijn, al die doem-scenario’s van een dode zon zijn verdwenen – als sneeuw voor de zon, hahaha what’s in a name. Afijn-II, om een lang verhaal nog langer te maken, waar ik even naar toe wil is dat de zonnestormen voor behoorlijk wat overlast kunnen zorgen – lees het verhaal over de super-zonnestorm van 1859 – en dat men schalen heeft bedacht om de sterkte van de stormen te kunnen indelen. Kleine stormen weinig tot geen overlast, grote stormen grote overlast. De National Oceanic and Atmospheric Administration (NOAA), de Amerikaanse instantie die zich bezighoudt met meteorologie en oceanografie, heeft zo’n indeling bedacht. Zij hebben in dit geval drie schalen in petto: eentje waarin ze de sterkte van geomagnetische stormen weergeven, eentje voor de sterkte van de straling van de zonnevlammen en tenslotte nog eentje voor de zogenaamde blackouts, het uitvallen van het radioverkeer op aarde onder invloed van de zonnestormen. Hieronder staan die schalen. Weet dat ik nog pogingen heb ondernomen om ze te vertalen, maar dat is best wel een klus en de tijd ontbreekt op dit moment om dat te doen (vrijwilligers in de buurt?). Even dubbelklikken om het allemaal leesbaar te maken.

Credit: NOAA

De indeling van straling van zonnestormen:

Credit: NOAA

En tenslotte de indeling van de ‘blackouts’, het uitvallen van het globale radioverkeer in verschillende frequenties.

Credit: NOAA

Bron: NOAA.

 

Ruintevrachtschip Progress 46 vastgekoppeld aan ISS

Zaterdagnacht (28 januari) om 01.09 uur Nederlandse tijd is het Russische onbemande ruimtevrachtschip Progress 46 vastgekoppeld aan het internationale ruimtestation ISS. Dat gebeurde op het moment dat ze 386 km boven het noordwesten van Brazilië vlogen. De donderdag j.l. gelanceerde Progress koppelde zich automatisch vast aan het zogenaamde Pirs Docking Compartment van het ISS. Aan boord van de Progress bevindt zich 2,9 ton aan nuttige lading, onder andere 930 kilogram brandstof, 50 kg zuurstof – altijd handig daarboven – 420 kg water en 1.260 kg reserveonderdelen en gereedschappen voor experimenten. Zo, André Kuipers en z’n vijf collegae kunnen weer verder. Voor degenen die de bewuste zaterdagnacht wat anders aan het doen waren volgen hier de beelden van de koppeling.

Bron: Space.com.