19 oktober 2019

Messier 52 & NGC 7635, twee voor de prijs van één…..opname

Open sterrenhoop M52 en emissienevel NGC7635 in het sterrenbeeld Cassiopeia

Yep….bijna in dezelfde kijkrichting naar het sterrenbeeld Cassiopeia op een afstand van respectivelijk zo’n kleine 5000 lichtjaar voor de open sterrenhoop en ongeveer op een lichtjaartje of 11000 voor “het rode fuzzy blob geval” vinden we de objecten Messier 52 en NGC 7635.

Messier 52 is een bijzonder fraaie sterrijke open sterrenhoop met een diameter van 10 lichtjaar en bevat ongeveer 200 (jonge) sterren. De geschatte leeftijd bedraagt ongeveer 35 miljoen jaar, wat redelijkerwijze aan de jonge kant te noemen is.

Hoewel ze toevallig in dezelfde kijkrichting liggen maar door het royale verschil in afstand feitelijk niets met elkaar te maken hebben, is er toch weldegelijk een vorm van “relatie” tussen beide objecten.

Messier 52, de  groep van jonge pasgeboren sterren,  is een soort object welke ontstaan zou kunnen zijn als gevolg van het in de buurt staande object NGC 7635.

“Vrolijk rondzwervende” waterstofwolken kunnen onder invloed van o.a supernovae en heftige sterrenwinden spugende Wolf-Rayetsterren instabiel geraken en daardoor overgaan tot stervorming, maar goed, dat is hier dus niet het geval vanwege dat grote afstandsverschil tussen beide simultaan gekiekte objecten.

Afijn…..en nu het andere object…

Dit totaal andere object, NGC 7635 maar ook wel bekend onder de namen Sharpless 162, Caldwell 11 en “the Bubble nebula” is een zogenaamde HII emissie nevel…een waterstof gaswolk die, gelijk een interstellaire TL-buis, aan het gloeien is geraakt door de heftige UV straling van haar centrale jonge zware heftig stralende Wolf-Rayet ster welke in het midden van “het zeepbel-gedeelte” te vinden.

Die zogenaamde “zeepbel” is gloeiend heet sterrenwindgas afkomstig van de weggeblazen buitenste lagen van deze jonge blauwe zeer “luidruchtige” stellaire zwaargewicht…..(geschatte massa royaal meer dan 40 zonsmassa’s!!!)…..onder het “sterrengepeupel”.

Elke ster groot en klein blaast een gedeelte van haar eigen stermateriaal in de vorm van “sterrenwind” de ruimte in,  zo ook onze eigen zon bijvoorbeeld.

De sterrenwind van onze zon is echter een heel lief zacht onschuldig pruttelwindje vergeleken met die ranzing onbeschaamd keiharde knetterscheten die een Wolf-Rayetster met grof geweld en grote snelheid de interstellaire ruimte in tettert.

Vervolgens komt in dit specifike geval die zeepbel-knetterscheet van ster SAO 20575 (de centrale Wolf Rayetster van NGC 7635) ook nog eens in botsing met het koele neutrale waterstofgas van een toevallig de buurt rondzwervende joekel van een koele moleculaire waterstofwolk die deel uitmaakt van ons melkwegstelsel en zorgt daar voor de grillige rode losse flardenstructuren aan de rand van de zeepbel, daar waar deze in botsing komt met die interstellaire moleculaire waterstofgas.

Ofwel…..er is heul…heul veul gaande op dit kiekje in deze regio in de richting van het sterrenbeeld Cassiopeia..enne…da’s eigenlijk ook wel logisch want we kijken richting Cassiopeia nu eenmaal richting het vlak van onze eigen roerige Melkweg.

Overigens, eenzelfde soort van koele waterstofwolk vinden we bijvoorbeeld ook op een afstand van 1500 lichtjaar in de richting van het sterrenbeeld Orion alwaar de grote Orionnevel als een soort van grote interstellaire brandblaar, ontstaan aan de buitenkant van deze waterstofwolk, bezig is haar weg naar binnen in de grote Orion waterstofwolk aan het “vreten” is.

Dit specifieke “astrokiekje” is trouwens voor de verandering weer eens genomen mijn 20cm F6 Newton-canon1000D-EQ6 combi…enne…aangezien ik dus hedentendage niet meer handmatig hoef te volgen is het toepassen van langere belichtingstijden danwel het schieten van meer subjes totaal geen probleem meer….Als het hele circus is ingeregeld en het beeld van de volgster strak en bewegingsloos op het beeldscherm van de Lacerta handcontroler mij staat aan te staren, dan is het schieten van 3 subjes net zo makkelijk als het schieten van 30 en is dit eigenlijk slechts ende alleen afhankelijk van de hoeveelheid tijd die den astrofotograaf eventueel al blauwbekkend van de kou wenst toe te kijken.

In dit geval, ten tijde van al die heerlijke prettig koele nazomernachten, is het wachten op het 9 subjes van 6 minuten “a piece of cake” en zeker als je dan ook nog eens getrakteerd wordt op een fraaiheldere meteoor!!

Het enige wat mij achteraf, het resultaat beoordelende, niet helemaal zinde waren de niet zo rete-strakke sterbeeldjes en da’s wel vreemd want de Lacerta doet het toch prima….  Bij nadere bestudering blijkt die licht zichtbare onrondheid van de sterbeeldjes ontstaan te zijn in de declinatie-richting en NIET in rechte klimming richting(= de volgrichting)  en dat kan niet anders te maken hebben gehad met het feit dat ik mijn oude (declinatie-as) balanceersysteem voor deze sessie had gedemonteerd….enne….wil je goede volgresultaten krijgen dan MOET het HELE circus (rechte klimming EN declinatie-as!!)  juist een beetje in onbalans gezet worden om de speling tussen worm en wormwiel tegen te gaan.

Dit moedwillig in onbalans brengen van je telescoop doe je (kan je doen) door het schuiven met het “normale”contragewicht en door het  “rotzooien” met  een setje extra te monteren verschuifbare gewichten op je telescoopbuis…maar ja, dat geeft dan ook weer het nodige aan extra mee te sleuren gewicht en daar meende ik, zo nu blijkt zeer onterecht, geen zin meer in te willen/kunnen hebben….”OEPS, FOUTJE BEDANKT”!!!

En dus…..heb ik dat hele balanceersysteem maar weer braaf op het Newtonnetje teruggezet voor de volgende sessie, want die gaat er zeker komen, aangezien de nachten alweer heerlijk langer aan het worden zijn…EN  OOK…omdat binnenkort die gehate zomertijd weer fijn opdondert  naar de rijkgevulde onderwereld van milieumiskleunen!!!

U zijt allen van harte gegroet!

 

Comments

  1. Paul Bakker Paul Bakker zegt

    Weer lekker bezig geweest Jan. Het is een mooi stel bij elkaar.
    Jammer inderdaad van het volgfoutje. Maar volgcorrecties in declinatie-richting geven juist vaker een probleem dan in rechte klimming. In rechte klimming draait de draairichting van de worm namelijk niet om. In declinatie vaak wel, vooral als de seeing niet zo goed is. Probeer eens om de declinatie maar in één richting te laten corrigeren.

  2. jan brandt zegt

    Hoi Paul…ik neem aan dat je hiermee bedoelt de declinatie-as met behulp van die extra verschuifbare gewichtjes zodanig in onbalans te brengen dat ie als het ware “gedwongen” wordt om slechts maar in één richting te kunnen corrigeren?? Ik heb namelijk al eens eerder last van “gezwabber” gehad en toen die extra gewichtjes gemonteerd..en dat werkte prima. Bij deze sessie heb ik heel de OTA een beetje verschoven..maar duidelijk niet genoeg..enne..met extra verschuifbare gewichtjes hebbie meer controle maar ook wat meer te sjouwen gewicht. Het uit de Eend plukken en op de EQ6 plaatsen van de Newton plus alles wat er aan extra gewicht op geschroefd zit vind ik best wel een zwaar rotklusje!!…Maar ja…wat mot..dat mot…voor de goede zaak der astrofotografie!!

    • Paul Bakker Paul Bakker zegt

      Nee, ik bedoel iets anders. De (geringe) onbalans waar jij het over hebt zorgt er voor dat de worm tegen dezelfde kant van het wiel blijft drukken. Dat is prima.
      Wat ik bedoel betreft het volgende (no pun intended):
      Als je goed staat uitgelijnd zijn er in principe geen volgcorrecties in declinatie nodig. Maar ja, je hebt altijd inperfecties. De pooluitlijning is nooit perfect, de focuser kan gedurende de belichting een beetje doorzakken, of de telescoopbuis doet dat, je hebt atmosferische breking, etc. Dus daarom doen we in de regel ook correcties in declinatie-richting.
      Kijk, de motor van rechte klimming draait altijd, die moet immers voortdurend de draaing van de Aarde compenseren. Dus een correctie in rechte klimming zal de volgmotor dan ietsje sneller, dan weer ietsje langzamer laten draaien. Maar altijd blijft de motor in dezelfde richting draaien. In declinatie-richting zijn tegenovergestelde correcties echter echt in tegenovergestelde richting. Als een volgster door de seeing heen en weer springt draait de motor bijvoorbeeld eerst linksom en dan rechtsom. En die omkering zit vrijwel altijd speling waar het volgsysteem het lastig mee heeft. De poolafwijking of verzakken zal echter alleen maar declinatiecorrecties in één richting vergen: linksom of rechtsom. Mogelijk dat je in de Lacerta in kan stellen dat ie alleen linksom of rechtsom moet corrigeren. Ik heb zoiets (in mijn software, ik gebruik ander systeem) bij volgproblemen in declinatie een paar keer succesvol toegepast.

  3. jan brandt zegt

    Ah..ja…ok….snap het…!!
    Heel logisch nu je me er zo op attent maakt!
    Daar ga ik zeker….nu ik..oh joepi… de gevreesde kaakchirurg na een jaar tegenaan hikken overleefd heb….serieus werk van maken!!
    Bedankt voor de tip!!

Speak Your Mind

*

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

%d bloggers liken dit: