11 december 2016

Lichtecho’s gebruikt om de omvang van binnenzijde protoplanetaire schijf te meten

Impressie van een ster omgeven door een protoplanetaire schijf.

Impressie van een ster omgeven door een protoplanetaire schijf. Credit: NASA/JPL-Caltech

Sterrenkundigen van de Universiteit van Arizona hebben voor het eerst lichtecho’s gebruikt om te meten hoe groot de binnenzijde is van een grote protoplanetaire wolk van gas en stof rondom een ster. Het gaat om de ster

Reacties

  1. ObelixObelix zegt:

    Bij een gat van ca. 0,084 AE, doet licht er ca. 41,9s over om de overkant te bereiken.
    De andere [ 74,5 – 41,9 = ] 32,6 s maakt de sinus 0,777 .
    We zien de accretieschijf van de protoplaneten kennelijk onder een hoek van 51°.

    Groet, Paul

    • Als je de diameter van de ster niet meeneemt wel ja….

      Het directe licht van de ster komt van diens “voorkant” en de echo is in eerste instantie door de ster uitgezonden vanaf diens “achterkant”. Het directe licht heeft dus een extra voorsprong. De diameter van de ster zal dus eruit gehaald moeten worden als de een waarneemhoek uit gaat rekenen.

      Straal ster = 2,4 x Straal zon
      Straal zon = 695.700 km
      Straal ster = 2,4 x 695.700 km = 1.669.680 km
      Diameter ster = 3.339.360 km
      Diameter ster = 11,1312 lichtseconden

      Uit de paper; “Analysis of molecular spectral features suggests that
      YLW 16B is close to edge-on”. Close to edge-on lijkt mij niet een hoek van 51 graden.

      Als je die diameter van de ster, 11,1312 lichtseconden, eruit peutert, waar kom je dan op?

      Ps, het is temeer tricky omdat het genoemde gat van 0,084 AE vermoedelijk de afstand kern ster tot binnenrand ring is (althans, in alle berekeningen en data is de kern van de ster (of sterrenstelsel) uitgangspositie.

      • ObelixObelix zegt:

        Klopt !

        Ik las 74,5 s vertraging en 0,084 AE (ca. 8% van onze Zon-Aarde afstand).

        [ Maar bij ons doet Zonlicht er ca 8. minuten over om ons te bereiken.
        8% daarvan is nog geen 60 seconde, laat staan 75 s.]
        Omdat ik dat niet direct snapte, ben ik gaan rekenen (en tekenen) . 😉

        Of het ‘directe’ licht van de voorzijde komt, betwijfel ik :
        Om ‘Time Delay’ te vinden moet je onregelmatige storingen hebben, zoals bv. zonnevlammen, excuses sterrevlammen. 😉
        Die onregelmatigheden moeten dan wel weer zo ‘object_mondiaal’ zijn, dat direct en indirect licht er effecten van onder vinden. Vlammen op juist de zichtbare (Noord?-)pool zijn dan waarschijnlijker, denk ik. 😕

        Groet, Paul

        • Uit de paper haalde ik dat het en type ster is die op onregelmatige tijden ineens helderder of juist minder helder kan worden. Ze pikken zo’n overgangsmoment en kijken dan naar de vertraging in deze overgang tussen direct en echo-licht.

          https://nl.wikipedia.org/wiki/T_Tauri-ster
          “T Tauri-sterren zijn een type onregelmatig veranderlijke sterren, die zich in een zeer jong stadium van hun evolutie bevinden, namelijk nog vóór de waterstoffusie in het binnenste van de ster goed op gang gekomen is, maar volgend op het stadium van de protoster.”

          Wist ik ook niet….ik dook er even in omdat ik “bijna edge-on” had gelezen in de paper en je 51graden zag

Geef een reactie