15 juni 2021

De laser bestaat vijftig jaar

Credit: Keck Observatory

Morgen is het precies vijftig jaar geleden dat Theodore Maiman en z’n assistent Irnee D’Haenens (Hughes Research Laboratories in Californië) erin slaagden laserlicht te produceren. Zij hadden een robijnlaser gebouwd en – ondanks voorspellingen van theoretici dat het ze niet zou lukken – wisten Maiman en D’Haenens dat ding op maandagmiddag 16 mei 1960 aan de praat te krijgen. Voor sterrenkunde is de laser een zeer belangrijk apparaat, zoals blijkt uit enkele toepassingen:

  • Zo meet men al jaren de afstand tussen de Aarde en de Maan tot op millimeters door laserstralen af te vuren naar enkele spiegels op de Maan.
  • Ook maakt de techniek van adaptieve optiek gebruik van laserlicht. Met behulp van een laser wordt een gidsster gesimuleerd, welke de onrust in de atmosfeer kan meten (zoals op de afbeelding hierboven van de Keck-telescoop op Hawaï). Die onrust kan men vervolgens corrigeren door de spiegels aan te passen.
  • Men probeert gravitatiegolven waar te nemen door gebruik te maken van laserstralen, bijvoorbeeld bij het LIGO-experiment. LIGO (Laser Interferometer Gravitational-Wave Observatory) bestaat uit twee haaks op elkaar staande lange buizen, waarin laserlicht tussen spiegels heen en weer gaat. Als een gravitatiegolf zou passeren, bijvoorbeeld eentje die ontstaan is door een botsing van superzware zwarte gaten elders in het heelal, dan zou dat te merken zijn aan de aankomsttijd van het laserlicht in het brandpunt van de twee buizen.
  • Met lasers bootst men de omstandigheden na in de centra van (exo-)planeten.

En zo zijn er vast nog tig toepassingen te bedenken van de laser in de sterrenkunde. Mmmm, laserpointers bij lezingen, da’s ook wel een handige. In de wetenschapsbijlage van NRC-Handelsblad van vandaag staat een uitgebreid artikel over de geschiedenis van de laser.

Speak Your Mind

*

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.