24 augustus 2019

Zo’n klein sterretje en dan zo’n enorme uitbarsting

Impressie van een supervlam bij een dwergster. Credit: University of Warwick/Mark Garlick.

Sterrenkundigen van de Universiteit van Warwick hebben bij een ster, die het qua omvang nauwelijks waard is om ster genoemd te worden, een enorme uitbarsting waargenomen. Het gaat om de ultrakoele dwergster genaamd ULAS J224940.13-011236.9, tien keer zo klein als de zon – pakweg maatje Jupiter – die 250 lichtjaar van ons vandaan staat. Het is een dwergster van type L, eentje die tussen bruine dwergen en echte sterren in zit. Bruine dwergen hebben net te weinig massa om in hun kern over te gaan tot waterstofverbranding, L dwergsterren kunnen dat net wel, waarbij hij met een oppervlaktetemperatuur vooral in het infrarood straling uitzendt. Op 13 augustus 2017 konden ze met een drietal telescopen op aarde in het kader van de Next Generation Transit Survey (NGTS) van ESO’s Paranal Observatorium een uitbarsting waarnemen op ULAS J224940, waarbij ‘ie plotseling 10.000 keer zo helder werd. Sterrenkundigen hebben berekend dat de dwergster toen een equivalent van 80 miljard megaton TNT aan energie produceerde en de ruimte inslingerde. Da’s tien keer zo veel als de Carrington-gebeurtenis van 1859, toen onze eigen zon de grootste uitbarsting meemaakte die geregistreerd is. De sterrenkundigen denken dat een supervlam zoals ULAS J224940 die uitbraakte mogelijk is door het plotseling vrijkomen van magnetische energie uit het inwendige van de ster. Geladen deeltjes kunnen dan aan het oppervlak het plasma sterk verhitten en dan wordt in één keer een geweldige hoeveelheid optische, UV en röntgenstraling de ruimte ingezonden. Hier het vakartikel over de uitbarsting, gepubliceerd in de Monthly Notices of the Royal Astronomical Society: Letters. Bron: Universiteit van Warwick.

Speak Your Mind

*

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.