11 december 2019

Radioactieve wolk uit 2017 boven Europa nader verklaard

In oktober 2017 kwam er via officiële kanalen de mededeling dat er een radioactieve wolk boven het Europese continent uitgewaaierd was, het betrof in deze de isotoop ruthenium-106. Het was op dat moment een raadsel waar de bron van de wolk zich bevond. Destijds gaf men als meest waarschijnlijke locatie van de bron de zuidelijke Oeral  aan, in de omgeving van Mayak, Rusland.  In Mayak bevindt zich een grote nucleaire faciliteit. Meerdere verklaringen volgden als bijvoorbeeld een satelliet reentry of lekkages bij het smelten van radioactief materiaal. Maar er verscheen geen enkele sluitende verklaring. De wolk spreidde zich ook in mindere mate over Florida, Guadeloupe, Koeweit en Mongolië. Volgens een officiële verklaring van het IRSN was de concentratie te laag om een gevaar voor de bevolking te vormen; The concentration levels of Ruthenium 106 in the air that have been recorded in Europe and especially in France are of no consequence for human health and for the environment.’*

Kaart van gecorrigeerde gemiddelde concentraties van ruthenium-106 op Europese stations in oktober 2017. Een volwassene die gedurende een heel jaar wordt blootgesteld aan ruthenium-106 met een concentratie van 1 Bq / m3, krijgt voor dat jaar slechts de helft van de aanbevolen dosislimiet. CEN.ACS.org / World Nuclear News.org

Een team van 70 onderzoekers uit heel Europa heeft nu enkele mogelijke verklaringen zoals een reactorlek of satelliet explosie uitgesloten. De data sets werden geavaleerd door Prof. Georg Steinhauser van de Universiteit van Hannover (verbonden aan het Atomic Institute te Wenen) samen met Dr. Olivier Masson van het Institut de Radioprotection et de Sûreté Nucléaire (IRSN) in Frankrijk. De wetenschappers hebben hun bevindingen vastgelegd in een wetenschappelijk artikel** dat recent verschenen is in het PNAS (Proceedings of the Natinal Academy of Sciences of the USA). Het team heeft de grootste gegevensset tot nu toe verzameld over waarnemingen van ruthenium in heel Europa, bestaande uit meer dan 1120 datapunten met betrekking tot activiteit in de lucht en ongeveer 200 datapunten met betrekking tot gedeponeerde verontreiniging, verzameld over 330 locaties. Ze gebruikten deze gegevens om de locatie en concentratie van de pluim op elk willekeurig moment in de tijd te reconstrueren. Ruthenium-106, een niet-natuurlijke isotoop die meestal wordt gebruikt voor medische doeleinden zoals de behandeling van kanker, is sinds het ongeval in Tsjernobyl (1986) niet meer in de atmosfeer gevonden, dus het team meldt dat het geen problemen had met achtergrondvervuiling. Hier zijn de hypothesen die ze konden uitsluiten, op basis van hun analyse.

Een kernreactorlek: omdat hun gegevens grotendeels alleen sporen van ruthenium in de atmosfeer en op de grond laten zien (en geen andere radionucliden zoals plutonium, americum, curium of strontium-90 radionucliden. Radionucliden zijn nucliden (isotopen van elementen) met een onstabiele atoomkern die door radioactief verval overgaan in andere elementen, of andere isotopen van hetzelfde element, die al dan niet stabiel zijn.) kon men een kernreactorlek uitsluiten. “Dit sluit een onbedoelde uitstoot van een kernreactor als bron uit”, schrijven de auteurs, “omdat dit zou hebben geresulteerd in een emissie van een groot aantal splijtingsproducten.”

Een Roemeense bron: hoewel de concentraties van ruthenium in Roemenië hoog waren, zoals de Russische verklaring aangaf, suggereren de gegevens dat de aanwezigheid van de wolk “vrij kort” was – te kort om een ??haalbaar bronpunt voor de wolk te zijn, gezien de geografische ligging en windpatronen tijdens die periode.

Smelten van een medische radioactieve bron: eerder waren radioactieve pluimen het gevolg van het smelten van een medische radioactieve bron, zoals het schroot bevattende cesium 137 dat in 1998 in een Spaanse staalfabriek was gesmolten. Het team zegt echter dat de radioactiviteit van ruthenium 106 die wordt gebruikt in radiotherapie te laag is om te zijn gesmolten en een wolk te veroorzaken die groot genoeg was om zich over Europa te verspreiden.

Satelliet reentry; in tegenstelling tot de suggestie van het Nuclear Safety Institute van de Russische Academie van Wetenschappen in december 2017 dat de straling mogelijk afkomstig is van een ruthenium-aangedreven satelliet die in de atmosfeer opbrandt, suggereert de nieuwe studie dat dit niet het geval kan zijn geweest. Als dat zou gebeuren, schrijft het team, zou de concentratie van ruthenium-106 het hoogst zijn geweest in regio’s hoog in de atmosfeer. Maar de gegevens tonen aan dat locaties op grote hoogte lagere concentraties van de isotoop hadden dan locaties op lage hoogte.

“Daarom is de 106Ru wolk waarschijnlijk gebeurd in de lagere troposferische lagen en kan deze niet worden gekoppeld aan een desintegratie van satellieten,” schrijft men. En, zoals de IRNS eerder al opmerkte, zijn er geen meldingen van satellieten die in die tijd crashen. De wolk heeft waarschijnlijk te maken met de opwerking van splijtstoffen – wat mogelijk is gebeurd op de Mayak-site***. “De gegevens suggereren een vrijlating van een nucleaire opwerkingsfabriek in de Zuidelijke Oeral, mogelijk van het nucleaire complex van Mayak,” schrijft men. Hierbij het gegeven dat het Mayak-complex bekend stond als een opwerkingsfabriek voor splijtstof in 2014. Hun analyse van het ruthenium suggereert dat de brandstof opnieuw werd verwerkt ongeveer twee jaar nadat het voor het eerst werd afgevoerd, het gebruik van deze  nucleaire staven is om de hoeveelheid overgebleven kernafval te verminderen. Voor zover bekend heeft Rusland niet gereageerd op de bevindingen.

Olivier Masson en Georg Steinhauser kunnen de huidige wolk dateren en wel op 25 september 2017, 18.00 uur en 26 september 2017 om 12.00 uur.. “Deze keer was het echter een gepulseerde release die heel snel voorbij was”, zegt professor Steinhauser. De golven van Tsjernobyl of Fukushima duurden daarentegen dagen. “We konden aantonen dat het ongeval plaatsvond in de opwerking van verbruikte splijtstofelementen, in een zeer vergevorderd stadium, kort voor het einde van de procesketen”, zegt Georg Steinhauser. “Hoewel er momenteel geen officiële verklaring is, hebben we een heel goed idee van wat er zou kunnen zijn gebeurd.” Bronnen; Inverse / PNAS / IRSN / Eurekalert

*https://www.irsn.fr/EN/newsroom/News/Documents/IRSN_Information-Report_Ruthenium-106-in-europe_20171109.pdf

**8https://www.pnas.org/content/early/2019/07/25/1907571116#sec-2

***De ramp bij Kyshtym was een ongeval met radioactieve besmetting die plaatsvond op 29 september 1957 in Mayak, een plutoniumproductielocatie en opwerkingsfabriek voor splijtstof in de Russische Oeral. Het ongeval was een ‘level 6’ ongeval, Fukushima en Tsjernobyl ‘level 7’ op de schaal van  International Nuclear Event Scale (INES).


Comments

  1. Volgens Wikipedia :
    – vervalt Ruthenium-106 door bètaverval tot Rhodium-106 (Halfwaarde tijd 370 dagen)
    – Rhodium-106 vervalt eveneens door bètaverval tot Paladium-106 (Halfwaardetijd 30 seconden)
    – Palladium-106 is wel weer een stabiel isotoop (en ‘natuurproduct’)

    Groet, Paul

Speak Your Mind

*

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

%d bloggers liken dit: