17 oktober 2019

Boekrecensie; Secrets of Antigravity Propulsion (deel 1)

Het boek ‘Secrets of Antigravity Propulsion’ is beslist geen ‘spacebusiness as usual’ maar voor diegene die geïnteresseerd zijn in meer exotische vormen van aandrijving is het een aanrader. En met gisteren de Astroblogs over het UFO materiaal vrijgegeven door de Amerikaanse marine, alsook de belangstelling die Area 51 met name vandaag ten deel valt lijkt het thema ‘vliegende schotels’ op dit moment wel actueler dan ooit. Dit boek bevat het allemaal. De schrijver, de Amerikaanse natuurkundige Dr. Paul A. LaViolette beschrijft het thema anti-zwaartekracht aandrijving voor de ruimtevaart uitgebreid en ruim gedocumenteerd. Als een beproefd navigator manoeuvreert LaViolette de lezer behendig door een woud aan historische maar ook recentere projecten, geheime documenten, experimenten, complexe fysica en een aantal patenten betreffende deze bijzondere vorm van aandrijving voor ruimteschepen. Dat het inderdaad geen ‘spacebusiness as usual’ was en is getuige wel de enorme zoektocht van meer dan 20 jaar die aan de publicatie van dit boek voorafging en waarbij opgevraagde documentatie soms verdween, verplaatst werd, of andere vreemde gangen van zaken tijdens die het maken van het boek aan het licht kwamen. Het resulteerde in een kolossaal werk, 404 bladzijden, 10 appendices, veel beeldmateriaal en een uitgebreide bibliografie en index. Als motivatie wordt de beperking die chemische voortstuwing oplegt aan ruimteschepen en daarmee verre ruimtereizen onmogelijk maakt aangedragen. Het boek, een paperback, is gepubliceerd in 2008 door Bear & co te Vermont, VS. De subtitel luidt ‘Tesla, UFO’s and Classified Aerospace Technology’. Al tien jaar oud maar gezien de grote hoeveelheden artikelen die er de afgelopen jaren verschenen zijn rondom dit boek en thema spreekt het nog immer tot veler verbeelding. Daar het zeer omvangrijk is heb ik het in twee delen gesplitst. Vandaag deel 1, tot en met het zevende hoofdstuk.

Paul A. LaViolette boek credits; Amazon

Het boek trapt af met een grote sprong in de tijd, naar de periode van voor de WO II. Tussen 1920-’30 werd volgens LaViolette het fundament aangaande anti-zwaartekracht aandrijving gelegd, en wel door Thomas Townsend Brown (1905-1985), een experimenteel fysicus en uitvinder uit Zanesville, Ohio, VS. Het waren zijn talloze experimenten, theorieën en projecten die ervoor zouden moeten zorgen dat dit type voortstuwing concreet verwezenlijkt moest gaan worden. Niet voor niets heet het eerste hoofdstuk ‘From dream to reality’. Hierin geeft LaViolette direct een beschrijving van hoe zo een ‘anti-zwaartekracht ruimteschip’ zou moeten functioneren.

‘Imagine a spaceship that could alter the ambient gravitatinal field, artificially producing a matter-attracting, gravity-potential well that was just beyond the ship’s bow. The gravity well’s attractive force would tug the ship forward just as if a very massive, planet-sized body had been placed ahead of it. the ship would begin to fall forward and, in doing so, would carry its self generated gravity well along with it. The gravity well would continually draw the ship forward, while always staying ahead. Is such gravity control possible? (quote; Hfdst. 1, blz. 2 boek)

Volgens LaViolette is deze vorm van aandrijving mogelijk gebleken en wijst daarbij direct op een aantal, voorheen geheime, ruimtevaart projecten in de VS die anti-zwaartekracht voortstuwing ten doel stelden, o.a. het defensie project Skyvault (waarover later meer), een bemande vliegende schotel. LaViolette, verder te duiden met PLV, poneert het werk van T.T. Brown onder ‘elektro-graviticica’* i.c. voor ruimtevaart voortstuwing. T.T. Brown’s werk is de rode draad van het boek, hij  experimenteerde decennia lang intensief met allerlei typen buis- en schotelvormige objecten om erachter te komen wat de aard precies was van dit elektro-gravistisch effect waardoor aandrijving van de schotels werd veroorzaakt en wat de gevolgen en mogelijkheden hiervan waren voor de ruimtevaart.

T.Brown is ooit begonnen als student aan Caltech, Californië. Daar men te Caltech weinig welwillend tegenover dit type onderzoek stond, besloot T.T. Brown al snel zijn biezen te pakken en zijn onderzoek in Ohio verder voort te zetten, deels thuis en deels in het Swazey Observatorium. Echter voor zijn experimenten reisde hij de hele wereld af, naar o.a. Frankrijk, Engeland  en Hawaï. Hij bouwde opstellingen, meestal schotelvormige objecten die via een zelf ontworpen condensator onder stroom werden gezet. Met, meestal in de orde van tienduizenden volts, werd de condensator geladen en dit veroorzaakte bij de schotel een impuls waardoor het object zijn voortstuwing verkreeg. Ik citeer; ‘He concluded that the tube had moved because its gravity field had somehow become affected by the plates high voltage charge. When energized with up to 10.000-150.000 volts of DC, de gravitor developed a thrust in the direction of its positively charged end. Brown determined that the electrogravitic effect he observed depended on the amount of charge stored in his capacitors.’ De ontdekkingen die T.T.Brown deed, de door hem opgestelde theorieën en zijn zelfgebouwde apparaten alsook zijn projecten bij de Amerikaanse Marine en het commentaar van PLV, worden in het boek verder besproken.

T.T.Brown wijst al in een patent uit 1928 op zijn condensator op de onconventionele aard van de voortstuwingskracht. Hij denkt dat deze  opereert in relatie tot een uniek referentie kader dat in rust is in verhouding tot het universum. Het is, aldus PLV, en ik citeer, blz. 9; ‘... an idea that challenged special relativitys notion that a force should operate in the same manner relative to any frame of reference.’ Ook vermeldt hij dat deze kracht reactieloos is terwijl het zijn voortstuwing toont, een schending van Newtons derde wet dat iedere actie een gelijke en tegenovergestelde reactie produceert. Brown had destijds geen verklaring voor dit alles. PLV schrijft dat Brown twintig jaar later wel een theorie hierover opgesteld heeft en dat later in de jaren ’70 deze theorie in het kader paste van de ‘subquantum kinetica’. PLV zegt hierover en ik citeer; ‘The theoretical methodology that actually predicted charge – mass coupling and that could begin to make some sense out of electrogravitics in a unified field theory context did not begin to emerge until the late seventies.’ Ook onderzoekt T.Brown de eigenschappen van diëlektrische (materiaal dat geen stroom geleidt) materialen in condensatoren. Hij constateerde dat bij de apparaten die hij bouwde  er een correlatie was tussen de mate van voortstuwing en diëlektrische materialen met een hoge dichtheid. Zijn apparaten bleken ook aan cyclische veranderingen onderhevig te zijn, die samenhingen met het tijdstip van de dag en de getijden. Hij stelt eigen theorieën hierover op en dit werk brengt hem in 1930 bij de marine waar hij een instrument ontwikkeld dat in staat was deze cyclische veranderingen te meten. Het is vanwege dit experimenteel onderzoek in diëlektrische materialen dat hij waarschijnlijk betrokken raakt bij het ‘Philadelphia experiment’, beter bekend als het ‘onzichtbaarheids experiment’ op de USS Eldridge in 1943. Ik citeer, blz.31; ‘The USS Eldridge was made invisible on Oktober 28, 1943, when it enveloped itself in a very strong magnetic field. They said a large amount of electric power from onboard generators was used to resonantly excite large degaussing coils that were wrapped around the inside of the ships steel hull. The resonant excitation would have set up a pulsating magnetic field, turning the ship into a giant electromagnet. This intense field was said to make the ship invisible both to radar and by sight!’ Hoewel Brown dit nooit direct toegegeven heeft zijn er wel indirecte aanwijzingen te vinden die op zijn betrokkenheid duiden.

B2 Spirit credits; Wikimedia commons

Hoofdstukken twee tot en met zes duiken verder in de zelfgebouwde schotels of ‘airfoils’ zoals T.T. Brown ze noemt. Tevens onthult PLV een mogelijk verband tussen T.T. Brown’s werk en de ontwikkeling van het ‘US Antigravity Squadron**, enkele toestellen van de Amerikaanse marine en luchtmacht die in een anti-zwaartekracht modus zouden kunnen vliegen. Hoofdstuk vijf gaat o.a. in op de ontwikkeling van de B-2, en zijn anti radar systemen. Deze, zo suggereert PLV, lijken know-how te bevatten die onder meer in het werk van T.T. Brown’s project ‘Winterhaven’*** terug te vinden zijn. Winterhaven was een ontwerp van een elektro-gravistisch bemande vliegende schotel, type ‘interceptor’ (onderscheppingsjager)  met een diameter van 1,5 m, die een snelheid van 3700 km/ph of Mach 3 kon bereiken. Maar T.T. Brown experimenteert met allerlei typen schotels, motoren, rotors enz. om het elektro-gravistisch voortstuwingsconcept naar een hoger plan te tillen en houdt talloze demonstraties voor geïnteresseerd publiek. Over hoe hij te werk ging mag het volgende citaat, blz. 43, illustreren;  ‘High voltage power of up to 50.000 volts was supplied through feed wires to positively charge a fine out board wire running along each dis’s leading edge and to negatively charge the aluminum disc body. When electrified with approsimately 50 watts of this high tension power, the discs traveled around their 20 foot diameter course at speeds of up to twelve miles per hour.’. Over het genereren van stuwkracht geeft hij twee mogelijke verklaringen: ‘One is that the ion clouds it emits produce electrostatic fields that act on charges attached to the disc leading edge wire and to its main body, producing a net forward thrust. The other possibility is that an electrogravitic thrust may be present whereby the positive and negative ion clouds would create respectively a gravity potential well and a gravitiy potential hill in their vicinity.’

Via de demonstraties van de schotels verkrijgt T. Brown en zijn werk steeds meer bekendheid. Vanuit militaire hoek wordt zijn werk stevig doorgelicht o.a. door het Office of Naval Research. Deze organisatie, aldus PLV, overwoog om geheimhouding op te leggen aan de uitvinder en/of het werk te downplayen om buitenlandse belangstelling buiten de deur te houden, daar men inmiddels vermoedde dat er ook in de Sovjet-Unie mee geëxperimenteerd werd. Het ONR blijft wel volharden in de overtuiging dat voortstuwing van de schotels toch echt het resultaat is van de ionenwind en ziet in het werk geen praktische toepassingen voor de luchtvaart. Echter als hij in 1952 op een dag al zijn spullen ‘kwijt’ is ‘verwaterd’ het contact tussen Brown en de luchtmacht/marine. Dit weerhoudt Brown er niet van verder te gaan. Veel aspecten van de Winterhaven interceptor ziet T.T.Brown terug in een concept bij de marine, welke een eigen schotel ontwikkeld maar T.T.Brown besluit zijn eigen weg te volgen, met een eigen bedrijf, RAND international Ltd. verkrijgt hij tientallen patenten met zijn werk.

Parallel hieraan ontwikkelt zich de toenemende belangstelling van (inter)nationale bedrijven, journalisten, fysici. Men ging over T.T. Brown’s werk vele artikelen publiceren, zowel in de VS als in Europa en Japan. Een Britse luchtvaart denktank ‘Aviation studies’ noemde T.T. Brown’s ontdekkingen een ‘radical revolution in aviation technology’. Amerikaanse kranten schreven hoe T.T. Brown’s werk gesteund werd door tal van bekende fysici, waaronder enkele van het Manhattan Project, zoals Edward Teller en Robert Oppenheimer en ook over de grote interesse van electronica en ruimtevaartbedrijven om veel onderzoek te doen op het gebied van magnetische en gravitationele velden. Wat ook opmerkelijk was, aldus PLV, is dat er tijden zijn onderzoek bij het maken van het boek steeds meer informatie bij hem binnen druppelde over het defensie project ‘Skyvault’  of ‘Beam Rider’. Dit project liep volgens PLV reeds vanaf WOII.**** maar was met veel geheimzinnigheid omgeven. De hoofdstukken 7 en 8 zijn hieraan gewijd.  Ik citeer, blz 192; ‘...the purpose of the project was to develop an anti-gravity vehicle that used microwve beams as its means for propulsion. It is uncertain whether Skyvault was the official name of the project, but at least this is what the scientists at Rocketdyne used to call it.’ En verder; ‘This microwave antigravity propulsion research project was still in progress in 1974..’ Wordt vervolgd. Bron; P. A. LaViolette

*Van elektro-gravitica wordt beweerd dat het een onconventioneel effect of anti-zwaartekracht is, gecreëerd door het effect van een elektrisch veld op een massa. De naam werd bedacht in de jaren 1920 door de ontdekker van het effect, Thomas Townsend Brown.

** In 1988 werd de ‘stealth bomber’ B2 aan het publiek voorgesteld. PLV maakt in hfdst. 5 verwijzingen naar Brown’s werk. O.a. op blz. 142 staat hoe Northrop, de eerste aannemer van de B2, experimenteerde met ‘ propulsive benefits of applying high voltage charge to aircraft hulls’. Verderop, blz. 148, staat meer uitleg over hoe de B2 in ‘antigravity’ modus werkt. Ook de ontwikkeling van de F117 en Lockheeds National Space Plane, beide typen vliegtuigen zouden in deze modus op grote hoogte kunnen vliegen.
***https://starburstfound.org/aerospace/projectwinterhaven.pdf
****Skyvault; blz. 203; Hierin staat te lezen dat na de aankondiging van dit boek in augustus 2007   de webpagina van het Defense Science Office van DARPA herschreven waarin werd verwezen naar het gebruik van zogeheten magnetische meta materialen voor elektrische aandrijving.‘Meta materials can be designed to be total absorbers of the incident radiation, making htem ideal as radar absorbing materials. ‘ En verder; ‘Interestingly, by early November 2007, DSO had removed this webpage and replace it with a rewritten version that made no mention of its interest in using negatively index materials for propulsion.’Het verwijst nu meer naar algemene toepassingen, aldus PLV.

Comments

  1. Cees Klaris zegt

    Waarschijnlijk heeft het leger enige tijd het concept van het electrisch oversturen van de ‘hull’ met gezonde interesse gevolgd en mogelijkerwijs ook geïmplementeerd in prototypes maar zijn ze toch snel verder gegaan met het ontwikkelen van (radar) detectie werende geometrieën en materialen zoals je dat kan zien bij de latere generatie voertuigen zoals de Space Shuttle, de stealth vliegtuigen en bepantsering van schepen etc. ECM is een belangrijke tactische component in de militaire luchtvaart en zorgt voor verstoring/vertekening van radar beelden (zie bv. ‘blip enhancement’).

    De STS missies (onder andere) hebben aan het oppervlakte gebracht hoeveel ‘traffic’ er buiten de dampkring werkelijk plaatsvindt en ons onvermogen om grip te krijgen op (de)materialiserende voertuigen die ogenschijnlijk moeiteloos omgaan met de voor ons nog onduidelijke werking van de gravitatie kracht en het werken met de structuur van spacetime waarmee interstaillair reizen mogelijk is.

    Vergeleken met dat soort technologieën lopen we intergalactisch een beetje achter wat op zich helemaal geen schande is omdat civilisaties in het heelal zich asynchroon ontwikkelen. Wat wel schandalig is is de manier hoe we met onszelf, de Aarde en de directe omgeving daarvan omgaan puur vanwege ignorantie (ten opzichte van realiteit) voortkomend uit een onderontwikkelde collectieve psyche die nu zijn eigen ‘bottleneck’ aan het vormen is.

    • Angele van Oosterom zegt

      Waar het boek eigenlijk over gaat is dat het verbanden probeert te leggen, enerzijds kijkend naar de historie van dit onderzoek, de auteur tracht een soort schimmenspel te verklaren rondom een klein privé bedrijfje dat grotendeels runde op 1 man en een kolos als de luchtmacht/marine. Hierbij stelt het zich een aantal vragen, hoe komt het dat er zoveel geld al tijdens en na WOII naar dit electro gravitica onderzoek ging, hoe komt het dat het in een stroomversnelling raakte. Anderzijds, meer recent, waarom is dit onderzoek de laatste tijd ook nog kennelijk met geheimzinnigheid omgeven, zoals de auteur LaViolette ondervond in de periode 1990-2007 toen hijzelf bij NASA (in het kader van het Space Exploration Outreach Program- een concept voorstel ‘Electrogravitics; an energy efficient means of space propulsion’ deed, hier nooit een reactie op verkreeg ook niet na herhaaldelijk verzoek, en ook, hoewel indirect, regelmatig berichten bij de auteur doorkwamen dat ruimtevaartbedrijven hier nog wel degelijk hieraan werkten.

  2. Cees Klaris zegt

    Toch een beetje een misleidende titel dan die insinueert de technische geheimen van een baanbrekend nieuw soort propulsie systeem te kunnen ontrafelen waar het grote publiek (nog) niet van gehoord heeft, met of zonder opzet. Ik betwijfel niet dat er misschien bruikbare, valide ideeën achter zitten maar het heeft een reden dat weer een ‘lonely, promising one-man band’ wordt afgepoeierd door Uncle Sam. Niet dat US daar niet goed in is maar een valide patent bijvoorbeeld kan je goed verdedigen in een claim cultuur. Als je zo’n patent kan bemachtigen ook in het buitenland/wereldwijd, ben je binnen en vertegenwoordig je een bepaalde waarde die dan wel of niet beschermd dient te worden. Als de expertise onmisbaar was geweest dan was de terging ook veel minder is mijn verwachting. De auteur heeft ook andere exotisch klinkende boeken geschreven zoals “Subquantum Kinetics” die dan claimt de gehele kosmologie te kunnen verklaren met ‘snake oil’.

    Wacht met smart op deel II van je overzicht en misschien ook een pro recensie van jou van dat prachtige jeugdboek waar de fijne mensen van AB aan hebben meegewerkt (just an idea).

Trackbacks

  1. […] **https://www.astroblogs.nl/2019/09/20/boekrecensie-secrets-of-antigravity-propulsion-deel-1/ […]

Speak Your Mind

*

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

%d bloggers liken dit: