23 mei 2012

De beste lengte van een sterrenkundig artikel

Hoeveel citaten per pagina?

Hoveel citaten per pagina?

Je hebt van die mensen die in plaats van sterren, planeten, zwarte gaten of superclusters te bestuderen artikelen óver sterrenkunde bestuderen. De Pool Krzysztof Zbigniew Stanek is er daar eentje van. In plaats van naar boven tuurde hij naar beneden, naar welgeteld 30.277 sterrenkundige artikelen in de gerenomeerde vakbladen Astronomy & Astrophysics, The Astronomical Journal, The Astrophysical Journal en de Monthly Notices of the Royal Astronomical Society, die tussen 2000 en 2004 daarin verschenen. Centrale vraag in Stanek’s onderzoek was: ‘How long should an astronomical paper be to increase its impact?’ Je zou denken: hoe langer hoe beter, want lange artikelen worden vaker geciteerd en hoe hoger je op de citeer-index staat (da’s de AEX-index van de wetenschappers) des te beter. Maar dat bleek niet helemaal zo uit te vallen. OK, artikelen van 2 à 3 bladzijden lang bleken gemiddeld zes keer geciteerd te worden en artikelen die ongeveer 50 bladzijden lang waren leverden ook zo’n 50 citaten op. Maar er was ook een zogenaamd Letters-effect, d.w.z. dat korte artikelen die in de speciale Astronomy & Astrophysics Letters en The Astrophysical Journal Letters verschenen en die zo’n 4 bladzijden lang waren méér werden geciteerd dan artikelen in die Letters die 5 tot 10 bladzijden lang waren. Daar komt nog eens bij dat héél lange artikelen, meer dan 80 bladzijden in lengte, minder citaten opleverden dan kortere artikelen. Ja mensen, ook wetenschappers hebben een zekere spanningsboog bij het lezen. ;-) Wat de verschillen tussen de vier tijdschriften betreft: artikelen in Astronomy & Astrophysics leverden de minste citaten per artikel op en die in The Astrophysical Journal de meeste. Kortom, beste dames/heren sterrenkundigen: je kan het beste niet al te lange artikelen schrijven in The Astrophysical Journal Letters. :-) Bron: ArXiv.

Share

Dè donkere materie-kandidaat: het neutralino

supersymmetrie

supersymmetrie

De laatste tijd zit ik in een boek gedoken van Ian Nicolson, getiteld Dark side of the Universe. Twee redenen daarvoor: 1. Jan Brandt gaf mij dit schitterende boek te leen (waarvoor dank) en hij had het weer van Trevor Lipscombe, de hoofdredacteur van de Johns Hopkins University Press, die het boek uitgaf; 2. Ik geef begin volgend jaar weer een lezing over donkere materie. Om mij daar enigszins op voor te bereiden is zo’n boek wel handig, dus twee vliegen in één klap. Af en toe lees je in zo’n boek dingen waar je niet bij stilstond of waar je nog nooit van gehoord hebt. Bijvoorbeeld het neutralino. Weten jullie daar meer van? Ik niet in ieder geval. Tenminste, tot gisteren. Ik had er wel eens van gehoord, maar dacht altijd ‘ach, da’s één van die vele varianten van elementaire deeltjes’. Net zoiets als neutrino’s, fotino’s, W-ino’s, Z-ino’s, etc… Nee, ik verzin ze niet, die deeltjes hebben ze echt bedacht. Maar wat lees ik nou in Nicolson’s boek: dat die neutralino’s dè belangrijkste kandidaat zijn voor donkere materie, je weet wel, het mysterieuze goedje dat 23% van het heelal zou vormen1. Ik schrijf bijna wekelijks wel een keertje over donkere materie, dus het heeft m’n aandacht. En dan is zo’n neutralino al die jaren aan m’n aandacht ontsnapt. Tsss, Adrianus schaam je. Afijn, even een korte inhaalslag. Het draait zoals gezegd allemaal om de vraag wàt donkere materie nou precies is. Zijn het misschien neutrino’s die een tikkeltje massa hebben? In dat geval praat men van hete donkere materie, omdat neutrino’s met bijna de lichtsnelheid gaan (‘heet’ dus in de zin van ‘snel’). Maar vele argumenten zijn er om hete donkere materie af te wijzen. De meerderheid der sterren- en natuurkundigen kiest tegenwoordig voor koude donkere materie, d.w.z. zware deeltjes die niet zo héél snel gaan en die héél zwakjes reageren op gewone materie. Men praat over Weakly Interacting Massive Particles, WIMP’s en daarvan is dat neutralino2 de meest favoriete kandidaat. Neutralino’s zijn hypothetische deeltjes die bedacht zijn in het kader van de supersymmetrie. In supersymmetrie, afgekort SUSY, heeft ieder elementair deeltje een zogenaamde supersymmetrische partner (zie afbeelding hierboven). Quarks hebben s-quarks als supersymmetrische partner, fotonen hebben fotino’s, leptonen hebben s-leptonen, higgs-deeltjes hebben higgsino’s, W-bosonen hebben W-ino’s, Z-bosonen hebben Z-ino’s, enzovoorts. Nou moet ik direct al moeilijk doen, want neutralino’s zijn géén partner van een ‘gewoon’ elementair deeltje. In feite is het een mix van fotino’s, higgsino’s en Z-ino’s. Zucht, zijn jullie er nog? :-D Afijn, met een geschatte massa van 10-10.000 GeV zijn de neutralino’s de belangrijkste kandidaat voor donkere materie. Ik kan er op deze prachtige zondagavond nog veel meer over schrijven, maar dan zijn jullie denk ik ècht afgehaakt. Hou ze wel in de gaten, die neutralino’s. Ik kom er zeker op terug. Ik ga nu weer even verder met sterrenstelsels bekijken op de Galaxy Zoo. Bron: Wikipedia.

Noot:
  1. Tesamen met 4% gewone materie en 73% donkere energie. []
  2. Standaardsymbool voor het neutralino is \tilde{\chi}^0_i, waarin i van 1 tot 4 loopt. []
Share

Cepheïden vallen helemaal niet

Cepheïden in de Melkweg

Cepheïden in de Melkweg

Recent onderzoek aan de rotatie van de Melkweg met behulp van Cepheïden, een soort veranderlijke sterren, laat zien dat die rotatie een stuk eenvoudiger gaat dan men eerst dacht. Sinds 1912 worden de Cepheïden gebruikt als afstandsindicator1, vanwege het feit dat er een sterk verband is tussen de periode van hun lichtvariatie en absolute lichtsterkte. Als je die absolute lichtsterkte vervolgens vergelijkt met de schijnbare lichtsterkte kan je gemakkelijk de afstand berekenen. Naast het gebruik van de Cepheïden als meetlat worden ze ook gebruikt om de rotatie van de Melkweg in kaart te brengen. Het vreemde was echter dat Cepheïden die redelijk dicht bij de Zon staan allemaal naar ons toe lijken te bewegen. Sterrenkundigen spreken van het ‘vallen van de Cepheïden’ en dat doen ze met een vaartje van ongeveer 2 km/seconde. Al tientallen jaren twisten sterrenkundigen over de vraag of dat vallen nou echt is en een soort van lokale verstoring in de rotatie van de gehele Melkweg is òf dat het iets te maken heeft met de Cepheïden zelf. Welnu, Nicolas Nardetto en z’n  geachte collegae hebben acht Cepheïden waargenomen (zie afbeelding) en op basis daarvan geconcludeerd dat ze niet echt vallen, maar dat we te maken hebben met een intrinsieke eigenschap van de Cepheïden. Ze deden die waarnemingen met de HARPS2 spectrograaf, verbonden achterop de 3,6-m ESO telescoop van La Silla, 2.400 m bovenin de Atacama woestijn in Chili. In feite is de HARPS bedoeld om exoplaneten te zien, maar andere toepassingen zijn ook mogelijk. En met succes, want Nardetto et al konden zien dat het vallen van de Cepheïden geen echte beweging inhoudt, maar dat het ontstaat in de atmosfeer van deze sterren. En daarmee is de lokale ‘anomalie’ in de rotatie van de Melkweg verklaard. :-D Binnenkort verschijnt er overigens een artikel van Nardetto et al in het vakblad Astronomy & Astrophysics. Voor lezers van de Astroblogs hier al te lezen. Service, nietwaar? ;-) Bron: ESO.

Noot:
  1. De eerste die dat deed was Henrietta Leavitt. []
  2. High Accuracy Radial Velocity for Planetary Searcher. []
Share

Phil Plait is astrofoto van de dag!

Phil Plait en z'n eiertruc

Phil Plait en zijn eiertruc

Zien jullie ‘m rechtsboven op de pagina staan? Phil Plait, alias The Bad Astronomer, is vandaag Astrophoto of the Day (APOD)! :-D Een hele eer hoor voor deze wereldberoemde astroblogger. Op de foto zie je Phil bij een rijtje rechtop staande eieren. Het heeft allemaal te maken met de mythe dat alleen wanneer de herfst begint (morgen om 17.44 uur om precies te zijn) eieren rechtop kunnen staan. In diverse video’s, o.a. te bewonderen op YouTube, laat Phil zien dat het onzin is en dat je eieren het hele jaar door rechtop kunt laten staan. Er is overigens ook al een planetoïde naar Phil genoemd, maar dit even terzijde. Niet jaloers hoor. ;-)

Share
canakkale canakkale canakkale balik tutma search canakkale vergi mevzuati bagimsiz denetim vergi mevzuati ozurlu engelliler