20 oktober 2017

Hoe komt de honingraatnevel aan z’n vorm?

De Honingraatnevel (midden) in de Grote Magelhaense Wolk

In 1992 werd een nevel ontdekt in de Grote Magelhaense Wolk, het naburige dwergsterrenstelsel van de Melkweg, welke door z’n opvallende vorm de Honingraatnevel (Honeycomb nebula) werd genoemd. De nevel komt voor in de buurt van de plek waar in 1987 een supernova plaatsvind, welke vanaf Aarde vanwege z’n nabije afstand uitvoerig kon worden bestudeerd. De Honingraatnevel ligt ingebed in de Tarantulanevel (30 Doradus), waar ik eerder over geblogd heb en die een gigantische kraamkamer van jonge sterren is. Grote vraag die de sterrenkundigen bezighoudt is hoe de Honingraatnevel aan z’n vorm komt. Het vermoeden bestond al een poosje dat er sprake is van een botsing van twee verschillende supernovae, die rimpels in het uitdijende materiaal veroorzaken. Dat vermoeden heeft onlangs ondersteuning gekregen van het werk van John Meaburn (Universiteit van Manchester) en z’n collegae. Uit waarnemingen aan het spectrum van de nevel konden zij afleiden dat het gas gelijkenisssen vertoont met gas van andere botsende schillen van supernovae. Er bestaat nog een alternatieve theorie, namelijk dat de nevel z’n vorm krijgt door de inwerking van een hoogenergetische straalstroom van een zwart gat in het omringende gas en stof, zoals in het geval van SS 433, maar Meaburn en consorten denken dat d

Laat wat van je horen

*