Verslag van de afgelopen Messier Marathon(-s)

In maart heb je de mogelijkheid om in theorie in 1 aaneengesloten nacht alle 110 Messier objecten waar te nemen. In de praktijk is dat wel anders, je hebt onder andere te maken met het Nederlandse onvoorspelbare weer, lichtvervuiling, slecht zicht op de horizon, enzovoort, enzovoort. Op “de lus” te Melissant is het voor Nederlandse begrippen nog redelijk donker met een redelijk zicht op de horizon, alleen heeft de wind er vrij spel. Vorig jaar was de Messier marathon letterlijk in het water gevallen, maar gelukkig hebben we elk jaar een nieuwe kans. Dit jaar hebben we 4 pogingen ondernomen, de laatste poging gelukkig met succes. Vrijdag 4 maart 2011 – poging 1:Heb je echt alles tot in de puntjes voorbereid, het is nieuwe Maan en eindelijk weer eens helder. Zit je voor vertrek net aan een bakkie troost, gaat die !@#$%! telefoon……… Problemen op het werk, een of andere stans die niet meer wilde. Schrale troost, rond 00:00 uur trok het dicht vanwege de mist.Zaterdag 5 maart 2011 – poging 2:

Henk Prein bezig om z’n apparatuur klaar te zetten

Zaterdagmiddag zijn Henk en ik omstreeks 16:00 uur naar Melissant vertrokken. Aankomst in Melissant 17:00 uur. Weersomstandigheden aldaar: Geheel bewolkt met zelfs nog even wat miezerregen. We hadden goede moed, de voorspellingen waren dat het immers helder zou worden. De zonsondergang hebben we vanwege de bewolking gemist. In een zogenaamd sucker-hole (gaatje in de bewolking) verscheen plotseling M45 “de Pleiaden” in beeld. De eerste reactie: Zijn we toch niet voor niets gekomen, we hebben er in ieder geval 1. Pas ver na zonsondergang brak vanuit het Noorden heel langzaam de bewolking en konden we starten met de Messier marathon. Normaal volg je de avondobjecten volgens een bepaalde volgorde, maar vanwege de gaten in de bewolking gingen we het eerste waarneem-uur van hot naar her. We hebben toch alle avondobjecten kunnen zien, zelfs M77, M74 en M79, verrassend genoeg gaf M110 veel problemen. Na de avondobjecten heb we op ons “gemak” de Messiers tot en met het Virgocluster kunnen loggen. Om 00:00 uur kwam er vanuit het Noorden alweer bewolking binnen drijven en in no-time was het compleet bewolkt, we hebben nog even gewacht, maar even na enen hebben we toch maar besloten in te pakken en huiswaarts te keren. Al met al een redelijk geslaagde Messier marathon, vooral het kunnen waarnemen van de zeer lastige avondobjecten geeft een kick. Helaas voor mij geen record, ik ben vannacht blijven steken op 64 Messiers. Henk heeft met 64 Messiers wel zijn (GoTo) record verbeterd. Helaas zijn we een camera vergeten voor de foto’s, gelukkig kwam Corne uit Middelharnis nog even langs voor het bewijs dat we er waren.Vrijdag 1-4-2011 – poging 3:

Andre Heijkoop bij z’n 14″ Dobson

18:00 uur: Vertrek vanuit Strijen naar Melissant, ik had onderweg ondanks de dikke sluierbewolking zowaar een zonnebril nodig. 18:45 uur: Aankomst op een, afgezien van een paar vogelaars, verlaten “Lus”. 19:30 uur: De 14″ Dobson en de diverse verrekijkers staan opgesteld en klaar voor de marathon. 20:15 uur: Telefoontje van het werk, er zijn problemen, gelukkig kon ik nu telefonisch afhandelen. BTW, de bewolking lijkt langzaam wat weg te trekken. Nu maar wachten tot het donker wilt worden. 21:08 uur: Condities zijn zwaar, veel sluierbewolking, maar toch mijn eerste object van de avond in beeld”¦ M45 “de Pleiaden” Zelfs in de 15×70 verrekijker zijn van de Pleiaden maar een tiental sterren te zien. 21:18 uur: Na veel zoeken het Open Cluster M103 in het vizier van de Dobson. 21:33 uur: Na een lastige starhop toch m’n enigste sterrenstelsel van de avond in beeld gekregen, eerst in de 15×70 verrekijker, en later ook nog in de Dobson. Menig snotje, laag op de horizon in de Provence bij Philippe, ziet er beter uit dan de Andromedanevel deze avond. Wat doe ik hier eigenlijk vraag ik me inmiddels af. 21:44 uur: Ik heb de Orionnevel in beeld, zelfs in een 14 inch Dobson is de anders zo mooie nevel nu niet meer dan een lichtgrijs vlekje. Ik moest zelfs behoorlijk vergroten wilde ik ook M43 mee kunnen tellen voor de Marathon. 21:53 uur: Ondanks de zware condities toch nog een lichtpuntje, na veel zoekwerk de Planetaire Nevel M76 gevonden! 21:58 uur: Een makkie”¦, Open Cluster M34 in Perseus. 22:02 uur: De laatste Messier van de avond objecten, Open Cluster M52 in Cassiopeia. Inmiddels loop ik al een half uur achter op schema en heb ik al 6 Messiers gemist. Zo heb ik, zelfs in mijn 14 inch Dobson, de begeleiders M32 en M110 van de Andromedanevel niet kunnen ontdekken. De Messiers M33, M77 en M74 heb ik niet eens geprobeerd. M79 in Lepus heb ik nog geprobeerd maar niet gevonden. 22:11 uur: Reflectie Nevel M78, de eerste Messier van de winter objecten. 22:21 uur: Alweer een planetaire nevel af kunnen strepen van de lijst, M1 de krabnevel. 22:24 uur: Gelukkig zijn nu een aantal gemakkelijke Open Clusters aan de beurt, M35, M36, M37 en M38. 22:27 uur: De laag op de horizon staande Open Clusters in Canis Major en Puppis maar overgeslagen, dus alweer 4 Messiers gemist.

Sirius en Orion

22:39 uur: Open Cluster M50 in Monoceros. 22:42 uur: Open Cluster M44, de Beehive in Cancer, zowaar een glimp met het blote oog. 22:44 uur: Open Cluster M67 in Cancer. 22:53 uur: Open Cluster M48 in Hydra. Ik heb wat tijd ingehaald, ik loop nu nog ongeveer een kwartiertje achter op het schema. Op naar de lente objecten. Oei, de Leeuw, dat betekent sterrenstelsels. Na een blik op het sterrenbeeld de Leeuw besloten om te stoppen. De toch al slechte condities worden nog slechter, daarbij gaat het ook nog eens waaien, iets waar mijn Dobson niet echt tegen bestand is. Ik kon het niet laten en heb de sessie afgesloten met een snelle blik op Saturnus. Omstreeks 01:00 uur was ik weer terug in Strijen. Na een glas whisky om 02:00 uur nog even een blik naar buiten geworpen. En ja hoor geen sluierbewolking meer, het is helder”¦”¦ Al met al een eenzame en zeer vermoeiende avond met maar 18 Messiers in de pocket.  Lees verder

Een vervormd galactisch paar

Credit: ESO/Igor Chekalin

Dit tweetal sterrenstelsels, vastgelegd met de Wide Field Imager van de 2,2-meter MPG/ESO-telescoop van de ESO-sterrenwacht op La Silla in Chili, vertoont enkele merkwaardige kenmerken, waaruit blijkt dat de twee elkaar dicht genoeg zijn genaderd om elkaars zwaartekrachtsinvloed te voelen. Door dit getouwtrek is de spiraalvorm van het ene stelsel, NGC 3169, verstoord en zijn de stofbanen van zijn begeleider, NGC 3166, verbrokkeld. Ondertussen kan het derde, kleinere stelsel NGC 3165, rechtsonder, het krachtenspel tussen zijn grote buren vanaf een plekje op de eerste rang volgen. Dit groepje sterrenstelsels, dat zich op een afstand van ongeveer 70 miljoen lichtjaar in het sterrenbeeld Sextant bevindt, is in 1783 ontdekt door de Engelse astronoom William Herschel. De astronomen van nu schatten de afstand tussen NGC 3169 (links) en NGC 3166 (rechts) op slechts 50.000 lichtjaar. Daarmee is hun onderlinge afstand half zo klein als de middellijn van onze Melkweg: dermate gering dat de zwaartekracht een verwoestende uitwerking heeft op de galactische structuur. Spiraalstelsels zoals NGC 3169 en NGC 3166 zijn doorgaans ordentelijke maalstromen van sterren en stofwolken die om een heldere kern draaien. Nabije ontmoetingen met andere zware objecten kunnen deze klassieke configuratie echter verstoren, wat vaak een voorbode is van het samensmelten van sterrenstelsels tot één groter stelsel. Zo ver is het bij NGC 3169 en NGC 3166 nog niet. Wel zijn de spiraalarmen van NGC 3169, die rijk zijn aan grote, jonge, blauwe sterren, uit elkaar getrokken en zijn grote hoeveelheden gloeiend gas uit zijn schijf ontsnapt. In het geval van NGC 3166 zijn de stofbanen die doorgaans de spiraalarmen omlijnen in wanorde gebracht.

Anders dan zijn blauwere soortgenoot produceert NGC 3166 niet veel nieuwe sterren. NGC 3169 onderscheidt zich ook door iets anders: de zwakke gele stip die door een sluier van donker stof links van het centrum van het stelsel heen schemert. Deze lichtvlek is het overblijfsel van een supernova die in 2003 werd gedetecteerd en bekendstaat als SN 2003cg. Een supernova van dit soort, dat Type Ia wordt genoemd, ontstaat als een witte dwerg – een compacte, hete ster die het restant is van een middelgrote ster zoals onze zon – gas onttrekt aan een nabije begeleidende ster. Deze verse brandstof zorgt er uiteindelijk voor dat de witte dwerg op catastrofale wijze explodeert. De hier getoonde foto van dit opmerkelijke galactische duo is gebaseerd op gegevens die door Igor Chekalin zijn geselecteerd in het kader van de ESO-fotowedstrijd Hidden Treasures 2010. Chekalin won de eerste prijs en deze foto haalde de op één na hoogste score van de bijna honderd inzendingen. Bron: ESO.