NASA-satellieten hebben ‘chorus’ gehoord, het geluid van de Aarde

Op 30 augustus j.l. werden in één keer twee satellieten van de NASA gelanceerd, die de stralingsgordels rondom de aarde bestuderen, de Radiation Belt Storm Probes (RBSP). Met behulp van de Electric and Magnetic Field Instrument Suite and Integrated Science (EMFISIS) aan boord van de RBSP wist men op 5 september j.l. opnames te maken van de zogenaamde ‘Chorus’, geluid in het radiogolfgebied van het spectrum, dat geproduceerd wordt door energierijke plasmagolven in de magnetosfeer van de aarde. Zendamateurs hebben chorus al decennialang beluisterd, een geluid dat sterk doet denken aan tsjirpende vogels. Het opgenomen geluid kan je zien, eh… horen in onderstaande video – The sound of Earthsong.

Bron: Tom’s Astroblog + Wikipedia.

Heldere supernova uit 1006 vermoedelijk gevolg van botsende witte dwergen

Het restant van SN 1006, waargenomen met de Hubble ruimtetelescoop. Credit: ESA/NASA

Op 30 april of 1 mei 1006, duizend jaar geleden dus, verscheen in het sterrenbeeld Lupus (Wolf) de helderste supernova uit de tijd van de beschreven geschiedenis. Beschrijvingen ervan zijn teruggevonden in Zwitserse, Iraakse, Chinese, Japanse en Egyptische kronieken [1]Zo is er de beschrijving van de Egyptische astroloog Ali bin Ridwan, die in zijn commentaar op Ptolemeus’ Tetrabiblos schreef dat er een object verscheen dat 2,5 tot 3 keer zo groot was als … Continue reading. Sterrenkundigen van de Universiteit van Barcelona denken dat deze supernova van type Ia moet zijn geweest en dat twee botsende witte dwergen de oorzaak waren. De supernova van 1006 – kortweg SN 1006 genoemd – vond 7000 lichtjaar van de aarde plaats en onderzoek van de omgeving van waar de explosie plaatsvond laat zien dat een gewone stellaire begeleider van een witte dwerg moet worden uitgesloten. Een ster die bij de witte dwerg stond zou in die omgeving sporen hebben nagelaten (apart van het supernova-restant, dat je in de afbeelding hiernaast ziet), maar die zijn niet gevonden. Twee botsende witte dwergen die samen zwaarder worden dan de kritische massa van 1,44 zonmassa – de beroemde Limiet van Chandrasekhar – zouden de supernova van 1006 beter verklaren. Die verklaring sluit goed aan bij recente studies, die uitwijzen dat type Ia supernova maar twee oorzaken kunnen hebben, namelijk een witte dwerg die een thermonucleaire explosie ondergaat door massatoevoer van een gewone ster of door de botsing met een andere witte dwerg. Bron: Science Daily.

References[+]

References
1 Zo is er de beschrijving van de Egyptische astroloog Ali bin Ridwan, die in zijn commentaar op Ptolemeus’ Tetrabiblos schreef dat er een object verscheen dat 2,5 tot 3 keer zo groot was als Venus en een kwart de helderheid van de Maan had. Sommige bronnen zeggen dat de heldere verschijning schaduwen wierp en dat sommige mensen bij het licht ervan ’s nachts een manuscript konden lezen. Astronomen die zich met historische gebeurtenissen bezighouden schatten de maximale helderheid van SN 1006, zoals de supernova wordt genoemd, op -6,5 tot -9m.

Hoe gaat de opvolger van de Large Hadron Collider er uit zien?

Hoe gaat de opvolger van de LHC er uit zien? Credit: CERN

De grootste deeltjesversneller ter wereld – de 27 km grote Large Hadron Collider (LHC) van het Europese onderzoeksinstituut CERN bij Genéve – is nu vier jaar actief, sinds de start op 10 september 2008. Ondanks een lange onderbreking door een groot heliumlek, dat op 18 september 2008 optrad, wist de LHC te doen waarvoor ‘ie voor de lieve som van zes miljard euro gebouwd was: het Higgs boson ontdekken. De protonenbotsingen zijn sindsdien gewoon doorgegaan in de LHC, vooral omdat nieuwe gegevens moeten duidelijk maken wat de exacte eigenschappen van het ontdekte deeltje zijn – is het een gewoon ‘Standaard Model Higgs boson’ of een exotische variant ervan? Maar intussen is men al verder aan het kijken en wordt nagedacht over de vraag hoe een opvolger van de LHC er uit zou moeten zien én of ‘ie ook enigszins betaalbaar is. Daarom liggen er op de tekentafels van de bouwers al drie opvolgers van de LHC, waarvan ik de eerste twee in een eerdere blog presenteerde:

  • de International Linear Collider (ILC): is de LHC een 27 km grote cirkel, de ILC daarentegen is een versneller die één rechte lange lijn is – 31 km lang. Er wordt geen gebruik gemaakt van de protonen, de grootste stabiele deeltjes, maar van de veel lichtere electronen en muonen. Protonen produceren bij hun botsingen een grote hoeveelheid deeltjes, waar veel oninteressante deeltjes (ruis) bij zitten en waarvan de computers maar moeten ontdekken wat bruikbaar is en wat niet. De ILC produceert met z’n lichtere deeltjes veel schonere botsingen, zo’n 14.000 per seconde, die minder ruis opleveren. De botsingsenergie ligt rond 500 GeV  – minder dan bij de LHC, maar veel effectiever. Later moet de botsingsenergie worden opgekrikt naar 1 TeV.
  • de compact linear collider (CLIC), die vergelijkbaar is met de ILC, maar wiens botsingsenergie hoger ligt: zo’n 3 TeV. De bedoeling van CLIC is dat met een bundel electronen met hoge intensiteit, maar lager energie een tweede bundel van electronen wordt opgestuwd tot grote energie, resulterend in zeer schone botsingen.
  • een recent voorstel is die van de LEP3, de derde versie van de Large Electron-Positron Collider. Het idee is simpel: de LHC is gebouwd in dezelfde tunnel als waar de LEP2 tussen 1989 en 2000 gebruik van maakte. Waarom een compleet nieuwe deeltjesversneller bouwen als je gebruik kunt maken van bestaande infrastructuur? LEP2 kwam tot botsingsenergieën van 209 GeV, in LEP3 moeten bundels electronen en hun antideeltjes positronen  ieder een energie van 120 GeV hebben, leidend tot een botsingsenergie van 240 GeV, genoeg om Higgs bosonen te produceren, die 126 GeV zwaar zijn. Voordeel is ook dat de bestaande CMS en ATLAS detectoren hun werk kunnen blijven doen, niet met protonenbotsingen, maar met electron-positronbotsingen.

Er wordt op vele plekken en op vele momenten gediscussieerd over de voorstellen, zoals onlangs nog in Arlington in Texas, dus we moeten maar even afwachten waar er uit komt rollen. Uiteindelijk moeten de knopen worden doorgehakt door de regeringen van de deelnemende landen, die voor de centen moeten opdraaien. Bron: Not even wrong.

ATV-3 Edoardo Amaldi losgekoppeld van het ISS

Credit: NASA TV

De Europese vracht-ruimtecapsule Automated Transfer Vehicle (ATV-3) Edoardo Amaldi is gisteravond om 23.44 uur Nederlandse tijd losgekoppeld van het internationale ruimtestation ISS. Beiden vlogen op dat moment ergens boven Kazachstan. ATV-3 Edoardo Amaldi – genoemd naar een Italiaans natuurkundige, die mede-oprichter was van het Europese onderzoeksinstituut CERN in Genéve – kwam op 28 maart 2012 aan bij het ISS, volgeladen met tonnen nuttige lading. De bedoeling was eigenlijk dat de ATV-3 afgelopen woensdag al loskoppelde van het ISS, maar door technische problemen met de apparatuur aan boord van de Zvezda module ging dat niet door. Dat is kennelijk allemaal verholpen en nu is ‘ie dus los van het ISS. Komende dinsdag 2 oktober, als de afstand tussen ATV-3 en ISS minstens 7200 km bedraagt, zal de met allemaal troep volgestouwde vrachtcapsule de dampkring van de aarde in duiken en daar verbranden. Voor het vertrek had astronaut Aki Hoshide een zogenaamde ReEntry Breakup Recorder (REBR) in de ATV-3 gestopt, welke precies bij gaat houden wat er allemaal tijdens zo’n verbranding gebeurd. Een soort van zwarte doos dus, handig! Hieronder beelden van de loskoppeling.

De opvolger van de ATV-3 staat ook al in de startblokken, ATV-4 Albert Einstein, die april 2013 zal worden gelanceerd.

Bron: Universe Today.

De vuurbol van 21 sept. – een Aten planetoïde – passeerde de aarde twee keer

De baan van de vuurbol van 21 september boven Engeland, volgens berekeningen van Dirk Ross en Esko Lyytinen. Credit: Dirk Ross en Esko Lyytinen.

De vuurbol die vrijdagavond 21 september om 23.55 uur boven delen van Noordwest-Europa te zien was – o.a. in België, Engeland en Nederland – is vermoedelijk een planetoïde geweest, behorende tot de ‘familie’ van de Aten groep. Dat zijn planetoïden die dicht bij de aarde kunnen komen (‘aardscheerders’) en die genoemd zijn naar de eerst ontdekte Aten-planetoïde (2062) Aten. Hun perihelium ligt binnen de aardbaan, hun aphelium er net buiten – dat zijn de punten het dichtste resp. het verste van de zon vandaan. Marco Langbroek (Leiden), de welbekende satelliet-spotter en meteoorwaarnemer, denkt met een Aten-planetoïde te maken te hebben op basis van diverse waarnemingen die aan de vuurbol verricht zijn, met name die van Ramon van der Hilst, die de vuurbol zag in Bussloo. Langbroek kon uitsluiten dat het hier om een terugvallende satelliet ging. 155 minuten na de verschijning van de vuurbol boven Europa verscheen ook boven het zuidoosten van Canada en het noordoosten van de Verenigde Staten een extreem heldere vuurbol. De Finse wiskundige Esko Lyytinen denkt dat het om één en hetzelfde object gaat. Britse video-opnamen laten zien dat het rotsblok door de wrijving met de aardse dampkring in stukken uiteenviel. Bij het binnenkomen in de atmosfeer was z’n snelheid al laag – zo’n 13 km per seconde – maar boven de Noordzee werd ‘ie afgeremd tot ‘slechts’ 9,2 kilometer per seconde, te weinig om voorgoed aan de aantrekkingskracht van de aarde te ontsnappen. Volgens Lyytinen bleef  het grootste brokstuk doorvliegen en na één langgerekte omloop dook het projectiel alsnog met veel spektakel de dampkring in, ergens boven het zuidoosten van Canada. De wiskundige denkt dat de minimumhoogte van de vuurbol zo’n 53 km moet zijn geweest. Z’n massa moet enkele tonnen of zelfs tientallen tonnen zijn geweest. In augustus 1972 werd in de Verenigde Staten ook al een vuurbol gezien die veroorzaakt werd door een ‘scherende inslag’ – zelfs bij daglicht! –  maar dat rotsblok had een hogere snelheid en verdween weer voorgoed de ruimte in. Bron: SatTrackCam Leiden + Lunar Meteor Hunters + De Morgen.

 

Parallax-effect waargenomen bij Venustransitie van 6 juni 2012

Het parallax-efect bij de Venustransitie van 6 juni 2012. Credit: Pérez Ayúcar/Breitfellner

Weten jullie het nog, die Venustransitie van 6 juni 2012, die zeldzame en langverwachte gebeurtenis, waar we in Nederland en België uiteindelijk niets van konden zien vanwege bewolking, behalve wat gelukkigen in het hoge noorden? Die is elders in de wereld wel waargenomen en twee waarnemers hebben iets bijzonders gedaan. Ze hebben namelijk met die transitie, waarbij de Venusschijf gezien vanaf de aarde over het zonsoppervlak bewoog, het zogenaamde parallax-effect waargenomen. Parallax is het verschijnsel dat de schijnbare positie van een voorwerp ten opzichte van een ander voorwerp en/of de achtergrond varieert als men het vanuit verschillende posities bekijkt. Voorwerpen die dichterbij liggen, lijken door de verandering van kijkrichting veel meer mee te verschuiven dan dingen die verder weg liggen. Dit heeft bijvoorbeeld tot gevolg dat als men uit een trein of auto opzij kijkt, ver verwijderde objecten mee lijken te bewegen. De Venustransitie (of -overgang) werd waargenomen vanuit Spitsbergen, de eilandengroep in de Noordelijke IJszee, waar ooit wat Nederlandse ontdekkingsreizigers verdwaald raakten, en Canberra in Australië. De 11.600 km afstand die tussen die twee locaties zit was voldoende om een parallax-effect bij Venus te zien. Het Venusschijfje was vanuit Canberra iets noordelijker op de zon te zien dan vanuit Spitsbergen bekeken. In 1760 wist men dat effect ook al waar te nemen bij de toenmalige transitie van Venus en aan de hand van die waarnemingen wist men de afstand tussen aarde en zon te bepalen. Deze afstandsbepaling noemen ze ook wel de parallaxmethode, meestal toegepast bij nabije sterren. Meet op een bepaald  moment de positie van een ster t.o.v. achtergrondsterren en doe hetzelfde een half jaar later, als de aarde door z’n baan om de aarde 300 miljoen km verderop staat. Ook dat levert een zichtbare parallax op, waaruit men de afstand tot die ster kan berekenen. De pakweg 5000 foto’s die gemaakt zijn van de Venustransitie in Spitsbergen en Canberra heeft men bovenop elkaar gelegd en tot een 40 seconde durende video gecomprimeerd:

Transit of Venus 2012 from Svalbard and Canberra from Lightcurve Films on Vimeo.

Bron: Universe Today..

Maandag start groot internationaal astronautisch congres in Napels

Credit: IAC

Komende maandag – 1 oktober 2012 – start in Napels (Italië) het 63e International Astronautical Congress (IAC), het congres waarop maar liefst 3000 deelnemers tot en met 5 oktober met elkaar spreken over alle aspecten van ruimtevaart. Thema van dit congres is “Space science and technology for the needs of all“. Er zullen maar liefst 2000 (!) nieuwe artikelen worden gepresenteerd op het congres, via allerlei lezingen, sessies, fora en andere middelen van communicatie. Hier heb je een pagina waar het publieksprogramma van de IAC te vinden is. Eén van de deelnemers aan het congres is de Italiaanse kunstenares Daniela de Paulis, die vorige week nog op de SpaceUp Europe in Genk was. Zij zal in Napels één van die vele lezingen verzorgen, over haar Moonbounce Project, waarbij ze met behulp van de 25 meter radiotelescoop van Dwingeloo beelden en geluiden naar de maan stuurt, welke vervolgens met een flinke portie kosmisch ruis weer terug op aarde komen. Daniela, veel plezier daar in Napels! Bron: ESA + IAF.

Curiosity vindt bewijs voor oude rivierbedding op Mars

Credit: NASA/JPL-Caltech

We konden d’r natuurlijk op wachten: Marsrover Curiosity heeft op overtuigende wijze bewijs aanwijzingen gevonden van een rivierbedding in de Gale krater, waar ooit water doorheen moet hebben gevloeid. Het gaat om een rotsformatie die ze “Hottah” hebben genoemd – naar Hottah Lake in Canada’s Northwest Territories –  en die bezaaid is met allerlei kleine kiezelsteentjes en ‘gravel’. Op de afbeelding hierboven, links te zien. Die kiezelsteentjes lijken exact op steentjes die we op aarde in oude, drooggevallen rivierbeddingen tegen komen, rechts op de afbeelding. Het water dat ooit in die Martiaanse rivierbedding stroomde moet tot op heuphoogte zijn gekomen en volgens de berekeningen ongeveer 1 meter per seconde snel zijn gegaan. Het water zou er duizenden tot miljoenen jaar geleden kunnen hebben gestroomd. Uit de vormen van de steentjes en het gravel kan men afleiden dat andere transportmogelijkheden, zoals wind, uitgesloten zijn. Het moet via stromend water gegaan zijn. Curiosity kwam Hottah tegen op de 39e dag (Sol 39) dat ‘ie op Mars verbleef, sinds de landing op 6 augustus j.l. Hieronder een mooie infografiek over de ontdekking van Curiosity, waarop o.a. te zien is dat de Marsrover eigenlijk onderweg is naar Glenelg, maar onderweg per toeval op Hottah stuitte. ‘Link’ is een andere rotsformatie, waar ook al aanwijzingen voor vroeger water werden gevonden.

Credit: Karl tate/Space.com

Source SPACE.com: All about our solar system, outer space and exploration Bron: Universe Today + Space.com.  [Naschrift] Ik kwam deze video nog tegen, waarin Sanjeev Gupta – lid van het wetenschappelijke team van Curiosity – verteld over over de aanwijzingen voor de rivierbedding.

Bron: Universe Today.