25 mei 2024

De kop van de Lamantijnnevel spuwt harde röntgenstraling uit

Credit: Left: NSF’s Karl G. Jansky Very Large Array (VLA), NRAO/AUI/NSF, K. Golap, M. Goss; NASA’s Wide Field Survey Explorer (WISE). Right: Tracy Colson

Onderzoek met ESA’s röntgenruimtesatelliet XMM-Newton heeft recent duidelijk gemaakt dat vanuit de ‘kop van de Lamantijnnevel’ harde röntgenstraling (tot ∼30 KeV) komt, hetgeen laat zien dat die kop een soort natuurlijke deeltjesversneller is. Eerst heette die nevel W50, nummer 50 in de Westerhout Catalogus, de lijst van allerlei radiobronnen aan de hemel, opgesteld in 1958 door de Nederlandse sterrenkundige Gart Westerhout. Maar omdat ‘ie op een Lamantijn lijkt, een variant van de zeekoe die in Florida voorkomt, wordt W50 sinds 2012 de Lamantijnnevel genoemd. Het was Heidi Winter – Director’s Executive Assistant bij het National Radio Astronomy Observatory (NRAO) die de gelijkenis met de lamantijn zag. In 2012 overleed Winter aan kanker en als eerbetoon werd W50 toen omgedoopt tot de Lamantijnnevel. Hierboven zie je de treffende gelijkenis tussen beiden, links de nevel gefotografeerd met de Karl G. Jansky Very Large Array (VLA) radiotelescoop. De Lamantijnnevel is een gigantische supernovarestant, pakweg 30.000 jaar oud. Hij ligt 18.000 lichtjaren ver weg, in het sterrenbeeld Arend (Aquila). Maar ondanks die afstand is ‘ie aan de hemel nog altijd twee graden groot, vier Volle manen in omvang – werkelijke omvang maar liefst 700 lichtjaar. Dat we ‘m niet zien komt simpelweg omdat de nevel in radiostraling oplicht, niet in optisch licht. De bron van de Lamantijnnevel: de zogenaamde microquasar SS 443. Op de foto hieronder, gemaakt door gegevens te combineren van XMM-Newton (geel, magenta en cyaan), de Very Large Array radiotelescoop (rood) en het Skinakas observatorium (optisch, groen), zie je die microquasar in het midden, dat kleine rode puntje.

Credit: S. Safi-Harb et al (2022)

SS 443 is eigenlijk een zwart gat, het overblijfsel van de zware ster die 30.000 jaar geleden als supernova explodeerde en wiens kern het zwarte gat vormde en de buitenlagen die werden weggeblazen en die de Lamantijnnevel vormden. Bij dat zwarte gat staat vlakbij een gewone ster (zie de impressie hieronder) en daarvandaan stroomt voortdurend materie naar het zwarte gat toe. Dat levert op haar beurt twee energetische jets of straalstromen op die naar twee tegenovergestelde kanten worden weggeblazen. Links zie je de oostelijke jet. Met XMM-Newton hebben ze nu kunnen traceren waar precies de harde röntgenstraling vandaan komt. Dat blijkt afkomstig te zijn van een gebied zo’n 100 lichtjaar van SS 443, op de plek waar je in de jet links de kleuren magenta en cyaan ziet, een gebied dat zich tot 300 lichtjaar van SS 433 vandaan uitstrekt – de ‘kop’ van de Lamantijn.

Artistieke impressie van het SS 433 systeem. Credit: NASA.

Men denkt dat de deeltjes daar in die kop worden versneld tot zeer hoge energieën door een ongewoon energetisch deeltjesversnellingsproces. De uitstroom van materie van het zwarte gat (met pakweg een kwart van de lichtsnelheid) is daar waarschijnlijk terechtgekomen en is op die locatie opnieuw geactiveerd voor het uitzenden van hoogenergetische straling, misschien als gevolg van schokgolven in de zich uitbreidende gaswolken en versterkte magnetische velden. Hier het vakartikel waarin dat wordt beschreven, te verschijnen in de Astrophysical Journal. Bron: ESA.

Share

Speak Your Mind

*