3 december 2016

Zware sterren ontstaan op soortgelijke wijze als lichte sterren

massieve stellar disk

Een jonge ster van meer dan 30 zonnemassa’s zou de wetenschap kunnen helpen om te begrijpen hoe de zware sterren in het universum ontstaan. De jonge ster bevindt zich op een afstand van 11.000 lichtjaar en is nog bezig materiaal te verzamelen vanuit de omringende gaswolk. De ster is dus nog niet “af” en zal dus nog massiever worden dan hij nu is. De onderzoekers hebben nu een belangrijke fase in het ontstaan van een massieve ster vastgelegd en hieruit is gebleken dat massieve sterren inderdaad op soortgelijke wijze ontstaan als lichte sterren zoals de zon. In het melkwegstelsel zijn massieve jonge sterren lastiger te bestuderen dan lichte jonge sterren, aangezien ze een korte levensduur hebben. Dat maakt ze zeldzaam binnen de 400 miljard sterren van de Melkweg. Een gemiddelde ster zoals de zon heeft zo’n miljoen jaar nodig om te ontstaan, maar een ster van bijvoorbeeld acht zonnemassa’s doet dat in honderdduizend jaar. Daarnaast gaan massieve sterren veel minder zuinig met hun brandstof om, waardoor ze veel sneller zijn opgebrand. Dat maakt het lastig om ze te bestuderen in hun babystadium. De protoster die door de onderzoekers ontdekt is bevindt zich in een donkere ruimtewolk – een zeer oude en dichte regio in de ruimte waarin nieuwe sterren ontstaan. Een dergelijk stervormingsgebied is lastig te observeren, aangezien de jonge sterren bedekt worden door een dikke ondoorzichtbare gaswolk. Gelukkig kan men met lange golflengten van licht door de wolk heenkijken en dat heeft men ook gedaan met o.a. de Very Lare Array in New Mexico. Door de hoeveelheid straling te meten dat wordt uitgezonden door het koude stof nabij de ster, in combinatie met het gebruikmaken van de unieke vingerafdrukken van verschillende moleculen in het gas, heeft men de aanwezigheid van een Keplerische schijf aangetoond – een schijf waarbij de binnendelen sneller bewegen dan de buitendelen. Iets dergelijks zie je ook bij de planeten in het zonnestelsel en dat betekent dat massieve sterren op soortgelijke wijze moeten ontstaan als zonachtige sterren. Overigens is de gas- en stofschijf rond de protoster van 30 zonnemassa’s ook bijzonder massief – de complete schijf weegt evenveel als twee tot drie zonnen. Hieruit zou een monsterlijk planetenstelsel kunnen ontstaan, maar de kans is groter dan de schijf onder z’n eigen zwaartekracht ineen zal storten, waarbij een reeks minder massieve protosterren het gevolg zal zijn. Vermoedelijk zijn we dus geen getuige van het ontstaan van een planetenstelsel, maar van het ontstaan van een meervoudige stersysteem.

Bron: University of Cambridge

Geef een reactie