Spacelab
Van den Berg vloog aan boord van de Space Shuttle Challenger tijdens de STS-51B missie van 29 april tot 6 mei 1985. Het was de eerste operationele vlucht van het Spacelab laboratorium. ‘Ik werd niet ziek’, vertelde hij blij aan het publiek. ‘Ik had een fantastische tijd. In de ruimte zijn is echt leven in drie dimensies: je kunt alle kanten op. Anders dan op aarde waar je in twee dimensies leeft en dan de trap neemt om een laagje hoger weer in twee dimensies te leven.’ De astronaut werkte in de ruimte aan kristallen die tien keer zuiverder groeiden dan op aarde mogelijk is. Hij werkte ook aan experimenten op het gebied van vloeistofdynamica. Op de vraag wat het vervelendste deel van de vlucht was, antwoordde Van den Berg: ‘De landing. Zelfs al ben je maar een week in de ruimte, de overgang van nul naar één keer de zwaartekracht voelt heel onplezierig.’ Ruim een half jaar na zijn vlucht ontplofte de Space Shuttle Challenger tijdens de lancering. Zeven astronauten kwamen om. Van den Berg kijkt somber terug op die fatale vlucht: ‘Ik weet nog steeds niet precies wat ik daarbij voel. Ik was in een klaslokaal aan het vertellen toen het gebeurde. Ik probeerde iedereen gerust te stellen. Vooral de docenten hadden het moeilijk.’ Voor Van den Berg bleef het bij één ruimtevlucht. Zijn vrouw wilde simpelweg niet dat hij nog eens vloog. Door zijn Amerikaanse paspoort kwam de in Nederland geboren astronaut hier weinig in de media. En dat vindt hij niet erg. Zo af en toe komt hij terug om te vertellen over zijn missie. En ook al is die missie inmiddels 26 jaar geleden, het publiek smult van zijn verhalen.
Bron: ESA.







Social profiles Adrianus V