22 oktober 2018

Kosmoloog: “het heelal is helemaal niet aan het uitdijen!”

heelal ballon uitdijen

Het conventionele model van kosmologie stelt dat sterrenstelsels van elkaar vandaan bewegen als gevolg van het uitdijen van de ruimte er tussenin – ongeveer zoals het oppervlak van een opgeblazen ballon. Dit verklaart waarom sterrenstelsels vanuit ons perspectief zijn roodverschoven. Nu is een kosmoloog met een andere interpretatie gekomen van deze roodverschuiving.

Het heelal is begonnen met de oerknal en wordt sindsdien steeds groter. Dit is bijna een eeuw lang de dominante kijk op het universum geweest. Nu is een kosmoloog met een radicaal alternatief gekomen: volgens hem wordt het heelal helemaal niet groter – in plaats daarvan is de massa van alle deeltjes toegenomen!

Astronomen kunnen afstanden in het heelal berekenen door het licht van verre objecten te analyseren. Als objecten van ons vandaan bewegen, dan zal het licht verschoven worden naar het rode (laagfrequente) deel van het elektromagnetische spectrum, op dezelfde manier dat het geluid van een ambulance lager wordt naarmate het voertuig voorbij komt.

In de jaren ’20 van de vorige eeuw hebben astronomen als Edwin Hubble ontdekt dat bijna alle sterrenstelsels een dergelijke roodverschuiving kennen – bovendien blijkt de afstand van belang te zijn: hoe verder het sterrenstelsel hoe groter z’n roodverschuiving. Aan de hand hiervan heeft men de conclusie getrokken dat het heelal aan het uitdijen is.

Nu wordt het karakteristieke licht dat door atomen wordt uitgezonden ook beïnvloed door de massa van de bestanddelen van het atoom, vooral van de elektronen. Als een atoom in massa zou groeien, dan zou het uitgestoten licht meer energie hebben. Omdat een hogere energie overeenkomt met een hogere frequentie, zal het uitgestoten licht verschuiven naar het blauwe deel van het spectrum. Omgekeerd geldt hetzelfde: als deeltjes lichter worden, verschuiven de frequenties naar het rode deel van het spectrum.

Omdat de lichtsnelheid eindig is, kijken we terug in de tijd als we verre sterrenstelsels waarnemen. We zien de stelsels dus zoals ze waren op het moment dat het licht dat we opvangen is uitgezonden. Als alle massa’s ooit lager waren, dan zal het uitgestoten licht roodverschoven zijn ten opzichte van de huidige frequenties. Bovendien resulteert dit in een vaste verhouding tussen de mate van roodverschuiving en de afstand. Hierdoor lijkt het alsof de sterrenstelsels van ons vandaan bewegen, terwijl dat helemaal niet zo is!

Als je de wiskunde verwerkt dat hoort bij deze alternatieve interpretatie van de roodverschuiving, dan zal de gehele kosmologie er heel anders uitzien. Het universum is tijdens de periode van inflatie nog steeds veel groter geworden, maar die periode hiervoor bevat helemaal geen singulariteit waaruit alles ontstaan is. In plaats daarvan strekt de oerknal zich bijna eeuwig uit over het verleden. De huidige kosmos zou statisch kunnen zijn, of zelfs beginnen met samentrekken. Hoewel het een plausibel idee is, heeft het wel een groot probleem: het kan niet getest worden. Massa is een dimensionele grootheid, waardoor het alleen gemeten kan worden ten opzichte van iets anders. Zo wordt de massa van alle voorwerpen op aarde uitgedrukt ten opzichte van de standaardkilogram die ergens in een kluis ligt opgeslagen. Maar als de massa van alles, inclusief de officiële kilogram, langzaam steeds groter wordt, dan kunnen we daar nooit achterkomen.Bron: Nature‘.

Reacties

  1. Een geruststellend artikel,
    want het ligt dus niet aan mij dat ik wat zwaarder word naarmate ik ouder word.
    Het is de schuld van het heelal.

  2. dankzij bovenstaand artikel, kreeg ik onderstaande (dus mogelijk alweer achterhaalde) link onder ogen die ik nu, vandaag, eindelijk begon te begrijpen. tsja jammer dan.

    https://www.astroblogs.nl/2012/05/26/hoe-we-afstanden-in-het-heelal-meten/

  3. Dit is een geniaal nieuw inzicht. Maar dat het niet getest kan worden is niet nieuw: de uitdijing van het heelal kan ook niet getest worden, het is slechts een interpretatie van metingen…. Dus er zijn nu 2 inzichten in het fenomeen roodverschuiving, en er is zelfs een combinatie mogelijk, dus weer nieuw werk voor de astronomen…

  4. Probleem met de theorie van Christof Wetterich – degene die met het idee van die veranderende massa van atomen op de proppen kwam – is volgens mij dat niet alleen de roodverschuiving er door verklaard wordt, maar dat het ook consequenties heeft voor de vier natuurkrachten. Een groeiende massa heeft consequenties voor de zwaartekracht, electromagnetische, sterke en zwakke wisselwerking en ik weet niet of dat al is doorberekend. De sterkte van de EM wisselwerking wordt weergegeven door de fijn structuur constante α en daarvan is tot nu toe bij alle experimenten gebleken dat die echt constant is, ook in ver verwijderde sterrenstelsels en quasars.

  5. anders dan bij de spekwokkels van Pee64,

    waaraan ontleent de Kosmoloog de gewichtstoename. ??
    het gevolg ervan lijkt plausibel.
    maar wat initiëert het ??

    ennuh, is het volstrekt uitgesloten dat door ons waargenomen roodverschuivingen van een “object” door
    “ruimtekromming en rotatie//turbulentie” zich elders weer als blauwverschuiving voordoen. ??

  6. Heb ik het hier op deze site al niet over gehad ?
    (Ik weet niet hoe ik mijn bijdragen kan terugvinden)

    Het gaat over de plasmakosmologie: http://nl.wikipedia.org/wiki/Plasmakosmologie
    Als je het idee van de oerknal verlaat en ook het idee loslaat dat de roodverschuiving een maat is voor de afstand:

    dan kunnen er dus ook sterrenstelsels dicht bij elkaar staan met grote verschillen in roodverschuiving.

    De één is dan een jong stelsel en de andere een oud met andere massa en andere fijnstructuurcontante.

    Dat zei Hannes Alfvèb http://nl.wikipedia.org/wiki/Hannes_Alfv%C3%A9n bijvoorbeeld over het spiraalstelsel NGC 4319 en het object Markarian 205. (zie wikipedia plasmakosmologie)

  7. Op ” http://nl.wikipedia.org/wiki/Plasmakosmologie” wordt o.a. gesproken over “heet plasma”. Deze term staat daar inderdaad tussen haakjes.

    Waarom staat deze term tussen haakjes en wat is zo ongeveer de temperatuur van plasma?

    Eric

  8. In het artikel staat “heet gas” en niet “heet plasma”. Dat is ook de reden dat het tussen haakjes staat. Het is maar hoe je het noemt. Is plasma de 4de aggregatie toestand, of is het geioniseerd gas ? Bij hoge temperaturen en bij lage druk wordt gas geioniseerd.

    In de verwijzing naar het Nasa artikel http://www.nasa.gov/mission_pages/chandra/news/H-12-331.html wordt gesproken van “heet gas” met een temperatuur van 1.000.000 K tot 2.500.000 K: 100x heter dan de zon. Andere studies geven 100.000 K tot 1.000.000 K. Volgens mij kan je dan best spreken van “plasma” in plaats van “heet gas”.

    De reden daarvoor ligt mijns inziens bij het feit, dat velen dat woord “plasma” niet fijn vinden. Dat zou de plasmakosmologie te veel promoten denk ik. Feit is in ieder geval dat Hannes Alfvèn bij leven vanwege zijn opvattingen werd genegeerd.

  9. Beetje vreemde gedachte misschien, maar als de massa van alle deeltjes is toegenomen, zou bij een gelijkblijvend constant heelal de massa dichterbij elkaar gekomen zijn. Dat zou toch tot op zekere hoogte de (gesimuleerde) roodverschuiving als gevolg van de toegenomen massa teniet doen. Hoe die verhouding is weet ik natuurlijk niet.
    Een andere mogelijkheid is dat de donkere materie in het heelal meegroeit, waardoor het heelal in totaal groter wordt. Maar dan zou de ballontheorie toch weer in beeld komen.
    Is het begrijpelijk wat ik schrijf en slaat het ergens op?

    • Als de massa van deeltjes toeneemt, dan hoeft de onderlinge afstand tussen die deeltjes toch niet te veranderen?
      Volgens Newton zou de aantrekkingskracht groter worden, volgens Einstein zou de tijdruimte sterker krommen maar als de rotatie snelheden ook groter worden (en dus de middelpunt vliedende krachten) dan kunnen de onderlinge afstanden gelijk blijven. Die grotere snelheden lijken mij de oorzaak van de blauwverschuiving te zijn: meer snelheid, meer energie, kortere golflengte.

      Dat zien we dus als spectrale roodverschuiving, als we zelf zware (oude) massa “zijn”. Geen van ons af bewegend stelsel, maar een t.o.v. ons stilstaand jong (pas gevormd) stelsel. Bijvoorbeeld volgens E=m*c2 uit heel veel energie.

      De opmerking van Arie, dat de fijnstructuurconstante overal “echt” constant is, zegt misschien wel niets, omdat verschillende grootheden die de fijnstructuurconstante bepalen, onderling mogelijk wel kunnen verschillen zodanig dat de effecten daarvan elkaar opheffen. Niemand kan toch ter plaatse de wetten van Maxwell gaan ijken ? Het is vanuit hier alsof je meet met een meeveranderende maat.

Laat een reactie achter op Jan Reactie annuleren

*

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.