22 augustus 2017

Lawinestatistieken geven mogelijk een verklaring voor de mysterieuze Tabby’s ster

Tabby’s ster, links in infrarood (2MASS survey) en ultraviolet (GALEX).

Het verhaal van Tabby’s ster – ook wel bekend als KIC 846852 – kennen we: de door de Kepler ruimtetelescoop bestudeerde ster die zeer vreemde, onregelmatige veranderingen in zijn lichtcurve heeft, zowel op lange als op korte schaal, en die tot nu toe op geen enkele manier goed verklaard kunnen worden. Onderzoekers van de Universiteit van Illinois hebben nu een nieuwe suggestie gedaan om het gedrag van Tabby’s ster te verklaren en de basis voor hun model is gelegen in…. lawinestatistieken! Tabby’s ster, genoemd naar de sterrenkundige Tabetha S. Boyajian, is een ster van spectraaltype F, gelegen in het sterrenbeeld Zwaan op ongeveer 1275 lichtjaar afstand.

De lokatie van Tabby’s ster in Zwaan

In de lichtcurve van Tabby’s ster komen grote (tot wel 20%) en kleine dips voor. Het Illinois team keek met name naar de kleine dips in de lichtcurve en paste daarbij een wiskundig model toe dat ook wordt gebruikt bij statistieken van lawines. Tot nu toe werd er altijd van uit gegaan dat er iets is buiten de ster dat de variaties in de lichtcurve moet veroorzaken, wolken kometen of planetoïden, stofwolken, of zelfs intelligente aliens die een Dyson sfeer rondom de ster bouwen. Richars Weaver en zijn team denken meer aan intrinsieke veranderingen, veroorzaakt door de ster zelf.

De grote en kleine variaties in de lichtcurve van Tabby’s ster, waargenomen tussen 5 maart 2011 en 17 april 2013.

Bij lawines zijn er twee dingen die gemeten kunnen worden: de omvang en de duur. Bij de kortdurende variaties in de lichtcurve van Tabby’s ster heeft men daar ook naar gekeken. Er is een drempelwaarde bepaald, waarbij een daling van de lichtkracht onder die waarde vergelijkbaar is met ‘krakende ruis’, dat een voorbode is van een naderende lawine. De omvang van een kleine dip in de lichtcurve bij Tabby’s ster is de hoeveelheid straling die de ster geeft gedurende de tijd dat de lichtsterkte onder de drempelwaarde ligt, de duur is de lengte van de tijd onder die drempelwaarde. Statistische analyses van de omvang en duur van de kleine dips laten zien dat Tabby’s ster op weg lijkt te zijn naar een faseovergang, een nieuwe en nog onbekende fase in zijn evolutie als F-ster. Met een simpele machtsfunctie zouden de kleine dips te beschrijven zijn. Verder onderzoek moet uitwijzen hoe die volgende fase er precies uit gaat zien. Hier het vakartikel van Weaver et al, gepubliceerd op 19 december in the Physical Review Letters. Bron: Universiteit van Illinois.

Reacties

  1. Interessant, maar het lijkt me niet echt een ‘verklaring’…. Het geeft geen indicatie over wat het fysische mechanisme achter de dips is. Ok, er valt statistisch dus iets te zeggen over de intervallen tussen en/of duur van de dips, maar er zijn daarvoor nog steeds meerdere mechanismen denkbaar en er is geen enkele andere indicatie dat dit soort sterren een faseovergang doormaken of wat daar dan de reden voor zou zijn.

Laat wat van je horen

*