15 november 2018

Waarom gaan we eigenlijk naar de maan?

Met de Ares naar de maan en daarna naar MarsToen president Kennedy op 25 mei 1961 z’n wereldberoemde toespraak over ruimtevaart hield en daarin aankondigde dat de Verenigde Staten voor het einde van dat decennium een mens op de maan zouden zetten vroeg niemand de eenvoudige vraag ‘waarom eigenlijk?’ Het antwoord zou denk ik vrij makkelijk te geven zijn: om er eerder dan de Russen te zijn. Per slot van rekening verkeerde Amerika begin jaren zestig in een Koude Oorlog met aartsvijand de Sovjet-Unie en op de maan werd de strijd op wetenschappelijke wijze gevoerd. Na december 1972 eindigde met de Apollo 17 het tijdperk van de bemande vluchten naar de maan. Januari 2004 kwam de maan weer opnieuw in beeld toen president Bush de nieuwe ruimtevaartplannen van de VS bekendmaakte en aankondigde dat rond 2020 opnieuw Amerikanen op de maan zouden staan. Ook nu kunnen we weer de eenvoudige vraag stellen: ‘waarom eigenlijk?’ In een lang artikel in de wetenschapsbijlage van NRC-Handelsblad van vandaag (31 mei) schetst Michiel Hegener vier redenen waarom de mensheid opnieuw mensen naar de maan wil sturen. Ik zeg hier met nadruk mensheid, omdat niet alleen de VS opnieuw richting maan opstomen, maar ook de Russen, Chinezen en zelfs Indiërs plannen daartoe hebben. Vier eenvoudige antwoorden voor die ene eenvoudige vraag:

  1. Vanaf de maan kunnen sterrenkundigen niet gehinderd door een dampkring waarnemingen verrichten. Ik heb al enkele malen bericht over plannen om bijvoorbeeld radiotelescopen op de maan neer te zetten. Een ander plan dat in het volgende nummer van het vakblad The Astrophysical Journal wordt beschreven is om ín een krater, waar het zonlicht nooit te zien is, een telescoop met een vloeibare spiegel te plaatsen. Daarmee zou men duizend keer scherper kunnen kijken dan met de James Webb, de ruimtetelescoop die de Hubble vanaf 2013 gaat opvolgen.
  2. De maan is een soort van springplank voor ruimtereizen richting Mars. De ontsnappingssnelheid op de maan is 2,4 km per seconde en op Aarde is dat 11,2 km per seconde, dus een lancering vanaf de maan is een stuk eenvoudiger én goedkoper. Bemande reizen naar Mars gaan niet zoals ooit met de Apollovluchten met één raket richting doel, maar vereisen een groot transport van materiaal en dat kan het beste vanaf de maan geschieden.
  3. Door onderzoek van de maanbodem kan de klimatologische geschiedenis van de Aarde zelf onderzocht worden. Uit dieptemonsters van regoliet1 bijvoorbeeld blijkt dat men de geschiedenis van de zonnewind gedurende de laatste eeuwen of millenia kan reconstrueren en die gegevens geven op haar beurt weer inzicht in de klimaatveranderingen op Aarde. Die zonnewind-deeltjes bereiken de Aarde niet, dus hier is dat onderzoek niet mogelijk.
  4. Tenslotte een niet gering argument om weer bemande reizen richting maan te ondernemen: het is een potentiële energiebron. Er komt op de maan heel veel helium-3 voor en dat is een perfecte energiebron voor kernfusie. In het artikel van Hegener worden door sommige wetenschappers wel vraagtekens gezet bij de werkelijke betekenis die helium-3 heeft voor kernfusie, maar de ESA en NASA zijn in ieder geval erg enthousiast over de belofte.

Logo van het Constellation-programma

Kortom, genoeg redenen voor de grote ruimtevaartnaties om weer zenuwwachtig te gaan doen en allerlei dure programma’s op te gaan zetten om naar de maan te gaan. Voor de V.S.  is dat het Constellation-programma, waar de Orioncapsule en Ares-I en -V draagraketten deel van uitmaken. Eerst de maan en dan Mars, “to boldly go where no man has gone before.” 😀 Bron: NRC-Handelsblad, 31 mei 2008.

Noten
  1. Da’s de laag van los, vaak verweerd materiaal aan het oppervlakte van de maan. []

Reacties

  1. Peter zegt:

    Kijk dat je dit blog niks vind oke, en dat je 2 inlog namen gebruikt tot daar aan toe.

    Maar dat je nog te dom bent om je inlog naam te verwisselen om op je eigen reactie te reageren is toch wel fantastisch!!

Laat wat van je horen

*

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.