De halo van het Melkwegstelsel is ‘klonterig’

Credit: Christien Nielsen/Unsplash.

Sterrenkundigen van de Universiteit van Ioawa hebben door onderzoek ontdekt dat de halo van het Melkwegstelsel bestaat uit een heet gas dat ‘klonterig’ is (Engels clumpy) en dat continu wordt aangevuld met materie afkomstig van pasgeboren sterren en stervende sterren in de schijf van de Melkweg. De halo, ook wel het circumgalactic medium (CGM) genoemd, is onderzocht met HaloSat, een mini-satelliet die in mei 2018 vanuit het internationale ruimtestation ISS werd gelanceerd. Het is een röntgensatelliet, waarmee Philip Kaaret en z’n team keken naar de halo. Op basis van hun röntgen-waarnemingen aan het hete gas in de halo komen ze tot de conclusie dat de halo van de Melkweg een schijfachtige geometrie heeft. Er blijkt daarin ook een soort van kringloop plaats te vinden: materie die uitgestoten wordt door pasgeboren sterren én stervende sterren, zoals supernovae, komt in de halo terecht en vanuit de halo valt er omgekeerd ook weer materie (vooral gas) terug naar de Melkweg, waar het weer voeding geeft voor de vorming van nieuwe sterren. Het hete gas in de haloschijf ziet er klonterig uit, met een hoekgrootte van ongeveer 10° van de klonten.

Impressie van HaloSat. Credit: NASA

Niet bekend is of er buiten de schijfvormige halo nog een bolvormige buitense halo aanwezig is. Door de gegevens van de HaloSat te vergelijken met röntgenwaarnemingen van andere satellieten willen ze daar wel meer over te weten komen. Verder komt uit de waarnemingen naar voren dat een deel van de ‘ontbrekende materie’ wel eens opgeslagen zou kunnen zijn in de halo van sterrenstelsels. In het heelal bestaat slechts vijf procent uit gewone materie (‘baryonische materie’) en de rest is donkere materie en donkere energie. Van die gewone materie is een deel ook onvindbaar, dat wordt de ontbrekende materie genoemd (Engels: missing mass). Een deel is te vinden in het intergalactische medium, maar een deel zou dus ook kunnen zitten in het circumgalactic medium, om even bij de mediums te blijven. In Nature verscheen een vakartikel over de waarnemingen. Bron: Universiteit van Iowa.

Het bestaan van het meest nabije zwarte gat (HR 6819) in twijfel getrokken

Deze artist’s impression toont de omloopbanen van de objecten in het systeem HR 6819. In deze impressie wordt er nog van uit gegaan dat een zwart gat deel van het systeem uitmaakt. Credit: ESO/L. Calçada.

Mei dit jaar werd bekendgemaakt dat sterrenkundigen van de Europese Zuidelijke Sterrenwacht (ESO) en andere instituten een zwart gat hadden opgespoord op iets meer dan duizend lichtjaar van de aarde, een record. HR 6819 heet het, een drievoudig systeem, waarvan één van de componenten een zwart gat zou zijn. HR 6819 wordt al sinds de jaren tachtig nauwlettend in de gaten gehouden en in eerste instantie werd gedacht dat het om twee sterren ging, een hete Be ster, die geen beweging vertoonde, en een kleinere B3 III ster, die ‘ergens’ omheen draaide met een periode van veertig dagen. Dat zwarte gat zou ongeveer vier keer de massa van de zon hebben en met een afstand van 1120 lichtjaar zou dit het meest nabije zwarte gat tot de aarde zijn. Maar daar wordt nu aan getwijfeld. Douglas Gies en Luqian Wang (Georgia State University) hebben nog eens goed naar HR 6819 gekeken en hebben daarbij vooral de spectra van de Be en B3 III ster bekeken. Door te kijken naar de verschuiving van de lijnen in het spectrum kunnen ze zien hoe snel de sterren bewegen, hun radiële snelheid (zie hieronder).

De radiële snelheid van de B3 III ster (gesloten cirkels) en Be ster (open cirkels). Het laat zien dat de twee sterren gravitationeel verbonden zijn. Credit: Gies & Wang 2020

Bij de hete Be ster werd het spectrum genomen van H-alpha straling afkomstig van de accretieschijf rondom de ster. Uit de waarnemingen komt naar voren dat de twee sterren samen een binair systeem vormen en dat er helemaal geen noodzaak is voor de aanwezigheid van een derde component om de bewegingen te verklaren. Het enige wat noodzakelijk is dat is dat de twee sterren een groot massaverschil hebben, hetgeen zou verklaren waarom de Be ster stilstaat en de B3 III ster beweegt. Van de Be ster vermoedt men dat deze ongeveer zes keer zo zwaar als de zon is. De B3 III zou dan een fractie van de massa van de zon moeten zijn. Hier het vakartikel over de waarnemingen aan HR 6819, verschenen in the Astrophysical Journal Letters. Bron: AASNova.

Elon Musk onthult meer details over locatie van eerste Marskolonie

Van 15 tot 18 oktober is de jaarlijkse Mars Society Convention 2020 gehouden, het was de 23ste editie. Ditmaal bestond de conferentie uit vele virtuele presentaties. Op 16 oktober gaf Elon Musk een uur durende presentatie over zijn Marsplannen. Musk onthulde hierbij meer over de locatie voor de eerste bewoonde basis op het oppervlak van Mars maar ging ook in op de vorderingen van het Starship. Musk benadrukte voor alles in de presentatie, dat het niet louter draait om om enkele astronauten naar Mars te brengen maar dat er gestreefd wordt naar een echte stad met honderden inwoners, de stad moet geheel zelfvoorzienend worden. Ook onderstreepte hij nog eens dat voor ruimtevaartuigen, het wat hem betreft alles draait om ‘re-usability’, alle rakettrappen van het Starship, zowel voor maan- als Marsreizen, zullen herbruikbaar moeten zijn. De gehele Marsonderneming is tot nu toe niet bepaald ‘smooth sailing’ geweest, zo stelde hij. Het is een complex geheel waar herbruikbaarheid van de raket, energie- en zuurstofproductie, het uitkiezen van een geschikte locatie, zowel voor de landing als de stad centraal staan, en een enorme puzzel zijn. De uitdaging is groot maar men werkt onverdroten door.
Lees verder