22 augustus 2017

De waarnemingshorizon van het heelal

Hubble-XDF
Het heelal is groot, h

Reacties

  1. Huub Vaassen zegt:

    Prof. dr. E. van den Heuvel, em. hoogleraar sterrenkunde, Un. van Amsterdam, zei tijdens een lezing van Studium Generale op 15 december in Maastricht dat we eigenlijk geen flauw idee hebben hoe groot het heelal is.

    • Ik heb wel een idee waar Van den Heuvel op doelde. De twee genoemde afmetingen van het heelal (46,5 miljard plus 16 miljard lichtjaar) zijn vrij algemeen aanvaarde cijfers, die in alle literatuur (zowel populair als wetenschappelijk) te vinden zijn. Het heelal dat een straal van 46,5 miljard lichtjaar heeft noemt men ook wel het ‘waarneembare’ heelal (Engels: the observable universe, zie http://en.wikipedia.org/wiki/Observable_universe), d.w.z. dat het licht dat vanuit dat gedeelte naar ons toe komt en dat uitgezonden is tussen 13,772 miljard jaar geleden en nu nog door ons waar te nemen is. Daar zitten dus ook sterrenstelsels met een hogere roodverschuiving dan z=1,8 tussen, zoals het door Hubble waargenomen stelsel UDFj-39546284, dat een roodverschuiving van 11,9 heeft. Of wat dacht je van de kosmische microgolf-achtergrondstraling, die een roodverschuiving van maar liefst 1091 had, waarvan je hier de allerlaatste foto ziet: http://www.astroblogs.nl/2012/12/22/de-nieuwste-en-beste-babyfoto-van-het-heelal-tot-nu-toe/. Het heelal met de straal van 16 miljard lichtjaar is zoals gezegd het heelal waarvan we alles wat NU wordt uitgezonden nog kunnen zien en dat we later nog moeten ontvangen. Maar nou komt het: dat grote ‘waarneembare’ heelal is niet het totale heelal! En dat heeft simpel te maken met de inflatieperiode in de allervroegste periode van het heelal. Toen heeft het heelal namelijk een kortstondige periode van exponentiële groei meegemaakt. Daardoor zijn er ook gedeelten in het heelal die wij nooit konden zien, 13,772 miljard jaar geleden al en nu al helemaal niet. Die vielen dus direct al buiten de waarnemingshorizon, vanaf het allereerste begin. Alan Guth, de bedenker van de inflatietheorie, denkt dat het totale heelal naar schatting 10^23 keer zo groot is als het waarneembare heelal. Maar da’s maar een schatting en ik denk dat dát is wat Van den Heuvel bedoeld als hetgeen we niet weten.

  2. wistjeal zegt:

    weet je soms niet dat we maar poppetjes in een grote simulatie zijn

  3. descheleschilder zegt:

    In principe bereiken ons (weliswaar enorm roodverschoven, dus niet observeerbare, vandaar dat het we over het waarneembare heelal hebben) ook fotonen uigezonden door deeltjes die tijdens de inflatie ver buiten het waarneembare universum terecht zijn gekomen. Ook de de fotonen die vanuit een afstand (volgens Guth) van 10^23 maal het waarneembare universum zijn uitgezonden, omdat die tijdens de korte inflatie periode “meeliftten” met de enorme expansiesnelheid. Ze zijn niet observeerbaar, maar zijn er wel. Op dezelfde manier kun je stellen dat de zogenaamde pocket universa(ums?) (hetgeen volgens mij onzin is) die beweerd worden te bestaan als gebiedjes in een ruimte die aan eeuwige inflatie onderhevig is, waar de inflatie is gestopt, wel degelijk met elkaar in contact kunnen staan. Fotonen die een gebiedje (“pocket universum”) verlaten worden door de inflatie “opgepikt” en kunnen zo een ander gebiedje bereiken, echter ook weer met een enorme roodverschuiving, waardoor ze niet waarneembaar zijn, maar de gebiedjes staan zo toch met elkaar in contact.

Laat wat van je horen

*