Nabij dwergstelsel Segue 1 bestaat bijna geheel uit donkere materie

Het dwergstelsel Segue 1. Credit: Sloan Digital Sky Survey.

Segue 1 is een dwergstelsel in de ‘achtertuin’ van het Melkwegstelsel, op een afstand van zo’n 80.000 lichtjaar. Het is een zeer lichtzwak sterrenstelsel in het sterrenbeeld Leeuw en het werd pas in 2007 ontdekt in het kader van de Sloan Digital Sky Survey (SDSS). De hoeveelheid zichtbare materie in Segue 1 bedraagt slechts 1000 zonmassa, maar onderzoek met behulp van de Anglo-Australische Radiotelescoop vlakbij Coonabarabran (Australië) en de Keck II telescoop op Mauna Kea (Hawaï) heeft laten zien dat het wel 500 keer méér donkere materie moet bevatten. Een groep sterrenkundigen onder leiding van Joshua Simon (Carnegie Observatories in Pasadena, Californië) kon met behulp van het arsenaal aan telescopen de snelheid van de zichtbare sterren meten. Hoe sneller de sterren om het centrum van Segue 1 bewegen des te meer massa moet zich daar bevinden, zowel in zichtbare vorm van gewone materie als in verborgen vorm van donkere materie. De uitkomst is dat Segue 1 bijna geheel bestaat uit donkere materie. Door z’n relatieve nabijheid is Segue 1 een waar walhalla voor onderzoek aan de invloed van donkere materie op de evolutie van sterrenstelsels. De verwachting is dat de donkere materie in Segue 1 af en toe kan annihileren met anti-donkere materie en dat geproduceerde gammastraling het gevolg is. Een gammasatelliet als Fermi zou die straling moeten kunnen zien. Wordt vast en zeker vervolgd. Bron: Science News.

Waterhoogte Venetië volgt de zonnecyclus

De waterhoogte in Venetië hangt samen met de activiteit van de Zon. Credit: Free-photo’s/Pixabay

Onderzoek heeft laten zien dat er een verband is tussen de waterhoogte in Venetië en de aktiviteit van de Zon. Venetië is zoals we weten omgeven door water en op gezette tijden komt de stad zelfs gedeeltelijk onder water te staan. Vooral in de periode van oktober-december komen er periodes van hoge waterstand voor, de zogenaamde acqua alta. David Barriopedro van de Universiteit van Lissabon (Portugal) en z’n collegae hebben die waterstanden onderzocht en het blijkt dat de hoge waterstanden vooral plaatsvinden als de Zon in haar elfjarige cyclus veel zonnevlekken heeft. Ze bekeken gegevens van de waterstand in Venetië tussen 1948 en 2008 en de acqua alta bleek vooral voor te komen als er veel vlekken waren. In die periodes van nattigheid kreeg Venetië te maken met lage drukgebieden die vanaf de Atlantische Oceaan werden aangevoerd. In andere periodes kwamen die depressies een stuk zuidelijker terecht. Kortom, wil je geen natte voeten krijgen in Venetië dan moet je de Zon goed in de gaten houden. En wil je (ooit) nog eens een Elfstedentocht zien/rijden dan moet je dat óók doen. 🙂 Bron: New Scientist.

De Perseïden komen er weer aan

De radiant van de Perseïden, de plek waar ze allemaal vandaan lijken te komen. Credit: Hemel.waarnemen.com.

Binnenkort gaan ze weer vallen. Nee, ik heb het niet over de lottoballen, maar over de jaarlijkse meteorenzwerm van de Perseïden. In feite kan je ze nu al zien zodra ’t donker is, want de zwerm is al vanaf 17 juli actief en duurt tot 24 augustus. Maar het maximum van de Perseïden valt in de nacht van donderdag 12 op vrijdag 13 augustus en da’s de nacht dat je echt moet gaan kijken. Het maximum valt dit jaar erg gunstig, want het is kort ervoor – op dinsdag 10 augustus – Nieuwe Maan, dus gaat de maan op het hoogtepunt van de Perseïden kort na de Zon onder en hebben we er geen enkele last van. Hoe langer je wacht hoe hoger de radiant van de Perseïden boven de horizon komt en des te meer meteoren je kunt zien. Om een uur of drie ’s nachts kan je maximaal 100 meteoren per uur zien, maar da’s de ZHR, de Zenith Hourly Rate, die alleen bij heldere omstandigheden geldt als de meteoren uit het zenit zouden komen, het punt recht boven je aan de hemel. De radiant in het sterrenbeeld Perseus ligt niet in het zenit, dus moet je rekenen op hooguit 60 á 80 meteoren per uur. Ook niet slecht, toch? 🙂 Als opwarmertje voor het maximum van de Perseïden moet je deze schitterende video bekijken, gemaakt door MeteorWatch waarnemer Adrian West (luidsprekers aanzetten!):

Kortom, in de nacht van 12 op 13 augustus allemaal duimen op helder weer en op je veldbed of ligstoel gelegen naar boven turen. De meteoren zijn helder en snel – met een vaartje van zo’n 59 km per seconde suizen ze door de dampkring -en ze kunnen nalichtende sporen hebben. Genieten maar! 😀 Bron: Sterrengids 2010.

Nog één keertje dat gezicht op Mars

Het gebied Cydonia op Mars. Credit: NASA/JPL/University of Arizona

We kennen ‘m allemaal wel, die beroemde Vikingfoto van 25 juli 1976 van het gebied Cydonia op Mars, waarop een soort van gezicht te zien is. The Face of Mars werd ‘ie genoemd en menigeen dacht toen dat er daadwerkelijk een door Marsbewoners uitgehakt monument in de vorm van een gezicht te zien was. Totdat de Mars Global Surveyor in 1998 en 2001 het gebied opnieuw fotografeerde en het niets anders bleek te zijn dan een rotsformatie, een zogenaamde tafelberg waar niets onnatuurlijks aan was. De lichtinval op het moment dat de Viking die foto nam was kennelijk toevallig ‘gunstig’ om er een gezicht uit te laten komen. Met de HiRISE camera aan boord van NASA’s Mars Reconnaissance Orbiter (MRO) hebben ze ’t gebied onlangs opnieuw gefotografeerd en dat leverde de hiernaast staande afbeelding op. En opnieuw is de conclusie: leuk om te zien, maar niks bijzonders, noppes Face of Mars. Gewoon een geërodeerde tafelberg. En nou praten we d’r verder niet meer over, OK? Bron: Universe Today.

IceCube brengt anisotropie kosmische straling in beeld

De met Icecube gemaakte kaart van de kosmische straling. Credit: IceCube Collaboration

In het ijs van Antartica bevindt zich een enorme neutrino detector genaamd IceCube. D’r wordt nog aan gewerkt, maar als ‘ie ergens volgend jaar klaar is dan is ’t een reusachtige detector in één kubieke km zuidpoolijs. Met die detector blijken ze niet alleen neutrino’s te kunnen zien, massaloze deeltjes die bijna nergens op reageren en die met gemak dwars door de Aarde kunnen vliegen, maar ook deeltjes die afkomstig zijn van de kosmische straling. Dat zijn zeer energierijke deeltjes, zoals protonen, die afkomstig zijn van supernovae en zwarte gaten. Uit de in 2009 verkregen gegevens van de reeds opererende IceCube Neutrino Observatory, zoals ze ‘m officiëel noemen, hebben wetenschappers van de Universiteit van Wisconsin-Madison ontdekt dat er patronen van anisotropie zichtbaar zijn in de kosmische straling, d.w.z. dat ze aan de hemel ‘warme en koude’ plekken in de straling hebben waargenomen. Net zoals de anisotropie in de Kosmische microgolf-achtergrondstraling, het overblijfsel van de hete oerknal. Omdat kosmische straling niet dwars door de aarde kan vliegen hebben ze daarvan alleen de zuidelijke hemel in kaart kunnen brengen, zie de afbeelding hierboven, en daarop zie je die gebieden. In feite is er één groot warm gebied zichtbaar (rood-geel), waar iets meer straling vandaan komt dan gemiddeld, en één groot koud gebied (blauw) en het vermoeden bestaat dat die asymmetrie veroorzaakt wordt door iets van buitenaf. Dat zou een nabij supernovarestant kunnen zijn, zoals dat in het sterrenbeeld Vela, of het zou een magnetisch veld rondom het zonnestelsel kunnen zijn. Als ’t ijsklontje volgend jaar helemaal klaar is hopen ze verder onderzoek te kunnen doen aan de kosmische straling en te kunnen verklaren hoe de anisotropie ontstaat. Bron: Universiteit van Wisconsin-Madison.

Marsrover Opportunity ziet z’n eerste Dust Devil

De door Opportunity waargenomen Dust Devil. Credit: NASA/JPL.

De sinds januari 2004 op Mars rondrijdende rover Opportunity heeft onlangs z’n allereerste Dust Devil gefotografeerd. Dat zijn van die plotseling opdoemende stofhozen, waarvan z’n collega-rover Spirit er al tientallen heeft gezien. Ik zou die Engelse term natuurlijk kunnen vervangen door Stof Duivel, maar dat vind ik voor geen meter klinken, dus ik hou lekker die Engelse versie aan. Opportunity zag de dust devil op 15 juli j.l., na een ritje van zo’n 70 meter. Hij rijdt rond in het gebied genaamd Meridiani Planum en op de een of andere manier zijn de omstandigheden daar minder gunstig om stofhozen te ontwikkelen dan in de Gustav Krater, alwaar Spirit zich bevindt, al ruim een jaar muurvast in het stuk Marsgrond genaamd Troy. Eén dag voordat Opportunity de dust devil fotografeerde blies de wind al stof van z’n zonnepanelen, hetgeen een toename van het electriciteitsvermogen van 10% opleverde. Men denkt dat er een verband is tussen die gunstige toename van de wind en de daaropvolgende dust devil. Het wetenschapsteam van de Opportunity heeft besloten ’s middags (op Mars dan) extra alert te zijn op dust devils. Zou leuk zijn als we er ook een video van te zien krijgen, zoals Spirit én ook Phoenix gemaakt hebben. Die heuvels op de achtergrond van de foto zijn overigens van de krater Endeavour, het doel waar de Opportunity naar toe rijdt. Bron: NASA.

LROC vindt nieuwe maankrater

De LROC-foto met de nieuwe krater, links de Apollo 15-foto. Credit: NASA/GSFC/Arizona State University

Met behulp van de Narrow Angle Camera aan boord van NASA’s Lunar Reconnaissance Orbiter (LRO) hebben ze een nieuwe krater op de maan ontdekt. Nee, geen grote krater á la Copernicus of Tycho, het is slechts een kleine krater van tien meter doorsnede, maar de ejecta rondom de krater is veel groter en de foto van de LROC, gemaakt op 30 september 2009, laat ‘m onmiskenbaar zien. Hetzelfde gebied is augustus 1971 ook door de bemanning van de Apoll0 15 gefotografeerd en op die foto – genaamd AS15-9527 – is niets te zien. De krater moet dus hooguit 38 jaar oud zijn. Het LROC-team denkt dat een planetoïde of komeet met een doorsnede van een halve meter de krater moet hebben veroorzaakt. Mocht je zelf een kijkje nemen bij de verse krater én in het bezit zijn van Google Moon, een extensie van Google Earth, dan kan je er zelf een kijkje nemen. Hier is de lokatie: 16,92° N breedtegraad, 40,50° O lengtegraad. Het team spreekt overigens van candidate 3, dus kennelijk hebben ze meerdere nieuwe kraters gevonden. Als ik iets weet van kandidaten één en twee laat ik het jullie direct weten. Bron: LROC.

Een duo van zwaargewichten: Eta Carina en WR 22

Credit: ESO

Is ’t geen schitterende foto, die de ESO, de Europese Zuidelijke Sterrenwachten, vandaag gepubliceerd heeft? Het is een deel van de Carinanevel (NGC 3372) in het zuidelijke sterrenbeeld Kiel (Carina). Rechts op de foto zien we temidden van de voornamelijk uit waterstof bestaande gaswolken de heldere ster WR 22, een hete, jonge en zeer zware Wolf-Rayet ster, genoemd naar de twee sterrenkundigen die dit type sterren voor ’t eerst ontdekten halverwege de 19e eeuw. WR 22 telt 70 zonmassa’s op de weegschaal. Links op de foto temidden van dat oplichtende gedeelte zien we een nóg zwaardere ster, da’s de beroemde ster Eta Carinae, die meer dan 100 zonmassa’s telt. De Carinanevel is een letterlijk broeinest van jonge, zware sterren die gevormd zijn en allemaal stralen ze in grote hoeveelheden ultraviolette straling uit, waardoor de omringende gaswolken oplichten. De opname is gemaakt met rode, groene en blauwe filters van de Wide Field Imager op de MPG/ESO 2,2-meter telescoop at ESO’s La Silla Observatorium in Chili. Het rechtergedeelte van de foto rondom WR 22 is nieuw, het gedeelte rondom η Car was eerder gemaakt en hebben ze d’r aan vastgeplakt. Ik vond die combi van de twee zwaargewichten WR 22 en η Car wel mooi. In het persbericht van de ESO (zie de bron) gaat ’t vooral over WR 22 en omgeving. Nog zin in een vette megagrootte versie van bovenstaande afbeelding? Hier is ’t origineel in tif formaat, 198,7 Mb schoon aan de haak. Bron: ESO.