Potentiële bouwstenen van buitenaards leven aangetroffen op Saturnusmaan Titan

Titan verstopt zich achter de ringen van Saturnus. Het oppervlak van deze reuzenmaan wordt door een dikke dampkring aan het oog onttrokken. Credit: NASA/JPL-Caltech/Space Science Institute

De Saturnusmaan Titan  [1]Titan is de op één na grootste maan van het zonnestelsel. Doordat Titan groter is dan de planeet Mercurius (en niet veel kleiner dan Mars) plus een dikke complexe dampkring heeft, is het de meest … Continue reading is een wereld vol contrasten. De kalme zeeën en uitgestrekte duinen doen denken aan onze aarde, totdat je beseft dat hier geen water stroomt, maar vloeibare koolwaterstoffen [2]De temperatuur en luchtdruk op Titan zijn dusdanig dat koolwaterstoffen, zoals aardgas, zich kunnen gaan gedragen als water op aarde. Met andere woorden: aardgasdampen stijgen omhoog, vormen wolken … Continue reading. De stikstofrijke dampkring van Titan bevat verschillende bestanddelen die noodzakelijk zijn voor het leven zoals wij dat kennen, maar een diepvriestemperatuur van rond de -180 graden Celsius maakt het onwaarschijnlijk dat dergelijk leven ooit tot ontwikkeling zal komen.

Maar hoe zit het met leven zoals wij dat niet kennen? Uit spectroscopische gegevens die zijn verkregen door het ALMA-observatorium [3]de Atacama Large Millimeter/submillimeter Array, een revolutionaire interferometer, met een totaal van 66 radio-schotels variërend van 7 tot 12 meter in diameter. Deze schotels nemen waar op … Continue reading hebben onderzoekers bewijs gevonden voor het bestaan van vinylcyanide (of acrylnitril) in de dampkring van Titan – een molecuul dat in theorie cel-achtige membranen zou kunnen vormen, zelfs bij de heersende omstandigheden op Titan. Sterker nog, de dampkring van Titan bevat voldoende vinylcyanide om de zeeën te vullen met dit spul. Zou het in deze zeeën kunnen wemelen van de kleine celmembraantjes? Wie weet, maar voordat iedereen massaal “aliens” gaat roepen – het is nog maar een theorie!

Credit: B. Saxton (NRAO/AUI/NSF); NASA

Hier op aarde zijn celmembranen opgebouwd uit fosfolipiden, moleculen met een lange, niet-polaire (water-afstotende) staart en een polaire (water-minnende) kop. Als je vroeger goed hebt opgelet bij biologieles, weet je misschien nog dat fosfolipiden een dubbele laag vormen, met de waterminnende (hydrofiele) delen aan de binnenkant en de waterafstotende (hydrofobe) delen aan de buitenkant.

Deze structuur zorgt ervoor dat de membranen kleine waterbelletjes kunnen aantrekken én vasthouden. Binnen deze waterpakketjes kan dan genetisch materiaal worden opgelost en kunnen biochemische reacties gaan plaatsvinden. Dat is natuurlijk prima voor celmembranen die zich bevinden in de gematigde vloeibare wateroceanen op aarde, maar dergelijke structuren kunnen simpelweg niet functioneren in de cryogene methaanzeeën van Titan. De membranen zullen véél te rigide zijn en bovendien zullen de waterafstotende en waterminnende delen omgewisseld moeten worden.

Een azotosoom zoals deze in 2015 bedacht is door onderzoekers van Cornell. Credit: ?James?Stevenson

Goed, maar hoe zouden cellen op Titan er wél kunnen uitzien? Twee jaar geleden hebben onderzoekers van de Cornell University getracht deze vraag te beantwoorden, waarbij gebruik is gemaakt van chemische computermodellen. Aan de hand van deze modellen hebben de onderzoekers functionele celmembranen ontworpen die stabiel en flexibel blijven bij extreem lage temperaturen, waarbij gebruik is gemaakt van het molecuul C2H3CN, beter bekend als…vinylcyanide! De onderzoekers hebben zo’n hypothetische buitenaardse cel een “azotosoom” genoemd.

Wat maakt vinylcyanide zo geschikt voor de productie van celmembranen? Dat komt doordat de moleculen van deze koolstofverbinding “amfifiel” zijn, wat betekent dat ze een polaire en een niet-polaire kant hebben, net als “onze” fosfolipiden. In beide gevallen zal de structuur vergelijkbaar zijn, met het verschil dat bij vinylcyanide alles binnenstebuiten zal zitten, met de polaire delen aan de binnenkant en de niet-polaire delen aan de buitenkant.

Dit is natuurlijk een fascinerende hypothese, maar er was helaas een klein probleem: niemand had ooit vinylcyanide aangetroffen op Titan. Natuurlijk had de Cassini-ruimtesonde een paar jaar eerder lichte aanwijzingen gevonden voor de aanwezigheid van dit spul, maar dat is helaas niet voldoende. Nu hebben onderzoekers geprobeerd om beter bewijs te verzamelen, waarbij archiefgegevens van ALMA zijn doorgespit. Niet zonder resultaat, want de ALMA-metingen blijken inderdaad sterke aanwijzingen te bevatten voor een flinke concentratie vinylcyanide in de hoge dampkring van Titan (boven 200 km hoogte). Deze bevindingen zijn vorige week gepubliceerd in Scientific Reports.

Grafische illustratie die laat zien hoe organische bestanddelen op Titan getransporteerd kunnen worden van de dampkring naar de oceanen. Credit: ESA

Natuurlijk is de kans op het ontstaan van leven groter in de oceanen dan in de hoge dampkring, maar de onderzoekers hebben benadrukt dat het vaak regent op Titan. Hierbij worden voortdurend organische bestanddelen naar het oppervlak getransporteerd en dat geldt wellicht ook voor vinylcyanide. Sterker nog, de wetenschappers hebben berekent dat Ligeia Mare [4]Een meer in het noordpoolgebied van Titan. Het is de op één na grootste “zee” op Titan, na Kraken Mare, en is groter dan het Bovenmeer op aarde (de grootste van de Noord-Amerikaanse … Continue reading maar liefst 30 miljoen azotosomen per kubieke centimeter “zeewater” zou kunnen bevatten – de aardse oceanen bevatten, ter vergelijking, gemiddeld 1 miljoen bacteriën per kubieke centimeter.

Uiteindelijk blijft het allemaal bij theorieën en hypotheses. Er is maar één manier om erachter te komen of het op Titan inderdaad wemelt van cryogeen leven – en dat is door er naartoe te gaan! Toekomstige (onbemande) landers, of wellicht zelfs onderzeeërs, zullen moeten speuren naar de aanwezigheid van deze bijzondere cellen. Tot die tijd moeten we het doen met deze fascinerende gedachte: wat als?

Klik hier voor nog een boeiend filmpje over de ontdekking.

Met dank aan Sybold Deen voor de tip!

Het volledige vak-artikel over het onderzoek kan hier ingezien worden.

Bronnen: Gizmodo en NASA

============================================================================================

References[+]

References
1 Titan is de op één na grootste maan van het zonnestelsel. Doordat Titan groter is dan de planeet Mercurius (en niet veel kleiner dan Mars) plus een dikke complexe dampkring heeft, is het de meest planeetachtige maan van allemaal
2 De temperatuur en luchtdruk op Titan zijn dusdanig dat koolwaterstoffen, zoals aardgas, zich kunnen gaan gedragen als water op aarde. Met andere woorden: aardgasdampen stijgen omhoog, vormen wolken waaruit het vervolgens gaat regenen. Deze regen, vloeibare aardgas dus, verzamelt zich in een netwerk van beken en rivieren die allemaal naar stroperige zeeën stromen, die gevuld zijn met vloeibare koolstofrijke slurrie
3 de Atacama Large Millimeter/submillimeter Array, een revolutionaire interferometer, met een totaal van 66 radio-schotels variërend van 7 tot 12 meter in diameter. Deze schotels nemen waar op millimeter- en submillimetergolflengtes. De telescoop ligt op het Chajnantor plateau op meer dan 5.000 meter boven zeeniveau, in de Atacamawoestijn van noord-Chili
4 Een meer in het noordpoolgebied van Titan. Het is de op één na grootste “zee” op Titan, na Kraken Mare, en is groter dan het Bovenmeer op aarde (de grootste van de Noord-Amerikaanse “grote meren”). Ligeia Mare bestaat vooral uit vloeibaar methaan (aardgas), gemengd met opgelost stikstofgas, ethaan en allerlei organische verbindingen

Triomfen, kansen en projecten in Big Science bij SRON

Dit is een persbericht van SRON, het Netherlands Institute for Space Research

Met je kleine kennisintensieve bedrijfje wetenschappelijke instellingen als SRON en ESA of NASA tot je opdrachtgevers gaan rekenen? Dat kan gebeuren wanneer je als technologiebedrijf een unieke mee-ontwikkelende partner bent voor wetenschappers, die op onontgonnen terrein werken. Het SRON-symposium Big Science with Small Companies afgelopen 5 juli ging daarover en belichtte de kansen en de concrete projecten bij SRON.

Credit: SRON

Symposium Big Science with Small Companies. Foto: Mark Leeman

De toegevoegde waarde voor wetenschappelijke opdrachtgevers kan op vele terreinen liggen. Andre Bos schetste hoe S[&]T wetenschappers helpt door ‘software defined’ systemen te ontwikkelen, bijvoorbeeld testsystemen, die de functionaliteit van (dure) testhardware overnemen en vaak zelfs uitbreiden. Marcel in het Veld (VeldLaser) schetste het stapsgewijze proces van pionier in short pulse laserbewerking naar de productie van van lens-arrays voor infrarood astronomie voor SRON. Hij gaf ook aan hoe elke triomf steeds snel wordt opgevolgd met nog hogere eisen en nog uitdagender opdrachten.

Klimaat voor samenwerken aan Big Science

Marco Beijersbergen (trekker van de Roadmap Advanced Instrumentation) maakte met zijn bedrijf cosine spiegelsegmenten voor komende röntgentelescoop Athena. Volgens Beijersbergen is er veel kennis bij het MKB aanwezig om advanced instrumentation te ontwikkelen. Daarvoor moeten partijen elkaar kennen, de gezamenlijke kansen in kaart brengen en die vertalen in concrete projecten.

Het ontwikkelen van wetenschappelijke apparatuur vereist een langere adem dan de investeringshorizon van veel kleine bedrijven. Beijersbergen pleit voor meer vrij te besteden wetenschappelijk budget richting instituten, om daarmee bedrijven te laten meedenken, mee-investeren en meewerken.

Zo denkt ook Menno Kooistra van STT. Hij vertelde over de samenwerking met SRON Groningen voor de stratosfeerballon-telescoop STO-2, getriggerd door inspanningen van overheid, bedrijven en kennisinstellingen in de ‘Deal van het Noorden’. Kooistra is blij met een prachtig referentieproject en hoopt op vervolgopdrachten. Hij pleit voor een praktische ondersteuning van zulke samenwerkingen inclusief budget.

Wat SRON kan doen

Scheidend programmacoördinator Technology Transfer & Valorisation van SRON, Henk van der Linden, gaf SRON bij zijn pensionering een advies mee. Hij schetste dat de afgelopen jaren een miljoen euro per jaar, 5% van het SRON budget, naar samenwerkingspartners uit het MKB is gegaan. In de ogen van van der Linden kan SRON nog veel meer met MKB samenwerken. Tegelijk is het een subtiel proces: de wetenschap is, noodgedwongen door de aard van het werk, een ‘lastige klant’. Daar staat tegenover dat dergelijke opdrachten prachtig op je bedrijfsportfolio staan en toegang geven tot meer mogelijkheden.

Van der Linden gaf aan dat SRON concrete technology transfer en valorisatie kan vergemakkelijken door het leggen van persoonlijke contacten (niet alleen bilateraal, maar ook in kennis- expertise- en gebruikersgroepen), door budget voor MKB uit te trekken (en ook te zoeken buiten de bekende financieringsstructuren) waardoor beide partijen zullen profiteren, en door tijdig intensief te communiceren over de komende projecten en daarbij goed de verwachtingen te managen. De belangrijkste kiem is aanwezig, want samenwerken zit SRON’ers al in het bloed.

Concrete samenwerking met SRON komende jaren

Paul Hieltjes, Industrial Liaison Officer van SRON, belichtte concrete kansen voor samenwerking in toekomstige SRON-projecten en schetste welke ‘karaktereigenschappen’ van bedrijven goed bij het ruimteonderzoeksinstituut passen. Hij ziet dat een vast contactpersoon een goede basis vormt. SRON en de bedrijven waarmee wordt samengewerkt delen de passie om vakinhoudelijk een topprestatie te leveren, ook tijdens lastige omstandigheden. Hiervoor zijn inhoudelijk begrip en persoonlijk contact onontbeerlijk. Een extra uitdaging vormt de documentatie die SRON en het ruimteonderzoek vragen.

De missies en onderwerpen waar SRON met het MKB aan gaat werken de komende tijd:

  • SPEX > Spectropolarimetrie instrument aardobservatie
  • XARM > Recovery missie voor Astro-H/Hitomi (filterwiel en kalibratiebronnen)
  • Athena > Focal Plane Unit voor röntgentelescoop ESA en kalibratiebronnen
  • SPICA > AIV testen (ESA-beslissing eind 2017)
  • PLATO > Test van de camera’s in het instrument
  • Ariel > Ontwikkeling mixed signal ASIC en front-end elektronica
  • Immersed gratings > Mechanisch-optische systemen
  • Infrarood arrays > Laserbewerkte lensarrays met antireflectie coating

De helft van de Melkweg is afkomstig uit andere sterrenstelsels

Credit: NASA

Astronomen hebben vastgesteld dat ruim de helft van de materie binnen ons melkwegstelsel van intergalactische herkomst moet zijn. Dat geldt dus ook voor de atomen in jouw lichaam! Dit alles is gebleken uit computersimulaties, die hebben vastgesteld dat intergalactische transfer een belangrijke manier moet zijn waarop de Melkweg aan zijn materie is gekomen. Astronomen weten al langer dat sterrenstelsels een deel van hun gas verliezen, mede als gevolg van supernova’s. Een deel van dat gas zal langzaam weer terugvallen naar het moederstelsel, maar wat blijkt nou? Een behoorlijk deel van het uitgestoten gas zal, na een reis van miljarden jaren, in een heel ander sterrenstelsel terecht komen! Dit hele proces vormt een voorheen onbekend onderdeel van de evolutie van sterrenstelsels. Het blijkt dat in sommige gevallen ruim 50 procent van de materie binnen een groot sterrenstelsel gedoneerd is door andere stelsels. Dankzij deze ontdekking zullen sterrenkundigen nog beter in staat zijn om de evolutie van sterrenstelsels te doorgronden.

Bron: Royal Astronomical Society

Eerste exomaan ontdekt?

Credit: NASA

Astronomen hebben al duizenden planeten gevonden die rondom verre sterren draaien. Wat echter rondom die planeten sluipt, daar hebben we nog altijd geen idee van. We hebben het natuurlijk over exomanen, manen die rondom exoplaneten draaien. Een aantal keer was er een bijna-ontdekking, maar deze zijn later allemaal ontkracht. Nu beweert een groep sterrenkundigen een exomaan te hebben gevonden op een afstand van 4000 lichtjaar. Dit is gedaan door oude gegevens van Kepler opnieuw te analyseren. Hierbij zijn aanwijzingen gevonden voor een maan zo groot als Neptunus rondom een Jupiterachtige planeet. Het team is van plan de Hubble-ruimtetelescoop te gebruiken om hun ontdekking te bevestigen. Natuurlijk zal een maan zo groot als Neptunus onze zonnestelsel-gecentreerde definitie van een “maan” aardig op z’n kop zetten! Maar goed, laten we eerst maar even afwachten. Wordt vervolgd!

Ruisloze supergeleidende detectoren om buitenaards leven op te sporen

Dit is een persbericht van SRON, het Netherlands Institute for Space Research

Credit: SRON

SRON-onderzoeker Pieter de Visser krijgt van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) een Veni-beurs van 250.000 euro voor de ontwikkeling van een nieuw type detector om exoplaneten te onderzoeken op onder meer de aanwezigheid van leven of de bouwstenen daarvoor.

De gevoelige en efficiënte detector kan uit het zeer zwakke schijnsel van aardachtige exoplaneten, elk afzonderlijk lichtdeeltje (foton) detecteren én daar meteen de energie van meten. Dat laatste maakt dat je een spectrum van de atmosfeer van de exoplaneet kan verkrijgen. Als er bouwstenen van leven op de planeet zijn, zullen hun moleculaire lijnen in zulke spectra te zien zijn.

De zoektocht naar leven op exoplaneten is de komende decennia een van de belangrijkste doelen binnen de astronomie. Sinds de vondst van vele duizenden exoplaneten, groot en klein, heet en koud, van gas of steenachtig, beseffen we dat ons zonnestelsel behoorlijk uniek is. En we moeten onze modellen voor hoe planeten gevormd worden bijstellen. Er zijn nu al heel wat planeten gevonden in de ‘bewoonbare zone’ van hun ster en er volgen er alleen maar meer. De vraag dringt zich op of er daar ook leven is. Een antwoord komt voor de eerste keer in de geschiedenis van de mensheid in zicht.

Het onderzoek van Pieter de Visser legt het fundament voor toekomstige instrumenten in de ruimte, die gaan speuren naar aardachtige exoplaneten. Het gedetailleerd observeren van een aardachtige exoplaneet zal een flinke uitdaging zijn. Zo’n planeet draait om een ster waarvan het schijnsel 10 miljard keer feller is dan dat van de planeet zelf. Vergelijk het schijnsel van een vuurvliegje met het licht van een vuurtoren.

Credit: svs.gsfc.nasa.

Credit: svs.gsfc.nasa.

De Visser werkt met supergeleidende detectoren die niet of nauwelijks ‘ruis’ geven bij metingen. Bovendien zijn ze zo goed in het meten van de energie van het foton – in specialistentaal: ze hebben een intrinsiek energie oplossend vermogen van 70 – dat daarmee een spectrum van de atmosfeer van de exoplaneet kan worden verkregen. En dank zij dat oplossend vermogen wel zo sterk dat de lijnen van de meeste karakteristieke moleculen te zien zijn.

Het zal voor het eerst zijn dat een spectrometer met zulke ultragevoelige detectoren, een zogenaamde Integral Field Spectrograph (IFS), voor zichtbaar licht ontwikkeld wordt. In essentie is de IFS een supergevoelige camera, die kleurenfoto’s kan maken zonder dat daarvoor verstrooiende optische componenten nodig zijn. Omdat de detectie en spectroscopie gecombineerd zijn, is er weinig signaalverlies en kan het ontwerp eenvoudig blijven.

Tijdens zijn Veni-onderzoek wil Pieter de Visser belangrijke stappen zetten. “Ten eerste wil ik een enkele detectorpixel ontwikkelen met een energieoplossend vermogen van 20. Ten tweede wil ik een array (schakeling) maken van 2000 van die pixels. En ten derde het energie-oplossend vermogen opvoeren naar 70.”

De 2000-pixel array zal de potentie van de nieuwe technologie in het lab demonstreren. Met een energie oplossend vermogen van 20 worden al toepassingen mogelijk voor ‘fringe-tracking’ en schokgolf detectie met grondtelescopen, twee meetmethoden voor astronomen. Het derde doel is het meest uitdagend en vereist waarschijnlijk een dieper begrip van microscopische fysica van zogenoemde wanordelijke supergeleiders.

Bron: SRON

Breakthrough Starshot lanceert kleinste satelliet ter wereld

Credit: BREAKTHROUGH Initiative

Vorig jaar is in het kader van Breakthrough Initiatives het plan opgezet om een vloot aan kleine ruimtescheepjes te sturen naar onze dichtstbijzijnde ster, Alpha Centauri. Het project staat bekend als Breakthrough Starshot en draait helemaal op lichtgewicht “nanoscheepjes” die met een duizelingwekkende snelheid naar de sterren reizen.

Nu is het project een belangrijke stap dichterbij gekomen, aangezien voor het eerst zes test-scheepjes gelanceerd zijn, die momenteel in een baan rond de aarde draaien. De mini-ruimtescheepjes staan bekend als Sprites en wegen slechts vier gram, terwijl ze niet veel groter zijn dan 3.5 centimeter. Ruimtevaart-ingenieur Zac Manchester is al tien jaar bezig met het ontwerp van de Sprites en hij ziet zijn droom langzaam dichterbij komen.

Uiteindelijk is het de bedoeling dat dergelijke mini-ruimtescheepjes ooit een snelheid van 20% de lichtsnelheid moeten kunnen halen. Met zo’n snelheid duurt de reis naar de maan slechts zeven seconden, terwijl de afstand naar Alpha Centuauri binnen 20 jaar kan worden afgelegd. Zover zijn de knappe koppen bij Breakthrough Initiatives nog niet hoor!

De grote vraag is natuurlijk: hoe klein kun je een satelliet maken met behoud van functie? Een grote uitdaging wordt gevormd door de energiebron. Zo’n klein ruimtescheepje kan immers maar een klein beetje energie oogsten. Hoe zorg je ervoor dat dit genoeg is om met de aarde te kunnen communiceren? Voorlopig zullen de Sprites hun interstellaire reis nog niet kunnen maken. Maar de betrokken ingenieurs en wetenschappers zijn vastberaden. Ooit zullen hun “kindjes” op weg gaan naar Alpha Centauri.

Bron: Breakthrough Initiatives

Gammaflits in ongeëvenaard detail vastgelegd

Credit: NASA/Goddard Spaceflight Center

Gammaflitsen behoren tot de meest energierijke gebeurtenissen in het universum. Ze duren ook bijzonder kort, variërend van een paar milliseconde tot ongeveer een minuut. Dat maakt het voor sterrenkundigen lastig om een gammaflits gedetailleerd te onderzoeken. Nu heeft men, dankzij een armada aan telescopen, een gammaflits helemaal van begin tot einde kunnen waarnemen en dat is een primeur.

Gammaflitsen van de langere variant worden geacht het resultaat te zijn van een supermassieve ster die is ingestort tot een zwart gat. Tijdens deze gebeurtenis wordt gedurende een paar seconden tijd meer energie geproduceerd dan een zonachtige ster in haar hele leven zal uitzenden! Astronomen willen graag weten hoe dit proces in zijn werk gaat. Dankzij de nieuwe waarnemingen zijn sterrenkundigen een stapje dichterbij hun doel gekomen.

Uit de waarnemingen is gebleken dat krachtige magnetische velden geproduceerd zullen worden bij de geboorte van het zwarte gat. Deze zorgen ervoor dat een bipolaire jet zal ontstaan, een dubbele straalstroom die aan de polen van het zwarte gat naar buiten geschoten worden. Als zo’n straalstroom op de aarde gericht staat, dan zien we dus een gammaflits.

Het blijkt dat deze jets aanvankelijk gedomineerd worden door het magnetische veld. Na verloop van tijd zal dit magnetisme deels uitdoven, waarna de jets door materie gedomineerd worden. Voorheen waren sterrenkundigen van mening dat één van de twee processen zou plaatsvinden, maar niet allebei.

Ook is gebleken dat de extreem heldere beginfase van deze jets wordt aangedreven door synchotron-straling, die wordt geproduceerd als versnellende elektronen gedwongen worden om een spiraalbaan te volgen. Synchotron-straling is de enige manier waarop de mate van polarisatie in het lichtspectrum van de gammaflits verklaard kan worden. Dat betekent dat twee andere kandidaten, zwartlichaamstraling en inverse Compton straling, niet van toepassing zijn.

De gammaflits in kwestie, die GRB 160625B is gedoopt, is waargenomen door een groot aantal detectoren, satellieten en telescopen. De gebeurtenis is voor het eerst opgepikt door NASA’s Fermi-telescoop, die het heelal afspeurt op gamma-golflengten, waarna men met de MASTER-IAC telescoop optische straling van de gammaflits kon oppikken. Vervolgens heeft men met NASA’s Swift-telescoop waarnemingen verricht röntgen- en UV-golfengten, waarna infraroodwaarnemingen met de RTIROP-camera het plaatje compleet hebben gemaakt.

Bron: University of Maryland

ESA astronaut Paolo Nespoli begonnen aan z’n derde ruimtemissie

Credit: ESA/NASA/Roscosmos

Zo’n beetje op hetzelfde moment als ik thuiskwam na een vakantie in Italië ging de Italiaanse ESA astronaut Paolo Nespoli met een Sojoez raket vanaf Bajkonour Cosmodrome in Kazachstan de ruimte in om te beginnen aan z’n derde ruimtemissie in het internationale ruimtestation ISS. Samen met NASA astronaut Randy Bresnik en Roscosmos kosmonaut en commandant Sergei Ryazansky vertrok de raket vrijdag 28 juli om 17.41 uur Nederlandse tijd richting ISS, waar ze zes uur later aankwamen. Toen de Sojoez MS-05 capsule vast was gekoppeld aan de Rassvet module ging om 01.57 uur het luik open en kon het verse drietal astronauten begroet worden door de drie reeds aanwezigen in het ISS, Peggy Whitson, Jack Fischer en Fyodor Yurchikhin. Samen vormen zij nu ISS expeditie 52.

Nespoli samen met drie welbekende Astroblogs auteurs

Hiermee is Nespoli’s Vita missie begonnen, de missie van wetenschappelijke experimenten. Vita staat voor Vitality, Innovation, Technology and Ability en het zal vijf maanden duren. Alle resultaten zullen te volgen zijn via http://paolonespoli.esa.int/. Hieronder beelden van de lancering gisteren.

Bron: ESA.

Zomergalerij: daar schuift 2014 MU69 – New Horizon’s nieuwe doel – even voor een ster langs

credit: NASA/JHUAPL/SwRI

Goed naar de ster in het midden kijken. Die zie je korte tijd even verdwijnen en weer oplichten. Het is aan naamloos sterretje, maar wat er voor langs schoof en de ‘eclips’ veroorzaakte is wel bekend, namelijk 2014 MU69, het Kuiperbelt Object (KBO) in de buitenste regionen van ons zonnestelsel waar de Amerikaanse ruimteverkenner New Horizons naar onderweg is. Op 1 januari 2019 moet ‘ie daar vlak langs vliegen. KBO 2014 MU69 schoof op 17 juli gezien vanaf de aarde voor de ster langs en dat is vanaf diverse plaatsen op aarde waargenomen en gefotografeerd. Eerder – op 3 juni en 10 juli – gebeurde hetzelfde bij andere sterren. Daaruit bleek dat de KBO minder groot is dan men aanvankelijk dacht. Bron: Space.com.

Waarom de gehypte ontmoeting met een zwart gat supersaai was

Credit: [ESO/S. Gillessen/MPE/Marc Schartmann

Drie jaar geleden zoemde het in de sterrenkundige wereld van opwinding – een massieve gaswolk lag namelijk op ramkoers met het supermassieve zwarte gat in het centrum van het melkwegstelsel. Helaas bleek er weinig te gebeuren en is het gevoel van opwinding als een nachtkaars uitgedoofd. Uit nieuw onderzoek is gebleken dat dit niet verwonderlijk was!

In 2014 werd een object ontdekt die binnen een afstand van 36 lichtuur zou komen van Sagittarius A*, het zwarte gat in het centrum van de Melkweg. Het was de verwachting dat het object, dat G2 werd gedoopt en vermoedelijk een gaswolk zou zijn, hierbij aan stukken gescheurd zou worden. Hierbij zou een groot deel van het materiaal opgeslokt worden door het zwarte gat. Het was de verwachting dat Sgt A* hierbij tijdelijk zou opvlammen en flink in helderheid zou toenemen. Helaas bleef het beloofde vuurwerk achterwege. Jammer!

Maar waarom gebeurde er zo weinig? Een team van wetenschappers heeft een reeks driedimensionale hydrodynamische simulaties gedraaid om meer duidelijkheid te verschaffen over de kwestie. Het blijkt dat Sagittarius A* slechts een paar procent van de massa van G2 heeft opgeslokt – te weinig om tot spectaculaire gevolgen te leiden. Volgens de onderzoekers moet dit betekenen dat slechts een klein deel van de massa van G2 uit een gaswolk moet hebben bestaan. De rest van G2 moet dan een compact object zijn geweest, wellicht een kleine ster, die het hele gebeuren overleefd heeft.

Bron: Royal Astronomical Society