7 december 2021

Supervlammen van rode dwergen zijn minder schadelijk voor exoplaneten dan gedacht

Impressie van een exoplaneet bij een rode dwergster, die een supervlam produceert. Credit: AIP/ J. Fohlmeister

Er is maar één planeet in het heelal waarvan we weten dat er leven is en dat is de aarde. Die draait om de zon, een gele dwergster. De meeste sterren in het heelal zijn echter rode dwergsterren – ze vormen pakweg 75% van alle sterren in de Melkweg – en daar hebben de sterrenkundigen heel veel exoplaneten bij ontdekt, ook aardachtige exoplaneten die zich in de leefbare zone van hun ster bevinden. Rode dwergsterren zijn koeler dan gele dwergsterren en dat betekent dat exoplaneten dichter bij hun ster moeten staan om leefbaar te zijn, in een regio waar water in vloeibare vorm kan bestaan. Maar da’s dan ook meteen wat rode dwergen zo tricky maakt, want het zijn sterren met een impulsief karakter, die grote supervlammen de ruimte in kunnen spuwen, die exoplaneten op korte afstand onleefbaar kunnen maken. Gele dwergsterren kunnen ook wel sterke zonnevlammen produceren, zoals de zon in 1859 deed bij de Carrington-gebeurtenis, maar de aarde staat een stuk verder weg dan leefbare planeten bij rode dwergen én de aarde wordt goed beschermd door z’n magnetische veld. Exoplaneten bij rode dwergen zouden door de supervlammen hun astmosfeer kunnen kwijtraken en eventueel leven op die planeten zou vervolgens door de sterke UV-straling vernietigd worden. Tenminste, dat dacht men tot voor kort. Maar wat blijkt nu: sterrenkundigen van het Leibniz Institute for Astrophysics Potsdam (AIP) hebben samen met collega’s in de VS en Spanje met behulp van NASA’s Transiting Exoplanet Survey Satellite (TESS) supervlammen van rode dwerg bestudeerd. Ekaterina Ilin en haar team hadden een methode bedacht waarmee ze kunnen nagaan wáár op de ster de supervlammen precies worden geproduceerd en de ruimte in schieten. Bij de zon is dat vooral in het equatoriale vlak, in de streken rondom de evenaar van de zon. Maar bij rode dwergen blijken de supervlammen vooral bij de polen te worden geproduceerd. Van de 3000 onderzochtte rode dwergsterren in de TESS data bleken er vier te zijn die geschikt waren voor de nieuwe methode en bij alle vier traden de supervlammen op boven een breedtegraad van 55° – bij de zon is het meestal ónder de 30°. En dat maakt dat exoplaneten bij rode dwergsterren minder kwetsbaar zijn voor de supervlammen van hun grillige moederster, mits ze uiteraard draaien in het baanvlak dat evenwijdig is aan de evenaar van de ster. Hier het vakartikel over de waarnemingen aan de supervlammen bij rode dwergsterren, verschenen in Monthly Notices of the Royal Astronomical Society. Bron: AIP.

Comments

  1. Etienne Durinck zegt

    Wanneer zal men met zekerheid kunnen vaststellen of exoplaneten al dan niet over een atmosfeer beschikken en dan ook hoe de samenstelling hiervan kan zijn ? Zolang dit niet mogelijk wordt kan men toch niet met zekerheid hier iets over zeggen of toch wel ? Het lijkt me nu wel meer op gissen en raden door een gebrek aan gegevens.

    • Er zijn nu al planeten waargenomen waarvan bekend is dat ze beschikken over een atmosfeer. In die atmosfeer heeft men ook bepaalde elementen kunnen vaststellen. Met de James Webb Space Telescope moet dat nog uitgebreider kunnen worden waargenomen.

Speak Your Mind

*

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.