Messier 104 gevonden op een vergeten sector van mijn harde schijf

Zo af en toe moet je je zolder opruimen, wat er bij mij op neer komt dat ik de zooi verplaats en iets gestructureerder neerzet. Zoiets was ik ook mee bezig op mijn computer. De ruwe data van mijn astrofoto’s werd een wat rommelige verzameling, dus besloot ik dit jaar het bij nieuwe opnames wat anders aan te pakken. Mijn oude data ging ik daarom ook verplaatsen. Daarbij kwam ik tot mijn verrassing ruwe data tegen uit 2017 dat ik nooit heb verwerkt. Onder andere van Messier 104, de Sombrero-nevel. Er zaten manco’s in de opnamen, waarschijnlijk daarom dat ze zijn blijven liggen en in op een vergeten sector van de harde schijf terecht zijn gekomen.

Maar dit is één van mijn favoriete sterrenstelsels! Dus aan de slag ermee. Door de fraaie stofband, die je in een amateurtelescoop al kan waarnemen, is het een stelsel met een hoog ufo-gehalte. Wauw!

De Sombrero-nevel / Messier 104

Ik ben blij met m’n vondst en dat ik de data het afgestoft. Het is nu wel een out-of-season-plaatje. De sombrero-nevel is juist in het voorjaar goed te zien. Niet erg, toch?

Messier 104 zoeft met een duizelingwekkende 1000 kilometer per seconde van ons vandaan. Doch, op een afstand van 28 miljoen lichtjaar merken in een mensenleven niet dat ie er kleiner uit gaat zien door het vergroten van de afstand. Wie meer van het stelsel wil weten kan een oud hoekje van Astroblogs bezoeken. Olaf heeft er ooit een Messier-maandag-artikel aan gewijd.

Nee, in Venus’ atmosfeer zit géén fosfine

Credit: NASA

Eerst was er op 14 september de wereldwijde bekendmaking dat men met de JCMT en ALMA telescopen in de hogere delen van de atmosfeer van Venus mogelijk fosfine (PH3) had gedetecteerd. Enkele weken later kwam het nieuws dat Nederlandse onderzoekers in de gegevens van ALMA geen signaal van fosfine hebben gevonden (linkjes naar de blogs daarover onderaan, onder deze blog). En gisteren verscheen er nieuw onderzoek, dat duidelijk maakt dat we definitief vaarwel kunnen zeggen tegen fosfine in de atmosfeer van Venus. Op 27 oktober verscheen dit vakartikel:

>G. L. Villanueva, M. Cordiner, …, R. Kopparapu, «No phosphine in the atmosphere of Venus,» Nature Astronomy (26 Oct 2020), arXiv:2010.14305 [astro-ph.EP] (27 Oct 2020).

Met nieuwe calibratietechnieken zijn de gegevens van JCMT (James Maxwell Clark Telescope) en ALMA (Atacama Large Millimeter / submillimeter Array) opnieuw bekeken en G.L. Villanueava en z’n collega laten daarmee zien dat er helemaal geen fosfine in de atmosfeer van Venus zit. Bij een frequentie van 266,944513 GHz wordt geen absorptielijn van fosfine gezien, hetgeen Greaves et al op 14 september beweerden wel te hebben gezien. Hieronder de grafieken waar het daarbij om gaat.

Credit: Villanueva et al.

Opvallend in het artikel van Villanueva et al is deze laatste zin in het abstract: “We ultimately conclude that this detection of PH3 in the atmosphere of Venus is incorrect and invite the Greaves et al. team to revise their work and consider a correction or retraction of their original report.” Ze vragen dus feitelijk of de groep van Greaves hun artikel wil aanpassen of terugtrekken! Wowie, dat heb ik eerlijk gezegd nog niet eerder gezien, zo’n dringend verzoek. Klinkt als: geef toe dat je fout zat en laat dat aan iedereen weten. Niet netjes m.i. Bron: Francis Naukas + In the Dark.

Sterren centrale verdikking Melkweg het resultaat van één grote stervormingsgolf

Sterren in de centrale verdikking. CREDITS:
CTIO/NOIRLab/NSF/AURA/STScI, W. Clarkson (UM-Dearborn), C. Johnson (STScI), and M. Rich (UCLA)

Net zoals de meeste andere spiraalstelsels heeft het Melkwegstelsel een zogeheten centrale verdikking (Engels: ‘bulge’) in z’n centrum, een bolvormige grote hoop van dicht opeengepakte sterren, van waaruit de spiraalarmen ontspringen. De vraag was lange tijd hoe de sterren in die centrale verdikking zijn ontstaan, in één keer of in meerdere golven van stervorming? Recent onderzoek laat nu zien dat die sterren tijdens één grote ‘geboortegolf’ zijn gevormd, die meer dan 10 miljard jaar geleden heeft plaatsgevonden. Om tot die conclusie te komen hebben sterrenkundigemn miljoenen sterren bekeken in een gebied aan de hemel dat zo’n 200 vierkante graad groot is, pakweg de omvang van 1.000 Volle Manen aan de hemel. Het gaat om de binnenste 1.000 lichtjaar van de Melkweg, waarvan nu blijkt dat de meeste sterren daarvan ontstaan zijn door invallend gas meer dan 10 miljard jaar geleden (de Melkweg is naar schatting 10-12 miljard jaar oud). Dat gas kan primordiaal gas van de oerknal zijn geweest, maar het kan ook zijn dat het nog jonge Melkwegstelsel in botsing kwam met een ander stelsel en zo aan het gas kwam.

Foto waarop te siren is waar de centrale verdikking in de `merlkweg zich bevindt. CREDITS:
Milky Way photo: Akira Fujii; Inset photo: CTIO/NOIRLab/NSF/AURA/STScI, W. Clarkson (UM-Dearborn), C. Johnson (STScI), and M. Rich (UCLA).

De sterrenkundigen, die onder leiding stonden van Christian Johnson (Space Telescope Science Institute in Baltimore, Maryland) keken naar de chemische samenstelling van de sterren in de centrale verdikking. De oudste generatie van sterren bevat weinig metalen (elementen zwaarder dan helium), pas latere generaties sterren bevatten geleidelijk aan meer metalen, omdat in die sterren de resten zitten van sterrenwinden en supernovae van vorige generaties. In het onderzoek, dat gedaan werd met de Blanco DECam Bulge Survey van de vier meter telescoop van het Cerro-Tololo Inter-American Observatorium in Chili, keek men naar de helderheid in ultraviolet licht van 70.000 sterren en daarmee kon men goed het metaalgehalte van de sterren bepalen, die allemaal binnen de centrale verdikking liggen, maximaal 1000 lichtjaar van het centrum (waar Sagittarius A*) zich bevindt. Uit het onderzoek komt naar voren dat de sterren ruwweg evenveel metalen bevatten. Dat geeft aan dat ze rond dezelfde tijd zijn ontstaan, in één grote geboortegolf van stervorming.

Vakartikelen:

Bron: Hubble.